KERKELIJKE RONDSCHOUW
Zóó moet het niet!
De Remonstrantsche Gemeente te Amsterdam gedenkt in deze maand, dat voor 300 jaar tot stichting dezer kerk kon worden overgegaan.
Het was dus in September 1630 — een tiental jaren na de beslissingen, die gevallen waren op de Dordtsche Synode 1618-1619.
Dit jubileum geeft aan den historieschrijver aanleiding tal van bijzonderheden mee te deelen uit den „vervolgingstijd", die over de vrijzinnige Remonstranten losbrak, nadat de Gereformeerden het in Nederland gewonnen hadden.
De liberalisten zijn zelf nooit afkeerig geweest van verdrukking van andersdenkenden. En zij zijn veelszins nóg van die verdrukkingspractijken niet afkeerig, noch op kerkelijk-, noch op school-, noch op maatschappelijk-, noch op politiek gebied. Ze heeten wel liberaal, maar minnaars van de verdraagzaamheid tegenover andersdenkenden zijn zij niet altijd, de goeden niet te na gesproken en de uitzonderingen — die den regel bevestigen — daargelaten.
Niettemin weten we, dat er in Nederland door degenen, die zich gereformeerd noemden, ook meer dan eens dwingend en met geweld is opgetreden en men daarin vaak z'n boekje te buiten ging — hoewel de tijdsomstandigheden en de toen algemeen geldende gedachten in deze zeker hierbij in aanmerking moeten worden genomen als verzachtende omstandigheden.
Als we nu — na 300 jaar — lezen wat er toen In naam van het gereformeerd beginsel — ook door Jan Publiek — gedaan is, doet ons dat leed. Het is verkeerd geweest ! Het is in strijd met onze gereformeerde beginselen !
In de N. R. Ct. lazen we een historisch relaas, ontleend aan het Gedenkboek der Amsterdamsche Remonstrantsche Gemeente, welk boek we zelf nog niet gelezen hebben.
Het relaas van de Liberale Rotterdammer nemen we hier onverkort en zonder verder commentaar over. We veronderstellen dat het alles historisch juist is en dat het onbevooroordeeld en ongekleurd is weergegeven (wat somtijds ook voor historieschrijvers heel moeilijk is) en het zoo als historisch-juist achtende zetten we boven dit artikel, uit naam van het Gereformeerde volk van Nederland in en buiten de Hervormde Kerk: zóó moet het niet! Neen, zóó moet het niet! !
En nu het historisch verhaal :
„Het was in September 1630, en dus thans drie eeuwen geleden, dat Simon Episcopius het kerkgebouw van de Remonstrantsche gemeente te Amsterdam ingewijd, heeft. Deze gebeurtenis geeft de betrokken gemeente aanleiding tot een plechtige viering. Maar bovendien heeft zij den archivaris der gemeente, dr. Hendrik C. Diferee, conservator aan de Amsterdamsche Universiteitsbibliotheek, aanleiding gegeven tot het opstellen van een breedvoerig gedenkboek, dat, met talrijke illustraties verlucht en ingeleid door een woord vooraf van prof. dr. H. Brugmans, in royaal formaat onder den titel : Drie eeuwen kerkgeschiedenis bij de N.V. Van Holkema & Warendorf's Uitgevers Mij. te Amsterdam ook voor belangstellenden buiten de gemeente is verkrijgbaar gesteld.
Dankbaar maken wij van deze rijk vloeiende bron gebruik, om bij dit jubileum een en ander over het kerkgebouw en de gemeente, welker centrum het uitmaakt, in herinnering te brengen.
Gelijk men weet. Hebben de Remonstranten tijdens het Twaalfjarig Bestand vele moeilijkheden verduurd. Als slachtoffers van de befaamde Dordtsche synode waren zij aan vervolging en ballingschap prijsgegeven. Regeeringsplakkaten verboden hun het optreden in het openbaar. Van een kerk in den gebruikelijken zin van het woord, kon voorloopig geen sprake zijn.
Voordat de Dordtsche synode haar vonnis gewezen had, waren de Remonstranten reeds van de kerkelijke gemeenschap met hun leerstellige tegenstanders, die in kerk en regeering in de meerderheid waren, buitengesloten. Dit noopte hen tot zelfstandig bijeenkomen. In Januari 1617 had hun eerste afzonderlijke vergadering plaats ten huize van zekeren Willem Sweersen, timmerman en houtkooper op Vlooijenburg, in de nieuwe uitlegging, buiten de St. Anthonispoort.
Zij vormden toen echter nog geen gemeente, daar zij tot den ban van 31 December 1623 officieel lid van de Gereformeerde Kerk bleven en zelfs blijven moesten.
