Het Humanisme.
De groote volksverhuizing, die door den val van het Romeinsche rijk van het Oosten naar het Westen plaats had (375), is voor Europa van groote beteekenis geworden. Toen kwamen de Gothen, Longobarden, Wandalen, Slaven, Hunnen en Noormannen en veel kostelijke goederen zijn teloor gegaan. De wetenschap heeft groote verliezen geleden. De beschaving is ineengezonken. Eene schitterende letterkunde is aan de vergetelheid prijs gegeven.
Zoo kunnen we ook in de 6de eeuw van groot verval spreken op het terrein van de wetenschap ; de klassieke letteren worden veracht; schrikkelijke onkunde overal. Paus Gregorius verbiedt nog eens aan alle bisschoppen „de voortbrengselen der heidensche letterkunde" te lezen ; hij doet de klassieken nog eens voor goed in den ban ; wat eigenlijk niet noodig meer was, want ze waren dood.
Wat is het in 1500 een reuzenverschil met het jaar 500 !
Stel den verfijnden mysticus als Thomas a Kempis, den auteur van de „Navolging van Christus", naast den botterik als Gregorius van Tours, die in het midden van de 6de eeuw leefde. Welk een groot verschil, in het voordeel van dé 14de eeuw ! (Thomas è Kempis 1380—1471).
Een smaakvol Koning als Frans I (1560) herkent in den onwetenden Dagobert (die in 631 te Utrecht de St. Thomaskapel stichtte) ternauwernood zijn voorganger.
De eerste krachtige pogingen om de letterkunde van Griekenland en Rome weder toegankelijk te maken, geschiedden onder de regeering van Karel den Groote (die in 768 aan de regeering was gekomen en in 800 door Paus Leo III tot Romeinsch Keizer — Keizer van het Westen — werd gekroond) door.Alcuïnus. Door zijn vorstelijken meester, die door schitterende, ruime en breede inzichten werd geleid, zag Alcuinus zich in staat gesteld te Aken, te Tours en elders inrichtingen te scheppen, waarin op groote schaal klassieken werden afgeschreven. De oudste en beste handschriften, die men vinden kon, werden verzameld. Zelfs het fraaie schrift werd precies nagebootst, zóó precies dat men nu zelfs nog moeite heeft om te zeggen of een handschrift uit de 4de of wel uit de 9de eeuw is.
Deze eerste poging om de klassieken weer in eere te herstellen is evenwel mislukt. In de 10de eeuw, die door velen als de ijzeren eeuw wordt bestempeld, schijnt het licht van wetenschap en beschaving in West-Europa uitgebluscht. Als Paus Johannes XII zelf een brief moet opstellen, wemelt zijn schrijven van grove taal-en stijlfouten.
In Italië herleeft de liefde voor de oude, klassieke wereld — het Humanisme. Het keerpunt is bereikt in Dante en Petrarca.
Het Humanisme berust op waardeering van het echt-menschelijke ; op de overtuiging, dat de mensch van nature van adel is ; en het Humanisme houdt zich verzekerd van de eenheid van het menschelijk geslacht in alle landen en tijden. Op die twee trekken van het Humanisme, dat het streven was om langs den weg van beschaving en wetenschap tot volmaking te komen (o.a. de humanist Desiderius Erasmus, in 1466 te Rotterdam geboren), moet worden gelet.
In het beeldhouwwerk der Grieken kwam het echt-menschelijke uit en daarom is 't ook zoo vol bekoring. De beeldhouwer stelt den mensch voor in zijn naaktheid en tegelijkertijd in zijn schoonheid. Hij rukt hem af alle mode, al 't bijkomstige, al 't plaatselijke, allen opschik — en geeft hem een ideale volmaaktheid in schoonheid, welke hij wel niet heeft bereikt, maar waarvoor hij was besternd.
Gansch iets anders vertoonen de Middeleeuwen.
In de Middeleeuwen heerscht de tegenovergestelde beschouwing van den mensch en het menschelijke. Men heeft meer oog voor de donkere, dan voor de zonnige zijde. Men acht nu den mensch naar lichaam en ziel leelijk. De Middeleeuwsche christen heeft het welbehagen in de schoonheid van menschelijke vormen niet gekend. Schilders en beeldhouwers geven veelal menschelijke vormen die onbehagelijk zijn. Die zonderlinge boezems die Vlaamsche schilders soms aan de Maagd Maria geven ! Wat gedrochtelijke vrouwen dikwijls !
En zooals men over het lichaam dacht, dacht men over de ziel. De doorgaande lijnen zijn grof, lomp, plomp. De doorgaande stemming is pessimistisch.
Als het ontwaken uit een bangen droom is de opkomst van het Humanisme. Men heeft weder oog gekregen èn voor de schoonheid van het menschelijk lichaam, èn voor den adeldom der menschelijke ziel. Wat mooie figuren geeft Michel Angelo ; en dan de figuur van Johannes den Dooper door Da Vinci ; of de vrouwenfiguren van Botticelli !
Ook in de letterkunde die zelfde opwaking. Het Humanisme voelt het mooie en gelooft in den aanleg des menschen ; het acht hem begaafd met de echte vermogens. „De menschelijke rede is niets anders dan een straal van het goddelijke licht", leert men ; en daarom verwacht het Humanisme ook alles van een doelmatige opvoeding, van oordeelkundige vorming. De grondstof is aanwezig — leerde men — het komt slechts aan op de bekwame hand, die er iets goeds van weet te maken.
