STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Waakzaam blijven.
De uitslag van de verkiezingen voor den Duitschen Rijksdag, die op Zondag 14 September plaats hadden, ten gevolge van de ontbinding van het parlement, heeft weer eens duidelijk aan 't licht gebracht dat het revolutionaire sentiment bij onzen oostelijken nabuur nog niet is tot staan gekomen, doch integendeel nog altijd groeiende is.
't Stemmenaantal der Communisten klom toch Zondag sedert de laatste verkiezing, die van Mei 1928, van ruim 3, 5 millioen op meer dan 4, 5 millioen stemmen. Dat wil zeggen, dat 4, 5 millioen kiezers in Duitschland bewust partij kozen tegen den bestaanden gang van zaken en niets liever zouden zien dan het optreden van de dictatuur van het proletariaat en het afkondigen van den Bolsjewistischen heilstaat.
Het millioen stemmen meer heeft het aantal Communistische Rijksdagleden doen klimmen van 54 tot 76 man.
Naast de 4, 5 millioen Communistische stemmen, werden op de lijst der Sociaal-Democraten uitgebracht niet minder dan 8, 5 millioen stemmen. Dit getal was wel een kleine 600.000 minder dan den vorigen keer, met het gevolg, dat het aantal Socialistische parlementsleden van 153 daalde op 143, maar met elkander, Communisten en Socialisten, krijgen de revolutionairen met 219 man zitting in den nieuwen Rijksdag, d.i. 40% van het totaal aantal leden dat de Rijksdag telt.
Het is niet onwaarschijnlijk, dat deze uitslag der Duitsche verkiezingen mr. Van Schaick voor oogen stond, toen hij bij de aanvaarding van het voorzitterschap der Tweede Kamer, verleden week Donderdag in zijn toen gehouden rede zeide : dat sinds den oorlog zich dan hier, dan daar een rossige gloed aan den politieken wereldhorizon vertoont. Daarin behoeft — zoo ging de voorzitter der Kamer voort — voor ons niets verontrustends gelegen te zijn, mits men waakzaam blijve, dat zich geen gevaarlijke stoffen ophoopen en men zijn voorzorgen neme.
Hier sprak de altijd zoo voorzichtige Kamer-president een woord, dat te denken geeft.
Vooral de laatste zin is voor ons van groote beteekenis.
Een goed verstaander heeft slechts een half woord noodig en daarom is het zoo noodzakelijk dat allen, die de orde en rust in ons land willen, paraat zijn.
Want ook in Nederland blijft het gevaar uit den revolutionairen hoek dreigen.
Wij herinneren ons nog goed het geval met den Socialistischen afgevaardigde, den heer Van Zadelhoff, in de Tweede Kamer, toen hij sprak van een verhinderen van de mobilisatie van 't leger. En 't was de leider der Sociaal Democratische Arlbeiders Partij, de heer Alberda, die het op het demonstratief congres van Zaterdag 13 September j.l. onder applaus en gejuich der partijgenooten uitriep : dat wanneer de regeeringen de misdaad van den oorlog zouden ontketenen, daartegen elk doelmatig middel geoorloofd is, ook al valt het vèr buiten het wettelijk geoorloofde.
Uit deze woorden van den heer Alberda, bezien in het licht van wat zijn partijgenoot Van Zadelhoff destijds zeide, blijkt, dat bij de Socialisten sinds November 1918 nog niets veranderd is. Zij zijn ook nog op het huidige oogenblik van meening, dat ter bereiking van hun doel zelfs onwettige middelen geoorloofd zijn.
De Sociaal Democraten zullen in de ure des gevaars voor niets terugdeinzen. Wij weten dit ook van de Communisten. En daarom is het zoo onbegrijpelijk, dat er nog heele groepen van ons volk zijn, die het gevaar, dat de veiligheid des lands bedreigt, niet zien.
Uit dien hoofde was het goed gezien, dat de voorzitter van de Tweede Kamer nog eens, al was dit in voorzichtige taal, op de noodzakelijkheid wees om waakzaam te blijven.
Een aanvankelijk succes.
Er is in den laatsten tijd over de Zondagsrust in Indië heel wat te doen geweest.
Onze lezers zullen zich het bekende manifest van den Gereformeerden predikant ds. C. Mak, te Medan, herinneren, waarin op den wantoestand werd gewezen, dat de cultures in Indië den wekelijkschen rustdag op Zondag niet kennen. Er worden daar te lande wel rustdagen gegeven, doch over den Zondag bekommert zich daar niemand.
Zoowel in de Tweede Kamer door dr. Beumer, als in de Eerste Kamer door mr. Anema, werd tegen dien wantoestand geprotesteerd en de hulp van den Minister van Koloniën ingeroepen om de Zondagsrust bij de cultures mogelijk te maken.
