STAAT EN MAATSCHAPPY
Een toontje lager.
Een van de vruchten, welke de samenwerking der drie rechtsche partijen in ons land voor de geestelijke vrijheid van ons volk heeft opgeleverd, is de gelijkstelling, welke op het terrein van de school is verkregen geworden.
Eertijds was dit anders. In de dagen van het oppermachtig liberalisme werd aan die gelijkstelling niet gedacht. Hoogstens wilde men van dien kant, na heel wat strijds, toen men zag dat de veste niet meer te houden was, den voorstanders van de Bijzondere School met een subsidie uit 's Rijks kas tegemoet komen.
Thans zijn de rollen omgekeerd, de gelijkstelling kwam in de wet, met het gevolg, dat de Bijzondere School zoowel wat betreft het aantal der inrichtingen als dat der kinderen, die deze school bezoeken, een voorsprong kreeg.
Deze verandering van de positie der Bijzondere School danken wij, zooals wij hier boven zeiden, naast God aan dé samenwerking van de drie rechtsche groepen van ons volk.
Nu zijn er intusschen andere groepen in ons volk, die de samenwerking tusschen de rechtsche partijen verfoeien, het zelfs van de daken verkondigen, dat dit samengaan , goddeIoos is, doch die er geen bezwaar in zien om van de vruchten, die de samenwerking opleverde, te profiteeren.
Een dezer groepen is de Staatkundig Gereformeerde Partij, die zich er tegenwoordig over verheugt dat alom in den lande de Gereformeerde Gemeenten zich voor het Bijzonder Onderwijs gaan interesseeren. Vroeger deed men dit niet, maar zond men de kinderen, - uitzonderingen daar gelaten, naar de Openbare School.
„De Saambinder", het orgaan van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, schreef in het nummer van 22 Mei in aansluiting aan het woord van Luther : „Geef mij de kinderen, en ik heb de toekomst", „dat de Bijzondere School niet kan worden gemist ; op de school moeten de kinderen met den inhoud van Gods Woord en de leer der zaligheid worden bekend gemaakt".
Over dit optreden der Gereformeerde Gemeenten inzake de school, verheugen wij ons van harte. Maar worden de scholen dezer Gemeenten nu uit eigen middelen opgericht en met eigen gelden geïinancierd ?
Geen sprake van. De schoolbouw — zoo zegt „De Saambinder" — werd vergemakkelijkt door ja waardoor ? door de nieuwe Onderwijswet, nota bene het creatuur van de coalitie.
Met zekeren ophef maakte zelfs „De Banier" in hare kolommen van 18 Juni melding van het bericht : ,,Nieuwe scholen der Gereformeerde Gemeente te Rotterdam".
Doch ook voor den bouw van deze scholen wordt gebruik gemaakt van de veel gesmade Lager Onderwijswet 1920.
Luister slechts ! Het Staatkundig Gereformeerd Dagblad schrijft :
Het bestuur der Vereeniging tot het verstrekken van lager onderwijs op Gereformeerden grondslag te Rotterdam, heeft zich tot den Raad gewend met een verzoek krachtens artikel 72 der Lager Onderwijswet, gedagteekend 30 April 1930, strekkende om medewerking te verieenen tot het verkrijgen van een gebouw ten behoeve van een door de Vereeniging te stichten Bijzondere School voor gewoon lager onderwijs, in de omgeving van de Blankenburgstraat. Blijkens dat verzoek zal de te stichten school 7 klassen bevatten en zullen per klasse ten hoogste 42 leerlingen worden toegelaten. Het gebouw zal dus ruimte bieden voor 294 leerlingen.
En om het den lezers van ,,De Banier" duidelijk te maken, dat de Gereformeerde Gemeente niet schroomvallig te werk gaat met het doen van een beroep op het Gemeentebestuur van Rotterdam om medewerking te verleenen krachtens artikel 72 der Lager Onderwijswet, welk beroep ook andere gemeenten ten voorbeeld kan strekken, meldt het blad verder :
In aansluiting van bovenstaand bericht herinneren wij er aan, dat D.V. met 1 September a.s. aan de Rösener Manzstraat in Delfshaven een nieuwe school der Vereeniging tot het verstrekken van lager onderwijs op Gereformeerden grondslag geopend zal worden, voorloopig in een gebouw der Openbare School, waarin 6 lokalen zijn vrijgemaakt.
De Gereformeerde Gemeente te Rotterdam, waar ds. Kersten den scepter zwaait, wil ook het volle pond hebben van de wet, die de vrucht werd van de samenwerking der drie rechtsche partijen.
Die vrucht, al kwam zij van den coalitieboom, smaakt toch ook den vrienden en geestverwanten van ds. Kersten zoet.
Wij zouden de vraag willen stellen, of het niet op den weg der Staatkundig Gereformeerden ligt om voortaan een toontje lager te zingen.
Dit zou dan meer overeenkomstig de waarheid zijn en misschien bij de Staatkundig Gereformeerden een anderen kijk geven op wat de coalitie tot stand heeft gebracht.
Wellicht kwam er dan een milder oordeel over de rechtsche politiek der laatste jaren.
Van groote beteekenis.
Van hoe groote beteekenis de Invaliditeitswet en de Ouderdomswet voor het sociale leven van ons volk is, leeren opnieuw de cijfers, welke op 1 Juni 1930 over de wericing dezer wetten zijn gepubliceerd geworden.
Op dezen datum werden niet minder dan 15.301 weduwenrenten en 11.943 weezenrenten, krachtens de Invaliditeitswet genoten, terwijl op genoemd tijdstip krachtens artikel 373 dier wet (uitkeeringen in het overgangstijdperk) 82.842 personen in het genot verkeerden van een als vrucht hunner premiestorting verkregen ouderdomsrente van 3 gulden per week.
Voorts genoten 26.944 personen een invaliditeitsrente uit hoofde van invaliditeitswachttijd, tijdelijke invaliditeit en blijvende invaliditeit.
En eindelijk waren op 1 Juni 1930 129.483 personen in het genot van een als vrucht der premiebetaling verkregen ouderdomsrente van 3 gulden per week.
Alles bij elkaar genomen, worden jaarlijks millioenen beschikbaar gesteld om in den nood bij invaliditeit en ouderdom te voorzien. Door het betalen van een premie is dit mogelijk geworden.
Zoo de Kerk of de particuliere-en de gemeentelijke Armenzorg in dezen nood moest voorzien, kwam van de verzorging van deze menschen niets terecht. Of wel, de verzorging zou voor de rijks-en gemeente-financiën ruïneus worden. De belastingdruk zou vooral in de kleine gemeenten voor velen ondragelijk zijn.
Gelukkig voorziet thans de Invaliditeitswet en de Ouderdomswet voor een gedeelte in den nood en de behoefte van vele duizenden.
Inderdaad zijn deze wetten voor ons volk van groote beteekenis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's