AAN HET BESTUUR VAN DEN GEREFORMEERDEM BOND TOT VERBREIDING EN VERDEDIGING VAN DE WAAR HEID IN DE HERV. (GEREF.) KERK.
L. S.
Nu de cursus 1929—1930 ten einde is, heb ik de eer aan Uw Bestuur verslag uit te brengen over de in deze periode door mij verrichte werkzaamheden ten bate van de opleiding der studenten in de kennis van de Gereformeerde wereldbeschouwing en hunne voorbereiding op het predikambt.
Het aantal dergenen, die op de collegelijsten geteekend hebben, toonde eenige stijging, want hun getal klom tot zestig. Een zeer groot deel heeft de lessen getrouw en ook met belangstelling gevolgd, zoodat in die gedeelten van den cursus, waarin weinig examina vallen, de zaal geheel bezet was.
In de uren op den Maandagnamiddag werd de leer van het genadeverbond behandeld, inzonderheid dat gedeelte, dat betrekking heeft op de Christologie. Achtereenvolgens kwamen aan de orde : Ie. het genadeverbond en zijn grond ; 2e. de onderscheidende kenmerken van het genadeverbond ; 3e. de openbaring van het genadeverbond ; 4e. de Borg van het genadeverbond onder het Oude Testament. Vervolgens werd in een afzonderlijk hoofddeel eene uiteenzetting gegeven, Ie. van de vleeschwording des Woords ate mysterie ; 2e. werd nader toegelicht Christus als de tweede Adam ; 3e. werd gehandeld over de menschwording des Zoons Gods ; en 4e. besproken de verhouding der goddelijke en menschelijke natuur in den Middelaar.
Dat deze onderwerpen in bijzondere mate de belangstelling trokken, bleek uit de vragen, die gesteld en de opmerkingen, die gemaakt werden. Daardoor werd soms de gelegenheid geschapen voor het geven van allerlei beschouwingen over met het dogma samenhangende wijsgeerige onderwerpen.
Ook de uren op den Vrijdagavond werden door een aanzienlijk aantal studenten geregeld gevolgd. Op verzoek besprak ik met hen een en ander uit de liturgische geschriften, met name het Doopformulier. Een aanmerkelijk aantal uren werd aan de lezing daarvan gewijd. Deze besprekingen gaven dikwijls aanleiding tot vragen, die 't uitgangspunt vormden voor beschouwingen over allerlei onderwerpen, welker kennis voor den toekomstigen Dienaar des Woords van groot belang is. Daardeze colleges ook wel door andersdenkenden bezocht werden, kwam het voor, dat vragen op geheel ander gebied, vooral op dat der wijsbegeerte en sociaal-ethiek ter sprake werden gebracht, welker behandeling voor allen zonder onderscheid leerzaam wezen kon.
Over het geheel mag gezegd, dat telken jare, en ook dit jaar, duidelijker blijkt dat dit gedeelte van het Bondswerk in eene wezenlijke behoefte voorziet. De ervaring leerde bovendien, dat zij, die deze colleges volgden, daardoor gebaat werden, niet slechts voor hun proponentsexamen, maar ook bij hunne voorbereiding op het predikambt. Het groote aantal beroepen, dat op sommigen, die deze colleges trouw volgden, werd uitgebracht, toont, hoezeer de gemeenten zelve de vruchten van dezen arbeid op prijs stellen.
Deze arbeid van den Bond blijkt dus inderdaad ten goede te komen aan de bevordering van den invloed der Gereformeerde beginselen in onze Ned. Hervormde Kerk.
Hiermede meen ik U het voornaamste te hebben meegedeeld van hetgeen in het verslag over dit cursusjaar behoort vermeld te worden.
Hoogachtend heb ik de eer te zijn
Uw dw. dnr.,
H. VISSCHER.
Huis ter Heide, juli 1930.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's