Met genoegen kunnen wij thans mededeelen, dat te Deli op Sumatra een stap in de goede richting wordt gedaan met de afschaffing der hari besars (wekelijksche feestdagen).
De Deli Courant bericht toch dat liet planterscomité aan de leden van de Delische Plantersvereeniging een circulaire heeft toegezonden, waarin de hari besars worden afgeschaft en om de veertien dagen de wekelijksche rustdag, het z.g. groote feest, op Zondag zal worden gesteld.
Voorts bepaalt de circulaire, dat zij, die de beide andere rustdagen van de maand op Zondag willen gesteld zien, daarvoor eene aanvrage kunnen indienen.
Nu is door deze regeling nog wel niet alles verkregen van wat gehoopt werd, maar toch zijn wij in Deli op den goeden weg.
De actie van ds. Mak en het optreden in de Staten-Generaal van de heeren Beumer en Anema, hebben dan toch dit aanvankelijk succes gehad, dat er althans in de tabaksplantages te Deli voortaan met den Zondag gerekend wordt.
Theorieën.
Te Krabbendijke in Zeeland bestaat op dit oogenblik een burgemeestersvacature.
Op zichzelf beschouwd, is deze zaak van geen groote beteekenis.
Evenmin is het een algemeen belang, op welke wijze in deze burgemeestersvacature zal worden voorzien. De Staatkundig Gereformeerden meenen, dat aan een hunner de burgemeestersplaats toekomt. Niemand zal het hun kwalijk duiden als zij op hun goed recht de aandacht van den Minister van Binnenlandsche Zaken en Landbouw vestigen.
Doch wat wèl van groot gewicht is, dat is de maatstaf, welke ds. Kersten aanlegt voor de ibenoeming tot het burgemeestersambt in het algemeen.
Naar welk beginsel heeft de regeering zich bij de vervulling van een burgemeestersvacature te gedragen ? Daarover schrijft ds. Kersten in een breed artikel in „De Banier" terzake van de burgemeestersbenoeming te Krabbendijke :
Om het beginsel is de Overheid verplicht niemand te benoemen, dan die Gods rechten en inzettingen handhaaft.
Natuurlijk zouden wij niets liever wenschen, dan dat Nederland een Gereformeerde natie was, en de maatstaf, door ds. Kersten gesteld, ook practisch zou kunnen worden aangelegd, zoodat wij een korps burgemeesters, een rechterlijke macht, een weerbaarheid enz. hadden, allen van Gereformeerde mannen. Doch zoo staat de zaak bij ons niet. Het is Gods bestel, dat onze bevolking een gemengde is, en met dit feit valt te rekenen.
Wil nu ds. Kersten desondanks toch aan zijn maatstaf bij den tegenwoordigen toestand vasthouden, dan zal hij duidelijk moeten maken — doch te dien opzichte blijft hij als gewoonlijk op de vlakte — op welke wijze het beginsel, door hem geponeerd : „dat niemand door de Overheid voor eenig ambt mag worden benoemd, dan die Gods rechten en instellingen handhaaft", in toepassing zou zijn te brengen :
a. ten opzichte van de Grondwet, die ook door de Staatkundig Gereformeerde Kamerleden met den eed is bezegeld geworden en waarin artikel 5 bepaalt, dat iedere Nederlander tot elke landsbediening benoembaar is ;
b. ten aanzien van de keur, die door de Overheid ware te stellen en daarna ware na te gaan om uit te maken, welke sollicitanten naar eenige betrekking bij benoeming al dan niet Gods rechten en instellingen zouden handhaven ;
c. met betrekking tot het aantal candidaten, die voor de diverse ambten en betrekkingen zouden benoembaar zijn.
Zooals te begrijpen is, zouden alle Roomschen moeten afvallen, en konden ook de Christelijk Historischen en Antirevolutionairen niet in aanmerking komen ; de eersten niet omdat zij grootendeels ethisch zijn, en de laatsten niet, omdat zij in het oog van ds. Kersten neo-Gereformeerd en neo Calvinistisch zijn.
Wij zouden ds. Kersten wel eens als Minister van Binnenlandsche Zaken aan het werk willen zien bij zijne keuze van Commissarissen der Koningin en van burgemeesters, of als Minister van Justitie bij zijne voordrachten voor de rechterlijke macht.
Het zou dan wel blijken, dat de critiek gemakkelijk is, maar de kunst om te regeeren een moeilijke zaak oplevert.
Het is tot nog toe grauwe theorie, die men door de Staatkundig Gereformeerden hoort verkondigen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 september 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 september 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's