De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

7 minuten leestijd

In den loop van deze week heb ik niet zoo heel geld ontvangen.
'k Zal dit nog maar toeschrijven aan den slappen tijd van het jaar.
Er zullen toch wel niet zijn, die eens willen afwachten of de nieuwe Penningmeester goed klagen kan ? „Dat behoort er zoo bij" zegt men, „een penningmeester moet den , , menschen het geld uit den zak weten te kloppen" Nu, dat kan ik niet. Dat moet ik dan zeker nog leeren. 'k Vrees ook dat ik daarin hardleersch ben. Het gaat mij tenminste nooit goed af een collecte aan te bevelen, zooals sommige dominee's dat zoo prachtig kunnen doen. Ik maak het altijd maar heel kort Ik denk er dan ook niet over nu te gaan klagen. Laat ik liever maar eens gaan zeggen waarover ik mij wil verheugen. Ik vertrouw dat ook gij in die vreugde deelt.
Wel, ik bedoel dat wij zoovele jonge menschen kunnen helpen in hun wensch om Evangeliedienaar te worden in de Kerk die wij liefhebben.
Toen ik verleden week voor het eerst in de vergadering van de Studiefonds-commissie was, zag ik al onze gymnasiasten aan een lange tafel zitten. Zij moesten toch ook wat gebruiken, nu zij daar door ons waren opgeroepen. Het deed mij waarlijk goed hen daar te zien als toekomstige predikers van het Woord der Waarheid. De gedachte kwam bij mij op, dat wel veel van ons is weggenomen, door den dood van een onzer besten, ds. Jongebreur, maar dat daar weer een lange rij klaar zit, om straks, na volbrachte studie, onze Kerk binnen te treden, door hetzelfde beginsel gedreven. Ge wilt toch wel gelooven dat de vreugde over dien aanblik den weemoed overheerschte, die mij vervulde, nu ik voor het eerst in functie was in de plaats van mijn besten collega ? Zouden wij dan slechts blijven turen op het geweldige verlies, terwijl de Heere het ons voor oogen houdt dat Hij voortgaat en de Evangeliedienaren in rijen weet te beschikken voor het werk, waarin Zijn Naam verheerlijkt wordt? Het moet ons een voorrecht zijn dat wij, als middelen, in dat werk iets mogen doen.
't Spreekt wel vanzelf dat de financieele hulp, die wij onzen jongen menschen kunnen bieden, niet het een-en-al is. Het is er ons niet om te doen dat er maar veel dominees in de Kerk komen. We hebben geen gebrek aan predikanten, maar wel aan Gereformeerde leeraars, aan hen die Evangeliedienaars willen zijn, predikers van het Evangelie, van het éénige Evangelie, in den mooien, diepen, breeden en hoogen zin, waarin ons dit door Gods Woord geopenbaard is.
Het Studiefonds is van belang, maar het Leerstoelfonds niet minder. Waarlijk, onze alumni zijn door geld alleen niet gebaat. Zij moeten wetenschappelijk onderlegd, zoodat het schoone van onze Gereformeerde levensbeschouwing hun bijgebracht wordt, zooals dit aan onzen hooggeachten Hoogleeraar, prof. dr. H. Visscher, zoo uitnemend is toevertrouwd. Aan zulke leeraars hééft onze Kerk wat. Zulken geraken dadelijk niet den koers kwijt, als men uit de gemeente hen met-groote woorden tegenkomt. Zij moeten goed weten wat Gereformeerd is, om dan ook met hart en ziel onze Bondsactie te steunen, door welke actie zij middelijkerwijs dominee zijn geworden.
Zeker, een rechte Evangelie-dienaar moet van God geleerd zijn. De Heilige Geest moet hem verlichten. In z'n hart moet het Woord Gods een plaats hebben gekregen, zoodat hij zich met lust aan de zaak des Heeren geeft.
Maar wij moeten hierin zeer nauwkeurig toezien op den weg der middelen en den Heiligen Geest niet willen gebruiken om onze traagheid te vergoelijken.
Onze jonge menschen moeten goed begrijpen uit welken kring het geld komt, waardoor zij gesteund worden. Dat moet voor hen en ook voor hunne ouders een gewetenszaak zijn. Wij hebben helaas in onze Kerk allerlei richtingen en stroomen. Maar als de door het Studiefonds gesteunden, zij, die zelf om onze hulp vroegen om de begeerte van het hart te verkrijgen, blijken mee te gaan met een richting, die in onze Hervormde (Gereformeerde) Kerk niet thuis behoort en die onze Bondsactie tegenstaat, dan moeten wij zulken niet hebben. Van zulken verwachten wij voor de verbreiding van de Waarheid in onze Kerk niets en daarvoor hebben de menschen hun geld niet gegeven En als er dan ouders zijn die er toch gebruik van maken — immers zij zouden hun jongen zoo graag predikant zien — en als een jonge man toch de hulp van het Studiefonds aanvaardt, dan vind ik dat op z'n zachtst gezegd onbehoorlijk. Men kan er niet mee voor God verschijnen.
