STAAT EN MAATSCHAPPY
De koers kwijt geraakt.
(Slot).
Onlangs maakte de leger-en vlootpredikant in algemeenen dienst ds. Janssen in de Nederlandsche Krijgsman, het orgaan van den Nederlandschen Militairen Bond, de opmerking, dat het kwaad van het anti-militairisme niet alleen in het vrijzinnige kamp schuilt, maar dat 't er ook heel ernstig op gaat lijken — de vorige week vestigden we daarop reeds de aandacht — of de heele jeugd, ook de christelijke jeugd, wordt met dezen ideeën besmet.
Kerk en Vrede jubelt al over het ontwaken van de orthodoxe jongeren en zegt daarvan, dat het zuiver licht van het Evangelie van Jezus Christus, den Vredevorst, Wiens woord ook in onze dagen nog doorklinkt : „Doet wel dengenen die u haten en bidt voor degenen, die u geweld aan doen en die u vervolgen", gelukkig ook in de kringen der rechtzinnige jongeren begint door te dringen.
De Jonge Man, het lijfblad van het Nederiandsch Jongelings Verbond, waarin het toetreden van jongelieden tot het instituut van den Bijzonderen Vrijwilligen Landstorm streng wordt afgekeurd, omdat deze instelling, wanneer de regeering haar behoeft, zal moeten dienen om het land bij revolutionaire woelingen veilig te stellen, beroept zich voor zijn anti-militairistische standpunt op Groen van Prinsterer die aan Nederland het parool gaf : Tegen de revolutie het Evangelie.
Geen Bijzondere Vrijwillige Landstorm, zegt De Jonge Man; politie en justitie zijn de aangewezen instituten om voor het geval de revolutie mocht uitbreken, orde en rust te handhaven. Maar weet het blad dan niet, dat politie en justitie, wanneer de revolutionaire elementen zijn ontketend, voor de taak om de orde en de rust te bewaren niet zijn berekend, doch dat dan een goed georganiseerde en betrouwbare weermacht moet aanwezig zijn om de Overheid in liet handhaven van haar gezag te steunen en te schragen.
En eindelijk komt nu Koers Houden de geesten van de confessioneele jongelingschap bewerken om op grond van Schrift en Belijdenis zich te scharen aan de zijde van de anti-militairisten en plaats te nemen in de gelederen van de mannen der weerloosheid. De weermacht moet verdwijnen, opdat er een nieuwe wereld kan komen, waarin de menschen zoet en braat naast elkander leven en alle leed en ellende zal zijn uitgebannen.
Practisch is het bezwaar, dat het opheffen van de weermacht voor de veiligheid des lands met zich zou brengen — zoo zegt Koers Houden — reeds opgelost, nu Denemarken het heeft aangedurfd om een voorstel tot nationale ontwapening in behandeling te nemen.
Nederland kan dus volgen. De schrijver van het artikel in Koers Houden ziet echter voorbij, ondanks al zijne verzekeringen, dat het voor ons land goed mogelijk is om de nationale ontwapening ter hand te nemen, dat de geografische ligging en ook de economische beteekenis van Nederland, in het bijzonder als koloniale mogendheid van den eersten rang, een gansch andere is dan die van Denemarken. En daardoor verliest zijn pleidooi ten gunste van de weerloosheid voor ons land alle beteekenis.
Dat de voorstanders van het Christenpacifisme zich voor de propaganda van hunne denkbeelden niet kunnen beroepen op Gods Woord en op de Belijdenis, hebben wij bij een vorige gelegenheid bij het toetsen van de weerloosheid aan de Bergrede uit Mattheüs 5 in den breede aangetoond.
In het 13e kapittel van den Romeinenbrief schrijft de Apostel Paulus, na er op te hebben gewezen dat de Overheid Gods dienaresse is u ten goede : „Maar indien gij kwaad doet, zoo vrees ; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs ; want zij is Gods dienaresse, eene wreekster tot straffe dengene die kwaad doet".
God heeft hier dus de Overheid met macht bekleed en aan haar opgedragen de formuleering en de handhaving van het recht i n de natiën en het recht tusschen de natiën.
Daartoe draagt de Overheid het zwaard niet tevergeefs.
De middelen, die God de Overheid heeft gegeven tot handhaving van het recht, zijn de justitie en de politie, maar ook de krijgsmacht.
De Overheid heeft daarbij niet de keuze, of zij al of niet de roeping, haar van Godswege opgelegd, zal volbrengen. Want zoo staat de zaak niet. De taak van de Overheid is haar door God opgedragen en zij heeft die te vervullen, zoo noodig met wapengeweld en als het moet door het vergieten van bloed.
Op grond van Gods Woord is aan de door Hem ingestelde Overheid de macht en het recht gegeven om te dwingen, desnoods met het zwaard. Zij oefent die macht tof handhaving van het recht uit zoowel naar binnen als naar buiten; tot bestraffing van den misdadiger binnen de grenzen des lands, en tot afweer en bestraffing van den vijand daarbuiten.
Tot de Overheidsmacht behoort alzoo de macht om gewapend den rechtsbreker buiten de grenzen te weerstaan tot handhaving van het recht Gods.
