FINANCIËN
Het is, terwijl ik deze verantwoording schrijf, in Veenendaal Lampegietersavond. Mijn hooggeachte voorganger heeft er — gij zult het u misschien nog wel herinneren verleden jaar het noodige over geschreven, om daardoor een aanloopje te hebben tot aanbeveling van de fondsen. Gij moest zijn lamp dan ook maar goed begieten, zoo was de toepassing, n.l. met uwe milde gaven.
Nu wil ik over de verklaring van „Lampegieters-avond" mij maar niet veel uitlaten. Het kan best zijn dat Lampegieters-avond een verbastering is van Lambertus-avond. De 17de September toch is de dag van St. Lambertus, zooals de Roomschen voor elken dag een heilige hebben. Dan begon het winter-avondwerk.
Hoe dit zij, het is hier op zoo'n avond iets heel eigenaardigs. Dat is een bepaald Veenendaalsch gebruik. Kinderen, groote en kleine, trekken heden ('t is tusschen acht en negen) met brandende lampions langs de straten. De kleine kinderen schuiven, met hun korte stapjes, aan de hand van vader of moeder over plein, gracht en straat. Gij ziet op een afstand niets anders dan die gekleurde lichtbollen. De oudere jongens en meisjes heffen hun lichtkogel wat hooger op en gaan er sneller mee vooruit, 't Is in één woord een fantastisch gezicht. Het brengt alle menschen naar de straat. Ieder die maar even kan, wil zien naar die grootere en kleine lichtdragers, die zelf niet erg in 't oog loopen, omdat zij alle aandacht heenleiden naar de licht-schakeeringen, die zij laten zien in hun voortgedragen lampion.
Waarom ik nu van dezen avond u iets schrijf ? Gij begrijpt, ik wil daarmede ook een aanloopje nemen om tot de zaak te komen, die ik zoo gaarne in uw belangstelling wil aanbevelen.
Den geheelen dag heb ik met de Studiefonds-commissie in Utrecht doorgebracht en nu kan het haast wel niet anders dan dat ik ons Studiefonds ga vergelijken met het Veensche gebruik.
Het is er ons toch om te doen dat er hoe langer hoe meer lichtdragers komen in onze Kerk. Het ziet er in de Hervormde Kerk in menig opzicht zeer donker uit. Er zijn zeer veel gemeenten, waar vanaf den kansel, van geslacht tot geslacht, het Evangelie der genade niet is gebracht. Er staat geen licht op den kandelaar. In de Kerk wordt het Evangelie niet gepredikt. De jeugd wordt er niet in onderwezen. Van jaar tot jaar wordt de voorstelling er in gebracht dat het bekrompen en achterlijk is, als men zich aan den Bijbel houdt. Denkt u dit eens in, welk eene verachtering dit bewerkt in de kennis der Waarheid ! Het Evangelie der genade is er totaal wég, en die toch nog wel iets meer wil hooren dan een filosofisch-getinte deugdvoorstelling gaat in de Gereformeerde Kerk z'n toevlucht zoeken. Zoo zijn vele groote en kleine gemeenten, geheele streken in ons land. 't Is er zoo donker als de nacht. De menschen sterven er, zonder dat zij van den weg der bekeerling vernamen. De kranken worden , d, oor het Evangelie niet vertroost, de rouwdragenden worden er niet door gesterkt En nu weten wij wel dat alleen Gods Geest het ware levenslicht zal brengen in den donkeren nacht der Kerk, maar wij moeten zorgen dat er in den weg der middelen lichtdragers komen. Als het Evangelie komt, kunnen wij verwachten dat er leven geboren zal worden, en dat de Kerk van Christus naar voren zal komen. Anders niet. Vandaag hebben wij onze studenten bij ons gehad. En nu hoop ik van harte dat zij de lamp van het Woord maar gaan dragen in het midden van de Kerk, die wij liefhebben. De een zal met dat licht wat laag bij den grond blijven, de ander zal het licht wat hooger houden ; de een schuift er langzaam mee vooruit, de ander loopt er sneller mee. Maar 't is te hopen dat zij met het rijke heerlijke licht van 't Evangelie zich straks vrijmoedig bewegen zullen. Zoo zie ik de Lampegieters-avond als een beeld van de veel omvattende taak, die na een paar jaren hen opgelegd zal worden. Dan zal het licht van het Evangelie, dat verkondigd wordt, alle aandacht op zichzelf moeten trekken. Precies als bij die kleine Veensche lichtdragers. Men ziet hen, of liever op hen wordt niet gelet, omdat het licht, dat zij dragen, zoo mooi is, met allerlei kleur-variaties. ledere prediker heeft z'n bijzondere gaven. Als hij deze met lust en inspanning dienstbaar stelt aan het ééne Evangelie, aan het ééne Licht, dan komt de rijke variatie van het levende Woord te zien. Die variatie is nog veel rijker dan de vele kleuren der lichtende lampions Ge ziet bijna niet de hand die dat licht draagt. Ge ziet alleen het wonder-schoone van het Woord van iGods eeuwige Iiefde voor den grootste der zondaren. De ziel, die zich door de prediking van het Evangelie mag laten leiden, zal dan ook wel eens uitspreken : „Heere, ik dank U dat Gij dat licht liet schijnen in den donkeren nacht van mijn leven" De Heere schenke onzen jongen mannen alles wat zij noodig hebben, opdat zij met de hun geschonken gaven, straks alle aandacht mogen heenleiden naar „Jezus Christus en Dien gekruist".
