Evangelisatie-Commissie vanwege den Geref. Bond.
Opgave van de inkomsten van de Evangelisatie-Commissie over de maand September 1930.
Collecten : Door ds. G. van der Zee te Wapenveld, collecte aldaar ƒ 27.71 Door ds. B. Batelaan te Barneveld : collecte aldaar ƒ 99.— ; nagift ƒ20.— ; tezamen „119.— Door mej. J. Prins, van de Meisjesvereeniging te Kampen : de halve collecte, gehouden op een uitstapje der Vereeniging „ 5.—. Tezamen ƒ 151.71
Giften : Door den heer A. de Hon, diaken te Krimpen a.d. Lek. Gevonden in de collecte ƒ 2.50 Van den heer v. d. A. te H. „ 5.— Van den heer v. d. V. te L. „ 5.— Door den Kerkeraad te Nieuwpoort : voor de Ev. te Ureterp „ 10.— Door ds. Bieshaar te Den Haag : deel van een gift van ƒ 100.— van den heer G. „ 20.—
Tezamen ƒ 42.50
Het totaal bedrag aan ontvangsten is derhalve EEN HONDERD EN VIER EN NEGENTIG GULDEN EN EEN EN TWINTIG CENTS (Zegge ƒ194.21).
We danken onze milde gevers en geefsters hartelijk. Och, mochten er toch meerderen zijn, die aan ons werk gedenken. Van eenigen der gevers ontvingen we een begeleidend schrijven, waarin zij schreven overtuigd te zijn dat ons Evangelisatiewerk noodig steun behoeft. Indien al onze vrienden eens de streken konden bezoeken waar onze Evangelisaties gevestigd zijn, ze zouden het moeten zeggen : „O, hoe noodig is het, dat daar het Woord Gods gepredikt wordt".
In ditzelfde nummer van „De Waarheidsvriend" zal wellicht een brief over het Evangelisatiewerk op een der gesteunde posten opgenomen worden.
Ons viertal posten zal straks vermoedelijk vermeerderd worden. Maar we zullen meer moeten ontvangen dan nu, anders komt er van hulp en steun weinig.
En 't Zuiderzeefonds, waarover ds. Timmer eenigen tijd geleden in „De Waarheidsvriend" schreef, bestaat alleen nog maar in naam. Tot heden toe schijnt slechts één der lezers behoefte gevoeld te hebben om dat fonds een bewijs van sympathie te zenden. We kunnen deze dingen eenigszins begrijpen. We zijn nogal conservatief aangelegd. Dat, wat we eenmaal hebben, willen we houden : ons Leerstoel-en Studiefonds. Maar die nieuwe dingen.
Moge de Heere niet alleen aan het oude gedenken, doch ook aan het nieuwe, d.i. aan ons geslacht.
Met vriendelijke groeten. Uw dw.,
G. LANS,
Penningm. van de Evangelisatie-Commissie.
Postrekening 142400.
Eenige mededeelingen van 't Evangelisatiewerk te KIBBELGAARN, gemeente VEENDAM, door H. KRUIZINGA, Secretaris-Penningmeester dier Evangelisatie.
Aan de Lezers en Lezeressen van »De Waarheidsvriend«
Gaarne neem ik de gelegenheid waar, om het een en ander te schrijven over onze Evangelisatie te Kibbelgaarn, een buurtschap der gemeente Veendam. Het is er een vruchtbaar land, maar het ziet er toch op heden niet rooskleurig uit. Er wonen alleen eenvoudige menschen, die door den arbeid der handen hun brood moeten verkrijgen. Ook allen, die het Evangelisatiegebouw bezoeken, behooren tot de z.g. kleine luyden. In de omgeving van Kibbelgaarn zijn nog buurtschappen z.a. gedeelten van de gemeenten Westerlee en Pekela, waarvan de bewoners gemakkelijker te Kibbelgaarn dan in hun eigen kerkelijke gemeente de godsdienstoefeningen kunnen bijwonen. Sommigen doen dat dan ook, hoewel een groot deel des Zondags liever thuis blijft. Toch blijft de arbeid onzer Evangelisatie hun niet onbekend en allengs komen er meerderen op onder de bediening van het Woord. We mogen den Heere danken voor Zijne genade in dezen nederigen arbeid. De opkomst is vooral in den laatsten tijd goed. Het Bestuur der Evangelisatie doet al het mogelijke om lederen Zondag sprekers te krijgen, die het zuivere Woord bedienen, al kost het wel eens veel moeite.
Over het algemeen wordt hier de dag des Heeren misbruikt om volop van de wereldsche genoegens te genieten ; vooral het jonge volk gaat naar deze dingen uit. Daarom is de Zondagsschool zoo op haar plaats. En we mogen met blijdschap opmerken, dat steeds meer kinderen deze Zondagsschool gaan bezoeken.
