FINANCIËN
Voordat ik u ga zeggen, wat ik voor de fondsen ontving, kom ik met een belangrijke mededeeling.
De laatste preek van ds. M. Jongebreur is in druk verschenen. Mevr. Jongebreur stond haar ons af, opdat de opbrengst ten goede zou komen van het Studiefonds.
Wij zijn haar daarvoor zeer dankbaar.
Deze preek, getiteld „Gebed uit de diepte", is den 13den Juli 1.1. uitgesproken in den morgendienst van de Oude Kerk van Veenendaal. De tekst is Psalm 130 vers 1 tot 4. Vier dagen daarna was de Veenendaalsche leeraar niet meer Daar stond hij, als in ongebroken kracht, met z'n groote gestalte en sprak in vuur zijn goed doordachte prediking uit, niet vermoedende dat hij daar voor 't laatst op den kansel was en dat acht dagen daarna zijn lijkdienst in datzelfde kerkgebouw zou plaats vinden. Hij deelde nog mede — gij kunt het lezen — dat hij den volgenden Zondag uit het overige gedeelte van denzelfden Psalm zou spreken. De Heere had het anders beschikt. Zijn mond werd voor 't prediken gesloten, op eene ontzettende wijze, toen ik naast hem in de auto zat.
Dit sterven heeft een geweldige ontroering teweeg gebracht. In heel ons vaderland, in de eene gemeente meer dan in de andere, zeker ! Maar de schok was hevig. Ook onder de predikanten. Menigeen vroeg zich af : Als ik zoo was weggerukt uit mijn Evangeliedienst, was ik dan klaar geweest ?
Êenige dagen geleden zaten we met ons drieën (collega's, studiegenooten) in Ede's pastorie over deze geweldige gebeurtenis in de predikantenwereld te spreken. Het ging even van hart tot hart, zoodat we elkaar in de oogen zagen bij de vraag : „Heeft voor ons het Evangelie, dat wij prediken, die waarde, dat wij er heden mee sterven kunnen ? " Wij verstonden dat het plotselinge sterven van onzen broeder zeer veel tot alle zijne collega's te zeggen heeft en tot hun dood zeer veel blijft zeggen en dat de zegen Gods voor onze Kerk niet gering zou zijn, als zij met de gestelde vraag gedurig voor het aangezicht des Heeren verschenen.
De zegen Gods komt vaak van een anderen kant, dan wij het verwachtten.
De ontroering was geweldig. Zij blijve werken. Zij werke door tot schuldbesef en verootmoediging. Er wordt in 's Heeren Kerk zooveel bedorven door den hoogmoed der leeraren. Jongebreur's sterven brenge velen bij elkaar, die toch eigenlijk bij elkander behooren en het spore ons aan om getrouw het Woord des Evangelies te verkondigen, zoolang wij in ons werk gelaten worden Dat Woord des Evangelies is zoo heerlijk gebracht in de laatste preek van onzen hooggeachten broeder. Daarin komt het weer uit dat hij niet in de eerste plaats een „Bondspredikant" was, zooals de menschen ons vaak noemen, maar een Evangeliedienaar. Deze is toch maar onze eerste en mooiste naam. De andere is een bijnaam, waarvoor wij ons ook niet behoeven te schamen Toch is rondom het Evangelie der genade ons aller vereenigings punt. Het Evangelie naar de Schriften maakt de waarde uit van den leeraar. En dat Evangelie is zoo krachtig aanbevolen, zoo indrukwekkend gepredikt in den morgendienst van de Oude Kerk te Veenendaal, den 13den Juli 1.1.
Daarom beveel ik die preek ter lezing aan. Niet in de eerste plaats omdat ik Penningmeester ben. Dat kan ik met een eerlijk geweten zeggen. Maar wèl omdat ik gaarne de collega was van hem, die deze prediking uitsprak. Al zou het Studiefonds er geen baat van hebben, 'k zou het met even grooten aandrang schrijven. Het gaat toch niet om het Studiefonds, maar om de verbreiding der Waarheid. Hoe toch kan dit nu, in verband met het groote verlies dat wij, Gereformeerde Hervormden, geleden hebben, beter geschieden dan door deze laatste prediking van een onzer voormannen ? De prediker is weggenomen, maar het Evangelie, dat hij predikte, blijft ons geschonken, opdat het ons zou brengen tot de vraag : „Hoe sta ik daarmee ? " De laatste preek van onzen gestorven broeder is zoo uitnemend geschikt, 'k zou haast zeggen : van God aangewezen, om ons in onze ontroering te leiden tot den vrede des geloofs, tot hetgeen de kracht ons zijn moet om voor den Naam des Heeren en voor Zijn zaak ons niet te schamen, om voor elkander tot steun te zijn in den grooten strijd des levens, tot welzijn van des Heeren Kerk in ons Vaderland.
De Waarheid brenge ons bij elkaar, versterke den band, en zij in ons de stuwkracht om haar met lust en liefde buiten ons te verbreiden en te verdedigen.
Zegene de Heere daartoe ook dit laatste woord van ds. Jongebreur.
Mij dunkt, van de duizenden die hem op den Zendingsdag nog hebben gezien, zullen velen zich met mij verblijden dat zij deze laatste prediking nog kunnen bekomen. Zij zagen daar nog z'n hooge gestalte Velen, soms in groepjes rondom hem geschaard, spraken met hem. En nog geen 24 uren daarna vernamen zij van zijn dood. Welk eene ontroering ! Laat het ons tot eene ernstige waarschuwing zijn. Onze levensdraad kan inééns worden afgesneden. Zijn wij dan klaar ? Kennen wij de kracht van het Evangelie ? Weten wij dat onze Verlosser leeft ?
Zegene de Heere ons door de middelen, die Hij Zelf ons toereikt.
