De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Teraardebestelling van Ds. Jongebreur.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Teraardebestelling van Ds. Jongebreur.

19 minuten leestijd

Het volgende verslag van de begrafenis van ds. M. Jongebreur is ontleend aan de Nieuwe Utrechtsche Courant :
Telkens de zon
Het was alsof de zon goudglansen gaan leggen zou over de groeve die gedolven was op het kerkhof, ver uit de kom der gemeente, waar hij zoo lange jaren gearbeid heeft.
Van tusschen de wolken, brak zij telkens even door als om het geheel minder somber en meer draaglijk te maken.
Veenendaal in rouw zoo was het gisteren wel waarlijk, toen de vele huizen, waar de gordijnen neergelaten of de luiken gesloten waren, spraken van den doode, dien men zou gaan brengen naar zijn laatste rustplaats. En toen de klok, die zooveel malen opriep tot de oefening van den godsdienst, te weeklagen begon en met haar bim-bam staag en eentonig kond deed, dat ds. Jongebreur heenging uit het Veen, voor goed, toen was er menig aangezicht dat overstroomd werd van tranen en menig gelaat, waarin de bevende lippen getuigenis aflegden van de ontroerenis.
Linquenda — het moet verlaten worden, zoo had ds. Jongebreur zijn nieuwe groote huis genoemd. En Maandagmorgen werd hij uitgedragen naar de kerk, waar hij zooveel jaren het Evangelie des Kruises verkondigde, en waar nu zijn stoffelijk overschot opgebaard werd in het Doophek, waar zoo menig kind der gemeente, nu al geworden tot jongeling of man, van hem het heilig teeken des Verbonds ontving.
Het orgel ving zacht te spelen aan en daarmee kwam de stemming van teerheid en overgegevenheid in het godshuis, de stemming waar in zich voelt hij, die eenswillend wil zijn met den Vader, al slaat de Vaderhand nog zoozeer en al is het onbegrijpelijk, dat de wonde moest worden toegebracht
Terwijl de orgelklanken het gebouw vulden, kwamen allen binnen, de gemeenteleden vulden de banken rij na rij, en de genoodigden namen hun plaatsen in.

Wie er waren.
Wij merkten o.m. op mr. C. Bijleveld van Den Haag, namens het Centraal Comité van A.R. Kiesvereenigingen ; mr. G. A. Diepenhorst en de heer M. J.Vermooten, namens het Prov. Comité van A.R. Kiesvereenigingen (de heer Botterweg was, daar hij op reis is, verhinderd) ; de heeren N. J. van Munster en W. A. L. de Winkel, namens het Hoofdbestuur der Ned. Middernachtzendingvereeniging ; het voltallige College van Burg. en Weth. der gemeente Veenendaal; prof. dr. L. Th. Haitjema en ds.Evenhuis van Noordhorn, namens het Ned. Hervormd Verbond ; de heeren J. van Schuppen, K. H. Hey en H. Brouwer, namens de Anti Revol. Kiesvereeniging te Veenendaal ; de heeren Goote. Prins en Nijhof, hoofden van Chr. Scholen te Veenendaal (de heer Enzink, eveneens hoofd eener Chr. School, was door ziekte verhinderd). Van het Hoofdbestuur van den Gereformeerden (Bond tot verbreiding en verdediging der Waarheid in de Ned. Hervormde Kerk waren aanwezig ds. M. van Grieken te Rotterdam, ds. Batelaan van Barneveld, ds. j. Goslinga van Utrecht, de heer J. C. Kruisbergen van Barneveld, ds. Timmer van Ermelo. Voorts merkten we op mr. Van der Deure namens de Ned. Chr. Radio Vereeniging en de Centrale Ede dier vereeniging. Ds. J. H. F. Remme van Amsterdam, ds. de Bruin, Chr. Gereform, pred. te Veenendaal en ds. Berends, pred. der Gereformeerde Kerk van Veenendaal, prof. dr. H. Visscher, hoogleeraar aan de Rijks Universiteit te Utrecht, ds. H. A. de Geus van Huizen, dr. J. C. de Lindt van Wijngaarden, ds. Van den Berg van Amersfoort, lid van het Prov. Comité van A.R. Kiesvereenigingen en vele anderen.
Er heerschte diepte stilte, toen ds. S. C. van Wijngaarden, voorzitter van den kerkeraad en oudste predikant van Veenendaal, de rouwdragende familie de kerk binnenleidde.