Bekend is het, dat Erasmus talrijke geschriften heeft gegeven over onderwijs en opvoeding, en deze hebben den weg gebaand voor eene geheele schoolhervorming. Hij zegt „de beste school is die, waar gelijke zorg wordt besteed aan het onderwijs èn aan karaktervorming. Het streven van allen, die bij de school betrokken zijn, behoort gericht te wezen op twee dingen. Het eene heet vrome zin (piëtas) ; het andere wijsheid (sapientia).
Zijn pleidooi „over de noodzakelijkheid om kinderen van de prille jeugd te onderrichten in deugd en fraaie letteren" is bekend, en mee door hem is een geestdrift voor de klassieken ontbrand.
Te Leuven is op advies en initiatief van Erasmus een drietalig-college gesticht voor de beoefening van Hebreeuwsch en Grieksch en Latijn ; terwijl een zijner leerlingen een uitgewerkt program gaf voor 't gymnasium en de hoogeschool te Straatsburg.
De schrijvers uit het oudste tijdperk werden weer naar voren gebracht en dit bracht aan 't licht, dat de Middeleeuwsche Kerk met hare hiërarchische inrichting, hare talrijke ceremoniën en wetten in het oudste tijdperk niet terug te vinden is. En de begeerte kwam op, om het oorspronkelijk Christendom weer te herstellen. Het Hebreeuwsch en het Grieksch werden weer beoefend, om den Bijbel in die grondtalen te kunnen lezen en de Bijbel werd ook weer in die grondtalen gedrukt en algemeen toegankelijk gemaakt.
En zoo is het Humanisme als geheel, als beweging, als .geestesrichting aan de Hervorming ten goede gekomen ; het deed de behoefte aan Reformatie dieper gevoelen ; hoewel de Humanisten zélf meest Roomsch zijn gebleven ; uitgezonderd b.v. de Nederlandsche Humanisten Grapheus, rector te Den Haag ; Canirivus, rector te Delft, en Lystrius, rector te Zwolle, die met de Hervorming zijn meegegaan.
Waar we den naam van Desiderius Erasmus, den beroemden Rotterdammer, genoemd hebben, is het niet kwaad even zijn dogmatisch standpunt te noemen, als karakteristiek van het Humanisme. Deze zeldzaam beroemde Erasmus, van wien men onlangs 124 verschillende portretten in olieverf telde, verspreid over de geheele wereld, — welke vorst kan zijn populariteit bij die van Erasmus vergelijken ? — leerde : dat de mensch kind van God is ; dat hij geboren is om gelukkig te zijn, om God als zijn hemelschen Vader lief te hebben en den naaste als zijn broeder. De menschelijke ziel is van nature christen !"
Voor Erasmus is dat de hoofdinhoud van het evangelie, van den geheelen Bijbel. En zoo was ook één van de beginselen van hem : de huldiging van de vrijheid en verdraagzaamheid op godsdienstig gebied ; waarom - hij verfoeide elke geloofsvervolging als een toegeven aan wreedheid.
Dogmatisch staat het Humanisme dus verre af van de beginselen der Reformatie, die aan de Heilige Schrift waren ontleend en in onze belijdenisschriften zijn neergelegd. Maar zooals we reeds zeiden het Humanisme heeft het oorspronKelijke Christendom weer naar voren gebracht, voor de grondtalen des Bijbels weer liefde gewekt en is als geheel, als beweging, aan de Hervorming ten goede gekomen.
Een geestdrift voor de klassieken is ontbrand. Weldra komen scharen van dichters en proza-schrijvers. Dé bewondering der klassieken voert tot navolging. Alle genre's worden beoefend ; alle stoffen worden behandeld. En het kennelijk doel is blijkbaar steeds, om alle geloofsbelijdenissen bij elkaar te brengen en het te doen gevoelen, —zooals men zegt — dat het niet gaat om een Jood, of Griek, niet om een Italiaan of Duitscher, maar omalwatmenschis! In het algemeen is dan ook het nationaal gevoel bij de Humanisten niet sterk ontwikkeld. Het zijn echte kosmopolieten ; ze zijn overal thuis. Erasmus woont met genoegen, behalve in de Z. Nederlanden, in Frankrijk, Engeland, Italië of Zwitserland. Petrus Martyr, een geboren Italiaan, woonde en werkte te Straatsburg, te Oxford en te Zurich. Laelius en Faustus Socinus hebben in Polen een zeer grooten invloed uitgeoefend. Door hen werd het land de bakermat van het Socinianisme. En 't waren Italianen, die in Zwitserland en in Polen geleefd hebben. Die uitwissching van de landsgrenzen lag in den geest van het Humanisme. Voor den Humanist was het vaderland : de wereld. En hoewel ze van zeer verschillenden stand en van verschillende moedertaal waren, worden ze door de geestdrift voor één gemeenschappelijk ideaal saamgebonden, wat ook uitkomt in een uitgebreide briefwisseling.
Scheen het een oogenblik alsof Luther zich wilde scharen aan de zijde van het nationale Humanisme, dat we zien in Franz von Sickingen, Ulrich van Huten, Rubianus e.a, . die den Duitschen volksgeest hebben wakker geroepen en de Duitsche natie tot het besef van hare mondigheid hebben gebracht en haar hebben doen inzien, dat zij zich niet langer moest laten regeeren door lieden van over de Alpen — spoedig heeft Luther zich evenwel weer aan die beweging onttrokken, daar de grondbeginselen vierkant tegenover de zijne stonden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's