Kleine Luijden
SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN
Vandaar dat zeer velen bij langdurige krankheid het oor te luisteren leggen naar de veelvuldige raadgevingen, die vaak van alle kanten gegeven worden, ongetwijfeld met de beste bedoelingen, doch niet zelden ook met de ernstigste gevolgen. Menige genezing is lang altijd niet het gevolg van de voorgeschreven medicijnen door den geneesheer, omdat deze dikwijls op 'n heel andere plaats terecht komen, dan waar zij verwacht worden hun krachtige werking te openbaren, maar ook omgekeerd, menig leven zou misschien verlengd zijn, als niet langs verkeerden weg genezing was gezocht. Echter kan dit laatste zoowel langs wetenschappelijken als onwetenschappelijken weg plaats hebben, en het graf zwijgt. .
Toch moet de medische wetenschap ook beschouwd worden als een gave Gods, vooral wanneer deze beoefend wordt door menschen, die den Heere vreezen. Die bij de uitoefening van hun praktijk in diepe afhankelijkheid Gods zegen inroepen over hun arbeid, en die ook nog kunnen gelooven dat Hij aan anderen groote gaven heeft kunnen geven, die tot heil der menschheid kunnen dienen, al werd er nimmer een Universiteit bezocht. Omdat de practijk ook iets beteekent. Sander is allerminst de man er voor om de kwakzalverij in de hand te werken. Maar hij gelooft ook aan de vrijmacht des Heeren, die aan sommige menschen singuliere gaven meedeelt, waardoor zij weten en zien en kunnen, wat anderen met al hun wijsheid en kennis niet vermogen. Daarom heeft hij Mulder hierop gewezen, doch tevens gezegd, dat hij tegenover den dokter eerlijk moet zijn.
Met dit laatste heeft Mulder het evenwel op een akkoordje geworpen. Hem zeggen wat hij van plan is te doen, durft hij niet, uit vrees dat hij dan ook hier het huis van boven vloekt, en in tijd van nood zou weigeren zijn hulp te verleenen, maar aan den anderen kant is hem het leven van Bet ook alles waard. Vandaar, dat hij kort daarop op zekeren morgen heel vroeg van huis is gegaan, — Sjerp en Jetze zaten nog onder de koeien en zagen hem loopen, om aan 't naastbije station den eersten trein te krijgen, die hem brengen moest naar den man, van wien nog hulp verwacht werd. Tante Sien zou zoo vroeg mogelijk bij Bet komen om haar gezelschap te houden en den klanten te zeggen dat de baas vandaag van huis was.
't Is een heele reis voor Mulder geweest. Nog nooit had hij zoo'n tocht ondernomen, maar 't ging voor zijn kind. Als het nu maar geheim bleef voor anderen, omdat hij niet graag last met den dokter had. Maar nog pas was hij bij het station gekomen, of er hield ook een tilbury stil, die hem achterop reed en waar boer Atsma uitstapte. Gelukkig, dat hij juist een kaartje gekocht had en Atsma dus niet wist waar zijn barbier heen ging.
„Goeie morgen" — zegt deze — „jou bent ook niet laat".
„Morgen boer ; neen, ik wou eens vroeg op stap".
„Dat geloof ik ; op reis ? "
„Ja, een dagje". „Naar familie ? "
Neen ; goeie kennissen", loog hij.
Daarop volgde een gesprek over 't weer, en over Bet, en over de boterfabriek, vlak naast het station, waar alles in gereedheid gebracht werd om zoo meteen de melk te ontvangen, — tot de trein kwam.
„We kunnen samen zoover wel reizen", zei Atsma, en wees Mulder een coupé. En daar ging het, eerst langzaam, toen met al vlugger vaart, de landen door, de bruggen over, de dorpen voorbij, tot op een hoofdstation moest worden overgestapt voor een andere richting.
„Hier moet ik er uit", zei Mulder, blij dat tot hiertoe het doel der reis voor zijn plaatsgenoot verborgen gebleven was.
Maar boer Atsma moest eveneens van trein verwisselen, zoodat de reis opnieuw in elkanders gezelschap vervolgd werd.
Weldra kwam men in een heel andere omgeving. Met een heel andere grondsoort, lang niet de vette klei van Zorgvliet, en lang niet die welgestelde bevolking, wat duidelijk bleek aan de reizigers die hier en daar instapten. En met een heel andere taal dan die welke men zelf gewoon was te spreken. Voor Mulder was alles nieuw, zoo dat hij voor een oogenblik het doel zijner reis vergeten kon tot hij plotseling opnieuw hieraan herinnerd werd, doordat Atsma 'm vroeg : "Maar waar ga je eigenlijk heen ? "
Toen moest het hooge woord er wel uit, waarop Atsma evenwel begon te lachen en zei : „dan heeft onze reis hetzelfde doel, want daar ga ik ook heen voor mijn vrouw".
Nu was het ijs gebroken. Het eene wonderverhaal van buitengewone genezingen volgde het andere, vooral toen bleek, dat onder de medereizigers gevonden werden, die ook op dezelfde wijze baat zochten voor allerlei kwalen, zoo voor hen zelf, als voor hun huisgenooten, en toen eindelijk de stad was bereikt, van waaruit dan zoo veel genezende kracht over de wereld heette verspreid te worden, bleek al ras hoe groot de toeloop was van degenen, die hier kwamen om hulp. 't Leek een wedloop, wie het eerst geholpen zou worden, en 't was mede aan Atsma te danken, die aanstonds een rijtuig bestelde, om het eerst bij den wonderdokter te zijn, en die blijkbaar den weg hier kende, dat ook Mulder mede in de voorste gelederen kwam.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's