Rede ds. Van Wijngaarden.
Ds. S. C. Van Wijngaarden deed zingen Ps. 73 vers 13, las daarna Psalm 73 en ging voor in gebed.
Vervolgens hield hij een toespraak, die als volgt luidde :
Het is met diepe ontroering, dat ik in dit oogenblik als voorzitter van den Kerkeraad, mede namens het College van Kerkvoogden en Notabelen, het woord neem, om van deze plaats te getuigen van de groote beteekenis, die ds. Jongebreur heeft gehad voor ons plaatselijk kerkelijk leven.
Toen Woensdagavond het gerucht door onze gemeente ging : ds. Jongebreur heeft een auto ongeluk gehad, en is stervende toen was de eerste gedachte : Maar dat kan toch niet. Jongebreur en Veenendaal zijn immers onafscheidelijk !
Sprak men in onze Gereformeerde kringen —en waarlijk daar niet alleen — één van beide namen uit, dan dacht men vanzelf aan den anderen. En daarom, het scheen zoo onmogelijk te realiseeren, voortaan de figuur van Jongebreur, die groote, markante figuur, uitgewischt uit het beeld dat de klank Veenendaal oproept. En toch is het zoo.
Toch zullen we hem nooit meer op gezette tijden daags voorbij zien gaan, toch zullen we hem nooit meer dan kansel zien beklimmen. Diepe ontroering vervult ons als we denken aan de eenzaam achterblijvende weduwe, die plotseling zich beroofd ziet van den sterken steun die er van hem uitging. En als wij denken aan hetgeen zijn weduwe en aan hetgeen de gemeente, met wie hij zich evenals door den heiligen band des huwelijks verbonden gevoelde, in hem verliezen — kan het dan anders, of er komt iets over ons van de aanvechting waaraan Asaf ten prooi viel, toen hij .......  der vromen zag tegen den achtergrond van den voorspoed der goddeloozen. Het is goed te verstaan, dat er dezer dagen beluisterd kan worden uit den mond van meer dan één, de verzuchting : Wat moet er van 't Veen worden zonder Jongebreur. Hij nam immers zulk een groote plaats in. Hij was zulk een man van gewicht.
Reeds door zijn uiterlijke persoonlijkheid imponeerde hij, maar zeker niet minder door zijn vriendelijk karakter. Hij wist wat hij wilde, en hij wist het meestal te bereiken ook. En als hij het eens niet bereikte, dan bleef hij toch die hij was, zoodat men altijd wist wat men aan hem had. Hij was een man uit één stuk, die afkeerig was van alle draaierij, wars van alle klein gedoe, altijd de groote lijnen in 't oog houdend, zijn beginsel getrouw.
Wat was zijn kanselwerk altijd goed verzorgd. Wat een studie zat er achter ! Wat was het stylistisch wél verzorgd. Hoe eenvoudig en glashelder waren zijn uiteenzettingen van de leerstukken der geopenbaarde waarheden, en toch, hoe instructief, zoodat er wat van bijbleef en het inzicht in de iHeilige Schrift steeds verhelderd werd.
Geen wonder, dat hij al die 25 jaren een aandachtig luisterende schare onder zijn gehoor zag opkomen en dat in de practijk des levens bleek, dat men met hetgeen Jongebreur gezegd had, rekening hield. Dat het tot den bouw der tweede kerk gekomen is, is voor het grootste gedeelte aan zijn invloed te danken.
Toch is zijn invloed niet enkel naar de zichtbare vrucht te meten, want hoevelen is hij ten zegen geweest, ook voor hun persoonlijk zieleleven.
En zou dat niet de schoonste roem zijn, dat hij niet slechts de uitwendige kerk heeft gebouwd en gestreden heeft voor de bewaring en verbreiding van de hem zoo dierbare aloude Gereformeerde Waarheid („Troffel en Zwaard" tegelijk hanteerend), maar dat hij in Gods hand het werktuig mocht zijn dat aan de Onzichtbare Kerk zijn toegevoegd vele zielen.
En nu heeft God hem weggeroepen. Zijn lichamelijke toestand was juist weer veel verbeterd, maar ineens het leven is een damp, de dood wenkt ieder uur werd hij weggenomen. In zijn zilveren jubileumrede heeft hij dit zoo treffend uit doen komen, toen hij zeide : „Alles wat ik heb en alles wat ik ben, moet dragen wat ik boven mijn woning geschreven heb, Linquenda, het moet verlaten worden". 'Nu is hij van zijn post afgelost. Os. Jongebreur geloofde dat alles naar den Raad Gods over ons komt en niets bij geval geschiedt, maar alles uit Gods trouwe Vaderhand ons toekomt. Troosten we elkander met deze waarheid. Gemeente, en trooste God de weduwe met Zijn vertroostingen, die nimmer te klein worden bevonden.

