Aan mijn vrienden van „De Waarheidsvriend
Ik gevoel mij gedrongen om een enkel woord tot de lezers van „De Waarheidsvriend" te zeggen.
In de eerste plaats dat ik gevoeld heb, dat er een diep meeleven geweest is in alles wat mij is overkomen. Het heeft mijn gewonde ziel goed gedaan en het is mij dikwijls tot troost en bemoediging geweest. De vele en goede vrienden in Veenendaal hebben mij in alles bijgestaan, en hoewel menschen moeilijke vertroosters zijn, kan men zulke menschen toch niet missen. Zij zijn, naast God, die mij in alles heeft ondersteund, dikwijls een hand en een voet op mijn zwaren levensweg geweest. Ik gevoel mij gedrongen om langs dezen weg mijnen velen Veenendaalsche vrienden hartelijk dank te zeggen voor alles wat zij voor mij geweest zijn. Maar in de tweede plaats heb ik diep meeleven ondervonden van de vrienden uit den lezerskring van „De Waarheidsvriend". Ik zeg hun allen hartelijk dank voor hun meeleven. Ik hoop dat zoowel mijn Veenendaalsche vrienden, als de vrienden uit den lezerskring van „De Waarheidsvriend", mij in hunne gebeden zullen blijven gedenken.
Maar nu heb ik nog iets te zeggen. Mijn beste man was met hart en ziel gebonden aan „De Waarheidsvriend". Als wij des avonds naar boven gingen en ik zeide : man, het is al zoo laat, wacht maar tot morgen om „Financiën" af te werken, dan was het altijd : werken zoolang het dag is, want de nacht komt, waarin niemand werken kan. Nu, dat is voor mijn man op het onverwachts bewaarheid. Wij mogen gelooven dat hij daar is waar het geen nacht meer zijn zal, maar een eeuwig genieten van de heerlijkheid, waar hij zoo dikwijls en zoo velen heeft mogen heenwijzen. Hij mag nu genieten van die rust, die er over blijft voor het volk van God.
Zooals onze lezers weten, is ds. Van der Snoek als opvolger van mijn man tot Penningmeester benoemd. Ik ben er blij mee en beveel onzen Bond in uw aller mededeelzaamheid aan. Ik zou zeggen, doe het voor mijn besten man, die toch o zooveel voor den Bond gevoelde. Ik durf te zeggen dat hij zijn beste krachten en zelfs zijn laatste krachten aan het ambtswerk in ons Veenendaal en aan den Bond heeft gegeven. Deze woorden zijn woorden uit mijn hart gegrepen en ik meende ze te moeten zeggen aan allen die met mij deze droeve dagen hebben meegemaakt.
Na vriendelijke groeten,
iMevr. Wed. C. W. JONGEBREUR— van Vliet.
P.S. De laatste preek, welke mijn man te Veenendaal gehouden heeft, zal ten voordeele van het Studiefonds worden uitgegeven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's