Dit leert ook Artikel 36 der Nederlandsche Geloofsbelijdenis, luidende :
Wij gelooven, dat onze goede God, uit oorzaak der verdorvenheid des menschelijken geslachts. Koningen, Prinsen en Overheden verordend heeft, willende dat de wereld geregeerd worde door wet ten en politiën, opdat de ongebondenheid der menschen bedwongen worde, en het alles met goede ordinantie onder de menschen toega. Tot dat einde heeft Hij de Overheid het zwaard in handen gegeven tot straffe der boozen en bescherming der vromen.
Nog sterker dan de Belijdenis, spreekt Calvijn, de Geneefsche reformator, zich tegen de weerloosheid uit, als hij zegt :
De Christen, indien hij naar den regel van zijn vaderland opgeroepen wordt om zijn vorst te dienen, is niet alleen niet in overtreding tegen God door de wapenen op te nemen, maar ook in een heilige roeping, welke men niet kan verwerpen, zonder God te lasteren.
Uit het bovenstaande blijkt duidelijk, dat noch de Schrift, noch de Belijdenis gronden opleveren voor de actie van het Christen-pacifisme. Integendeel, is het Christenpacifisme met Schrift en Belijdenis in absoluten strijd.
Een beroep op Gods Woord en op wat de Vaderen over de weerloosheid hebben geleerd, gaan dus in geenen deele op.
Zij, die het Christen-pacifisme op grond van den Bijbel verdedigen, zijn de koers kwijt geraakt.
Het zesde Gebod.
In 't Nederlandsch Weekblad schrijft de heer B. J. Gerretson, uit Rotterdam, over het zesde Gebod, dat wonderwel aansluit bij hetgeen wij hierboven over het anti-militairisme en de weerloosheid, bezien in het licht van de Schrift, opmerkten.
Wij laten hieronder het artikel volgen.
Het zesde gebod : Gij zult niet doodslaan, is de hoeksteen voor allen, die dienst weigeren, die tegen elken oorlog zijn, ook tegen het verdedigen van het Vaderland ! Daarom zelfs ook geen bewapening, om gereed te zijn als gevaar van aanval dreigt, want bewapening trekt den oorlog aan !
Men zal goed doen, deze beweringen eens wat meer van nabij te bezien. Waar God zelf zegt : die des menschen bloed vergiet, diens bloed zal vergoten worden, heet 't : o ! maar dat is oud-Testamentisch ; Jezus heeft ons gansch anders geleerd. Hij leert ons onze vijanden lief te hebben !
Volkomen juist, maar het is toch wel opmerkelijk, dat onze Heiland, als een krijgsknecht tot hem kwam, dezen nooit heeft bestraft, of hem het verkeerde van zijn doen voor oogen hield ! De Heer, die steeds de zondaren vermaande, om hun slechten weg te verlaten ! Maar bovenal, in het Nieuwe Testament staat toch óók, dat de Overheid het zwaard niet te vergeefs draagt ! Daarmede is toch geen sier-degen bedoeld ! Waarvoor zou de Overheid dat zwaard anders dragen, dan om er den misdadiger mede te straffen ? Maar er is meer !
De Heer Jezus zegt ook, dat wij twee mijlen moeten gaan, met hem, die ons wil dwingen één mijl te gaan ! Ook dat wij den anderen wang moeten bieden, aan wie ons op den eenen slaat, en niet moeten verhinderen den rok te laten nemen door wien reeds den mantel nam ! Evenzeer, dat wij niet terug moeten eischen van dengeen, die het onze nam. Waarom herinnert men zich wel des Heeren woord : Gij zult uwe vijanden liefhebben, en daarom niet dooden, maar vergeet op eens al die andere geboden, die toch óók „in het Nieuwe Testament" staan ? Dan klaagt men zijn naaste aan wegens diefstal en als de schuld niet wordt betaald, komt er ook al ras de Justitie aan te pas !
Het één óf het ander, maar geen Bijbelgebruik (in dit geval misbruik) voor tendentieuze doeleinden ! Daar is de H. Schrift niet voor ! Wie niet wil „doodslaan", d.i. ook niet bij eventueele verdediging van den geboortegrond, omdat de Heer Jezus het heeft verboden, die mag evenmin de overige, even duidelijke geboden des Heeren veronachtzamen, en klage niemand verder aan, die ons 't onze met geweld ontneemt (en waarom dan dit tot kleederen beperkt !) en waarom ook niet tot het nemen van geld enz. uitgebreid en wat dies meer zij .! Dan ook niemand aangeklaagd die ons dwingt met hem te gaan, twee of meer „mijlen" ? Is dit geen vrijheidsberooving ? En is het niet terug betalen van geleend geld, geen daad waar de rechter aan te pas komt ?
Nog eens daarom : men misbruike des Heilands woorden niet, door ze van pas te verklaren, als we er ons tendentieus doel door meenen te bereiken. Men late dat over aan hen, die daartoe den treurigen moed hebben ! Ons moge Gods Woord, zoo in Oud-als in Nieuw Testament, daarvoor te heilig zijn !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's