Toespraak ds. Verweys.
Na hem sprak ds. Verweys, van Breukelen, namens het Prov. Kerkbestuur van Utrecht. Het is een aangrijpende gebeurtenis. Gemeente van Veenendaal— zoo zeide hij — die u in het overlijden van uw leeraar heeft getroffen, een gebeurtenis, die het Prov. Kerkbestuur niet is voorbijgegaan. Namens dat Kerkbestuur is mij opgedragen een enkel woord te spreken van medevoelen en medeleven en van dankbare waardeering jegens hem, die God zoo onverwacht uit het leven en uit zijn heilig dienstwerk opgeroepen heeft.
Wij voelen met u mede. Gemeente dezer provincie, die zoo diep getroffen zijt door wat God over u deed komen. Die God moge u troosten en medevoelen in uw nood en met mevrouw jongebreur, aan wie God zoo eensklaps een hartelijk geliefden levensgezel heeft ontnomen. En ik heb een woord voor u, dat de dichter uitsprak: „God heeft u zwaar beproefd ; ik weet maar één troostwoord : dat Hij het deed". Doe Hij ondervinden, dat Zijn vertroostingen nooit te klein zijn. God zij met u en met allen, die zoo smartelijk lijden door dit heengaan. Ds. Jongebreur, die secundus lid van het Prov. Kerkbestuur was, was in het Proponentsexamen een zeer gewaardeerd examinator, gewaardeerd door zijn medeleden en ook door degenen, .die hij onderzoeken moest. We vergeten ds. Jongebreur in den kring van het Prov. Kerkbestuur niet. Zooals de president van Ons Kerkbestuur het zoo raak in drie dingen typeerde : ds. Jongebreur, zoo schreef hij, was een man, streng van overtuiging, ruim van blik, mild van hart. Nooit zal ik vergeten het oogenblik, waarop hij eens tot een jongen man zeide bij het Proponentsexamen, daartoe door zijn geweten gedrongen : dat in de Kerk van Christus niets te brengen heeft hij, die niet geleid wordt door het rijke geloof in Jezus Christus. Moge broeder Van der Snoek geheel herstellen en mogen de ambtsbroeders in deze gemeente dan hun weg met God vervolgen, totdat Hij deze ledige plaats zal vervullen. De uitslag van dit leven is goed, wanneer wij weten, dat het leven in Christus en daarna het sterven gewin is.

Toespraak ds. Couveé.
Ds. Couveé van Amerongen sprak namens 't Classicaal  Bestuur van Wijk en namens den Ring Rhenen en zeide, dat het hem een persoonlijke behoefte was om hier te spreken. Tweemaal heeft spreker ds. Jongebreur toegesproken bij een jubileum, en nu spreekt hij bij zijn overlijden. Ds. Jongebreur was jarenlang lid en scriba van het Classicaal Bestuur. Vele predikanten heb ik met hem zien komen en gaan — aldus spreker — en wij waren wel de oudsten.Hij was geëerd, geliefd en bemind. Persoonlijk wil ik het uitspreken, dat er een vriend van mij heengegaan is. We zullen hem zeer missen, maar hij is de heerlijkheid ingegaan, waarover hij altijd zoo heerlijk kon spreken. God hebbe zijn ziel. Zegene Hij ons allen naar den rijkdom Zijner genade.

