KERKELIJKE RONDSCHOUW
Nochtans . . .
Neen, wij gaan als hoofdredacteur nog weer niet in den breede schrijven over het ontroerende feit van het sterven van onzen Penningmeester, ds. Jongebreur. Er zou nog veel te zeggen zijn. Maar er is reeds zooveel gezegd en zooveel geschreven. Daarom willen we verder maar liever zwijgen.
Zwijgen ? Maar dat kan niet. Doch als we dan niet zwijgen, dan willen we spreken van hetgeen God ons te spreken geeft. En dat is dit, dat Hij, de Heere, alles wil zijn. Alles — wanneer we alles hebben. Dan wil God toch alles zijn,opdat alles tot niets worde. Nooit is het anders, dan dat God alles moet zijn.
En dat geeft troost als we niets hebben, als we alles verloren hebben, als we alles kwijt zijn. Als we dan God mogen hebben, dan hebben we alles, ook al hebben we niets.
Ds. Jongebreur hebben we niet meer. De Heere nam hem weg.
Maar ds. Jongebreur was onze kracht niet. We mogen ons niet schuldig maken aan de zonde, waarover Habakuk spreekt, zeggende : „houdende deze zijne kracht voor zijnen God" (1 vers 11).
Ds. Jongebreur was onze kracht niet. Ds. Jongebreur was onze God niet.
De Heere is onze God. „Zijt Gij niet van ouds af de HEERE, mijn God, mijn Heilige ? " roept de profeet uit (Hab. 1 vs. 12). En omdat de HEERE zijn God is zegt hij : „wij zullen niet sterven I" (1 vers 12). Zeker — nu zijn we er nog niet.
Wie zal ons zeggen, wat ons wacht ?
Wie zal de ledige plaats innemen ? Het is haast onmogelijk. Ontzettend groot is het verlies. Wat hadden we veel, heerlijk veel van den Heere in ds. Jongebreur ontvangen. Wat is ons verlies groot, onzegbaar groot ! Maar de Heere is God en niemand meer. Verheerlijkt Hem, gij, vromen !
Neen, we zijn er nog niet. We zien geen opening nog.
Maar de Heere weet Zijn tijd. En — „zoo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal gewisselijk komen, Hij zal niet achterblijven" (Hab. 2 vers 3). „De rechtvaardige zal door zijn geloof leven" (3 vs. 4).
Door zijn geloof — door zijn Godsvertrouwen, zal de geloovige alleen kunnen leven. En als het dan gaat, zooals Habakuk beschrijft : „als ik het hoorde, zoo werd mijn buik beroerd, voor de stem heb-'ben mijne lippen gebeefd ; verrotting kwam in mijn gebeente" (3 vers 16), als het dan „vol benauwdheden" is geworden — dan zingt de profeet, die beroerd is tot in het diepst zijner ziele en die vreest en zeer beangst is, dan zingt de profeet dit wondere lied des geloofs:
„Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal en er geene vrucht aan den wijnstok zijn zal, dat het werk des olijfbooms liegen zal en de velden geene spijs voortbrengen, dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal en dat er geen rund in de stallingen wezen zal — zoo zal ik nochtans in den HEERE van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in den God mijns heils. De HEERE Heere is mijne sterkte" (3 vers 17—19).
Het nochtans des geloofs ! De Heere Heere is mijne sterkte
Prof. dr. Wagenaar van Leeuwarden schrijft in „Evangelisch Zondagsblad" een artikel : Belijdende Kerk of Zendingsgemeente? — waarvan wij gaarne hier een en ander zouden overnemen, omdat wij er ten volle mee instemmen. Plaatsgebrek doet ons echter van breede citaten afzien. Genoeg zij voor het oogenblik, dat hier betoogd wordt, dat de Kerk een belijdende Kerk moet zijn èn dat de belijdende Kerk Zendingskerk moet wezen. Als de Kerk zich niet inlaat met degenen, die niet tot haar behooren en buiten haar kring leven, dan is de Kerk geen Zendingskerk. En als de Kerk Zendingskerk wil zijn, maar er zelve geen belijdenis op na houdt en niet in eigen kring rondom die belijdenis georganiseerd is, dan kan zij niets zijn voor anderen.
Niet enkel belijdende Kerk. Want „wie enkel een belijdende Kerk wil, ontkomt nauwelijks aan het gevaar van Farizeïsme". De Kerk moet belijdende Kerk zijn, maar zij heeft de talenten ontvangen, om ze door te geven. „Ook het geloof behoort tot de talenten, die ons toevertrouwd worden om er nieuwe talenten mee te winnen in den dienst van Hem, die ze ons heeft geleend. Een belijdende Kerk, die haar Zendingstaak veronachtzaamt, heeft kans geestelijk dood te loopen. Die de ontvangen zegeningen niet doorgeeft, verliest ze". „De rivier Gods is vol waters", juicht de Psalmist. Het kenmerkende van een rivier is, dat zij stroomt.