De preek is keurig uitgegeven, 't Portret van den prediker ontbreekt er niet in. De prijs is matig gesteld, opdat hij voor niemand bezwaar zal opleveren. Slechts veertig cent. Zij kan per girobiljet bij den „Maassluisschen Boekhandel" besteld worden (No. 22244) of bij den Administrateur van „De Waarheidsvriend"_ te Veenendaal, No. 93301, of bij den een zoowel als bij den ander per postwissel.
Als Penningmeester zou ik natuurlijk ook zeer verblijd zijn als het Studiefonds er goed bij voer. Dit zou ook geheel in den geest zijn van hem, die deze prediking hield
Nu ga ik verantwoorden wat ik ontving, 'k Moet mij haasten. 'k'Ben zoo juist, 't is al Dinsdagavond, thuis gekomen uit Krabbendijke, waar ik m'n zwager heb mogen inleiden in zijn nieuwe gemeente.
't Was voor het eerst, dat ik in een Zeeuwsche gemeente preekte. Maar laat ik nu daarover niets zeggen. De verantwoording moet weg.
Feijenoord. Van A. A. v. Z. ƒ 2.15, „nagekomen gift voor de Paaschcollecte voor het Studiefonds".
Van C. Z. ƒ1.— bijdrage voor het Studiefonds, door omstandigheden eerst nu door vriend Bot overgedragen, die tegelijkertijd ƒ11.05 zond, zijnde de contributies van hen, die niet lid der afdeeling zijn.
Van A. A. de Vlieger ƒ 35.62, contributie van de leden van de afd. „Feijenoord". Kampen. De Meisjesvereeniging „Pred. 9 : 10a" maakte een uitstapje naar de Veluwe. Zij heeft daarbij ook een collecte gehouden. De helft van de opbrengst werd bestemd voor het Studiefonds. Zoo zond de penningmeesteresse, mej. J. Prins, mij ƒ5.— 'k Wilde wel, dat meer Meisjesvereenigingen en ook Jongelingsvereenigingen bij hun uitstapjes ook zoo deden !
Onstwedde. Van ds. J. C. Wolthers ƒ2.50 in de collecte gevonden van N. N., „uit dankbaarheid" voor het Studiefonds.
Zetten. Van N.N. ƒ 2.50 met het bijschrift „naar aanleiding van uw schrijven over de lampiondragers gevoel ik mij gedrongen u dit te zenden voor de a.s. Lichtdragers in onze Hervormde Kerk".
Kralingen. Mej. F. schrijft mij : omdat u uit Kralingen iets verwacht voor de fondsen, zend ik u hierbij ƒ 10.—, waarvan ƒ5.— voor de fondsen en ƒ5.— voor ds. Lans (Evangelisatie-Commissie)" Hartelijk dank voor uw brief. De oude kennissen leven zoo weer eens in mijn gedachten op. 'k Heb heel wat op dien Nesserdijk liggen !
Ds. G. A. Pott stuurde mij ƒ5.— van de fam. H. voor de beide fondsen.
Vlaardingen. Van ds. H. A. Heijer ƒ3.—, zijnde 60 nikkeltjes voor het Studiefonds van de fam. In 't V.
Hazèrswoude. Van mej. Cor. Qualm den inhoud van busje no. 73 over Juli, Aug. en Sept., zijnde ƒ29.30. Deze zending uit H. heeft mij ten zeerste verheugd. U moet weten, dat ik den vorigen dag zulk een vreeselijken brief had ontvangen, poststempel Hazèrswoude, van de Christ. Jong. Vereen. „Eere zij God", vol onbillijke verwijten jegens mijzelf en het werk dat ik lief heb gekregen, zoodat ik het besluit nam : daarop antwoord ik niet. Met zulke brieven moet men mij niet te lijf komen. 'k Wist trouwens wel, dat alle menschen te H, er niet zoo over denken. Het bewijs echter kreeg ik tot m'n blijdschap al heel spoedig daarop. Als iemand wat tegen ons heeft, laat hij dan maar voor ons bidden. Opstaande echter van z'n gebogen knieën, schrijft men zulke brieven niet.
Soest. Van N. N. ƒ 10.— voor het Studiefonds „met den wensch dat spoedig het groote gat gestopt wordt".
IJsselmonde. Van D. N. ontvangen van J. S. C. ƒ 1.— voor het lezen van „De Waarheidsvriend."
Ouderkerk a.d. IJssel. Van mej. T. L. O. ƒ2.— uit dankbaarheid voor hare verjaring. De Heere zegene u met Zijn genade en geve u veel ontdekkend en vertroostend licht uit Zijn Woord.
Ridderkerk. Van de afd. „Slikkerveer" ƒ29.50, mij gezonden door den penningmeester A. Waardenburg, contributie der leden.
Amersfoort. Van de leden van den Gereform. Bond de contributies ƒ 59.75, mij gezonden door A. Wisgerhof.
Bodegraven. Door H. E. Schriek de contributies der leden, zijnde ƒ60.25.
Veenendaal. Van N. N. door middel van diaken B. ƒ 10.— „uit dankbaarheid voor de goedheid en hulp des Heeren telkens aan mij betoond", met nog een schrijven er bij : „voortgaan en niet inkrimpen ! Dat er maar vele harten geneigd mogen worden om voor deze schoone zaak naar vermogen te geven ! Met den wensch dat ook de Penningmeester in dit zijn nieuw werk gesterkt worde en wijsheid van den Heere der Heeren ontvangen moge. Dan zal het zeer goed gaan !" Dat is een beter briefje dan uit H. I
Alles bij elkander opgeteld geeft de som van
f 274.72.
Hartelijk dank.
De Penningmeester,
Veenendaal, 30 September 1930.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's