Ds. Deur namens de familie.
Ds. W. Deur van Schoonhoven sprak namens de familieleden en namens mevrouw Jongebreur als neef. Meer dan 25 jaar heeft ds. Jongebreur in deze gemeente gewerkt en gij hebt hem gezien in de kracht van zijn leven. Hij heeft veel tot stand gebracht op gebied van School, Kerk en gemeente. Hij was de stuwkracht tot zooveel goeds. In November van 't vorige jaar was ik hier tegenwoordig, toen mijn oom herdacht, dat hij 25 jaar hier herder en leeraar geweest was en hij sprak toen over het woord : „Door de genade Gods ben ik, die ik ben". Toen stond hij nog in ongebroken kracht. Nu, na korten tijd, is het zoo droevig. Toen was z'n huis met bloemen getooid, en .nu is het in somberen rouw gedompeld. Er is een ledige plaats ook in uw huis en in uw hart. Hij was uw herder en leeraar, uw vriend en metgezel, die belangstelde in uw maatschappelijk en geestelijk welzijn. God nam hem weg in de kracht van zijn leven ; hij stierf in actieven dienst. Zijn arbeid was niet tevergeefsch, Gods Woord, door hem gepredikt, zal zijn werking niet missen, het keert nimmer ledig weder. Geve God, dat in den grooten dag. der eeuwigheid Gemeente en Leeraar elkaar ontmoeten voor den Troon en dan blijken moge, dat zijn woord, door Gods Geest geheiligd, voor velen ten zegen geweest is. Dank breng ik u namens de familie, voor wat gij voor hem geweest zijt. Hij is veel geweest voor u, gij zijt ook veel geweest voor hem, want gij stondt achter hem met uw gebed en uw werk. De Heere begraaft Zijn werklieden, maar Zijn werk zet Hij voort. Christus, de Opperste Herder is het. Die voor Zijn leeraars zorg, want de leeraars zullen blinken. Maar de Opperherder blijft en zal zorgen voor de schapen. Dat het laatste woord in deze ure zij : Soli Deo Gloria, Gode alleen de eer.

Ds. Van Grieken spreekt.
Ds. M. van Grieken van Rotterdam sprak namens den Gereformeerden Bond. Hoe gaarne zou ik zwijgen — zoo riep hij uit — hoe gaarne zou ik zwijgen in dit oogenblik, maar dat zou verkeerd worden uitgelegd, en daarom zal ik spreken, doch slechts een enkel woord. Ik zou willen zwijgen, in de eerste plaats omdat ik bijna geen meester ben over mezelf, en ten tweede omdat ik bang ben, dat er te veel gesproken wordt. Ik kan het niet verwerken, dat God in één oogenblik een van mijn beste vrienden, met wien ik 30 jaren lang met innige banden van vriendschap vereenigd ben geweest, zoo onverwachts door den dood heeft weggenomen. Toen het bericht Woensdagavond tot mij kwam, voelde ik, dat het ergste te vreezen was, toen stond het voor mijn geest, dat mijn beste vriend Van der Snoek dood had kunnen zijn en dat mijn beste vriend Jongebreur in één oogenblik tijds door den dood was weggerukt. De Gereformeerde Bond verliest zoo ontzaglijk veel in ds. Jongebreur. God heeft ons niet geraadpleegd, en toen ik gistermorgen in Duitschland in de kerk zat, heeft God den Duitschen pastor gebruikt en mij op mijn plaats gezet, toen de predikant voorlas „met wien heeft God raad gehouden, immers met niemand". Maar daar zit dan in opgesloten, dat als het instrument is weggenomen. God daarin ook voorzien zal. Jongebreur dood ! is dat een uitgebluschte fakkel ? Neen — het is een brandend licht daarboven. Jongebreur dood ! is dat een bloem waarvan de stengel geknakt is ? Neen — Hij is toegevoegd aan de schare om door Jezus Christus gekroond te worden met eere en heerlijkheid. Gemeente van Veenendaal, God zal er in voorzien, maar de Heere wil gebeden worden. Zoekt Zijn aangezicht, en indien ge de nagedachtenis van ds. Jongebreur eeren wilt, hij spreekt nu tot u, dat hij het Woord Gods onder u verkondigd heeft met verzekerdheid. Toont gij dan, dat gij geleerd hebt uw afgoden weg te doen en Jezus Christus lief te hebben. Gezongen werd het laatste vers van Psalm
27 : „Zoo ik niet had geloofd dat in dit leven".
Terwijl de baar de kerk werd uitgedragen speelde het orgel de melodie van Psalm 56. Dit is de Psalm, die ds. Jongebreur bij zijn jubileum in zijn rede had opgenomen : Gij hebt mijn ziel beveiligd voor den dood ; Gij richt mijn voet, dat hij zich nimmer stoot.

