KERKELIJKE RONDSCHOUW
ieder denkt aan de Vergadering van 15 October te Utrecht?
Men weet wat er gebeurd is in de Synode. Het Reorganisatie-Voorstel, dat bedoelde de Synodale Besturen Organisatie om te zetten in een presbyteriale wijze van kerkelijk samenleven en de Hervormde Kerk te herstellen, opdat zij naar haar aard en wezen als Kerk van Christus, als Kerk des Woords, zich zou gaan openbaren, is door de Synode naar de papiermand verwezen. In de gewone zomerzitting deed de moderne dr. Niemeijer reeds het voorstel om het ingediende Ontwerp af te wijzen ; maar toen dat niet gelukte en er een buitengewone Synodezitting in Januari van dat jaar is gehouden, werd door de vrijzinnigen, gesteund aoor enkele ethischen, besloten het Ontwerp niet de Kerk in te sturen, maar het te verwerpen. Alzoo is dan ook geschied !
In de Synode van dit jaar hebben de vrijzinnigen, onder leiding van prof. Knappert (die, door ziekte van prof. Van Nes, zitting had) en dr. Niemeijer, bewerkt, dat het predikambt voor vrouwen mogelijk zal worden gemaakt en een Commissie zal worden benoemd tot opstellen van een Ontwerp voor Modus-vivendi.
Twee zeer belangrijke zaken, die wij ten zeerste betreuren, en die een ramp voor onze Hervormde Kerk kunnen worden.
De modernen zouden met vrouwen als predikanten gebaat zijn in hun vacante gemeenten ; daardoor ook in de besturen en ook in de Synode (door de stemmen van de vrouwelijke predikanten) meer macht nog kunnen ontwikkelen en alzoo de Kerk met dubbele slagen slaan.
Met een voorstel, om te komen tot een Modus-vivendi, bedoelen zij om de Hervormde Kerk officieel Kerk-af te maken, waarbij zij zich zelf dekken en anderen van hun bezit als Kerk berooven. Groepjes en clubjes blijven aan over en de Hervormde Kerk als Kerk is voor goed en voor altijd kapot.
„Die twee fatale voorstellen hebben we aan de modernen te danken.
Gelukkig zijn het nog maar voorstellen. Voorstellen die bovendien nog geheel in het stadium van voorbereiding zijn. En al zou men inderdaad.met concrete voorstellen komen en de synode van 1931 of 1932 (de modernen loeren er op !) zou die voorstellen aannemen, dan is d e kerk er óók nog ! Dan zijn ook nog met twee derde van het aantal stemmen van de leden der Provinciale Kerbesturen binnengehaald ! Er moet dus nog heel wat gebeuren éér het zoover is ! Maar het teekent toch de dingen, waar we aan toe zijn, indien de modernen (en ze loeren er op !) hun zin kregen. De hervormde Kerk werd geheel en al vernietigd !
Komt het óók niet mee door onze verschrikkelijke verdeeldheid ? Doordat - onze krachten gebroken worden telkens ? Doordat allen, die de Hervormde Kerk zoo gaarne als een Christus-belijdende Kerk zouden zien in het midden des volks, elkander niet zoeken en elkander niet steunen ?
God laat ons nu zien waar we aan toe zijn en waartoe we spoedig zullen komen, indien we voortgaan met elkaar voorbij te loopen en elkaar niet te zoeken. De slagen vallen nu reeds op onzen rug. De donkere wolken pakken zich saam. De oordeelen Gods zijn aanstaande. Arme Kerk ! Arm volk !
Daarom begroeten wij de vergadering van Woensdag 15 October a.s. met zooveel vreugd.
Dan zal het Nederlandsch Hervormd Verbond tot Kerkherstel (laten we dien mooien naam altijd voluit schrijven en noemen !) te Utrecht vergaderen. Dan zullen allen die den Christus belijden, de Hervormde Kerk liefhebben, ons volk liefhebben, samenkomen om te bidden en samen te onderhandelen wat er in het belang van Kerk en Volk kan gedaan worden met het Evangelie van Jezus Christus.
