De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kleijne luijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kleijne luijden

SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN

5 minuten leestijd

„Maar mijn kind, voel je wel, dat je nu bezig bent den grond voor de eeuwigheidsverwachting in je zelf te zoeken ? Als je dus niet zoo slecht waart, dan hadt je méér hoop en zou je misschien denken, dat je werk er je wel brengen zou. Zooals die man, di€ God dankte dat hij niet zoo was zooals andere menschen. Of zooals die brave zoon uit de gelijkenis, die niet onder één dak wilde met dien jongste, die alles verbrast en zooals hij zei met hoeren doorgebracht had, en voor wie het gemeste kalf was geslacht. Doch de Heere Jezus is niet gekomen om "te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekeering".
Alle roem is uitgesloten. Onverdiende zaligheên. Héb ik van inijn 'God genoten, 'k Roem in vrije gunst alleen.
En Met mijn zwaren val bewogen. Bood Gods liefde mij de hand, O, ontfermend mededoogen, Liefde, boven mijn verstand. Vijandschap was mijn bedenken ; Vleeschelijk onder 't kwaad verkocht. Had ik nimmer Hem gezocht. Hij wou me eerst Zijn liefde schenken..,
„O, ja ; zóó moet het dan zijn. Maar zijn werkelijk dan alle menschen even slecht ? Ook degenen, die nu vroom zijn of die al in den hemel zijn ? "
„Daar mag uitwendig eenig verschil tusschen hen wezen, lieve, maar in den diepen grond zijn wij allen aan elkander gelijk, omdat wij kinderen van dezelfde zondige ouders zijn. 't Is Gods bewarende hand, dat het met velen niet nog erger is. Al de bijbelheiligen waren ook na hun bekeering menschen, die nog velerlei gebreken hadden, al was hun de weg der heiligmaking niet vreemd, maar voor allen blijft het waar dat zij als zondaren moeten verlost en gerechtvaardigd en geheiligd worden en ook als verloste zondaren worden verheerlijkt."
Hier werd het gesprek een oogenblik gestaakt. Vermoeid sloot Bet de oogen, om na te denken. Wat hadden zij daar over vele, gewichtige dingen gesproken, die haar thans duidelijker werden dan ooit. Neen, zij had nog niet wat zij Zocht, maar zij zou ook voor geen geld ter wereld willen missen wat zij wél had. De vertroosting van het Woord, en van tante Sien. O, wat verstond die haar, doch wat had die zélf blijkbaar ook veel doorgemaakt. Haar gelaat was niet tevergeefs zoo gerimpeld, al getuigde het dan ook nog van schoonheid en al lag er een wonderlijke vrede over uitgespreid. Als zij maar bezat, wa* haar blijkbaar zoo gelukkig maakte.
Eenige oogenblikken later hervatte Bet : ,,Tante " „Wat is het, kind."
„Behoef ik dan heelemaal niets te doen? " „Neen ; alleen gehoor geven aan de roepstem : „komt, want alle dingen zijn nu gereed."
„Welke dingen? " „Alles wat er gebeuren moest om het groote avondmaal van de bruiloft des Lams in gereedheid te krijgen en het Vaderhuis met zijn vele woningen toe te bereiden. Daar behoorde heel wat toe. Bet, want daartoe was noodig dat de Heere Jezus den hemel verliet en op deze zondige wereld wonen kwam om onzer één te worden. „Dien, die geen zonde gekend heeft, heeft Cjod zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem". Begrijpt ge 't lieve ? Christus is de diepte des lijdens ingegaan om door een leven van volkomen overgave, waardoor dit een volmaakt offer werd, te doen wat wij niet konden en ook niet wilden. Zoo kwam Hij in onze plaats. „Hij, om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld ; de straf, die óns den vrede aanbrengt was op Hem, en door Zijne striemen is onze genezing geworden. Wij dwaal den allen als schapen ; wij keerden ons een iegelijk naar zijnen weg, maar de Heere deed onzer aller ongerechtigheden op Hem aanloopen". Zoo werd Hij onze Borg en Middelaar, die onze schuld betaalde en onze zonde verzoende en zoo alle dingen gereed maakte. Zoódat er voor ons niets over blijft dan het eene : „komt !"
„Ik ook, tante Sien ? " „Allen, die de uitnoodiging ontvangen en daar behoor jou ook toe. Vele menschen maken hier allerlei bedenkingen. De uitnoodiging is hen te kort en te algemeen, en te eenvoudig, en te gemakkelijk, of ook wel te zwaar, en dan willen zij er over gaan redeneeren, net zoo lang tot het Woord voor hen zijn kracht verloren heeft en dan zeggen zij misschien : „ik bid u, houd mij voor verontschuldigd", maar de zaak is deze, dat zij zóó verward zitten in de dingen van deze wereld, dat hun hart niets van de uitnoodiging Gods moet hebben".
„En kan het dan niets schelen, wanneer wij komen en hoe wij komen ? "|
„Ja zeker wel ; het komen moet nu plaats hebben. Want nu zijn alle dingen gereed. Des Heeren tijd is nu. God legt beslag op dit oogenblik. Heden, indien gij Zijne stem hoort, verhard u niet, maar laat u leiden. En dus moeten wij o-^k komen, zooals wij heden zijn. Niet mooier ; niet anders ; niet slechter ; niet beter, maar juist zooals de genade ons op dit oogenblik vindt".

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Kleijne luijden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's