De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

8 minuten leestijd

Ongeveer zes jaren geleden stelde de toenmalige Penningmeester in zijn verantwoording de vraag : „voortgaan of inkrimpen ? " Moeten wij voortgaan met het steunen van jonge mannen, die van harte wenschen een Evangeliedienaar te worden in onze Kerk, of moeten wij dezen en genen afwijzen, zeggende : gij hebt wel de be­kwaamheid om te studeeren en den lust om een Gereformeerd leeraar te worden, maar wij kunnen u niet helpen, wij hebben geen geld ? Zelf gaf de heer Fliehe al het antwoord : „Natuurlijk zijt gij het met mij eens dat wij moeten voortgaan". Maar ook de lezers van „De Waarheidsvriend" hebben geantwoord. Zij hebben dit gedaan in den vorm van hun gaven. Zij verdubbelden hun gaven of hun contributies. De jongeren trokken er op uit met hun busjes. Met nieuwe kracht begon weer de actie voor 't winnen van abonnees van „De Waarheidsvriend". Zoo werd het Hoofdbestuur in staat gesteld naar zijn wensch te handelen. Tot hiertoe hebben wij nunmer iemand behoeven af te wijzen, omdat er geen geld was. Is dat niet mooi ? Is dit niet een zegen van God, dien Hij onzen Bond gaf, zoo dat Hij de harten neigde tot geven en altijd maar weer de gaven deed vloeien ? Zeker ! We hebben wel jonge mannen afgewezen. Maar dat was omdat zij geen bekwaamheid toonden om te studeeren of omdat zij blijken gaven dat zij niet bij onzen Bond thuis behoorden. We mogen het geld niet weggooien. Integendeel, wij moeten er heel zuinig op zijn en secuur er mee omgaan, omdat het liefdegaven zijn van hen, die het aan ons toevertrouwden. Maar dan mogen wij toch met blijdschap en dankbaarheid zeggen : er is nimmer niemand afgewezen, die aan de redelijke voorwaarden, die gesteld werden, voldeed.
Zal dit nu steeds maar zoo door kunnen gaan ? Of moeten wij eindelijk eens gaan inkrimpen? Deze vraag doe ook ik thans. Ge weet wel, dat de gymnasiasten, die gesteund worden, niet zoo heel veel noodig hebben. Hun studie kost niet zooveel. Zij zijn meestal bij hun ouders thuis. Maar worden zij student, dan zijn zij inééns zeer dure klanten. Dan kunnen wij toch niet tot hen zeggen : „ziet nu maar hoe gij klaar komt". Neen, dat gaat niet. We zijn met hen begonnen en we moeten hen blijven helpen Nu moet gij ook weten, dat ik in die periode Penningmeester ben geworden, dat er veel studenten zijn, d.w.z. zulken, die vroeger met weinig tevreden waren en nu veel uit het Studiefonds hébben moeten En toch, wij nemen tot hiertoe er altijd nog maar weer bij en wijzen niemand af.
„Waar moet dat heen ? " zal misschien iemand zeggen, ja, dat vraag ik op mijn beurt ook. Een ander zal misschien antwoorden : „Dat zijn geen zakenmenschen, die in dat bestuur zitten. Zij hadden moeten uitrekenen, dat dit spaak zou loopen". Een derde zal ons wel tegenkomen met het Schriftwoord : Gij zijt begonnen een huis te bouwen, maar gij hebt de kosten niet overrekend. Nu hebt gij het huis half klaar en kunt ge niet verder" Ja maar, m'n beste vrienden, aan zulken praat heb ik nu niets, 'k Meen dat wij in het Koninkrijk Gods niet moeten handelen als zakenmenschen, maar dat wij veel „in 't .geloof" moeten doen en dat het aangehaalde Schriftwoord niet mag gebruikt worden om de beurs dicht te houden. Maar hoe dit ook zij, m'n vraag komt hierop neer : Moeten - wij méér Gereformeerde dominees in onze Kerk hebben of minder ? Meent ons Gereformeerde volk, meenen onze Gereformeerde gemeenten dat er nu genoeg zijn, wel, dan gaan wij de poort een beetje dichter houden en laten wij zoo nu en dan er nog een paar doorheen „Neen, dat niet", zoo hoor ik u al zeggen, „daarvoor heeft God den Bond tot hiertoe niet gezegend, dat we het er nu bij zouden laten zitten. Als het gaat om de vraag : „voortgaan of inkrimpen", dan is het eenige antwoord : „Voortgaan ! Geen deuren dicht doen I Voortgaan op het ingeslagen pad, opdat de Heere het ons doe gelukken hetgeen wij wenschen".
De nieuwe Penningmeester verwacht uw antwoord, 'k Behoef u niet te zeggen hoe dat antwoord er moet uitzien. Dat laat ik heelemaal aan u over.
'k Zou het zoo ontzettend jammer vinden als wij moesten bekrimpen. En 'k ben er bang voor dat het gebeuren moet. Maar 't zou mij erg spijten. Wij leven toch in een tijd dat onze Kerk een brandende (behoefte heeft aan Gereformeerde leeraars. Geen predikanten, die uit hun vroom gevoel theologiseeren, of uit een diep weggezakt mysticisme de schare willen onderwijzen, of die het "geloof der gemeente" als hun norm kiezen. Neen, zulken hebben zelf geen houvast en kunnen dit aan anderen ook niet toonen. We hebben voor de Kerk van Jezus Christus Evangeliedienaars noodig die formeel leven bij het Woord van God en materieel bij de souvereiniteit des Heeren. D.w.z. voorgangers, die weten wat zij willen, die de Heilige Schrift erkermen als het Woord des Heeren en die in hun levensbeschouwing zich gebonden weten aan de zuivere, eeuwige, rechtvaardigt en liefdevolle heerschappij van den Koning der koningen, over ziel en lichaam, geest en wereld.
'k Ben blij dat in onze dagen onder de studenten deze echt Gereformeerde levensbeschouwing meer en meer in 't middelpunt komt te staan, ook onder de " theologen. Daarvan verwacht ik, onder den zegen Gods, veel voor onze Kerk.
Nu moet het Studiefonds voortgaan zulken te helpen en anderen er toe leiden. Van den zegen Gods hangt alles af, ook het heil van onze Kerk, maar wij moeten doen wat wij kunnen.
'k Ga nu mededeelen wat ik ontvangen het. Laat ik u reeds mededeelen, dat het leelijke gat in m'n laatje nog lang niet gestopt is. Ik hoop maar op de toekomst en... op uw antwoord. Vroeger, al vele jaren geleden, kwam er wel eens 'n , , duizendje" in. Meent men, dat dit nu niet meer noodig is ? Wij hebben het nu veel meer noodig dan vroeger Stel u voor, dat ik eens zoo'n papiertje kreeg ! Dat zou een .blijdschap zijn ! Maar laat ik dat maar uit m'n hoofd zetten en laat ik u zeggen dat wij met alle groote en kleine gaven verblijd zijn, die gij met liefde geeft voor ons gezegend en zegenend werk.

