MEDITATIE
Vader ik wil, dat waar ik ben, ook die bij mij zijn, die gij mij gegeven hebt, opdat zij mijne heerlijkheid mogen aanschouwen, die gij mij gegeven hebt. Johannes 17 vers 24a.
In dit vers openbaart de Heere Jezus Zijn machtigen wil, begeerte en wensch ten goede der Zijnen, die Hem van den Vader zijn gegeven. Dit vers is een gedeelte van het Hoogepriesterlijk gebed. De Heere Jezus is de machtige Hoogepriester, die op Zijn borst en schouders draagt de namen van de twaalf geslachten Israels. De wil van den Heere Jezus is een machtige wil. De Vader hoort Hem altijd. En nu wil de Zoon, dat, waar Hij is, n.l. in den hemel, ook die bij Hem zijn, die de Vader Hem gegeven heeft. De machtige wil van den Zoon is, dat niemand van het gansche huisgezin, hetwelk de Vader Hem geschonken heeft, ontbreke in den hemel. De Heere Jezus heeft een machtigen wil, want Hem is gegeven alle macht in den hemel en op de aarde. En zoo heeft Hij macht over den Vader. De machtige wil van den Zoon is, dat de Zijnen Zijne heerlijkheid zullen aanschouwen. De heerlijkheid van den Zoon bestaat hierin, dat Hij is de eengeboren Zoon van God, aan de rechterhand des Vaders verhoogd, staande als het Lam dat geslacht is van voor de grondlegging der wereld, en dat is een altijd versche en levende offerande. De machtige wil des Zoons is 't, dat de Zijnen bij Hem komen inwonen. De Heere Jezus heeft een wil met macht. Zijn hand heeft groot vermogen. Wij lezen : een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel, maar wij mogen zeggen : het gebed van den Eénig Rechtvaardige vermag alles. Zijn machtige wil openbaart zich hier in, dat Hij heeft de sleutels der hel en des doods. Zijn machtige wil doet den zondaar bukken in het stof, opent de poort van het huis van den Satan, opent het Vaderhart voor den armen zondaar. Zijn machtige wil zegt : Verlos hem, dat hij in 't verderf niet nederdale ; Ik heb verzoening gevonden. De Heere bekent Zelf, dat de Zoon zulk een machtigen wil heeft, waar Hij zegt : Eisch van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden der aarde tot Uwe bezitting. Zijn machtige wil ontsluit het hemelsch schathuis voor den gegevene des Vaders. Zijn machtige wil opende voor den moordenaar aan het kruis het paradijs. De machtige wil van den Heere Jezus is het, dat Hij niemand misse in den hemel van degenen, welke de Vader Hem geschonken heeft. Zijn machtige wil is het, dat geen groote, noch kleine, geen zuigeling noch man, geen eerstbeginnende en geen doorgeleide zal ontbreken in den hemel.
Zooals in het natuurlijke leven in 't huisgezin niemand kan worden gemist, en wij, zoo we daartoe de macht hadden, zeer gewillig waren om onze dierbaren tot ons terug te roepen, opdat de ledige plaatse weer vervuld worde, zoo is het nu met den Heere Jezus. Hij heeft niet alleen den wil, den wensch, de begeerte, maar ook de macht. Hij heeft die macht op wettige wijze "verkregen door Zijn lijden, strijd en overwinnen.
En nu is het Zijn machtige wil om al de Zijnen tot zich te trekken in het hemelsch Paradijs. De hemel zou voor Christus geen hemel zijn, wanneer de Zijnen daar niet kwamen, gelijk voor de Zijnen de hemel geen hemel zou zijn, wanneer ze Christus daar niet zouden vinden. Het is de machtige wil van den Heere Jezus om voor de Zijnen plaats te bereiden in het Vaderhuis hier boven. Het was Zijn machtige wil, dat Lazarus door de Engelen gedragen werd in den schoot van Abraham. Wanneer Jozef verhoogd is in Egypteland en hij zit op den troon, dan voelt hij zich eenzaam, want hij mist de zijnen, n.l. vader en broeders, ja, zijn gansche familie. Welk een oogenblik, wanneer hij zijn broeders mag openbaren : Ik ben Jozef, uw broeder ; leeft mijn vader nog ? En dan ook is het zijn machtige wil, begeerte en wensch dat ze allen bij hem komen in Egypte om zijne heerlijkheid te aanschouwen.