Prof. dr. Haitjema zal een openingsrede houden in de morgenvergadering, aanvang 11 uur (in 't Jaarbeursgebouw te Utrecht).
's Middags spreken dr. G. Oorthuys, van Amsterdam ; ds. N. van der Snoek, van Veenendaal, en ds. Th. C. Vriezen, van Den Haag.
Niet alleen predikanten worden verwacht. Ook alle belangstellende kerkeraadsleden, ouderlingen en diakenen. Ook alle kerkvoogden en notabelen, die belang stellen in onze Hervormde Kerk, om haar mee te helpen oprichten uit haar diepen val. Ook alle gemeenteleden — mannen en vrouwen ! —, die mee willen bidden, mee willen arbeiden, waar zoo moeilijk, maar heerlijk en heilig werk ons wacht.
We zetten nu eens alle kleine verschillen op zij ! We laten nu eens af om een strijd om beuzellngen te voeren ! We gaan nu de handen inéén slaan, we gaan nu samen zwaard en troffel hanteeren. Groot is de vijandelijke macht, die we tegenover ons zullen vinden. Maar des Heeren is de sterkte, dies hebben we goeden moed !
We gaan dus allen, die maar eenigszins kunnen, Woensdag 15 October a.s. naar Utrecht en we hopen daar elkaar te ontmoeten in het Jaarbeursgebouw. Dat allerwegen een zegen mag worden afgebeden van den Heere over dit ons samenzijn !
Het Nederlandsch Hervormd Verbond tot Kerkherstel.
We laten hier nog even volgen enkele gedeelten uit de Statuten van dit Verbond. Artikel 1 handelt over het beginsel en luidt : „Er bestaat een Nederlandsoh Hervormd Verbond tot Kerkherstel, welks leden gemeenschappelijk uitgaan van de waarheid van het stuk der heilige, algemeene Christelijke Kerk, zooals deze door het Gereformeerd Protestantisme, inzonderheid in Antwoord 54 van den Heidelb. Catechismus beleden wordt. Zij erkennen dat deze belijdenis consequenties van kerkrechtelijken aard voor de inrichting van het Hervormd-kerkelijk leven met zich brengt".
Artikel 2, dat over het doel handelt, zegt : „Het Verbond stelt zich ten doel voor te staan en zoo mogelijk te bevorderen een reorganisatie der Ned. Hervormde Kerk in den geest en volgens de grondlijnen van het reorganisatie-rapport 1929".
In Artikel 3, dat handelt over de middelen, lezen we o.a. : „Het Verbond tracht dit doel te bereiken door : b. Samenwerking te bevorderen van allen, die den Christus belijden, en daarmede misstanden en misverstanden terug te dringen, welke het door velerlei groepeeringen in zijn éénheid bedreigde kerkelijke leven te zien geeft ; c. het uitgeven van een maandelijksch orgaan „Nieuw Kerkelijk Leven", waarin behalve de practische, ook de theologische zijde van het kerkelijk vraagstuk besproken wordt".
Voor het Bestuur, dat uit 15 leden bestaat, is het land verdeeld in 5 districten ; Groningen en Friesland ; Drenthe en Overijssel ; Gelderland, Brabant en Limburg ; Utrecht en Noord-Holland ; Zuid-Holland en Zeeland. Uit ieder dezer districten worden twee leden door de jaarvergadering gekozen uit dubbeltallen, door het Hoofdbestuur aan te bieden, enz.
De contributie is ƒ 1.50 per jaar, waarbij men het maandblad „Nieuw Kerkelijk Leven" gratis ontvangt.