Als het water stilstaat wordt het.een poel, waaruit onvermijdelijk dan opstijgen schadelijke dampen. Op een afgesloten hofje bekijven de afgeleefde bewoners elkander voortdurend".
Daarom moet de Kerk een Zendingskerk zijn. In-en uitwendige Zending, Zending in eigen land en Zending in de landen der heidenen, moet door de Kerk gedreven worden.
„Aan den anderen kant is het niet te loochenen, dat een Zendingsgemeente, die zóó sterk den nadruk legt op hare roeping tegenover anderen, dat zij nalaat zich op haar eigen wezen te bezinnen, gevaar loopt door dit gebrek aan concentratie, ondanks al haar ijver, te gronde te gaan. Men dient toch wel bewust te zijn omtrent datgene waarvan men getuigen wil. Het zout moet in de spijze worden opgenomen om zijn kracht te openbaren en zijn bederfwerenden invloed te doen gelden — maar het zout moet ook zout zijn en blijven, anders wordt het smakeloos en dient nergens meer toe, dan om buitengeworpen te worden en van de menschen vertreden te worden".
Zoo moet ook de Hervormde Kerk — en belijdende Kerk zijn, wil zij haar Zendingstaak, hier en elders, kunnen vervullen. "Zonder Mij kunt gij niets doen", heeft de Heiland gezegd. Daarom moet de Hervormde Kerk een Christus-belijdende Kerk zijn en als Kerk leven uit Hem, die gestorven is voor onze zonden en opgewekt tot onze rechtvaardigmaking. De Kerk, welke omtrent den Christus Gods allerlei tegenstrijdige en onschriftuurlijke leeringen in zich draagt en die wil bewaren en bestendigen, verbeurt het recht van Kerk van Christus te zijn. Zonder dien Christus der Schriften heeft dé Kerk, ook de Hervormde Kerk, trouwens niets, dat zij der wereld zou kunnen bieden tot verlossing en zaligheid. Want wat is er buiten Christus, dal de wereld redden en troosten kan ? Immers niets.
Daarom moet de Gereformeerde opvatting de Hervormde opvatting zijn : de Kerk moet een belijdende Kerk zijn en de belijdende Kerk moet een Zendingskerk zijn.
Wat zou het heerlijk zijn, als de Hervormde Kerk eens als Kerk met de belijdenis van den Christus, naar uitwijzen van Gods Woord, wenschte uit te komen ! Dan staan aan alle kanten de wegen voor haar open, om dag en nacht bezig te zijn in de dingen des Vaders !
Konden we hét nu over het belijdend karakter van de Hervormde Kerk als Kerk — maar eens worden !
Alles wacht er op. Het groote stadsprobleem, het werk der barmhartigheid, het Zendingswerk enz. De velden zijn wit om te oogsten !
Is Uw toorn billijk ontstoken ?
In Amsterdam moet een hoogleeraar zijn aan de Gemeentelijke Universiteit. Op het tweetal door Curatoren voorgedragen staan twee moderne dominé's. In de vergadering van den Gemeenteraad wordt gevraagd : „Waarom staat dr. de Hartog van Amsterdam niet op de voordracht ? " Naar aanleiding van die vraag zal een onderzoek worden ingesteld en intusschen is de benoeming uitgesteld.
Ds. V. d. Poel, van Den Helder, valt nu in „Kerk en Volk" uit tegen die vragende Gemeenteraadsleden. En als dr. De Hartog eventueel benoemd mocht worden, zal ds. V. d. Poel niet nalaten daar schande van te spreken. Hij zal die benoeming dan brandmerken als een „partijdige" enz.
Want dr. De Hartog is orthodox. Ook in Middelburg moet dé Gemeenteraad een benoeming doen en wel voor leeraar in Hebreeuwsch aan het Gymnasium. Twee sollicitanten zijn er : dr. Obbink, Ned. Herv. pred. te Middelburg, en ds. Kastelin. Voorganger der Vrijz. Hervormdem. Maar de eerste is rechtzinnig en de tweede vrijzinnig.
Door allerlei konkelarijen wordt tenslotte de eerste gepasseerd en de tweede benoemd! Rechts tegen Links !
Wil ds. v. d. Poel daar óók eens over schrijven ?
Hij is nu toch bezig ; 't gaat dan in ééne moeite door.
Of de Modernen ook op de Ethischen gebrand zijn !
Dr. de Hartog en dr. Obbink ervaren het. Kan het ook nog nut doen bij het kerkelijk vraagstuk ? We hopen het.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's