Na het sterven van Ds. Jongebreur.
God heeft den leeraar weggenomen, Aan wien ons hart zich had gehecht; Mocht Hij ons allen nu maar leeren Hem te erkennen in Zijn recht.
God heeft den Leeraar ons ontnomen. Dien Hij ons zelf gegeven had ; Den man met zulke groote gaven, Aan wien zoo veel verbonden zat.
Hij deed zijn arbeid steeds volijv'rig, Hij was getrouw, hij was oprecht In al zijn doen, in al zijn spreken, In 't werk, door God hem opgelegd.
Hij sprak ons van Gods rijke liefde. Van Zijn gena en heiligheid ; Stelde zondaars voor : de eeuw'ge smarte, Maar ook den goede : zaligheid.
En nu — na zulk een reeks van jaren, (Maar o ! wat schijnt die tijd nu kort)) Naamt Gij hem weg uit 't aardsche leven. Hebt G' in den dood hem neergestort.
Hoe duister. Heer, zijn vaak Uw wegen ; Maar toch — wij weten 't — zij zijn recht. De teerste banden doet Gij breken, Hoe vast voorheen tezaam gehecht.
Wij meenden wel : hij was onmisbaar ; Maar Gij naamt met één wenk hem weg. Och, dat elk onzer stil berustend. De hand op zijnen mond nu legg'.Uw wil geschied', o Heer' der heeren, Schoon die voor ons vaak smart'lijk zij ; Maar Heer! giet balsem in de wonde En sta met Uwen troost ons bij.
Wat ons dan immer moog' ontvallen, En hoe ons treff' Uw slaande hand. Als Gij komt scheuren en ontnemen, — Gij, met Uw trouw, houdt eeuwig stand.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's