Op het Kerkhof. Overgroote belangstelling.
'De politie, geassisteerd door marechaussee, had keurige maatregelen getroffen om alles een ordelijk verloop te doen hebben. Een woord van lof komt aan de politie daarvoor toe. Ook was b.v. een afdeeling van Eerste Hulp bij Ongelukken aanwezig ter hulpverleening als dat noodig mocht blijken.
Onder het klokgebeier schreed de stoet door de straten van Veenendaal naar den stillen doodenakker. De baar werd grafwaarts gedragen door leden van den Kerkeraad.

De Burgemeester spreekt
Nadat de kist in de groeve was neergelaten, trad als eerste spreker naar voren de Burgemeester van Veenendaal, mr. J. P. C. van Kuyk. Ik heb er behoefte aan — zoo zeide hij — om als vertegenwoordiger van het openbaar gezag te herdenken het vele goede dat God aan onze gemeente geschonken heeft in het leven van dezen man. Als ik hem mij herinner, dan zie ik hem eerst zitten in zijn ruime rustige studeerkamer, denkend over wat gebeuren moet, wat tot stand gebracht moet worden, wat mogelijk zou zijn en het plan wordt weloverwogen en van alle kanten bekeken en eerst als het rijp is, wordt het aan anderen medegedeeld. En dan zie ik hem als de man van het initiatief, de man van het aanpakken. Dan komen de bezwaren van allen kant, bezwaren van theoretischen en practischen, van financieelen aard, maar dan komt de man die doorzet, die doorgaat en zijn denkbeeld verwezenlijkt. Niet altijd is hij geslaagd, niet altijd heeft hij zijn denkbeelden verwezenlijkt gezien, maar het is altijd het deel van hen, die werken, om teleurstellingen te hebben meer dan degenen, die het werken aan anderen overlaten. En hij heeft zijn teleurstellingen dan altijd aan hoogere leiding overgegeven. Veel is echter geslaagd, wat hij zich dacht, er zijn scholen gebouwd en een kerk, het vereenigingsleven op allerlei terrein is onder hem tot bloei gekomen. Maar de grootste beteekenis van ds. Jongebreur ligt niet in wat hij heeft tot stand gebracht, maar in hetgeen hij heeft bestreden. Hij kende de Veensche bevolking zoo goed en zag soms langzaam een onweder naderen en deed dan alles om dat te voorkomen. Hij heeft de eenheid gezocht en bevorderd. In de Kerk geen leerstellige kwesties, maar wél een opkomen voor de Belijdenis, naar het onfeilbaar Woord en Getuigenis. Op staatkundig gebied zocht hij steeds de samenwerking. Hij is deze 25 jaar werkzaam geweest in stilheid, als het moest ook met kracht. Nu komt de vraag op : wat nu, en men hoort het al : dit zal geen stand houden, en dat zal verdwijnen, en men wordt er ongerust over. Maar wil men zijn nagedachtenis eeren, dan moet men hem zien alsof hij nu ons toeroept : „zegt den kinderen Israels, dat zij voorttrekken". In zijn geest, dus in eendracht voort moeten we. En bij alles moet den boventoon hebben de dank aan God, Die ons zooveel geschonken heeft in dezen man.
„Er is rouw in het land". van het Centraal Comité. Daar is rouw in het land, ook onder de breede lagen van hen, die op het staatkundig terrein zich gebonden weten aan den onverbiddelijken eisch van Gods souvereiniteit. De indruk die van hem uitging, was, dat zijn dienen van God was in liefde. Het Anti Revolutionaire volk kon op zijn trouw bouwen, omdat het A.R. beginsel hem gegrepen had. Dit beteekende bij een levende ziel als de zijne: staan als een rots in de kracht Gods. Wij moeten hem loven om wat God gemaakt heeft van een van nature niet vertrouwenden zondaar. Het veriies dat geleden wordt, zal gevoeld worden ; er is gemis in velerlei kring, plaatselijk in A.R. kring zal zijn bezielende leiding niet makkelijk gemist en moeilijk vervuld kunnen worden. Provinciaal, omdat een figuur als de zijne niet in het verborgen in een enkele plaats bloeit als een stille bloem, maar zijn invloed wijder gelden doet en hij jarenlang dan ook een plaats in het A.R. Prov. Comité bezet heeft. Ook daar gaapt een leegte door zijn verscheiden ; ook daar is het opengescheurd door zijn heengaan. Al zocht ds. Jongebreur zichzelf niet in het politieke leven, groot was hij in heel zijn politieke leven. Hij, de stoere Hervormd Gereformeerde Anti Revolutionair, levert het ontroerend bewijs van de vastheid, die het beleven van het A.R. beginsel geven kan. Als wij hier zien deze machtige schare, dan zien we het bewijs van het woord, dat God genade en eere geven wil. Er spreekt uit de liefde van het volk voor hem. Die eere zal hem geschonken worden, als wij allen trouw blijven aan het beginsel, dat hij beleed. God tot eere en ons vaderland tot zegen.