Nadat op de vergadering te Amersfoort 10 Juni 1930 in het voorloopig Hoofdbestuur zitting hadden genomen ; prof. Haitjema ; ds. Evenhuis, van Noordhorn ; dr. van Itterzon, van Alblasserdam; dr. G. Oorthuys, van Amsterdam, en ds. M. Jongebreur — intusschen overleden —, vergaderde het voorloopig Hoofdbestuur 8 Juli 1930 en werd besloten de volgende personen nog uit te noodigen in 't Hoofdbestuur zitting te nemen : ds. N. de Jong te Velp ; dr. J. Riemens te Leiden ; de heer N. de Visser te Dordrecht; de heer P. N. de Vries te Oosterbeek ; ds. G. H. Wagenaar te Rotterdam ; ds. J. J. van de Wall te Groningen en ds. G. van der Zee te Wapenveld.
De heer P. N. de Vries, Zaayerplein 3, Oosterbeek, is intusschen als 2e secretaris met de administratie belast en neemt gaarne aan voor het lidmaatschap en schrijft gaarne in als abonné op het maandblad „Nieuw Kerkelijk Leven".
De Hervorming.
31 October is weer in 't zicht, 't Is geen protestantsche heiligendag. Wél een dag om te gedenken, om te danken, om te bidden.
Wat zullen we gedenken, waarvoor zullen we danken ?
Dr. K. F. Proost, vroeger modern predikant te Zwolle, nu als directeur van „Ons Huis" werkzaam te Rotterdam, schrijft in „Ons Kerkblad", orgaan van de Rotterdamsche afdeeling van de Vereeniging van Vrijzinnig-Hervormden, dat Luther de groote vrijheidsheld is, die zich tegen het gezag durft te verzetten ; de man van 't geweten. En zegt dan : „Ook de vrijzinnige Protestant verzet zich tegen het gezag, ook hij moet strijden tegen traditie, ook hij moet zich losmaken. „Staat dan in de vrijheid" is een bekende tekst, die in vrijzinnige kringen vaak wordt aangehaald. Wij willen gaarne vrije en bevrijde menschen zijn".
Weer die bekende, versleten gezegden. Weg met het gezag. De vrijheid !
Rusland is er gelukkig mee !
Dat er een zieleworsteling bij Luther is geweest, waarbij hij geleerd heeft hoe een goddelooze om niet gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet, door het geloof in Jezus Christus — heeft dr. Proost blijkbaar nog nooit gehoord of gelezen. En dat hongerigen en dorstigen naar de gerechtigheid het water des levens met volle teugen hebben gedronken toen, is als een machtige beweging des Geestes, aan de aandacht van dr. Proost voorbij gegaan.
Het Woord — het Kruis — neen ! daarvan weet dr. Proost niet.
Laten wij er aan gedenken op den Hervormingsdag. Laten wij er den Heere voor danken, te meer, waar het bij Luther niet gebleven is. Laten wij bidden, dat in onze Hervormde Kerk, in het midden van land en volk, het Evangelie des Kruises mag worden gekend met blijdschap en vrede ; ja, dat het Evangelie der zaligheid mag worden gebracht onder alle volkeren, in Indië, in China, in Japan — overal !
Kerk des Heeren, let op uw zaak !
De Kiezerslijst.
Zooals we schreven, moest door den Kerkeraad in September de kiezerslijst, voorzien van de namen van alle mannelijke en vrouwelijke lidmaten, die op 31 October aan de gestelde eischen voldoen en dus kiesgerechtigd zijn, worden opgemaakt. Eerst voorloopig, om als voorloopige (en dus nog niet vastgestelde) lijst gedurende acht dagen ter inzage te worden gelegd voor de gemeente. Zijn geen bezwaren ingediend, dan wordt de lijst definitief vastgesteld. Zijn er wèl bezwaren ingebracht, dan moeten die onderzocht worden, en de dan voorloopig vastgestelde lijst moet, met de aangebrachte wijzigingen, in de maand October weer acht dagen ter inzage worden gelegd. Ook dan kunnen weer bezwaren worden ingebracht bij den Kerkeraad.
