FINANCIËN
De Heere is een verrassend God. Hoe dikwijls is dat reeds gebleken. Als we de geschiedenis van Gods Woord nagaan dan zijn de voorbeelden maar voor het grijpen van mannen en vrouwen die het ervaren hebben dat de Heere een God van verrassingen is. Op wondere wijze heeft zoo menigeen het ondervonden, dat „het meel in de kruik niet verteerd werd en dat de olie in de flesch niet ontbrak",
Aan dat bekende woord uit 1 Koningen 17 werd ook ik de vorige week weer herinnerd. Zooals ge wel weet, leef ik tegenwoordig in een schralen tijd. 't Is bijna iederen dag weer hetzelfde. Als ik 's morgens beneden aan mijn ontbijttafel kom, dan is altijd het eerste, dat ik kijk naar de post. Wat zou hij gebracht hebben ? Maar meestal zoek ik tevergeefs naar „een groene". En als er nog een bij is, dan is het van een bedrag dat ik verzonden heb óf zoo'n bedragje van een paar gulden of een rijksdaalder dat ik ontving. Nadat ik mijn verslag van de vorige week gepost had, begon het al weer dadelijk zoo. Woensdag-, Donderdag-en Vrijdagochtend was het weer van 't zelfde laken een pak. 't Was maar goed dat er in die dagen geen nieuwe aanvragen om steun inkwamen, dat er geen Elia's kwamen die tot mij zeiden : „haal mij toch een bete broods in uwe hand". Ware dat 't geval geweest, dan zou ik zeker net gedaan hebben als de weduwe van Zarfath en ik zou gewezen hebben op „de hand vol meels" die ik nog „in de kruik" en op „de weinige olie" die ik nog „in de flesch" had. Ik begon zoo langzamerhand al te denken : Waar moet dat heen, en wat moet ik over een paar maanden, in het begin van September, beginnen ? Zal ik dan ook maar het laatste moeten weggeven en tot onze Studenten en Gymnasiasten moeten zeggen : nu heb ik niet meer en moet ge dus maar zien dat. Maar neen, dien zin kon ik niet afmaken. Daarvoor wist ik te goed dat we te doen hebben met een God die niet laat varen wat Zijn hand begon. Met beste was dus maar om ook dezen nood in Zijn handen te leggen en het alleen te verwachten van Hem, die allen die op Hem hopen, nimmer beschaamt.
En ziedaar, daar kom ik Zaterdagmorgen weer beneden en ja hoor, daar ligt gelukkig weer „een groene". Nu ja, dacht ik, dat zal wel weer een gulden of een daalder of zooiets zijn. Kom, eerst toch maar eens even kijken, want ik moet het tegenwoordig vooral toch van „de kleintjes" hebben.
Maar was dat ? Zie ik het goed ? Meer dan honderd gulden ineens? Zal de zetter dus de volgende week de vette letters weer uit de kast moeten halen ? Ja waarlijk, hoor, dat is in geen weken gebeurd. Ik schrok er haast van. Een collecte van meer dan honderd gulden, gehouden bij de bevestiging en de intree van een onzer dominé's. Hé, dacht ik, dat moest nu eigenlijk bij iedere bevestiging en bij iedere intree gebeuren ? Ik zou haast zeggen : dat moest in de Reglementen onzer Kerk worden opgenomen. Misschien wil de Synode van dit jaar er wel eens over denken om in het Reglement op de Vacaturen b.v. een nieuw artikel voor te stellen, dat iedere gemeente die een nieuwen dominé krijgt, moet collecteeren voor het Studiefonds van den Gereformeerden Bond. Ik wed, dat de leden van onze Synode nog nooit zoo ver gedacht hebben, maar als zij maar op de gedachte gebracht worden, dan zijn ze er vast allemaal voor. jongen, jongen, dan hebben we 't volgend jaar op de Classicale Vergadering nog eens een kluitje waar we als Gereformeerden con amore voor pleiten kunnen, 'k Heb al eens gedacht over zoo'n soort collecten-raad of zoo iets. Kijk, dat was een Raad waar onze Gereformeerde menschen ook voor konden zijn. En nu ja, als de Synode nu niet alle collecten voor het Studiefonds van den Gereformeerden Bond wil bestemmen — want ik geloof dat nu nog niet bepaald alle Synodeleden lid zijn van onzen Bond — dan zou ik er persoonlijk geen bezwaar tegen hebben als het b.v. zoo geregeld werd, dat er in Gereformeerde gemeenten voor den Gereformeerden Bond, dat er in Confessioneele gemeenten voor de Confessioneele Vereeniging, en dat er in Ethische gemeenten voor de Ethische Vereeniging werd ge collecteerd. Maar in ieder geval zou ik onzen gemeenten willen doen gevoelen dat een nieuwe dominé wel een goede collecte waard is. En daarom zou ik haast broeder Van Loo, van Oldebroek, willen verzoeken om het in de vergadering der Synode eens aan de orde te stellen. Ik denk als de Synodeleden hooren dat „De Waarheidsvriend" het ideetje heeft opgeworpen, dat ze dan dadelijk zeggen : nee maar, dat doen we hoor. En anders benoemen ze in ieder geval wel een Commissie om 't eerst eens „in studie" te nemen. Immers de leden van onze hoogeerwaarde Synode gunnen graag ieder mensch wat. Dat blijkt ook alweer uit de wijdings-samenkomst, die deze week aan de Synode-vergadering voorafgaat, en die Woensdagavond in de Kloosterkerk in Den Haag gehouden wordt Die is ook alweer het bewijs dat onze.Synode heelemaal niet eenzijdig is. Een Ethische en een Moderne Professor zullen daar het woord voeren en die beiden zullen geassisteerd worden door een dominé uit Kalamazoo, in Amerika. Getuigt dat nu niet van een breeden blik op de dingen ? Ik wil gelooven, dat zelfs de Nieuwe Rotterdammer het breed genoeg zal vinden en een en al lof zal zijn over de wijze waarop de vergaderingen van ons hoogste Bestuur: .college dit jaar „gewijd" zullen worden.