We hebben nu in ons lokaal een orgel gekregen. Het is wel niet zoo groot en mooi, maar het is toch mooi door de liefde, die het ons schonk. Want én uit eigen kring èn daarbuiten zijn het de gaven der eenvoudigen geweest, die ons de aanschaffing mogelijk maakten. Nu kunnen we ook wat minder bekende psalmen zingen, die toch eigenlijk niet minder bekend moesten zijn.
Wanneer we .nu nog eens zoover mochten komen, dat we een vertrek of kamer konden bijbouwen aan het lokaal om des winters te catechiseeren en vereeniging te houden, want dat moet nu in het lokaal geschieden. Dat kan wel, maar dan moet geregeld het geheele lokaal verwarmd worden, hetgeen ons eigenlijk te kostbaar is. Helaas hebben we nu nog geen geld .daarvoor. Vermeerderen onze inkomsten, dan zullen we er zeker toe overgaan. Misschien zijn er onder u, die dit leest, wel enkelen, die een steentje willen bijdragen.
Toch zijn we dankbaar voor het goede, dat we reeds verkregen. Gingen tevoren slechts enkelen op, thans is het een verheugend gezicht te zien, hoe jong en oud komt om het Woord te hooren. En wanneer we dan vernemen, hoe er zijn, die getuigen, dat, als ze niet ter kerk komen, het dan voor hen geen Zondag is, dan vervult blijdschap het hart. En al zijn we er nog lang niet, we gelooven, dat onze Evangelisatie meerderen reeds tot zegen is geweest en ook nog velen tot zegen zal zijn.
Het spijt ons voor ons werk, dat het Hoofd der Chr. School, die tot de Geref. Kerk behoort, en de Hervormde onderwijzeres des Zondags niet hier is, anders zouden we van die zijde nog flinken steun kunnen hebben. Maar dat maakt ons niet ontmoedigd, want de Heere kent Zijn tijd.
Onze bede is, dat de Heere maar vele harten tot Zich moge trekken en velen rust mogen vinden bij Hem, Die gezegd heeft : Ik zal u ruste geven.
Wij danken allen, die ons werk wilden steunen. De Evangelisatie-Commissie verblijdt ons telkens met een ruime bijdrage, die, ofschoon niet toereikend voor geheel ons werk, toch van groote beteekenis is.
We zouden zoo gaarne zien, dat er meer collecten gehouden werden en meer giften inkwamen aan het adres van den penningmeester der Evangelisatie-Commissie. Zeker, we ontvangen ook gaarne op onze postrekening gaven en willen daartoe hier mededeelen, dat onze postrekening is : H. Kruizinga, penningmeester der Ned. Herv. Evang. te Kibbelgaarn, gem. Veendam, postrekening 163593, doch indien het van beide zijden kwam, zouden we er wel bij varen. Denkt toch niet, zooals een predikant eens tegen ons zeide : Evangeliseeren is goed, maar zij moeten zichzelf redden kunnen, anders is het beter, om in huis te blijven en den Bijbel te lezen. Och, neen, zoo moet het toch niet gaan. Hoevelen verstaan de H. Schrift niet en komen er nooit toe haar te lezen. Men zendt toch ook niet alleen Bijbels naar het Zendingsveld, terwijl men de Zendelingen laat thuis blijven. De Heere gebiedt ons uit te gaan en het Evangelie des Kruises te prediken en te onderwijzen. Wilt dan, vriendelijke lezer en lezeres, onze eenvoudige poging steunen en de Heere gebiede daarover genadiglijk Zijn zegen.
Met beleefde aanbeveling,
Uw H. KRUIZINGA.
Kibbelgaarn (Veendam).
Postrekening 163593.
Ned. Herv. Evangelisatie te Oude-Pekela.
Het zal waarlijk niet onnoodig zijn, dat het werk van de Evangelisten meer bekend gemaakt wordt, aangezien het van ons werk nog veelal geldt : Onbekend maakt onbemind. De inkomsten voor den Evangelisatiearbeid zijn, in vergelijking met de uitwendige Zending, toch maar heel gering.
Wij, Evangelisten, vragen onszelf wel eens af: vanwaar die spontane liefde voor het verre, ongeziene, en die weinige liefde voor 't geen nabij is en gezien kan worden ? Niet, als zouden wij het werk onder de heidenen niet noodig achten, maar wij willen meer liefde opwekken voor den Evangelisatie-arbeid, voor ons werk dus. Gelukkig zijn er die meeleven, die wat voor ons werk voelen, die er warm voor zijn. Dat blijkt uit de collecten en giften die bij den penningmeester van de Evangelisatie-Commissie inkomen. Maar ze vloeien gewoonlijk uit dezelfde beurzen, ze komen gewoonlijk van dezelfde gemeenten. Dat mag niet! 't Moet een algemeene zaak zijn, waar een ieder christen voor voelt, voor bidt en geeft.