We bemerken wel, dat de voorloopig opgemaakte lijst gedurende acht dagen i n September (in welke week of in welke helft van September is niet voorgeschreven) ter inzage moet worden gelegd voor de gemeente. Tijd, plaats en wijze, waarop dit zal geschieden, worden tijdig ter kennis van de gemeente gebracht (zie art. 3 van het Reglement op de benoemingen). Zijn er geen aanmerkingen gemaakt, dan is het met één keer afgeloopen ; zijn er w è 1 bezwaren ingebracht, dan moet de voorloopig vastgestelde lijst in October weer ter inzage worden gelegd, na gelijke kennisgeving als hierboven bedoeld is. Als alles dan in orde is, is de definitief vastgestelde lijst vanaf 1 November geldig en blijft van kracht tot 1 November van 't volgend jaar.
Stemgerechtigde leden zijn alle lidmaten (mannen en vrouwen) die 23 jaar zijn (op 31 October) en een jaar in de gemeente zijn of belijdenis hebben afgelegd. (31 October moet dat een jaar geleden zijn, dat ze inkwamen met attestatie of belijdenis deden).
Hoe de bekendmaking van het ter inzage leggen van de lijst geschieden moet, staat niet voorgeschreven, maar de gemeente moet er van in kennis gesteld worden, met vermelding van welke acht dagen dat het geschieden zal en de plaats waar de lijst té vinden is. Gewoonlijk wordt het van den kansel meegedeeld of in de Kerkbode gepubliceerd.
Hoe de modernen er als de kippen bij zijn — niet in, een gemeente, waar ze de baas zijn, om publicatie te geven van het ter visie liggen van de lijst, want daarmee zijn ze wel eens een beetje „geheimzinnig", maar hoe fel ze zijn in een gemeente waar te vechten is straks, om de lijst te controleeren — blijkt uit een bericht van den predikant-voorganger der Vrijzinnig Hervormden te Hillegersberg, ds. Bloemhoff. We nemen een berichtje over uit „Ons Kerkblad", waar staat :
»De Kiezerslijst. Gaarne brengen we een woord van dank aan enkelen onzer menschen voor het werk, dat ze met het oog op de kiezerslijst, volbrachten. Enkele avonden achter elkaar zaten deze nijveren in de consistoriekamer der Ned. Hervormde Kerk om te onderzoeken en te controleeren. En 't was noodig. Meer dan twintig onzer geestverwanten stonden wèl in het lidmatenboek, maar ontbraken oip de lijst. En verder was een enkele attestatie niet ingeboekt, waren wat namen verkeerd geschreven.. Een dertigtal stemmen zijn gered. En ook voor het beter leeren kennen der leden was deze exercitie zeer nuttig. Er is een rapport van de aan-en opmerkingen bij den kerkeraad ingezonden«.
Triumfantelijk klinkt het : „Een dertigtal stemmen zijn gered".
Dat is door de activiteit van de vrijzinnigen, die in een orthodoxe gemeente op de loer liggen en straks zullen trachten een Kiescollege te krijgen.
Zijn in moderne gemeenten onze orthodoxe geestverwanten óók zoo actief, zoo waakzaam en zoo fortuinlijk geweest ? Kunnen zij óók zeggen : „Een aantal stemmen zijn gered", doordat namen van rechtzinnige stemgerechtigden (mannen en vrouwen) die niet op de voorloopig opgemaakte lijst van September voorkwamen, er nu op staan ?
We hopen het van harte !
De dragende Kerk.