Ook met de volgende.
Amersfoort. In m'n voorlaatste verantwoording had ik een gave vermeld van R. te Amerongen. Dat moest zijn: te Amersfoort. Een vergissing dus van mij. In plaats dat ik daarover een berisping krijg, ontvang ik van dien zelfden R., H. d. Sch. te Amersfoort, weer door middel van v. B., ƒ 20.— met het bijschrift „uit dankbaarheid dat het Hoofdbestuur een goede keuze heeft gedaan in het benoemen van den Penningmeester en voor diens herstel". Men wil toch wel gelooven, dat ik zulke vergissingen wel meer wil maken !
Rijssen. De Kerkeraad zond ƒ 5.—, gevonden in de collecte, voor het Studiefonds.
Leiden Van W. B. ƒ 1.—, „ontvangen van mej. H. voor het lezen van vaders" (ds. G. H. Beekenkamp) meditatie".
Veenendaal. In de Julianakerk gecollecteerd 14 Sept. 1.1. ƒ5.— voor den Gereformeerden Bond.
Gevonden in mijn brievenbus ƒ 1.— van een catechisante, uit dankbaarheid voor haar herstel. Dank je wel, Sophie I Ook jij moogt wel dankbaar zijn dat je van je zeer ernstige ziekte weer geheel hersteld zijt.
Van N.N. ƒ 0.50.,
D. K. kwam mij ƒ2.50 brengen „omdat zijn gave blijkbaar niet terecht gekomen was, die hij in de collecte deed miet het bijschrift „voor de kinderen van ds. Jongebreur". Nu geraakt zoo'n papiertje wel eens los, dat om zulk een gave gewikkeld wordt ! De gever was er echter heelemaal niet kwaad om. Hij bracht het dubbele nu maar aan mij.
Baarn. Door ds. Kievit ƒ 2.50 van N.N. voor het Studiefonds.
Oudewater. Van ds. P. J. Steenbeek ƒ2.50 contributie.
Nieuwpoort. Ds. B. van Ginkel zond mij ƒ 50.18, de opbrengst van een gehouden kerkcollecte voor de beide fondsen. Eigenlijk, zoo schreef mij de nieuwe pastor toen, had deze collecte bij z'n intrede gehouden moeten worden, maar daar kwam niet van.
Nu, ik ben erg blij met deze collecte. Zij is minstens even mooi, als wanneer in Veenendaal 't tienvoudige gecollecteerd wordt. Het ga de gemeente van Nieuwpoort goed met haar jongen leeraar. De Heere zegene ook ds. Van Ginkel voor zijn hart, huis en werk.
Hillegersberg. Van N. N. ƒ 10.—, uit dankbare nagedachtenis.
Alles bij elkaar geeft de som van
f 100.18.
Hartelijk dank.

De Penningmeester
Ds. N. VAN DER SNOEK.
Veenendaal, 23 Sept. 1930.

P.S. De brief van J. B. uit Feijenoord is door mij ontvangen.

POSTZ., CAPSULES EN ZILVERPAPIER.
Ontvangen van : Ie. R. W., Utrecht, zilverp. en caps. ;
2e. mej. H. van Veen, Leiden, postz. en zilverpapier ;
3e. de kinderen Van Andel. Hoogevéen, postz., caps, en zilverpapier ;
4e. Corrie, Chris, Mientje, Aria en Arent de Rooij, Aarle Rixtel, zilverpapier, benevens ƒ 2.50.
Dit laatste is een mooie inzet voor deze laatste weken, want de tijd voor een kracht tige inzameling om tot een goed eindcijfer te komen, nadert zoo langzamerhand. Ik hoop tenminste dat er spoedig vele zullen volgen.

Intusschen hiervoor mijn hartelijken dank.
Mejuffr. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 september 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 september 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's