Maar ik begin te merken, dat ik zoo ongemerkt ben afgedwaald van mijn apropos. Ik had het immers over een collecte die bij de bevestiging en intrede van een nieuwen dominé gehouden was. En nu wilt gij natuurlijk wel eens graag weten wie die dominé is. Nu, ik zal het u dan maar dadelijk zeggen. Die collecte kwam uit Hoogeveen en was afgezonden door ds. Langhout, maar zij was gehouden bij de bevestiging en de intrede van ds. Van Nie, die van Zetten naar Hoogeveen is gegaan. Deze collecte had opgebracht het mooie bedrag van
HONDERD EN DRIE GULDEN EN VIJFTIG CENT (ƒ 103.50).
Nou, hoe vindt ge 't, in een van de magere weken toch nog de vette letters ? We zijn er Hoogeveen hartelijk dankbaar voor en hopen dat de beide pastores aldaar het goed met elkaar zullen hebben en.zij beiden deze gemeente tot rijken zegen zullen mogen zijn.
Jongen, jongen, zoo'n bedrag van meer dan ƒ 103.—, dat geeft den burger weer moed. Maar 'k ben nog niet uitgepraat. Luister maar eens.
Wageningen, afgezonden door ds. Van der Wal van een echtpaar dat de Heere zijn 25-jarig huwelijksfeest deed vieren, voor het Studiefonds een bedrag van ƒ 25.—.
Hazerswoude, van den heer J. van Pijlen van N.N. voor ontvangen zegeningen een bedrag van ƒ5.—.
Bodegraven, van ds. Kruishoop, gevonden in de collecte voor de Fondsen een gift van ƒ 10.—.
Schiedam, van mej. de Groot van den heer G. j. ƒ1.— ; van mevr. V. ƒ0.50, en verzameld door de familie de Groot ƒ 2.50. Samen een bedrag van ƒ 4.—.
Veenendaal, Zondagmorgen gecollecteerd in de Julianakerk onder de prediking van ds. Van der Snoek van N. N. een dankoffer voor de Fondsen van ƒ 10.— met de bijvoeging : „Want goedertieren is de Heer" en wat er verder volgt in het laatste vers van Ps. 100. Ik weet het niet, maar ik denk haast dat ik kan raden voor welk bewijs van Gods goedheid dit dankoffer gebracht is.
Tot zoover had ik gisteravond geschreven, omdat ik vandaag, Dinsdag, bezoek kreeg. Ik dacht echter : niet afsluiten voordat ik den Dinsdagmorgenpost heb ontmoet. En wat denkt ge ? 't Is om er klein onder te worden. Zeg het zelf maar. Een girobiljet uit Monster, afgezonden door den heer D. Hoogenboom, met een collecte van
HONDERD DRIE EN TACHTIG GULDEN (ƒ 183.-),
welke Zondag 6 Juli gehouden was bij de bevestiging en intree van ds. Pop aldaar. Kijk, als het zoo door gaat, dan hebben we de Synode heelemaal niet noodig. Broeder Van Loo moet dus zijn voorstel nog maar eens even in petto houden. Als het zoo vrijwillig geschiedt, is het ook nog wel zoo goed. Nu hoor, we danken ook de gemeente van Monster voor deze schitterende prestatie en hopen dat hun nieuwe dominé met rijken zegen in haar midden zal arbeiden. Verder ontving ik nog uit
Vlaardingen, van den heer C. B. van N.N. uit dankbaarheid voor het Studiefonds een gift van ƒ2.50.
Schraard, van ds. Van Dorssen aldaar de contributie van den G. B., zijnde ƒ2.50, plus nog ƒ25.— voor den Gereformeerden Zendingsbond, met verzoek deze aan het juiste adres te brengen. Nu, dat hoop ik morgen op den Zendingsdag te doen.
Vinkeveen, van N.N. ƒ5.—, waarvan ook ƒ2.50 bestemd waren voor den G.Z.B. Die kan ik dus morgen ook afdragen, en de andere ƒ2.50 voor het Studiefonds.
Mijn Dinsdagmorgen is dus niet slecht. We zullen nu maar eens even gaan tellen. Kijk eens aan, een eindbedrag van
f 347.50.
Neen hoor, de zesde is al geen magere week meer. Ik ben weer dankbaar èn voldaan.
De Penningmeester
Veenendaal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's