En welk een oogenblik is het voor Jozef, wanneer hij den ouden vader Jacob mag om den hals vallen en kussen. Zulk een oogenblik is het voor den Heere Jezus, wanneer Zijn machtige wil in vervulling gaat en Hij mag zeggen : Ziedaar Mij en de kinderen die Gij Mij gegeven hebt. Dan zijn de lichamen Zijner uitverkorenen door Zijnen machtigen wil gelijkvormig gemaakt aan Zijn verheerlijkt lichaam. Er ontbreekt niemand der Zijnen. De machtige wil van den Bruidegom is het om Zijn Bruid te hebben in Zijn eigen huis, om haar alzoo altijd bij Zich te hebben. Het is de machtige wil van den Heere Jezus, dat alle Zijne schapen en lammeren. Zijn gansche kudde, wier namen staan in het boek des levens, bij Hem komen. En deze machtige begeerte wordt door den Christus door den H. Geest in de Zijnen gelegd. En alzoo zijn ook de Zijnen krank van liefde om tot Hem gevoerd te worden. Zij hebben begeerte om ontbonden en met Christus te zijn, want dat is zeer verre het beste. Zij bezwijken van verlangen naar de voorhoven des Heeren.
En nu onderzoeke een iegelijk zichzelven, of hij ook dat kenmerk der schapen bezit, n.l.de begeerte om bij Jezus te zijn. De Vader door de trekking, de Zoon door Zijn machtigen wil, de H. Geest door de toepassing, welke in een uitverkoren zondaar dat krachtig verlangen.
Deze machtige wil van den Heere Jezus is een troostvolle wil voor de Zijnen. Het is hun toch tot troost, dat de Heere Jezus hen geen weezen zal laten. Het is hun tot bemoediging, dat de Heere Jezus wil zijn een man der weduwen. Welk een troost, dat de Heere Jezus naar Zijn machtigen wil de Zijnen maakt tot medeburgers der heiligen en tot huisgenooten Gods, die geduriglijk brood mogen eten aan de tafel des Heeren. Het is den kinderen Gods tot troost, dat de Heere Jezus door Zijn machtigen wil maakt, dat hun wandel in de hemelen is. Naar Zijn machtigen wil zijt gij, o kinderen Gods, mede opgewekt en mede gezet in den hemel, in Christus Jezus. Door Zijn machtigen wil maakt Hij, dat de Zijnen uitroepen : Maar 't is mij goed, mijn zaligst lot. Nabij te wezen bij mijn God. De machtige wil van den Heere Jezus is van voor de grondlegging der wereld, is gisteren en heden dezelfde en tot in alle eeuwigheid. Verandert nooit, en dat is tot grooten troost van Gods volk. Wanneer gij klaagt over ongeloof, wereldgelijkvormigheid, liefdeloosheid, doodigheid en welke ongestalte meer is dan is het u tot troost dat de Heere Jezus door Zijn machtigen wil al deze ongestalten in uw ziel overwinnen kan en zal en wil.
Troost voor Gods volk is het, dat deze wil zoo welgemeend is. We lezen in den Psalm : Wij steken 't hoofd omhoog, en zullen d' eerkroon dragen door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen. Het gebed van den Heere Jezus is welgemeend, 't Is Zijn lust om alzoo te bidden. Ook nu in den hemel bidt Christus voor de Zijnen. Welgemeend is Zijne begeerte om de Zijnen te "laten aanschouwen al Zijn heerlijkheid, waarvan ook zelfs de helft hun nog niet is aangezegd. Troost voor Gods volk is het, dat deze wil en begeerte van den Heere Jezus onuitroeibaar is en nooit verflauwt. In de handpalmen van den Heere Jezus zijn de Zijnen gegraveerd. En nu is het Zijn onuitroeibare lust om de Zijnen te doen genieten van Zijn heerlijkheid, opdat ze verzadigd worden met Zijn goddelijk beeld, opdat ze indrinken mogen het eeuwige licht, opdat ze al schouwende mogen doorschouwen de heerlijkheid van den Zoon des menschen.
Troost voor Gods volk is het, dat deze begeerte en wil vast, standvastig is, en niet afhankelijk van de wisselende stemmingen en gevoelens der Zijnen. Deze begeerte en wil van den Heere Jezus is altijd even sterk. Troost voor Gods volk is deze ernstige begeerte van den Heere Jezus. Opdat, toch Zijn volk Zijne heerlijkheid zoude kunnen aanschouwen, heeft Hij Zichzelf beroofd van alle heerlijkheid en is Hij geworden, een worm en geen man. Hij heeft de hellesmart doorgemaakt om de Zijnen te kunnen doen aanschouwen de heerlijkheid des hemels. Hij is in de duisternis gekomen om de Zijnen te doen genieten van het Eeuwige Licht. Hij heeft alles verlaten om den Zijnen alles te kunnen schenken. Wat heeft de wil van den Heere Jezus om de Zijnen bij zich in aen hemel te hebben om Zijne heerlijkheid te aanschouwen, .Hem veel gekost. Door Zijne vernedering heeft Hij den weg gebaand tot hunne verhooging. Deze wil van den Heere Jezus is zeer troostvol voor de Zijnen. Wanneer ze op zichzelf zien, moeten ze zeggen : hoe is het mogelijk, dat de Heere Jezus dezulken bij zich in den hemel wil hebben. En daarom was ook deze wil zoo zalig voor den alles verbeurd hebbenden zondaar, omdat in dien wil al zijn geluk voor tijd en eeuwigheid ligt. Ja, we mogen wel zeggen : deze wil van den Heere Jezus is een nederbuigende, aanbiddelijke wil. Dat is de troost van Gods volk. Gij hebt naar mij willen omzien, die naar U niet heeft willen omzien. Deze troost is nu alleen voor de gegevenen des Vaders in den machtigen wil van Jezus. De Heere Jezus troost bij Zijn hemelvaart door middel van de Engelen dan ook alleen Zijne discipelen. Door den machtigen wil van den neere Jezus hebt gij, o volk van God, den eenigen troost, beide in leven en sterven. Ja, we mogen zeggen : door den machtigen wil van den Heere Jezus is uw sterven gewin. Al het aanschouwen van zonde en ongerechtigheid is dan voorbij en ge aanschouwt niet anders dan de heerlijkheid van Christus.
