De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

7 minuten leestijd

De Suikerprijs.
De Tweede Kamer heeft het wetsontwerp tot het heffen van een invoerrecht op consumptiesuiker van ƒ2.40 per 100 K.G., met groote meerderheid van stemmen aangenomen.
Over deze beslissing ten bate van de bietenverbouwers verheugen wij ons niet weinig. Het is té verwachten, dat ook de Eerste Kamer zoo aanstonds met het ontwerp zal medegaan.
Door de indiening van het voorstel heeft de regeering niet alleen getoond, dat de crisis, waarin de akkerbouw verkeert, hare aandacht heeft, maar ook, dat ze in de moeilijkheden daadwerkelijk wil tegemoet komen.
Nu zij men er intusschen op bedacht om de beteekenis van den getroffen maatregel niet te hoog aan te slaan.
De tegenstanders van beschermende rechten moeten in de gevallen beslissing niet zien een begin van 't sturen bij den landbouw in protectionistische richting.
Zij, die bevreesd zijn dat de verbruikers van suiker de verhooging van het invoerrecht zullen moeten betalen, moeten indachtig zijn dat een verhooging van invoerrecht nog niet altijd beteekent verhooging van prijzen, evenmin als dat goedkoopere grondstof de prijzen doet dalen. Het eerste is gebleken, toen het algemeen invoerrecht op buitenlandsche artikelen van 5% op 8% werd gebracht, en het laatste bij de verlaging van den tarweprijs van ƒ12.— op ƒ9.—. Die verlaging, die onlangs plaats had, heeft 't brood geen cent goedkooper gemaakt.
En tenslotte de boeren, die suikerbieten verbouwen, moeten zich van het invoerrecht op consumptiesuiker van ƒ2.40 per 100 K. G. geen overdreven verwachting maken, al heeft de verhooging van den suikerprijs met ƒ2.40 voor den gedrukten toestand, waarin de landbouw verkeert, toch altijd eenige beteekenis.
Wat regeering en Staten-Generaal deden, was het geven van een bewijs dat de nood van den akkerbouw hun ter harte gaat.

