De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Waarom zou ik lid van S.S.R. worden ?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Waarom zou ik lid van S.S.R. worden ?

6 minuten leestijd

De Societas Studiosorum Reformatorum (Unie van Gereformeerde studenten aan openbare universiteiten) brengt gaarne het volgende artikel van dr. J. van Andel, directeur eener Christelijke H. B. S. te Den Haag, onder de aandacht van allen die belangstellen in de toekomst der studeerende jeugd, de aankomende Gereformeerde studenten tot aansluiting oproepende. Dr. Van Andel schrijft als volgt :
„De eindexamens zijn wederom voorbij en tal van jonge menschen verlaten de middelbare scholen om zich aan de universiteit voor te bereiden voor hun verdere levenstaak. Het schoolsche leven heeft een einde — het zelfstandig studeeren begint. Dit geeft in het jonge leven een belangrijke verandering, dit brengt velen tot hooger actie, anderen tot inzinking en verslapping. De leiding van dag tot dag valt weg en zij die niet hebben geleerd op eigen beenen te staan, wat hun studie betreft, zullen ondervinden, dat studeeren iets anders is dan H. B. S. of Gymnasium afloopen. In de academische sfeer der vrijheid zal uitkomen of de jonge student zooveel pit en levenskracht heeft, dat hij bestand is tegen die vrijheid niet alleen, maar ook in dit hooger geestesmilieu tot hooger wasdom kan komen. Dit geldt niet alleen van de zuiver intellectueele vorming, maar ook breeder van de geheele ontwikkeling en rijping van de persoonlijkheid als geestelijke facultas. Aan de universiteit wordt niet alleen een academische bevoegdheid verworven, maar moet ook groeien de eigen persoonlijkheid, die de waarde straks bepalen zal van de verworven kennis. In het leven wordt de beteekenis van den mensch volstrekt niet beheerscht door academische kennis, maar door de karakteristieke dienstbaarmaking van die kennis in den kring waarin God hem een plaats heeft gegeven. Er zijn geen preciese aanwijsbare normen voor waardebepaling van het individu in de gemeenschap, ook al ontlèenen velen die aan het salaris, dat verdiend wordt of aan het geld, dat verworven is. Wie gelooft, dat God het leven van individuen en volkeren volkomen beheerscht, ook door de uitreiking of onthouding van geestelijke gaven en stoffelijke goederen, die weet dat 's menschen waarde en beteekenis wordt bepaald door bovenmenschelijke normen, waarvan alleen de H. Schrift ons openbaring geeft. Wie daarvan doordrongen is, zoekt in de wereld niet geld of eer, maar is bereid zich zelf te verliezen om Gods wille. Zoo ook de Gereformeerde student die studeert niet om een goede positie, om een wetenschappelijken naam, om materieel gewin, maar hij brandt van liefde tot God om Hem in dit leven al zijn vermogen en krachten te wijden. Dit zij de diepe ondergrond van zijn innerlijk leven. Individueel behoeft dat niet publiekelijk uitgesproken, maar gemeenschappelijk wel. Er is een organisatie van Gereformeerde studenten aan openbare universiteiten, van wie ieder buitenstaander het recht heeft, te vertrouwen, dat de diepste motieven van hun leven niet van deze wereld zijn, dat hun innerlijke drang is om in alle dingen te zoeken naar den wil Gods, die alleen heilig en goed is. Wie het voorrecht heeft gehad in zijn jeugd zoo het leven te zien, ook het eigen leven, die zoekt een organisatie van Gereformeerde studenten.
De unie S. S. .R. is in de laatste jaren sterk in ledental toegenomen. Zijn allen steeds uit een verheven motief tot haar gekomen ? Wij vreezen van niet. Het is S.S.R. in veel opzichten goed gegaan. Er was een geest van amicitia, die opbloeide uit de liefde tot het Gereformeerde levensbeginsel en die amicitia heeft velen getrokken, zonder dat zij iets van den diepen ondergrond hebben verstaan ; en zoo is S. S. R. voor velen, die er niet in hooren, een toevlucht geworden. En wie nog zoo over S. S. R. mocht denken, zouden wij willen aanraden niet, vooral niet lid te worden. Maar wanneer gij weet, in beginsel weet, wat het beteekent Gereformeerd te zijn en er in uw hart een behoefte, een begeeren is, om ook als student, ook later als afgestudeerde, mee te leven het Gereformeerde leven van ons volk in kerk en maatschappij, sluit u dan aan en dan zal de S. S. R. u tot een zegen kunnen zijn.
Ook in dit opzicht komt de Gereformeerde student tot zelfstandigheid, die hem tot zegen of tot schade zal kunnen wezen. Meent gij, dat het nu toch eigenlijk niet zoo'n voorrecht is om Gereformeerd te zijn, och, ga dan niet naar S. S. R. Wanneer er in uw binnenste niet is een gevoel van dankbaarheid, dat God u heeft leeren zien de schoonheid en de gaafheid van de Gereformeerde levensbeschouwing, och, ga dan niet naar S. S. R. Maar wanneer er in u gloeit een beginsel van liefde tot het Gereformeerde leven, sluit u dan spoedig aan en bidt God, dat uw leven moge verteren door die liefde.
Buitenstaanders, die ons niet kennen, verstaan ons dikwijls verkeerd, alsof een Gereformeerd mensch zich zelf zou beschouwen als een speciaal uitverkorene, die zich zou kunnen verheffen boven anderen. Niets is meer onjuist dan dit. Wij achten het geen verdienste onzerzijds, als we Gereformeerd willen zijn, want niemand is er dieper van doordrongen, dat alleen God ons hart tot deze wereldbeschouwing neigen kan, maar we zijn er wel dankbaar voor, dat we in deze wereldbeschouwing onze kracht en onzen steun vinden, en wie als student dat beseft, die behoort in S. S. R. thuis. Laat dan ook bij onze jonge menschen er strijd mogen zijn om tot levensevenwicht te komen, ook in hun studietijd en dan zij S.S.R. onzen jongen Gereformeerden studenten tot'een zegen."
Voorts deelt S. S. R. mede, dat men zich voor aansluiting kan opgeven voor Amsterdam bij : K. W. van Houten, Valeriusstraat 97, Amsterdam (Z.), H. J. Smalbraak, Winterswijk ; Delft:  van Loo, Molslaan 64, Delft, vacantie-adres : Zwagerveen, Friesland) ; Groningen: T. J. A. Delhaas, Joz. Israëlstraat 33, Groningen, J. Dof f, H. W. Mesdagstraat 21, Groningen ; Leiden: mej. E. M. L. van Kampen, Sweelinckplein 35, 's-Gravenhage, J. Gispen, Badhuisstraat 101, Scheveningen, A. E. Schouten, Kuipersteeg 2, Leiden ; Rotterdam : mej. G. Ch. Schuil, Essenburgsingel 8a, Rotterdam, W. Lintner Wzn., Schiekade 89, E. Wolvekamp, Oudedijk 159, Rotterdam ; Utrecht : A. M. Kaajan, W. Barendsstraat 55, Utrecht, en Wageningen: Afdeelings-gebouw, Muntstraat 6, Utrecht, J. G. Milo, Molenkamppark 52, Almelo.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Waarom zou ik lid van S.S.R. worden ?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's