't Klinkt even vreemd, als we hooren van de dragende Kerk. 't Is iets, dat prof. Gunning, een profeet zijnde, gezegd heeft. Er is een behoefte aan levensgemeenschap, aan geloofsgemeenschap. We moeten elkander steunen en sterken en helpen. En de geloovigen hebben noodig, dat de Kerk hen draagt. Zij moet als een Moeder tot steun en tot sterkte wezen. „We hebben in onzen gezagloozen en individualistischen tijd een dragende gemeenschaip noodig. Vele jaren heb ik met smart de zwakheid van mijn eigen geestelijk leven zien wortelen in het gemis van een Kerk, die mij droeg", schreef prof. Gunning indertijd.
Daar hebben we dus de uitdrukking „dragende Kerk". We hebben noodig een Kerk, die ons geestelijk steunt, helpt, draagt, zooals een moeder hare kinderen steunt en helpt en draagt.
En dat missen we veelszins in de Hervormde Kerk. Zij staat niet achter ons, zij omringt ons niet, zij geeft ons niet wat we geestelijk noodig hebben, zij is niet als een moeder voor de geloovigen, die haar kinderen draagt als in hare armen.
Openbaart de Hervormde Kerk zich als Kerk van Christus, om in en door Hem te beschermen, te steunen, te zegenen hare kinderen, de kleinen met de grooten saam ?
En dan moeten we antwoorden : . helaas ! niet. Zij is veelszins als een Vereeniging waarin de een den ander tegenspreekt en bestrijdt en waar de meest tegenstrijdige dingen worden voorgedragen, gepropageerd en verdedigd, 't Behoeft niét zóó te zijn, dat allen en dat ieder hetzelfde denkt en zegt. Maar er moet gemeenschap zijn, geloofsgemeenschap, in en door Jezus Christus, naar Gods Woord.
De Kerk moet gemeenschap, van menschen zijn, die bij ontzaglijk veel verschil, toch iets gemeen hebben, en wel dit, dat ze allen gelooven in Jezus Christus, den eeniggeboren Zoon van God, in Wien de eenige troost is beide voor leven en sterven.
En wanneer het zóó is, vindt ieder en elk geloovige daarin steun. Dan wordt de persoon in die gemeenschap gedragen, gesterkt, geholpen.
„Woord en Geest" herinnert aan deze dingen en zegt : 't Is niet zoó, dat de enkeling slechts heeft te gelooven wat de gemeenschap zegt, maar v/èl zóó, dat de enkeling in zijn geloof wordt gesteund door het geloof der gemeenschap, die achter hem staat. „Daarom zegt Calvijn ook, dat wij ons aan de hoede en leiding der Kerk niet mogen onttrekken, tot wij van ons sterfelijk lichaam worden ontdaan. Calvijn had een scherp oog voor de realiteit van het geestelijk leven en wist heel goed, dat zelfs bij de sterkste in het geloof het geloofsleven niet verder komt dan tot het eerste stadium van ontwikkeling. Het is van onschatbare waardij voor het geestelijk leven als wij, ons geloof in de wereld uitsprekende, weten, dat we niet alleen staan, maar dat achter.ons een gemeenschap staat die met ons een zelfde dierbaar geloof deelachtig is geworden".
„Geestelijk individualisme kan de Kerk, als gemeenschap, gewoonlijk daarom zoo slecht waardeeren, omdat het zoo dikwijls gepaard gaat met geestelijke zelfvoldaanheid en superioriteitsgevoel. In het geloofsgetuigenis van de , Christelijke gemeente, zoowel die van nu, als die van het verleden, ligt een macht, die ons in onze zwakheid kan sterken, in onze hoogheid kan aanvuren. Christenen, die hun geestelijke grenzen en beperktheden kennen, zuilen zich geruster gevoelen, naarmate ze sterker besef hebben van de wolk der getuigen, die ze rondom zich hebben".