Wij hebben aan predikanten in 't algemeen geen behoefte, maar wel aan dienaars van het Evangelie. Daar zijn vele gemeenten in onze Kerk, die steeds maar beroepen en steeds weer teleurgesteld worden. Hoe lang zal dat nog duren moeten?
Nu begrijpt gij wel, waarom het mij zoo goed deed, toen ik verleden week al onze gymnasiasten aan een lange tafel zag zitten.
Klagen over de weinige inkomsten wil ik dus heelemaal niet doen. 'k Heb heel wat geld naar Utrecht moeten meenemen, 'k Moest er bij de bank om gaan vragen. Maar dat komt alles wel in orde, als ook gij iets van mijn blijdschap aanvoelt. Eén beste leeraar is ons ontrukt. Maar daar was weer een lange rij, waarvan wij hopen en bidden, dat zij allen beste leeraars zullen worden.
Veenendaal. De eerste gaven heb ik als nieuwe Penningmeester uit eigen gemeente gekregen. Die staan dus bovenaan ! Bovendien is aan die gaven iets moois verbonden, waardoor zij mij als eerstelingen veel bemoedigden. Twee N.N.'s zaten bij elkander en mochten beiden spreken van herstel van het ziekbed, maar ook van zegen die hun ziel had ondervonden. En toen de eene uit dankbaarheid voor die dubbele weldaad, haar geschonken, ƒ2.50 voor de fondsen gaf, dacht de broeder, die haar bezocht : dan doe ik er ƒ 10.— bij. Al zou ik nu verder niets meer hebben te verantwoorden, dan was ik toch blij over zulke gaven. Misschien zijn er, die dit lezen, die ook klein zijn geworden onder de zegenende hand des Heeren en die nu ook het voorbeeld van die twee Veenendaalsche N.N.'s willen volgen ?
Verder kwam een oud-leerlinge mij om raad vragen in haar moeiten, die mij later ƒ 1.— zond.
Door middel van v. B. ontving ik van R. te Amerongen ƒ1.—, terwijl diaken B. nog een preek verkocht had voor ƒ 0.60. Haarlem. De afdeeling daar zond mij ƒ11.62, zijnde de contributie der leden.
Berkel. Van H. K. ƒ1.50 contributie van het nieuwe lid T. v. d. V.
Zegveld. Van C. Bardelmeijer ƒ3.05, opbrengst uit het busje no. 20 over de maand Augustus.
Hasselt. Ds. A. C. Enkelaar zond ƒ5, deel van een gift van ƒ 25.— van N. N. te Hasselt.
Maassluis. De penningmeester der afdeeling, A. T. Langeveld, stuurde ƒ 10.— uit de kas.
Rotterdam. Door middel van ds. M. van Grieken kreeg ik drie giften, n.l. van ƒ30.—, van ƒ5.— en van ƒ2.—, tezamen ƒ 37.—.
Slikkerveer. Van P. van Beek ƒ10.86, opbrengst van busje no. 206, verzameld bij de lezers van „De Waarheidsvriend", 'k Dank hem wel voor den wensch, dien hij er bijvoegde, ten opzichte van mijn nieuwe taak. Ja, 'k heb daarin wel sterkte en zegen noodig. 't Is een heel werk. Nooit heb ik gedacht dat ik zulk een financier zou moeten worden.
Z. Van J. V. G. ƒ5.—, waaronder ƒ2.50 van N. N.
Charlois. Ds. G. J. Koolhaas zond ƒ2.50, gecollecteerd voor de beide fondsen onder motto Z. Z. (mij van ouds bekend), in de Nieuwe Kerk.
Utrecht. Door middel van den heer Brinkers ƒ5.— „van een gelukkig echtpaar voor genoten zegeningen."
Als ik nu van de ontvangen giften een optelling maak, wil ik wel tevreden zijn. Het is de som van
f 106.63.

Hartelijk dank.
De Penningmeester
Veenendaal.
Ds. N. VAN DER SNOEK.

*POSTZEGELS, CAPSULES EN ZILVER-PAPIE».

Ontvangen van :

1e. Mej. H. van Dalen, Vianen, postzegels en zilverpapier.

2e. Piet en Arie Versluis, Hoogeveen, postzegels, capsules en theelood.

3e. De kinderen J. de Groot, Giessendam, zilverpapier en postzegels.

4e. Jo en Willem de Keizer, zilverpapier en oude munten. Leerdam,

Tevens deel ik nog mede, dat in het pakje van mej. M. Landwaart (de vorige week ontvangen en verantwoord) zich ook bevonden 40 halve centen.

Met hartelijken dank en aanbeveling.

Mej. J. DEN HARTOG.

Dordrecht, Krommedijk 60.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's