MEDITATIE
En het Woord Gods wies.
En het woord Gods wies en het getal der discipelen vermenigvuldigde te Jeruzalem zeer. Handelingen 6 vers 7a.
Lichtelijk herinnert ge u het woord der Joden, uit de dagen van des Heilands optreden : heeft iemand uit de oversten in Hem geloofd of uit de Pharizeen ? Daarmede te kennen gevend: de opgang, welken de Rabbi van Nazareth maakte, is maar van betrekkelijke waarde. Mannen van beteekenis luisteren toch niet naar Hem. , Het is meer een zaak van 't gewone volk. Het komt uit gebrek aan kennis voort. Zoo is de gedachtengang van velen nog. Het Evangelie is niet naar den mensch, al bevredigt het ook zijn hoogste en moeilijkste behoeften, al voldoet het aan de volle eischen van het leven, toch is er een punt, waarop het blijft hokken. Hij moet 't zijne er aan geven, zijn wijsheid, zijn krachten. Dit alles moet weer worden teruggebracht onder dezelfde hand, waaruit hij alles ontving. De Heere moet worden het een en het al.
En daarvan wil hij nu juist niets weten. Daartegen reageert hij op de geweldigste wijze. Vandaar dat het verzet juist hier het sterkst is, waar de gaven Gods het rijkst werden gestrooid voor 't natuurlijke leven.
Weet ge wat hierin alleen verandering brengt ? Dat is de werking van Gods Geest. Deze doet wonderen. Hij alleen.
We lezen hiervan in onzen tekst. En het woord Gods wies en het getal der discipelen vermenigvuldigde te Jeruzalem zeer.
Het waren rijke dagen, die eerste dagen van het Pinksterfeest. 'De Heere deed dagelijks toe tot de gemeente, die zalig werden. Bij tien-en honderdtallen tegelijk werden ze ingezameld. Als een stroom, die pas van de bergen afdaalt, was de inwerking van Gods Geest op de massa. Joden en Jodengenooten omhelsden het Evangelie der zaligheid.
Het waren schoone tijden. De Apostelen stonden in hun eerste liefde als gewillige instrumenten te wachten op de werking van den Geest. Zij deden niets. God alles.
Wat gij ziet en hoort, zoo luidde hun eigen oordeel, is de directe vrucht des Geestes. En Deze neemt alles uit Christus. M.a.w. hetgeen wij doen, doet de verheerlijkte Christus Zelf. Hij alleen dient te worden geprezen.
Het spreekt, dat wie dit met ingenomenheid mocht opmerken. Satan niet. Hij zit en peinst hoe daarin verstoring te kunnen aanbrengen. Het eerste wat hij doet is de haat en vijandschap opnieuw aanblazen van den Joodschen Raad. Als Petrus en Johannes den kreupele bij de Schoone Poort hebben gezond gemaakt, wordt dadelijk de hand aan hen geslagen. Wij hebben er niet op tegen, dat ge de gave der gezondmaking toepast aan een arme en ongelukkige, maar hiertegen gaat ons protest, dat ge dit niet doet in uw eigen naam, maar in dien van Jezus. Kan het ooit duidelijker worden gezegd dan hier : alles wordt verdragen, als de naam van Christus maar niet wordt verheerlijkt.
Zoo trad de Satan op naar buiten. Doch hiermede is de grens van zijn werken niet aangegeven. Hij zoekt eveneens naar binnen. Hij zoekt in het midden van de belijders het kwaad in te dragen. Ook dit gelukte wonderwel. Denkt eens aan den jongerenkring, aan Judas en hier in de Jeruzalemsche gemeente aan Ananias en Satfira. Hier bij onzen tekst komt ook een brok leven naar voren, waarin het beden bezig was in te vreten. De jonge gemeente leed onder twisting omtrent de wijze van bedeeling. De een kreeg naar zijn gedachte minder dan de ander; m.a.w. hierin kwam duidelijk uit dat Gods Geest hier niet werkte. Dit waren niet anders dan vruchten van eigen akker.
Door wie dit werd opgemerkt in de eerste plaats, behoeft nauwelijks te worden gevraagd. Door de apostelen zelve. De verzorging der armen leverde hun moeite op. Dit punt werd niet alleen besproken onder elkander, maar met den Heere. Deze zaak werd den Heere voorgelegd.
Zoo behoort het, lezers. Alles wat ons moeite oplevert, moet ons dichter bij den Heere brengen. Daarom wordt ons alles toegezonden, opdat Zijn hulp en voorlichting wordt gevraagd.