Denkt niet, dat het gemakkelijk werken is in een plaats, waar de verwoestende macht der zonde op zoo'n schrikkelijke wijze woedt als in Oude Pekela, en op vele plaatsen in de omgeving het geval is.
Er is bij de massa van het volk slechts deze begeerte : „Geeft ons brood en spelen". Vandaar dat feest op feest georganiseerd wordt. Ook nu weer hebben we drie dagen feest gehad, waarbij de Zondag, de dag des Heeren, genomen werd. Dat is, zoo als men dan zegt, de beste dag, omdat het werk dan stil staat en groot en klein kan genieten van den zwijnendraf, dien satan en wereld aanbieden.
Ik zou zoo gaarne willen, dat ze uit Gelderland en Utrecht, Zuid-Holland en Overijssel enz. zulk een Zondag nu eens meemaakten in O. Pekela, wat zouden er dan velen zijn, die warm werden voor den Evangelisatie-arbeid.
Voelt ge het vrienden, wat er in ons omgaat, al we die duizenden zien gaan, die ten doode wankelen ?
En dat is niet eenmaal iper jaar, maar zoo vaak dat men het gejoel en gejuich hoort van de feestvierende menigte.
De duizenden in onze woonplaats zijn totaal van den Heere en Zijn Woord vervreemd ; ze weten van God noch z'n gebod. En die er nog een God op na houden, hebben er een die alles goed vindt, ook dat men Zijn dag ontheiligt enz.
Zal ik een paar voorbeelden noemen ? Het Kerkkoor van de Vrijzinnig Hervormden ging op Zondag 29 Juni met een groote autobus naar Ter Apel e.o. De Vrijzinnige Zondagsscholen werden, met het oog op de feestelijkheden Zondag 13 Juli 1.1., niet gehouden. Is het niet droevig ?
Dat is nu de vrucht van het modernisme, dat van den Heere en Zijn dienst afvoert en den mensch doet grijpen naar het zingenot van wereld-en zondedienst.
En nu staat, te midden van zooveel onwetendheid, van zonde-en werelddienst, de Ned. Hervormde Evangelisatie er als een middel in de hand des Heeren om het volk terug te roepen : „Tot de Wet en tot de Getuigenis". O zeker, er wordt ook in onze Evangelisatie veel zondigs en gebrekkigs, veel lauwheid en traagheid gevonden, maar we weten dat de Heere toch onze Evangelisatie gebruikt als een middel in Zijn hand om Zijn Raad uit te werken.
Maar er moest méér gedaan worden, vooral op zulke dagen. Dan moest men ruimer in 't geld zitten om tractaten te verspreiden, pakkende dingen aan te plakken, enz. enz.
Toen we van de laatste Bondsvergadering huiswaarts keerden, zei een predikant tegen een collega van mij, die klaagde over geldelijke zorgen, waardoor het werk belemmerd wordt : „'t Is goed als men het juk in zijn jeugd draagt", 't Is waar, maar het is niet tot eere van anderen, als men dat juk zóó laat drukken dat hoog noodige dingen achterwege moeten blijven.
Het Evangelisatiewerk moet voortgang hebben, ook in Oude-Pekela. Wij moeten verbouwen (uitbouwen) en kunnen niet, omdat de middelen ontbreken.
Het moest voor onze menschen een eere zijn dat ze mogen geven voor de Inwendige Zending, voor het werk dat gezien kan worden.
Onze Evangelisatie staat hier als een plaats, door den Heere gebouwd, een plaats waar zondaren zijn ontdekt en waar menige ziel is verkwikt, waar de Heere nog door uitbreiding en toeneming van Zijn gunst ook voor dit werk getuigt.
Dit werk is ons lief geworden, ook al heeft men in dit werk veel tegenkanting, veel teleurstelling, veel wat ontmoedigt. Maar als we weten dat ons werk uw liefde heeft, zullen we bemoedigd voortgaan, wetende dat onze arbeid niet ijdel zal zijn in den Heere.
Die het wèl meenen met Kerk en Volk, die bidders zijn om de komst van Gods Koninkrijk, zullen ons en ons werk gedenken.
Dat ons werk gedragen moge worden op de vleugelen des gebeds, dan zal ds. Lans te Suawoude er wel iets van bespeuren op zijn Gironummer 142400.
H. VAN DER VEEN, E.G.
Oude-Pekela.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's