De Zondagsrust in Indië.
De Zondagsrust in Indië houdt in den laatsten tijd de belangstelling van het christelijk publiek gaande.
Den stoot tot deze belangstelling, gaf 't manifest, dat door ds. C. Mak, Gereformeerd predikant te Medan, aan de christelijke pers op het einde van het vorig jaar werd toegezonden.
Het manifest luidde :
De Kerkeraden van de Protestantsche en van de Gereform. Kerk, de Roomsche Geestelijkheid en Roomschen Socialen Bond ter Oostkust van Sumatra, voelen zich in deze dagen wederom geroepen een manifest te doen uitgaan als inzet van een vernieuwde actie tot verkrijging van Zondagsrust in de Cultures en daardoor van Zondagsheiliging.
Zij schromen niet om het ontbreken van den wekelijkschen rustdag als wantoestand te kwalificeeren, waardoor jaar in jaar uit de eere van God geschonden en het lichamelijk en geestelijk welzijn van duizenden arbeiders wordt schade gedaan.
Natuurlijk is hun niet onbekend, dat aan de Assistenten volgens de Assistenten-Regeling vier vrije dagen per maand zijn toegekend, waarvan minstens twee Zondagen. En zij vergeten niet, dat vele maatschappijen — het zij tot hun eere gezegd — zorg dragen voor de handhaving van deze rechten. Maar het is evenzeer een publiek geheim, dat voor tallooze assistenten de wettig toegewezen vrije Zondagen slechts op papier bestaan of door een vacantieweek worden vervangen, in dit verband spreken zij hun bevreemding uit, dat, terwijl de Overheid zorg draagt dat de arbeidsregeling voor koelies angstvallig wordt nageleefd, de Assistenten-Regeling straffeloos schijnt te kunnen worden geschonden in de bepaling der vrije dagen.
Zij verwachten daarom allereerst handhaving van de contractueel vastgelegde rechten, in casu toekenning der vrije dagen.
Maar zij vragen meer. Want zelfs, indien de vier dagen per maand gegeven worden, mag deze toestand allerminst normaal geacht worden. Door het bestaan toch der z.g.n. hari besar, blijft de rustdagenregeling sociaal een onding. Immers de waarde van den vrijen dag schuilt voor het grootste deel in zijn regelmatige arbeidsonderbreking. Zij zijn diep overtuigd dat het bijbelsche gebod : „na zes dagen één dag rust", niet beperkt als oud-testamentisch of specifiek christelijk mag worden uitgelegd, doch van God gegeven scheppingswet is voor het leven én van het individu én van de gemeenschap. De onregelmatigheid nu in het hari-besarsysteem neemt voor een goed deel de waarde weg van de vrije Zondagen, voorzoover zij worden genoten.
Daarom pleiten zij als eenig juiste oplossing, ook uit sociaal oogpunt, voor invoering van algemeene Zondagsrust.
Daarbij komt, dat h. i. de sociale achterlijkheid van het ontbreken van den wekelijkschen rustdag een niet te verwaarloozen factor is in de brandende kwestie : de onrust in de cultures. De waaide toch van den regelmatigea wekelijkschen rustdag als gelegenheid voor lichamelijke en geestelijke ontspanning en evenwichtsherstel, is thans uitgeschakeld. Waar in 't rapport der Permanente Arbeids-Commissie inzake het euvel der aanslagen deze zielkundige factor, die meer van belang is dan men uiterlijk kan constateeren, tot hun verbazing niet genoemd is, brengen zij deze met te meer ernst onder de aandacht.
Bij deze actie voor algemeene Zondagsrust is vanzelfsprekend het pleidooi voor de viering der algemeen erkende Christelijke feestdagen inbegrepen.
Zij doen een beroep op de Directies en op alle Leiders der ondernemingen, dat zij de rechten hunner assistenten eerbiedigen en den wekelijkschen rustdag als sociaal gezond en billijk zullen erkennen. Was het bestaan der hari besar in vroeger tijden wellicht begrijpelijk, heden ten dage is deze steeds minder te verontschuldigen. Aannemende, dat hier financieele offers gevraagd worden, mogen daarom toch nimmer geestelijke en zedelijke belangen worden geschaad.
Zij doen een beroep op de Assistenten, dat zij als één man het recht van den vrijen Zondag zullen bepleiten als een onschatbaar belang voor zichzelf en hun gezin.
Zij doen een beroep op de Pers en op allen, die met hun invloed deze actie voor den christelijken rustdag kunnen steunen.
Zij doen een beroep op den Volksraad en op de Tweede en Eerste Kamer, op allen, die hierin zeggenschap hebben.
Zij doen een beroep op de Regeering, dat zij bij de aanstaande herziening van de vigeerende arbeidsregeling den wekelijkschen rustdag bij de wet zal bepalen.
Het beroep, dat hier op de Tweede en Eerste Kamer gedaan wordt, is niet tevergeefs geweest.
Het waren dr. Beumer in de Tweede Kamer en prof. Anema in de Eerste Kamer, die bij gelegenheid van de vaststelling der Indische begrooting belangrijke beschouwingen aan het Zondagsvraagstuk in Indië wijdden.
Eerstgenoemd Kamerlid vestigde er de aandacht op dat een wekelijksche rustdag, de Indische volken niet bekend is. De "mohammedanen hebben weliswaar één dag per week, n.l. den Vrijdag, waarop enkele bijzondere godsdienstige verplichtingen vervuld moeten worden, wanneer daartoe de gelegenheid bestaat, maar de heiliging van een der werkdagen in den zin van het Christendom kennen zij niet. Evenmin is dit het geval bij de heidenschee volksstammen, daardoor is het te begrijpen, dat in de onderscheiden ondernemingen op Zondag gewerkt wordt, gelijk op de andere dagen van de week.
Welk standpunt nam nu de regeering in den loop der jaren ten deze in ? Zij maakte zich over het Zondagsvraagstuk niet druk. Zij legde zich rustig bij een volkomen negatie van den Zondag neer.
Tegen deze houding van de regeering had de Antirevolutionaire afgevaardigde een ernstige grief.
Immers, waar de Overheid op eigen terrein als werkgeefster met de arbeidersverhoudingen te maken iheeft, moet zij als Christelijke Overheid ook den Christelijken rustdag eerbiedigen en waar zij zich als Overheid bemoeit met arbeidsverhoudingen, heeft zij eveneens haar Christelijk karakter niet te verloochenen.
Om die reden kan mén er geen genoegen mede nemen, dat aan de koelies maar twee rustdagen in de maand zijn gewaarborgd, het hebben van een wekelijkschen rustdag is noodzakelijk. Deze wekelijksche rustdag is toch een Scheppingsordinantie en het opvolgen van een dergelijke ordinantie is niet alleen van geestelijk, maar ook van stoffelijk belang. Een der redenen van het bestaan van verschillende misstanden, die zich bij de cultures en op de ondernemingen voordoen, is ongetwijfeld het gevolg van een te langen ononderbroken arbeidstijd, d.i. van het feit, dat niet op Zondag wordt gerust.
Daarbij een beroep te doen op economische overwegingen om de invoering van Zondagsrust tegen te gaan, gaat niet op, omdat men er zeker van kan zijn, dat het bevorderen van Zondagsrust ook uit sociaal en economisch oogpunt het beste is, wat zich laat denken.
In denzelfden geest als dr. Beumer in de Tweede Kamer sprak, liet ook prof. Anema zich in de Eerste Kamer uit.
Doch daarover met een paar slotopmerkingen de volgende week.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's