De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIEN

8 minuten leestijd

't Is deze week de week der Classicale Vergaderingen. Onze Kerk komt dan saam in wat, naar Gereformeerd Kerkrecht, eigenlijk haar wettige vertegenwoordiging is. ledere Kerkeraad vaardigt een of meer predikanten en een gelijk getal ouderlingen af en deze vereenigen zich meestal in de hoofd plaats der Classis. Op die vergaderingen hebben dan plaats de benoemingen van de leden der Classicale Besturen, en, als zij aan de beurt van aftreding zijn, ook die der Provinciale Kerkbesturen. Verder wordt beraadslaagd en wordt advies uitgebracht over de door de Synode van het vorig jaar voorloopig aangenomen Reglementswijzigingen. Er kan ook gesproken worden over hetgeen bevorderlijk kan zijn aan de belangen der bijzondere en gezamenlijke gemeenten in het Classicaal ressort, inzonderheid wat betreft het godsdienstig en kerkelijk leven, èn er is gelegenheid tot het doen van voorstellen.
Die Classicale Vergaderingen zouden in onze Kerk van groote beteekenis kunnen zijn, indien de Synodale Organisatie er niet voor gezorgd had dat haar heel netjes de tanden zijn uitgebroken. Zij vormen wel den mond der Kerk, maar het is een mond zonder tanden, en ik weet niet of gij het wel eens ondervonden hebt, maar met een mond zonder tanden hebt ge niet heel veel te zeggen. Deze Classicale Vergaderingen toch geven aan de Synode alléén advies. Nu ja, gij weet ook wel hoe dat in den regel gaat. Als iemand u advies geeft en het is een advies dat u nog al aanstaat, dan volgt gij het gewoonlijk wel op. Maar als het een advies is dat u niet bevalt, dan legt gij het heel netjes naast u neer en als het op een stukje papier staat, dan komt het in den regel in de prullemand terecht. Zoo nu heeft onze Synode ook een prullemand, een heele, heele groote, hoor. Want die prullemand van de Synode, hoeveel zij er al ingestopt heeft, weet ik niet, maar die komt nooit vol.
Er kan altijd nog wel meer bij. En zoo denk ik dat er ook van 't jaar wel weer heel wat in terecht zal komen. Enfin, dat moeten we maar weer afwachten. Dat moet de Synode maar verantwoorden, maar de Classicale Vergaderingen moeten verantwoorden wat op haar weg ligt en wat zij meenen dat zij met haar mond zonder tanden moeten zeggen. En dan denk ik zoo, dat er morgen door die tandelooze monden toch nog wel een paar harde nootjes gekraakt zullen worden. Of de Synode er zich veel van zal aantrekken, nog eens, dat moet zij weten. Misschien is zij er wel weer Oost Indisch doof voor, maar de Classicale Vergaderingen moeten zich daar toch niet door laten afschrikken. V.n.l. over de reorganisatie-kwestie moet maar weer eens een hartig woordje gesproken worden. Zooals ge wel gelezen zult hebben, komt er een motie aan de orde van een Verbond, dat kort geleden is gesticht en waarin ook enkelen onzer zitting hebben genomen. Dat Verbond heeft bij monde van den Groningschen Professor Haitjema, die zijn tanden nog niet kwijt is, zijn oordeel uitgesproken over de verwerping van het Reorganisatieplan en het verzoek tot de Synode gericht om de Kerk alsnog in de gelegenheid te stellen haar oordeel over het bewuste plan uit te spreken. Immers het oordeel van den mond der Kerk, al is het een mond zonder tanden, heeft de Synode over dat voorstel blijkbaar niet eens durven afwachten. Ook mij wil het voorkomen, dat dit van de meerderheid der Synodale heeren nu niet zoo erg moedig is geweest. Daarom moeten zij maar eens nadenken of het misschien niet wenschelijk ware om dien mond zonder tanden er althans eens over te „hooren". Als die mond dan soms een oordeel uit­ spreekt dat haar niet aanstaat, dan kan zij immers nog doen alsof zij 't niet hoort. Maar zoo heelemaal er niet over hooren willen dat staat toch nu ja, de rest moet ge nu zelf maar invullen. En als de Synode bij dat ingenomen standpunt, dat zij de Kerk niet eens er over hooren wil, volhardt, dan zou het toch in ieder geval wel wenschelijk, ja zelfs wel behoorlijk zijn, dat zij toch het (Iroote-Synode-voorstel nog weer eens aan de orde stelde, omdat zij dat indertijd met het reorganisatieplan in den doofpot heeft gestopt. Ik zou zoo zeggen : laat ze dan nog maar eens zien of daar misschien nog een vurig kooltje uit te maken is. Ik denk dan ook wel, dat de meeste Classicale Vergaderingen zich bij het verschijnen van dit blad in dien geest zullen uitgesproken hebben. Want ja, als ons blad verschijnt, zijn we van de Classicale Vergaderingen alweer thuis. Hier uit 't Veen, zief ge, moeten we naar Wijk bij Duurstede. Daar gaat de Penningmeester van onzen Bond morgen nu al voor den 26sten keer naar toe. Of neen, da's waar ook, een paar keer hebben we 't in Doorn gehad, maar we waren zoo aan het oude Wijk gewoon, dat we maar besloten ook in dat opzicht de oude palen niet te verzetten. We gaan dus morgen met ons zessen naar Wijk. En dat doen we heel netjes hoor ! Heelemaal niet krenterig en heelemaal niet met de trekschuit. O neen, jarenlang hebben we 't in een landouwer met 2 paarden gedaan, maar nu doen we 't al enkele jaren per auto. En als we dan terugkomen maar neen, laat ik nu niet alles verklappen. Laat ik alléén zeggen dat de Kerkvoogdij hier weet wat een mensch, en vooral een ambtsdrager, toekomt, en dat zij er voor zorgt dat het ons op zoo'n dag aan geen ding ontbreekt. In dat opzicht — en daarin niet alléén hoor ! — kan zij werkelijk aan menige andere Kerkvoogdij tot een voorbeeld gesteld worden.