De gegevenen des Vaders ondervinden dezen troost in den machtigen wil van den Heere Jezus in onderscheiden trap en mate. Het is hun tot troost door den machtigen wil van Jezus, dat het goede van den tegenwoordigen tijd niet is te waardeeren tegen de heerlijkheid, die wacht. Troostvol is het hun, dat alle dingen moeten medewerken ten goede dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn. De troost neemt een aanvang in de krachtdadige roeping door den wil van den Heere Jezus. Deze troost vindt haar toppunt in de krachtdadige verzekering en verzegeling door den H. Geest in dit leven. De krachtige wil van den Heere Jezus is de heilzon, die aan 't dagen is voor Gods volk ; die heilzon gaat op en gaat nooit weer onder, want Gods roeping en verkiezing zijn onberouwelijk.
Mijn lezer, welk een dierbaar gebed. De Heere Jezus wenscht hellewichten tot hemelingen te maken. De Heere Jezus wil een grooten, dierbaren, zaligen Naam hebben in het verlossen van groote zondaren. Welk een kostelijk gebed, dat zich grondt op de tranen, het lijden, de hellevaart van den Borg en Middelaar Zelf. Hij toch is het tarwegraan dat in de aarde moest komen en sterven om veel vrucht voort te brengen. Deze wil van den Heere Jezus gaat door. Eenmaal zal Hij zeggen : Kom in, gij gezegende des Vaders en beërf het Koninkrijk dat voor u weggelegd is van voor de grondlegging der wereld. Ik verordineer u het Koninkrijk, gelijk Mijn Vader dat Mij verordineerd heeft.
Is nu deze wil van Christus ook tot machtigen troost voor u ? Zijt gij in den eeuwigen Vrederaad door den Vader aan den Zoon gegeven ? Hebt gij begeerte naar den hemel, omdat de hemel voor u de plaats is waar Christus zich bevindt en waar gij Zijne heerlijkheid zult aanschouwen ? Weet gij, dat het eenig middel om in den hemel te komen is : de tusschenkomst van den Heere Jezus door het geloof deelachtig te zijn ? En nu zult gij sterven, wie weet, hoe spoedig. Alleen wanneer gij in den wil van den Heere Jezus geheiligd zijt, zal het sterven u gewin zijn.
Wat zal de Heere Jezus eenmaal tot u zeggen ? Vreeselijk, wanneer Hij moet zeggen : Ik wil, dat gij in het verderf zult nederdalen. Wat wordt er in onze dagen over deze dingen weinig gedacht. Daar is een zucht om zich te verzadigen met de goederen der wereld, maar geen verlangen naar de dingen Gods. Daarom, o zondaar, bedenk wat tot uwen eenigen en eeuwigen vrede is dienende.
De Satan zegt tot den bekommerden zondaar : voor u is deze wil niet, want gij zijt geen gegevene des Vaders. De Duivel maakt den bekommerde verschrikt en wil hem afhouden van den Heere Jezus. De Satan wil den bekommerde in den verkeerden zin wanhopig maken, zoodat Hij wanhoopt aan den genadigen wil van Jezus.
Doch, bekommerde ziel, wanhoop wèl aan uzelf, maar nooit aan den Heere Jezus. De gegevenen des Vaders vormen een machteloos volk, maar hun hope is alleen op den genadigen wil van Jezus. De Vader heeft den Zoon Hef en heeft alle dingen in Zijne handen gegeven, en daarom zeggen we tot u : Komt herwaarts tot Hem, allen die vermoeid en belast zijt en Hij zal u rust geven. Het is toch Zijn machtige, genadige, troostvolle, zalige wil om alles verbeurd hebbende zondaren bij Zich in den hemel te hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's