De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kleine Luijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kleine Luijden

SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN

4 minuten leestijd

„Dominé',, — zei Sien, en hare stem beefde van aandoening — „ik hoop dat U mij goed verstaat. Hoeveel dank ik gevoel u verschuldigd te zijn, kan ik niet uitspreken, maar hoop in 't vervolg nog meer dan tot heden, in de gelegenheid te zullen zijn dezen U te toonen. Met wat u zegt, kan ik mij ook volkomen vereenigen ; zelfs heb ik soms naar de ontknooping verlangd. Alleen, 't komt zoo onverwacht en zoo ongelegen.
Elk oogenblik kan Bet wakker worden, en zij mag mijn ontroering niet zien. Geef mij daarom tijd tot nadenken, maar zoo spoedig mogelijk hoop ik U de verklaring van mijn leven te geven, waardoor mis­schien tevens véél wat U duister was, zal worden opgehelderd, en men mij beter zal begrijpen."
„Natuurlijk, " — zei dominé. „'t Ligt aller minst in mijn bedoeling ook maar iets te forceeren, doch ik meende om je eigen welzijn dit te moeten zeggen. Voor de rest ligt het geheel aan je zelf, wat te willen mee deelen of te verzwijgen. Als je het echter goed vindt, blijf je tot zóó lang voor mij tante Sien."
„Ik hoop van daarna ook nog dominé." Hierop volgde spoedig het afscheid. Beiden hadden hun eigen gedachten, en verlangden naar de eenzaamheid. In weinige oogenblikken was zooveel uit het lang verleden doorleefd, dat stil maakte.
Toen Bet kort daarop ontwaakte, viel het haar op hoe bleek tante Sien zag. „Ben je vermoeid ? " — vroeg zij.
„Neen kind, hoe zoo ?
„Mij dunkt ik zie het ; jammer dat vader zoo laat thuis komt. Kon je hier vannacht maar blijven !"
Maar dat ging niet. Om Henkie niet, en óók niet, omdat Sien dan alleen moest zijn om te overwegen hoe zij dominé Randwijk haar geheim zou meedeelen.
Toen Mulder dien avond thuis kwam, lag Bet al lang weer in het ledikant.
„Hoe is 't gegaan, kind ? "
„Best vader; tante Sien is zulk een moeder voor mij."
„En zie eens wat ik hier voor je heb."
Meteen haalde hij de medicijnen te voorschijn en vertelde zijn wedervaren.
„En nu zal je hloop ik spoedig weer beter zijn, Bet."
Een matte glimlach gleed over het gelaat.
„Zoo de Heer wil, vader."

HOOFDSTUK XI.
ONTHULLINGEN.

Half verscholen tusschen wilden wingerd en kamperfoelie lag de woning van tante Sien als een vredig rustoord aan „de Viersprong." Toen boer Rijpkema merkte dat hij zijn zorg aan geen onwaardige ging besteden en zoo langzamerhand uit allerlei kleinigheden bleek dat tante Sien van goeden huize moest zijn, liet hij niet na, nii deze en dan weer gêne verbetering aan te brengen, zoodat het langzamerhand een lief landhuisje werd. Daar kwam bij dat van verschillende zijden hiertoe werd medegewerkt.
Al spoedig bleek hoe tante Sien een groote liefhebster van bloemen en planten was, doch vandaar dat menige liefdedienst, door haar verricht, beloond werd met het schenken van een van Flora's kinderen, „'t Lijkt wel een park te worden", heeft Rijpkema al eens tegen haar gezegd, toen zij op een vroegen morgen bezig was met uitsnijden en opbinden en wieden. Ja, het kwam nog al eens voor, dat men 's Zondagsmiddags na de preek vanuit het dorp tusschen de korenvelden door een wandeling ging maken over „de Viersprong", louter om dan hier te bewonderen hoe met eenvoudige middelen, gepaard aan een fijnen smaak voor het schoone, van de oneindige verscheidenheid der geuren en kleuren, die de groote Schepper door Zijne almacht uit den donkeren aardschoot laat opkomen, iets schoons verkregen kan worden.
„'k Weet nooit hoe zij het zoo krijgt", heeft vrouw Deelstra meermalen gezegd, en vrouw Rijpkema beaamt dit ten volle, om er echter aan toe te voegen dat dit ook al weer een gave is, doch: meteen verraadt hoe Sien in een heel andere omgeving is opgevoed. En zoo was het.
Slechts enkele dagen na hare ontmoeting met dominé Randwijk ten huize van baas Mulder, zaten zij weer samen tegenover elkander, — thans aan de Viersprong. Henkie was naar den meester om les ; de huisarbeid was aan kant ; 't leek een rustige dag voor Sien te zullen worden en daarom had zij dit morgenuur uitgekozen om volgens belofte aan haren weldoener te vertellen, wat zij noodig oordeelde om daardoor wellicht beter begrepen te worden.
„Zooals u uit mijn achternaam reeds gedacht zult hebben, ben ik van Duitschen oorsprong" — begon zij. „Mijn vader was een Thuringer, die door een samenloop van omstandigheden naar Den Haag kwam wonen en daar zich inzonderheid een naam wist te maken door zijn buitengewone muzikale gaven. Zoo kwam hij in aanraking met haar, die later mijn moeder werd. Beiden hadden gemeen, dat zij zeer artistiek waren aangelegd en veel voor de kunst gevoelden, doch voor de rest was het onderscheid tusschen hen groot.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Kleine Luijden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's