De apostelen bleken hierin duidelijk te staan onder de leiding des Heiligen Geestes. Aparte bediening der armen werd hier ingesteld, wat wij noemen het diakenambt. Wij — zoo luidde hun besluit — wij willen volharden in het gebed en in de prediking des Woords. De behartiging der stoffelijke dingen mag de bediening des Woords niet in den weg staan.
Wat staat alles hier op de juiste plaats. En wat zijn de vruchten, welke van dezen akker mogen worden ingezameld, van kostelijk gewicht. Luistert maar : en 't Woord Gods wies.
De eerste gedachte, welke hier dadelijk bij ons opklimt is deze, wanneer in onze dagen over zooveel dorheid en doodschheid wordt geklaagd, over het zoo zelden voorkomen van waarachtige bekeering tot God, over zulk een geringe kennis aan den Heere Jezus Christus, zou het niet hierin mede zijn oorzaak vinden, n.l. het niet volharden in de gebeden en in de bediening des Woords ?
Daar is niets zoo teeder en geen enkel ding zoo licht verstoord, als het werk dat Gods Geest doet in de Gemeente van Christus. In de gebeden moet worden volhard, de bediening des Woords, het uitdragen van het Evangelie der genade in Christus, mag niet achtergelaten. Wanneer hiervoor iets van den mensch wordt in de plaats geschoven, wijkt de Geest des Heeren onmiddellijk en als dadelijk gevolg : er worden geen zondaren tot God bekeerd, het Woord wast niet. God doet altijd Zijn werk alleen. Zalig wie dit mag verstaan.
Doch nu moet nog op een ander punt de aandacht worden gevestigd. Het Woord Gods wies, daar de koorden der genade met den hemel strak stonden gespannen. De predikers bleken bidders te zijn en hun woord geen anderen inhoud te hebben dan het Evangelie der genade in Christus. Toch wordt hier nog iets aan toegevoegd, dat opvalt. Het wassen van het Woord, het vermenigvuldigen van het getal der discipelen geschiedde te Jeruzalem.
Geeft hierop acht
Wanneer de uitbreiding van Gods Koninkrijk nu eens haar beginpunt had genomen ergens ver buiten de grenzen, heel ver van Jeruzalem, weet ge wat de vijand dan gezegd zou hebben ? In Jeruzalem kon toch niets worden gedaan. Hiervoor schoot Gods genade toch tekort. Die vijandschap was te groot.
Neen, zegt de hemel, vanuit Jeruzalem zal het werk der toebrenging beginnen. Ik zal Mijn almacht niet alleen toonen, maar ook Mijn gezindheid ten opzichte van den snoodsten zondaar. Dat Jeruzalem, dat 't uitgeschreeuwd had : weg met Dezen, kruist Hem, wordt het eerst gezocht. Over deze diep verdorven stad breidt de Geest des Heeren zijn liefdevleugelen uit en wekt het verborgen leven, dat uitbreekt naar alle kanten.
Is hierin geen wenk gelegen aan allen, die verre staan ? De hemel laat 't weten : Ik ontferm mij over wie van geen ontferming wil weten.
Is dit niet iets groots ? Onzerzijds zou de vraag zich laten denken : laat Zijne Majesteit zulks toe, om wie Hem zoo schrikkelijk beleedigden met zulk een teederheid tegen te treden ?
Het antwoord luidt: Hij wil alles vergeven, om zondaren te behouden.
Is dit het tweede. eerste, er is ook nog een Te Jeruzalem school de zetel van het verzet. Hier was de wapenburcht. Geen eene stee liet zich wijzen, waar zooveel vijandschap tegen Christus was aan te wijzen als hier. Deze vesting moet worden genomen. Hierop wordt de hoofdaanval gericht.
Het gaat in Gods Koninkrijk geheel anders toe dan in het rijk dèr volken. Wanneer hier twee legers tegenover elkander liggen en de slag neemt een aanvang, zoo zijn daar eerst verkenningen vooratgegaan. Men zocht de zwakste plaatsen van elkander te ontdekken. Immers hierop wordt de aanval gericht.
De Heere doet precies omgekeerd. Op de meest versterkte plaats richt Hij het oog en Hij neemt haar in.
Jeruzalem moet buigen. Het is nog altijd waar:
Geen ding geschiedt er ooit gewisser. Dan 't hoog bevel van 's Heeren mond.
Welk een rijkdom van prediking schuilt hier. De meest afkeerige moet, als de Geest Gods waait, het hoofd buigen, en als het eens gebogen heeft, zoo wordt de meest wonderlijke gewaarwording wakker : Hij heeft, om mij in Zijn overwinning te laten deelen, mij overwonnen. Hij nam al 't mijne weg om het Zijne te geven. Hij maakte van mij een bedelaar voor den Troon en een prediker Zijner gerechtigheid allerwegen.
U. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's