Deze eerste bijeenkomst onder leiding van Jacobus Batelier, student in het Waalsch Theologisch College te Leiden, werd door ongeveer 250 menschen bijgewoond. Daar door den grooten toeloop het huis van Sweersen te klein bleek, huurde men op 6 Februari van Herman Rendorp een spijker of pakhuis op Dwarsboomsloot, Schottenburg geheeten, hetwelk wel duizend menschen bevatten kon en tot hulpkerk werd gereed gemaakt.
Hier volgden op Zondag 12 Februari 1617 meer dan achthonderd personen de preek van Christiaan Sopingius. Maar het opgehitste grauw gooide de glazen van het gebouw in en ging tegen de vergaderden handtastelijk te keer. De predikant moest de vlucht nemen in de brouwerij Het Haantje van Pieter Evertz. Hulft .op den hoek van de Geldersche Kade en Rechtboomsloot. Het volk brak de deuren van het pakhuis open en vernielde alles wat los en vast was, tot den preekstoel toe. Men rukte zelfs het lood uit de goten en was .reeds bezig de dakpannen naar beneden te werpen, toen de schout aankwam en de plunderaars verdreef. Het gevolg van het tumult was, dat de Remonstranten het vooreerst niet meer waagden openlijk bijeen te komen.
Desondanks zocht de opgehitste rechtgeloovige menigte den volgenden Zondag een mikpunt voor haar verontwaardiging over de ketterij. Men toog nu naar de woning van Rein Egbertsz. Bisschop, broeder van prof. Simon Episcopius, op den Singel bij de Bergstraat, sleepte twee zware balken uit den kelder, en ramde, nadat de bewoners gevlucht waren, daarmee de huisdeur open. Het opgestookte volk opende de vaten met koopmanschappen en verstrooide den inhoud. Twee kisten met zeldzame boeken vielen den plunderaars in handen, die ook deze boeken verscheurden, de schilderijen van den wand rukten en in stukken sneden en wellicht nog meer moedwil zouden hebben bedreven, zoo niet de schepen Pieter Matthijszoon het belet had.
Niettemin kwamen de Remonstranten, zij het nu niet meer openlijk maar in het geheim, geregeld bijeen. Van de predikanten, die voor hen in particuliere huizen optraden, werden verscheidenen gevat en in het tuchthuis gezet. In 1623 en '24 werden er nog drie naar het slot Loevestein gebracht.
De sensationeelste gebeurtenis in deze periode van vervolging is het oproer geweest, dat. de bekende rechtzinnige Amsterdamsche predikant Smout op Paaschmaandag van 1626 tegen de Remonstranten ontketend heeft. Deze geschiedenis heeft algemeene bekendheid gekregen doordat zij Vondel aanleiding heeft gegeven tot zijn hekeldicht : Rommelpot vant Hanekot.
De rechtzinnige geestdrijvers waren allengs verbitterd tegen de Amsterdamsche regeering, omdat deze den kerkeraad slechts matig ter wille was in het verbieden van de vergaderingen der Remonstranten, zoodat dezen, oogluikend hun bijeenkomsten in hun vergaderplaats bij den Montelbaanstoren konden houden
In toorn over deze verdraagzaamheid ontstoken, riep Smout op den bewusten Paaschmaandag zijn gehoor toe : „Indien de Heeren hun devoir niet beter en doen in 't uytroeyen der ketteryen tot verbreydinge van Gods ende Christi lof, soo sullen de kinderen, jae de steenen van de straet, den Heere dienen." Nog denzelfden dag werden de Remonstranten op hun vergaderplaats eerst uitgejouwd door de straatjongens en vervolgens door het volk met steenen gesmeten. De godsdienstoefening werd gestoord, de gemeente uiteengejaagd en het huis geplunderd, "waarna men met de afbraak begon.
Bij het bedwingen van dit oproer door de stadssoldaten werden twee menschen doodgeschoten; Den volgenden dag keerde het opgehitste gepeupel terug en brak het thans verlaten huis tot op den grond toe af, waarna het de afbraak in triomf door de stad droeg, tot zelfs over den Dam.
Het zou nog vier jaren duren, voordat het lot van de .veelgeplaagde Remonstranten een gunstige wending nam. Op 7 Januari 1630 werd Smout, die telkens opnieuw van den kansel af tegen den magistraat en zijn verordeningen had uitgevaren, uit de stad gebannen. Doordat de regeering aldus de heftigste geest drijvers deels verwijderd en deels tot kalmte gebracht had, kon in Amsterdam de rust wederkeeren, waaraan de „principaelste koopstad" voor haar economische en commercieele belangen zoo dringend behoefte had.
Maar tevens kon er nu ook eerst sprake zijn van 'n rustige ontwikkeling voor de Remonstrantsche .gemeente, die thans in een eigen kerkgebouw de zoo moeizaam gewonnen vrijheid en zelfstandigheid zou belichamen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's