„Dit klemt nog te meer, als men bedenkt dat het een gemeenschap is, die zich schaart rondom het Kruis* der verzoening, dat ook nu nog voor den Jood een ergernis en voor den Griek een dwaasheid is. Calvijn laat de gemeenschap der heiligen gegrond zijn in de vergeving der zonden, en die vergeving der zonden is nog steeds niet geworden tot een algemeene, direct-doorzichtige waarheid. Dat ik daaruit leven mag en daarin sterven kan, moet me telkens weer gezegd worden, anders durf ik er niet mee aan te komen in een wereld, waar men noch van zonden, noch van vergeving weten wil.
En dat wordt me gezegd, als het goed is, in de Kerk als gemeenschap van zondaren, die leven uit de vergeving. Als zij achter ons staat, dan staan we sterker als wanneer we alleen staan. Zeker, we kunnen misschien een vrij langen tijd alleen staan, maar het zal toch altijd weer zulk een ondragelijk kruis worden, dat we met Elia wel zouden willen zeggen : "t is genoeg, neem nu, Heere, mijne ziel". Maar God troost hem er mee, dat er nog zevenduizend zijn, die de knieën voor Baal niet hebben gebogen. Dat is Gods troost !"
„In de Kerk ligt dr troost van een moeder, die haar kinderen troost met haar nabijheid. Wie de Kerk meent te kunnen missen, heeft waarschijnlijk niet veel behoefte aan troost".
We moeten iets meer dan hebben dan de gemeenschapsidee. We moeten iets meer hebben dan gemeenschappelijk iets doen, zingen, bidden, enz.
„Zal, ik aan die gemeenschap eenigen steun hebben, dan moet ze iets tot mij zeggen : in casu prediken dat ik, evenals zij, mag leven uit de vergeving der zonden. Zij heeft dan organen noodig, dus ook een zekeren institutairen vorm".
„Misschien schrikken velen, als ze hooren spreken over het ambtelijkkarakter van de Kerk. Maar ik meen toch, dat zij dan ten onrechte dat doen. Wanneer men goed oog heeft voor de relatie tusschen Kerk en Evangelie, dan moet men wel met haar ambtelijk karakter rekenen. Daarin onderscheidt de Kerk zich van het Conventikel, gezelschap of religieusen kring, dat ze menschen omvat die zich gesteld weten in een dienstverhouding. De Kerk leeft niet voor zichzelf. Ze heeft ook haar doel niet in zichzelf, maar wijst over zichzelf heen naar God". ,, De Kerk heelt een taak allereerst tegenover het Evangelie, dat haar toevertrouwd is, dus tegenover God. En omdat ze een taak heeft en dus een ambt bekleedt, heeft zij een ambtelijk karakter, waaruit haar gezag voortvloeit. Het Woord Gods, dat ze te prediken heeft, komt met gezag. Dat Woord is Jezus Christus, die als machthebbende spreekt. Haar interesse is, dat alle tong zal belijden, dat Jezus Christus-de Heere is. Zij geeft dat gezag niet aan het Evangelie, maar zij heeft gezag, voorzoover zij het Evangelie verkondigt ; ofschoon het weer niet van haar afhangt óf ze het verkondigt, want het Evangelie is Gods Woord".
Wanneer we deze dingen lezen, verlangen we des te meer, dat de Hervormde Kerk als Kerk overal, van alle kansels, in Woord en Sacrament de vergeving der zonden predikt, door het geloof in Jezus Christus, waarbij het Kruis van Golgotha in het midden staat. Het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegdraagt !
En daarin wordt nu de geloovige door de Kerk, als geheel genomen, niet gesteund en de zoekende niet terecht gewezen, omdat helaas ! niet van alle kansels het Evangelie Gods wordt gepredikt en niet overal de Sacramenten bediend worden in den zin, zooals dat behoort in 's Heeren Kerk.
Daartoe is onze strijd, onze gemeenschappelijke strijd, dat de Hervormde Kerk als Kerk een Christus-belijdende Kerk mag zijn en zich van gemeente tot gemeente alzóó openbaart, tot eere Gods en tot zegen voor velen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's