Iets over het lezen van den Bijbel.
De Bijbel is geen boek voor ontspanning, opbouwing of stichting, de Bijbel is levensbrood, spijs, krachtvoedsel, levend water, melk voor jonge kinderen, honing, manna — of in welke beelden de Schrift zich zelf verder noemen mag.
Men kan den Bijbel lezen, maar dit is niet genoeg, men moet Gods Woord als voedsel in zich opnemen, als spijs en drank nuttigen.
1°. Om te kunnen eten, moet men leven. Een doode kan geen spijs, hoe smakelijk ook, bekoren. De natuurlijke mensch begrijpt niet de dingen, die des Geestes zijn. Ook een Nicodemus moest wedergeboren worden, om de geheimen van het Koninkrijk der hemelen te verstaan. Geestelijk doode menschen zullen niets vinden in den Bijbel. Het orgaan om het Woord Gods in zich op te nemen ontbreekt hun. Maar zoodra iemand ontwaakt uit den slaap des doods dan hongert hem. Het schuld-en zondebewustzijn roept om vergeving. De ziel drinkt de boodschap van genade en heil begeerig in, en eigent zich het woord van verzoening toe.
De eerste en groote voorwaarde is dus leven. „Als nieuwgeboren kinderkens zijt zeer begeerig naar de onvervalschte melk", zegt Petrus.
Ieder masker van zelfbedrog moet hier afgerukt worden. Het gaat niet om vrome gevoelens, maar om leven uit God.
2°. Zieken kunnen of mogen niet eten. Ook een levend kind van God kan den smaak voor Gods Woord verliezen, als de ziel innerlijk krank is. Onvoorzichtig wandelen, een bevlekt en niet weder gereinigd geweten, spelen met de zonde, ongehoorzaamheid tegen het Woord en den Geest Gods leidt tot geestelijke krankheid en wanneer niet door ernstige boete een terugkeer tot de eerste liefde volgt, dan verliest Gods Woord zijn kracht. Het verlangen naar dat Woord ontbreekt. Men leest nog, doch alleen uit plichtsgevoel, zonder vreugde, zonder zegen, zonder vrucht. Hier past de vermaning uit Openbaringen 3 om te waken en te versterken het overige, dat sterven zou. Zulk een toestand is zeer gevaarlijk, en hier kan de zielenherder een helpend en terechtbrengend werk verrichten. Is de krankheid met haar oorzaken weggenomen, dan komt de honger naar het Brood des levens van zelf.
3°. Door slecht voedsel kan men de etenslust bederven. Armeensche weeskinderen, die maandenlang van gras en aarde geleefd hadden, konden haast niet meer aan gewonen kost wennen. Zoo ook wie gedachten en zinnen met aardsche dingen overlaadt, door verstrooiing, zorgen, wereldsche belangen of geheel opgaat in uiterlijken arbeid, die verliest den geestelijken trek in Gods Woord. De geest, overvuld met andere dingen, heeft geen plaats meer de gezonde, goede spijzen in zich op te nemen.
Men kan echter ook door 't gebruik van te veel zoetigheden een trek in gewoon brood verliezen. Als Christelijke tijdschrilten, Christelijke dagboeken. Christelijke verhalen of wijsgeerige verhandelingen in plaats van den Bijbel gelezen worden om daaruit onzen geest te voeden, dan wordt de smaak in het krachtige voedsel van den Bijbel bedorven. „Streng dieet" is hier voorgeschreven, tijdelijk zelfs het op zich zelf goede mijden, zich op het gewone concentreeren, totdat de verwende geestelijke maag weer normaal werkt en de gezonde honger terugkeert.
4°. Men kan echter ook door ondervoeding en overwerken de capaciteit van voedselopname verliezen.
Hier ligt voor velen een groot gevaar. De hedendaagsche jacht van den arbeid, het gebrek aan stilte en eenzaamheid, gepaard met groote lichamelijke vermoeienis, deze hebben zulk een slechten invloed op ons geestelijk leven, dat onze geestelijke zintuigen — de oogen, en ooren van onze ziel — in hun functie belemmerd worden. Langzamerhand neemt het vermogen om geestelijk voedsel op te nemen af. Homoeopathische doses zijn toereikend (een enkele tekst wordt nog opgenomen). Het is ermede alsof iemand in haast staande even een stukje brood zou eten om dadelijk weer aan den arbeid te gaan, zonder zich de noodige rust te gunnen om het voedsel tot zich te nemen — totdat .hij eindelijk krachteloos wordt en inzinkt.
In gestichten en vereenigingen worden menigmaal in geestelijken zin kinderen gekweekt, die, gevoerd moeten worden, die niet alleen hebben leeren eten, en daarom innerlijk niet zelfstandig worden. Worden dezulken dan overgeplaatst in een geestelijk doode omgeving dan kunnen ze geen geestelijk voedsel tot zich nemen uit Gods Woord, omdat de levende gemeenschap met Christus, het eeuwige Woord, ontbreekt.
Laten we dus voor de ons toevertrouwde jeugd allereerst vragen of God het leven in ze wil wekken. Dan dat leven verzorgen en versterken, en eindelijk de beste levensomstandigheden voor ze uitkiezen.
Van het allergrootste gewicht is echter, dat wij opvoeders en ouders zelf in het Woord Gods leven, er onze kracht uit putten, en door de inwoning van Gods Geest een levende Bijbeluitlegging zijn, een levende brief van Christus, die onze omgeving duidelijk lezen kan.
Als geestelijke moeders en vaders moeten wij zelf het voedsel genieten, dat wij anderen willen geven ; en van de macht en den invloed van den Heiligen Geest in ons eigen hart zal onze geestelijke invloed op anderen afhangen.
Alleen op deze wijze zullen wij kinderlijk vertrouwen winnen, dat ons vrijmoedig innerlijken nood openbaart.
Trouwe, geloovige voorbidding zal onze kinderen helpen om tot innerlijk gezond geestelijk leven te geraken, zoodat ze niet alleen zelf met geestelijken honger en verlangen Gods Woord gaan lezen, maar ook op hun beurt anderen voeren tot de fonteinen der levende wateren.
Uit het Duitsch E. v. T.—W.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's