Maar hoe zit 't nu met het , , laatje", zegt ge misschien. Want ik weet niet, — denkt misschien hier of daar iemand — maar als hij er zoo van alles en nog wat bijsleept, dan zal het zeker wel weer geen erge vette week zijn geweest. Nu, eerlijk gezegd, had het wel weer beter gekund. Maar toch ben ik niet ontevreê, want als ik goed opgeteld heb, heb ik in deze ééne week toch meer dan driemaal zooveel dan in de twee vorige weken. Het is dus weer „Excelsior", en ik ben altijd blij als mijn verslag maar weer in dat teeken staat. Kijk maar eens wat ik heb.
Hierden, van den heer E. Willems, Hoofd der School aldaar, een collecte, die ik nog maar als Paaschcollecte zal beschouwen, van ƒ27.12.
Rotterdam, van ds. J. de Bruin van den heer V. voor het Studiefonds een gift van ƒ 1.—.
Groenekan, van den heer W. v. Kooten van mej. W. voor het lezen van „De Waarheidsvriend", ook ƒ 1.—.
Hasselt, van ds. Enkelaar een gift van N.N. voor het Studiefonds, ook van ƒ 1.—.
Slikkerveer, van den heer P. van Beek uit busje 206, verzameld door zijn kinderen, een bedrag van ƒ 10.50.
Z , ja, dien naam durf ik voluit niet te zetten, want er stond nadrukkelijk bij dat ik het niet anders mocht verantwoorden dan „van lezers van „De Waarheidsvriend" te Z." Maar het bedrag dat deze lezers bij elkaar gebracht hebben, mag er zijn. Want het bleek een bedrag te zijn van niet minder dan ƒ 80.—. Van die ƒ 80.— mag ik echter maar de helft houden, want ƒ 40.— er van waren bestemd voor den Gereformeerden Zendingsbond. Die heb ik dus heel eerlijk gezonden aan ds. Bieshaar, die zich ongetwijfeld verheugen zal dat lezers van „De Waarheidsvriend" hem zoo mild bedacht hebben. Wie weet, wat lezers van „Alle den Volcke" mij nu nog eens doen. Men zegt toch altijd maar : de eene dienst is de andere waard. Ik heb dus van die ƒ80.— er ƒ40.— in 't laatje, 25 voor mijn jongste en 15 voor mijn oudste. En het spreekt wel vanzelf dat ik voor deze ƒ40.— heel, heel dankbaar ben. Ach ja, zoo zie je weer dat alles maar betrekkelijk is. Over enkele weken, in die vette jaren die achter mij liggen, vond ik ƒ40.— maar een peulschilietje, en nu zei ik tegen mijn vrouw : kolossaal, ƒ40.— in eens!
Kampen, van den heer E. Roest ƒ 24.— uit zijn busje over de maanden April en Mei ; ƒ20.— van de Zondagsschool op Geref. grondslag, en ƒ1.— van ouderling Van Dijk, op huisbezoek ontvangen ; samen een bedrag van ƒ45.—. Nu, als ik met ƒ40.— al zoo in m'n nopjes was, dan kunt ge wel begrijpen wat ik met 45 ben.
Meppel, van den heer R. Loos een gift van ƒ 12.— voor het Studiefonds, plus nog ƒ2.50, die ik moest doorzenden naar ds. Lans.
En hiermee ben ik aan 't eind. saam kom ik aan een bedrag van Alles
f 137.62.
Nee maar, bij de twee vorige weken vergeleken, vind ik het schitterend. Nu zoo nog maar een poosje voortgaan hoor ! 't Is nog te vroeg voor de komkommers. Intusschen heel veel dank aan alle gevers en geefsters. De Penningmeester Veenendaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juni 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juni 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's