Nu moet gij, die dit leest, daarvoor ook het Uwe doen. Of liever, laat ik het zóó zeggen : gij móógt, omdat er een Studiefonds is van den Gereformeerden Bond, er toe bijdragen, dat er lichten gedragen worden in den donkeren nacht onzer Kerk. En dan gebiede de Heere in dezen onzen zeer ernstigen tijd. Zijn zegen over uwe gaven en over de lichtdragers, die gij helpt.
Er kan nu eenmaal niets gebeuren, als er geen geld is, zelfs geen lampions laten branden voor de kinderen.
Natuurlijk heb ook ik een laatje, waarin ik het geld van den Bond doe. Het kan wel niet anders. Maar nu is dat laatje vandaag al heel erg leeg geworden. Dat moet ik op dezen Lampegieters-avond toch even zeggen, hoewel ik niet van klagen houd. Ja, er is vandaag, door de vergadering van de commissie, een groot gat in gekomen. Een gat vat neer dan zes duizend gulden. Ik kijk al maar in dat diepe gat. Dat is vooral voor een nieuwen Penningmeester een heel naar gezicht. Misschien hebt ge wel wat liggen, om dat gat wat te stoppen.
Met dankbaarheid heb ik eenige gaven te vermelden, die daarvoor alreeds dienen. Veenendaal staat ook dezen keer weer bovenaan. Weer met een N. N., die namens haar (of zijn) moeder ƒ 10.— gaf en er zelf ƒ 2.50 bij deed. Ik vond dus ƒ 12.50 in mijn brievenbus, met het bijschrift „uit dankbaarheid dat , u het werk van ds. Jongebreur hebt overgenomen, met de hoop dat u 't nog vele jaren onder des Heeren zegen moogt doen." Uit Veenendaal is .zoo'n briefje een dubbele bemoediging. Ik wil die mij onbekende N. N.'s antwoorden : 'k Ben dankbaar dat ik het nog mag doen. 'k Heb het nu veel drukker gekregen, dan ik het ooit had. Maar de Heere beware mij ervoor dat ik er over zou klagen. Het had ook met mij zoo heel anders kunnen zijn.
Krimpen a.d-Lek. Diaken A. de Hom zond mij ƒ2.50, gevonden in de collecte van Zondag 31 Augustus 1.1. voor het Studiefonds.
Kralingen. 'k Had het wel verwacht. Vandaar zou ook wel spoedig iets gezonden worden. En nu ze daar van het groote gat in mijn laatje gelezen hebben, nu komt er nog wel meer, denk ik. Ds. Pott stuurde 7.— van de fam. S. voor de beide fondsen. De hartelijke groeten, aan de fam. S. Schiedam. Mej. J. de Groot gireerde 2.— voor het Studiefonds.
Feijenoord. Van G. de Kieft en H. van Varseveld ƒ5.— voor het Studiefonds. 's-Gravenhage. Van J. H. Versluis 1.— voor het Studiefonds „uit den spaarpot van ons zoontje bij zijn eersten verjaardag." Dat is aardig. Dat is weer iets, waarop onze eerste Penningmeester, de heer Fliehe steeds aandrong. Hij verwachtte bij verblijdende familiegebeurtenissen steeds iets voor de fondsen, 'k Hoop dat het die ouders met hun jongen en met zijn spaarpot zóó goed mag gaan, dat hij z'n leeftijd elk jaar in zijn gave mag uitdrukken ! Hij groeie op bovenal tot eer van God en vreugde zijner ouders.
Ds. W. Bieshaar zond een gedeelte van en gift van ƒ 100.—, zijnde ƒ40.— van den heer Göbel voor de fondsen.
Ooster-Nijkerk. Het mij bekende busje ! Het is vanaf dat ik daar was, in handen geweest van dezelfde firma ! Het is dus ongeveer twintig jaar oud. Th. A. Faber zond de opbrengst van de laatste maanden, zijnde ƒ8.50. .Het deed mij goed dit levensteeken uit het hooge Noorden te ontvangen.
Schoonhoven. Jh. v. d. Pauw zond 100.— uit zijn busje, met een zeer belangstellend schrijven. Ja, zeker, ook deze mooie geldzending heeft een weemoedige zijde. Ds. Jongebreur ontving tot nog toe den goeden inhoud van dat busje. Hij behoeft niet meer voor ons te werken. Aan óns is 't overgelaten. Maar laat ons het dan ook doen gedreven door hetzelfde beginsel, dat hij lief had, en met denzelfden ijver.
Bergschenhoek. Van de wed. K. Schipper en W. Schipper ƒ 10.—. Bij het verantwoorden dezer gaven gaat er veel bij mij om. Laat ik alleen maar dit zeggen : Het portret van K. Schipper hangt altijd in mijn studeerkamer.
Ovezande. Van L. Mulder ƒ 2.— „uit dankbaarheid voor den gezegenden voortgang van het Studiefonds."
Hillegersberg. Van A. van den Akker ƒ5.— met een belangstellend schrijven, waarvoor ik hem dankbaar ben. 'k Hoop zijn brief spoedig te kunnen beantwoorden. Alles bij elkaar opgeteld geeft het de som van
f 195.50.
Hartelijk dank.
De Penningmeester, Veenendaal.
Ds. N. VAN DER SNOEK.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's