De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

De Morgenster.

9 minuten leestijd

En Ik zal hem de morgenster geven. Openb. 2 vers 28.

(Vervolg en slot).
't Gaat hier over hem, die overwint. D.w.z. over een, die overwinnende is. Zoo staat het er in het oorspronkelijke Die overwinnende is, die bezig is in den moeilijksten strijd. Hij zal ook overwinnen. De geestelijke strijd staat in het teeken der overwinning. Er kan dus van een strijdende gezegd worden dat hij overwinnende is. „Die overwint en die Mijne werken ten einde toe bewaart"
Aan zulk eenen wordt de morgenster gegeven : „Ik zal hem de morgenster geven", zoo luidt de belofte van den verheerlijkten Zaligmaker Zulk een zal zich niet laten verleiden door de leer van de vrouw Izebel. Geloof 't vast, al zouden er dan honderden ons toeroepen : gij kunt met uw inspanning nog veel goed maken, gij kunt in eigen kracht den weg betreden die tot verlossing voert; gij kunt met uw godsdienstzin en deugdzaamheid niet alles doen, maar toch wel veel tegenover die verleidende taal staat de ziel sterk als zij zich liet overweldigen door de genade Gods. De ziel is dan een overwinnende over alles wat den mensch tracht te verheffen en de grootheid Gods zoekt te verkleinen ; zij is eene overwinnende, die de werken van Christus ten einde toe bewaart.
O, dit is zoo wonderlijk. Dit is het mysterie van het geestelijke leven. Welgelukzalig is het volk dat daarbij veel leven en uit die de ziel overwinnende genade veel putten mag.
Wij weten ons dan bewaard door de genade, maar wij bewaren die genade dan ook, als een kostbaar kleinood, als het heerlijkste goed en het rijkste bezit.
Wij zijn overwonnen, overweldigd door de liefde des Heeren, maar wij nemen die liefde dan ook aan en eigenen ons haar toe, door de kracht daarvan.
Dat is het leven ! God maakt doode zielen levend.
Maar dan moeten wij ook niet gering van dat leven denken 't Is te vergelijken — al is ook deze vergelijking ten deele — met een bloem, die van het zonlicht alles heeft. Zij keert zich naar de zon, om haar levenskracht daaruit te putten en in zich op te nemen. Zoo is het met de ziel, die overwint, voor wie de genade van God 't een en 't al werd. Zij wordt bewaard door Christus' werken, maar zij bewaart die dan ook en zij zegt wel eens, al is het niet tot de menschen, toch wel in de binnenkamer des harten : Heere, dat is mijn eenige schat! Dat maakt mijn arme ziel rijk ! Dat laat ik mij niet rooven. Door geen wereld van genot. Door geen lokmiddelen van satan. Door geen schoonklinkende woorden van menschen Nogmaals, welgelukzalig is het volk dat zoo bewaard wordt en aldus weet te bewaren „Hetgeen gij hebt", zoo wordt aan de gemeente van Thyatira geschreven, „houdt dat totdat ik zal komen". En die overwint en die mijne werken tot het einde toe bewaart, ik zal hem de morgenster geven
„Ik zal hem de morgenster geven", zoo luidt de rijke toezegging. In het laatste hoofdstuk van Openbaring noemt de verheerlijkte Heiland Zichzelf „de blinkende Morgenster". Hij is de Morgenster in eigen Persoon, 't Spreekt dus wel vanzelf, dat het heil, waarvan hier sprake is, in nauw verband staat met den persoon des Heeren Hij geeft Zichzelf, Hij, die de blinkende Morgenster Zich noemt De morgenster is de gezellin van den dageraad. Als de morgenster aan den hemel gezien wordt, is daar het natuurlijke onderpand, dat het rijzen van den vollen dag waarborgt. Dan weten wij : de dag komt, de dag met het helderste licht. Zoo is in Jezus Christus onzen Heere het volle heil gewaarborgd in deze zelfbenoeming van den Heiland ligt veel besloten. Immers aan Zijn persoon is verbonden het werk dat Hij tot stand bracht. Wij eeren den Heere Jezus Christus niet slechts als een verheven persoonlijkheid, om het woord dat Hij sprak en om het voorbeeld dat Hij gaf, maar bovenal om den arbeid der verzoening, dien Hij verrichtte, om het verlossingswerk, dat Hij tot stand bracht. Daarin is Hij de blinkende Morgenster, die Zichzelf gaf aan Zijn Gemeente ; de Morgenster, de waarborg van het aanbreken van den eeuwigen zonnedag voor allen, die in Hem gelooven. Die waarborg ligt toch immers hierin, dat Hij de schuld der zonde betaald heeft, die schuld, waarvan w ij geen penning kunnen afdoen. O, het is zoo heerlijk te weten dat de genade Gods onze schuld uitdelgde, zoodat wij overweldigd, overmeesterd, overwonnen zijn door de liefde Gods. Maar dit geschiedt alleen in en dóór Christus. In den persoon van Hem, Die stierf om onze zonden en opgewekt is om onze rechtvaardigmaking, ligt de bron van dat heil.Hij hééft de schuld betaald en God laat niet twee keer betalen. Eén keer is genoeg Hij heeft de straf der zonde gedragen en de rechtvaardige Rechter straft haar niet twee keer. En wanneer de Heere onze God Zijn geheele volk aanziet in de reine wetsbetrachting en in het