Diaconale voorstellen ter Classicale Vergadering.
In 't nummer van »De Waarheidsvriend« van 20 Juni wordt mijn standpunt inzake het voorstel van de Synode, inhoudende de instelling van een Diaconieraad, bestreden door een diaken van de Ned. Hervormde Gemeente van Veenendaal.
Om tweeërlei reden was ik eerst niet van plan hierop te antwoorden. In de eerste plaats, omdat ik niet gaarne van gedachten wissel met iemand, die zijn naam niet noemt. Het feit, dat echter het aantal diakenen te Veenendaal niet ontelbaar is, deed mij tenslotte over het bezwaar heenstappen.
In de tweede plaats speet het mij zeer, dat schrijver mijn stuk van 30 Mei eerst drie weken later beantwoordde, vlak voor de Classicale Vergadering van Woensdag j.l., waardoor het mij niet mogelijk gemaakt is om vóór die vergadering inzender nog te kunnen antwoorden.
Wat nu volgt, is dus eigenlijk mosterd na den maaltijd.
Bij het lezen van de bezwaren van den Veenendaalschen diaken, heb ik verder bij mijzelf gezegd, dat het debat met iemand, met wien men zoozeer verschilt, van te voren als 't ware met vruchteloosheid geslagen is. Als ik dat stuk lees, krijg ik eigenlijk meer den indruk, dat ik ie doen heb met iemand, die niet tot onzen Bond behoort. De schrijver lijkt mij zóó Synodaal verpolitiekt, dat hij geen bezwaren meer ziet.
Zoo diep was in 1816 onze Kerk gezonken, dat haast zonder eenig protest in dat jaar aan haar een organisatie werd opgelegd, die toch zoo geheel en al in strijd is niet onze Gereformeerde beginselen.
En hoevele malen daarna is weer veel aan onze Kerk opgelegd, waarvan men eerst later de verderfelijke strekking heeft ingezien.
Men scheen met blindheid geslagen. Zoo schijnt ook nu de Veenendaalsche diaken met blindheid geslagen. Hij schijnt er geen oog voor te hebben, dat in al die hooge besturen, die we al hebben helpen creëeren, voor allen plaats is, behalve voor Gereformeerden. Van invloed ten goede voor het Gereformeerd beginsel, bij het doen van voorstellen door die gecreëerde lichamen, kan dan ook moeilijk sprake wezen. Kunt gij mij één voorbeeld opsommen van wat door de huidige kerkelijke organisatie is tot stand gebracht, wat naar Gereformeerd beginsel is ? Immers neen ! Zelfs, waar men zich slechts bewoog op administratief gebied, heeft men immers niets anders gedaan dan de rechten van de plaatselijke Kerken met voeten treden.
U schrijft, „dat het tijd genoeg is om alarm te slaan als er werkelijk verkeerde voorstellen gedaan worden".
Ik zou haast zeggen : hoe naïef van schrijver, om daarop zijn hoop te kunnen stellen. Kunt ge me één voorbeeld noemen, dat al het gemaakte alarm eenig succes heeft gehad ?
Weet u dan niet, dat men eenvoudig met de adviezen van de Classicale Vergaderingen weinig of niets rekent ? De Classicale Vergadering mag eens per jaar adviezen geven, maar in Synode en Provinciale Kerkbesturen wordt alles bedisseld bij meer derheid van stemmen.
Verwacht van uw alarm niets ! Men zal eenvoudig met u spotten ! Het eenigst advies moet daarom luiden : Maak het synodale juk nog niet zwaarder ! Help de synodaal verpolitiekten nog niet vaster in het zadel !
Men begrijpt toch heel goed, dat het bij administratieve adviezen niet blijven zal. De lucht zit vol van centralisatie.
Behalve de Veenendaalsche diaken, zal er toch wel niemand in heel Nederland zijn, die durft te betwisten, dat èn de Raad van Beheer èn de Raad van Diaconieën beide scheppingen zijn, die het gevolg zijn van centralisatie van den arbeid. Beide loopen dus zuiver parallel. Evenals de Raad van Beheer de onwilligen straft met hare goddelooze tuchtmiddelen, (b.v. van onthouding van den dienst des Woords), evenzoo zal ook de Raad van Diaconieën weten te tuchtigen elke Diaconie, die weigerachtig is om te doen, wat zij krachtens Synodaal besluit eischt.
De Veenendaalsche diaken schijnt werkelijk zoo naïef te wezen, dat hij meent, dat door zulk een Raad van Diaconieën vanuit Den Haag orde zal worden geschapen in sommige meer of minder gewenschte diaconale dorps-wantoestanden.
Waarde vriend, verwacht hier niet te veel van. Al wat van de Synode kwam. Vond bij onze gemeenten nimmer een gunstig onthaal, zelfs niet wanneer het iets goeds was. Onze onwillige gemeenten zullen de adviezen van den Raad van Diaconieën nog veel minder opvolgen, dan de Wenken van Classicale Besturen en Kerkvisitatoren.
Het ligt verder bij de ontwerpers van dit plan in de bedoeling om van de gemeenten een hoofdelijken omslag te heffen voor een centrale Diaconiekas. Voor wie niet met blindheid geslagen is, valt hier 't zelfde op te merken, wat bij de vorming van een centrale kas voor predikantstractementen viel te zeggen.
Het gaat immers tenslotte om het geld. Die Raad van Diaconieën zal, eenmaal in het zadel gezet, niet met zich laten spotten.
Maar ik herhaal, wat ik in den beginne heb gezegd, dat we veel te ver van elkander staan om over dit punt met elkaar verder van gedachten te wisselen.
U hebt er immers volstrekt geen bezwaar in, dat onze Diaconieën de Vrijzinnige Diaconieën zullen steunen. Ik hoop, dat de Veenendaalsche .gevers er anders over denken dan hun diaken.
Ze zullen zeker gaarne geven voor hunne armen en ook wel willen geven voor arme broedergemeenten, maar ze zouden het zeker bejammeren, als er een aanzienlijk bedrag werd uitgetrokken om Vrijzinnige Diaconieën te steunen.
Diaken haalt wel een Schriftwoord aan om dit zijn doen te rechtvaardigen, maar bij zulk een exegese kan hij ook wel bewijzen, dat we ons overschot, als er tenminste overschot is, aan de Joden of aan de Roomschen mogen geven.
Neen, lezers, laat 't oog geopend mogen zijn voor het droeve feit, dat onze Kerk door de predikers van valsche leer steeds verder wordt verwoest. Wij mogen de financieele positie van deze kerkverwoesters niet zoeken te verbeteren. Men late niet toe, dat de Kerk nog meer worde geknecht en dat al wat Gereformeerd is, geheel aan banden worde gelegd. Moge er gebed opgaan om van de knellende banden te worden verlost. Geen gemeenschap met wie den Christus der Schriften loochenen. In ons isolement zij onze kracht !
Verwekke de Heere bidders, die pal staan zullen voor de Waarheid en die zullen getuigen van datgene, wat naar den Woorde Gods is.
Laat ons niet dan in den uitersten nood ook maar één duim grond prijsgeven, maar in geen geval medewerken om deze Synodale Organisatie nog vaster in 't zadel te helpen. Uw dw. dnr.,
Ds. J. J. TIMMER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juni 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juni 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's