Op het sterven van Ds. Jongebreur.
Hij is niet meer. 't „Linquenda" op zijn huis,
Is thans aan hem vervuld, hij moest het gaan verlaten ;
En wat men spreek tot zijn gedachtenis Of tot zijn eer....... 't kan nimmer hem meer baten
Hoe menig vers heb ik voor hem gemaakt, Hoe menig vers, dat hij voor mij hier plaatste ;
En 't moest zoo zijn, — niets is toch bij geval?
Van „onze Zendingsdag" dat was nu juist het laatste.
„O, heugelijke dag werd toen door mij geschreven,
Zou deze laatste dag geen „droeve heug'nis" geven ?
Wat zijn wij dwaas ; wij weten niets vooruit.
Wij gingen blij, wat kwam die dag ons baren ?
Wij keerden weer, wat smart, wat schrikk'lijk leed !
Hoe bleek het daar, wij wand'len in gevaren.
't Verlies is groot, gewis ; toch is er dank. Dat God er drie, dat Hij ook ons, wou sparen.
Hij is niet meer. God nam zoo plots hem weg ;
Is 't wonder, dat mijn stem een wijl verstilde ?
Hoe menig vers kon nog aan hem gewijd —
Ik doe het niet, 'k weet, dat hij 't zelf niet wilde.
Hij zocht geen eer, maar gaf geheel zijn lot, Met eer en smaad in handen van zijn God.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's