Namens de Scholen.
Terwijl de regen neerstroomde, sprak de heer J. Prins, Hoofd der Chr. M.U.L.O.-School, namens de Christelijke Scholen en getuigde hij er van hoe ds. Jongebreur steeds alles deed ter bevordering van het Christelijk Onderwijs, en hoe hij alles ook steeds was voor de onderwijzers, die immer bij hem komen konden om raad en hulp of voorlichting.

„God wil dat wij kort zijn".
Ds. J. H. F. Remme, van Amsterdam, die ook den rouwdienst aan het sterfhuis geleid had, begon met te zeggen: Het is duidelijk. God wil dat wij kort zullen zijn en de stilte in dezen doodenhof ras hersteld zal wezen, daarmee doelend op den regen, die gutste. Troffel en zwaard waren de beelden, waarmee het leven van ds. Jongebreur geteekend kan worden. Daarmee kan zijn levenswerk getypeerd worden. God moge er ons voor bewaren, dat wij ooit ofte immer in den mensch zouden eindigen. Hem komt de eer en de aanbidding en de lof toe. Hartelijk danken wij God, dat Hij ons zulk een vriend gegeven heeft. God geve ons te rusten in de overtuiging, dat de oordeelen Gods ondoorgrondelijk en ondoorzoekelijk zijn. Paulus zegt dat, maar hij eindigt met het „Hem zij eere en heerlijkheid tot in alle eeuwigheid".

Slotwoord.
Mr. C. Beekenkamp, van Den Haag, wilde een kort woord van dank zeggen namens mevrouw Jongebreur, die zich gedragen weten mag door uw liefde en gebed. Zij en de familie houden zich overtuigd, dat de liefde, die de gemeente haar herder en leeraar ds. Jongebreur toedroeg, ook haar zal geschonken worden. Dank aan ds. Van Wijngaarden, die als oudste pastor met zulk een zware taak zich op de schouders gesteld ziet. Moge God hem sterken tot zijn arbeid. Aan Burgemeester van Kuyk willen we onze diepe erkentelijkheid zeggen voor de openbare orde. Menschen als Jongebreur zijn zeldzaam, schreef de heer Colijn dezer dagen. Zalig zijn de dooden, die sterven in den Heere. Geve Hij, dat zijn werken hem mogen volgen tot heil van gemeente en Kerk. Dank aan dr. Engel, dr. Barkey Wolf en de zuster uit Doorn, voor de uitnemende wijze, waarop zij ds. Jongebreur verpleegd hebben.
gezongen werd daarop Psalm 118 vers 10.
Daarna eindigde ds. Remme met een hartroerend smeekgebed, waarin hij tot uitdrukking bracht hoezeer een wonde geslagen is en waarin hij de weduwe en de familie en de Gemeente Veenendaal opdroeg aan den troon der genade.
Diep onder den indruk verliet de duizendkoppige menigte den doodenakker, waar de treurwilg ruischte, zwaar van regen als tranen over een beminden doode

Van ds. j. H. Gunning J.Hzn. te Bilthoven, ontving mevrouw Jongebreur het volgende vers :
Bezweken is de kloeke man. Steeds dapper op zijn post. Hij, Die alléén gebieden kan. Heeft hem nu afgelost.
Gods weg is wel in donkerheid. Die niemand ons verklaart. Wij bukken voor Zijn Majesteit — Maar blikken hemelwaart.
Daar, in den glans, waar 't al voor zwicht. Mocht hij reeds binnengaan ; Daar zullen wij ook, in het licht. Dit raadsel eens verstaan.
Hij rust nu — Ach, hij heeft het goed Op Sion's gouden straat God schenke ons, dat ook onze voet. Om Jezus Christus' heilig bloed eens bij Zijn erfvolk staat !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Teraardebestelling van Ds. Jongebreur.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's