Communisme!
En allen, die geloofden, waren bijeen en hadden alle dingen gemeen en zij verkochten hunne goederen en have en verdeelden dezelve aan allen, naar dat elk van noode had. (Hand. 2 vers 44 en 45.
„Ziet, dat is nu juist, wat we begeeren", zeggen de communisten. „Alle dingen gemeen !" „Dat is zelfs de leuze van den Bijbel."
Maar nu wordt het gevaarlijk. Als een communist, die van de heilige eischen van Gods Woord niets weten wil, zich op Gods Woord begint te beroepen moeten we wel voorzichtig zijn.
Maar het staat er toch maar, zal men zeggen. Die eerste christenen, en dat waren toch zeker de slechtsten niet, leefden in gemeenschap van goederen.
We stemmen het gaarne toe, maar vergeet niet, dat zoo iets alleen bestaan kan in een kleinen kring van menschen, die waarlijk God vreesden.
Die waarlijk God vreest, weet ook zijn roeping en taak op aarde naar behooren te vervullen. Bij zulken geen afkeer om te arbeiden, maar veeleer het diepe besef, dat men tot eere Gods ook hier beneden op deze aarde heeft te doen, wat zijn hand vindt om te doen.
Die in dat besef leeft, komt niet licht tot dagdieverij of tot andere verwaarloozing van zijn dagtaak. Neen dezulken weten, dat ze eenmaal ook daarvan rekenschap zullen afleggen.
Bij zulke ware Christenen geen luiheid of verkwisting.
Maar ook geen liefdeloosheid jegens den broeder die gebrekkig is ; die verarmd is, die niet meer mee kan in het maatschappelijk gelid.
Dan mededeelzaamheid naar dat elk van noode heeft.
Heilig communisme der eerste Jeruzalemsche gemeente, waar een kleine kern zoo uit dit heilig beginsel der liefde heeft geleefd. Dit communisme heeft echter niets te maken met het communisme van onze eeuw.
Het ligt net zoo ver uit elkaar als het oosten van het westen.
Denk maar aan Rusland. Die wat meer bezaten dan de anderen, is het eenvoudig ontnomen. Met het pistool op de borst ? Niet door de aandrift der liefde, maar door den verterenden haat gedreven.
Op dezen weg kan dan ook geen zegen rusten. De communisten hebben Rusland in diepe ellende gedompeld.
Het gemeenschappelijk kapitaal is gauw verteerd.
Als alle kapitalen in Nederland werden samengesmolten tot ééne gemeenschappelijke kas zouden de luien en de arbeidsschuwen en de verkwisters er wel spoedig den bodem van doen zien.
Als straks de communisten in Rusland het heft weer uit handen moeten geven, zal het blijken, dat rijken en armen er slechter aan toe zijn dan onder de oude heerschappij van welken czaar ook.
Maar wat zoeken we de voorbeelden zoo ver. In oorlogstijd werden ook in ons land leerzame proeven genomen. Men had in alle dorpen van beteekenis een distributiekantoor. Daar verkreeg elk inwoner tegen de ingeleverde bonnen aan vaste prijzen, wat hij noodig had.
Hoe is hét er mee afgeloopen ? Vele distributieheeren zitten achter slot en grendel. Er werd op vele plaatsen verbazend gestolen. Schrijver dezes weet een gemeente, waar men bij gebrek aan controle voor duizenden guldens had laten verrotten en verschimmelen. En wat heeft het niet gekost, zelfs daar waar het in orde was ?
„Het is immers maar van de gemeenschap."
Overal waar het particulier initiatief wordt gedood, is ook de prikkel om met noesten vlijt te arbeiden, voor een deel weggenomen.
Ik kan mij indenken, dat iemand zwoegt en slaaft op zijn akker, wetend dat de zegeningen op dien akker hem zelf en zijne vrouw en kinderen ten deel zullen vallen. Menigeen wil dan nog wel arbeiden van zonsopgang tot zonsondergang.
Zou hij het ook doen voor de gemeenschap, opdat zijn luie buurmsn er profijt van hebben kan ?
Ik denk van niet.
In Rusland is het dan ook al gebeurd, dat de eene groep „partijgenooten" de andere groep „partijgenooten" dwong, met het pistool op de borst, om eenig werk te doen, waar geen enkele „partijgenoot" ook maar eenigen lust toe had.
Neen, het heilig communisme van de eerste christengemeente is slechts mogelijk in dien kring, waar ware liefde woont en waar bovendien elk van het besef van zijn roeping tegenover God en den naaste, doordrongen is.
Het eenige wapen, dat aan de gemeente Gods van onzen dag nog gegeven is in den strijd tegen het communisme, is de liefde.
O wat heeft Gods gemeente ook in dit opzicht veelal hare roeping verzaakt.
Er wordt van sommige zijde geweldig geageerd tegen het plakken van zegeltjes enz. enz. Maar veelal wordt vergeten, dat deze sociale wetten nimmer noodig zouden zijn geweest, indien Gods gemeente niet ware te kort geschoten in het werk der barmhartigheid.
Ik ken nog den tijd, dat in Zeeland schatrijke diakenen den arme met enkele kwartjes bedeelden.
En daarom liever de hand in eigen boezem.
Laat Gods kerk, die helaas instituair niet meer te grijpen is, hare roeping nog mogen verstaan om tegenover den haat van het communisme te stellen het evangelie der liefde.
Ermelo.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's