heilige plaatsbekleedende leven van den Heere Jezus, dan is het Hem alsof wij zelf al de gehoorzaamheid volbracht hebben, die Christus voor ons volbracht heeft, voor zoover wij dit met een geloovig harte aannemen Welnu, daar hebt gij den eenigen maar ook den zekeren waarborg van de eeuwige zaligheid. Hij is de blinkende Morgenster, de voorbode van den eeuwigen dag. Daarom zeide Hij eens, wijzende op Zichzelf: „Die den Zoon aanschouwt, heeft het eeuwige leven." Aan Hem is de zaligheid verbonden, aan Hem alleen. Tot Hem moet een zondaar zijn toevlucht leeren nemen. In 't begin zeiden wij dat op het hongeren en dorsten de belofte Gods rust en dat zalig gesproken worden zij, die den Heere zoeken. Mochten er maar velen zijn, die hongeren naar het ware brood en dorsten naar de wateren des levens. De zoekenden zullen vinden. En een iegelijk, die klopt, zal worden opengedaan Maar laat nu toch een ieder die naar vrede zoekt, en hongert naar het brood der genade, zich rekenschap geven waarom 't hem eigenlijk te doen is. Gaat het hem werkelijk om deel te hebben aan Christus? Is dat inderdaad uw vragen en bidden, gij, die naar God zoekt? Laat ik u dan zeggen dat gij dan alleen in den weg des Geestes zijt, en dat gij dan ook alleen op uitkomst en verhooring rekenen moogt. Immers de zaligheid hiernamaals en de vrede der ziel in dit leven, in 't kort, alle zegen der genade hangt onlosmakelijk saam en is nauw verbonden met den persoon van Christus. Hij is de blinkende Morgenster. Hij alléén. In Hem is alles gewaarborgd. Maar zonder Hem is ook alles verloren Let nu toch op de rijke belofte van onzen tekst. „Ik zal hem de morgenster geven". De Zaligmaker geeft Zichzelf. Hij gaf Zich eens tot in den smadelijken dood des kruises. Maar Hij geeft Zich nog altijd door Zijn Woord en Geest. Hier gaat het dus over de morgenster in ons hart, of liever over de verheerlijking van Christus in de harten der geloovigen. Het is de voorsmaak van hetgeen Zijn komst in heerlijkheid eens brengen zal. Een voorsmaak, die saam gaat met de verzekerdheid des geloofs. De apostel Petrus zet er toe aan dat wij op het profetische woord, dat zeer vast is, acht moeten hebben, als een licht schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlicihte en de morgenster opga in onze harten De duisternis der zonde is zoo gevaarlijk ; die duisternis is zoo ontzettend. Duizenden leven in dien nacht. Die nacht is de vervreemding van God ; geen kennis is er van den Heere, geen kennis van zichzelf, geen bekommernis om het heil der ziel. Geen buigen voor het recht des Heeren, geen vragen naar het Evangelie der genade O, die donkere nacht van het leven des menschen. Hij gaat voor zoovelen over in een eeuwigen nacht van dood en ellende. De morgenster zien zij nooit. De eeuwige gemeenschap met God, dat is de heldere levensdag nooit, nooit zullen zij hem beleven. Terwijl het Evangelie hen bijna dagelijks er toe aanspoort hem te zoeken ! „Ik zal hem de morgenster geven". Dit is de rijke belofte, uitgesproken over een strijdend volk, een volk dat overwinnende is. Als de Heere, de verheerlijkte Heiland Zich geheel aan hen geeft, zeggen zij het met blijmoedigheid : „Ik weet dat mijn Verlosser leeft". Dan is het hun eenige troost in leven en in sterven, dat zij het eigendom des Heeren zijn. En laat nu komen wat wil, laat zelfs een zee van ramp met haar golven slaan, zij blijven het eigendom van een almachtigen Zaligmaker, Die alle dingen hun zal doen medewerken ten goede Dat is de zekerheid, waarnaar ieder geloovige biddend moet uitzien, de zekerheid des geloofs, waardoor wij 't meest bemoedigd worden, waardoor wij het krachtigst strijden tegen de zonde en 't meest in de heiligmaking vorderen, waardoor des Heeren deugden 't meest verheerlijkt worden.
Dan heb ik de morgenster in mijn hart. Dan weet ik dat, indien ons aardsche huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.
Zeker, wij zijn dan nog in dit leven met al z'n zonde, kwaad en ellende.
De nacht is nog niet geheel voorbij. Wij hebben nog zeer veel te kampen met de duisternis, de duisternis ook van ons eigen zondig hart.
Maar de morgenster is daar, door het geloof in Christus Jezus onzen Heere.
En nu weten wij zeker dat de volle dag komen zal.
Wij kunnen ons nu niet meer vergissen. Wij behoeven ook niet meer te twijfelen. De dag komt zeker. Ziet maar aan uw levenshemel. Eerst was het donkere nacht. Maar daar staat de ster. 't Is Christus, de blinke Morgenster, die schijnt in uw hart.
Wij gaan den dag tegemoet. Dan zal er geen zonde meer zijn. Geen plaats zal er meer zijn voor de zonde, omdat God Zelf alles zal zijn en in allen.
Gij zult mij leiden door Uw raad, O God, mijn heil, mijn toeverlaat! En mij, hiertoe door U bereid, Opnemen in Uw heerlijkheid.

Amen.
V.  N. V. d. S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's