INGEZONDEN
Hooggeachte Heer Redacteur van »De Waarheidsvriend«.
In verband met het ingezonden schrijven van den heer A. G. Buining in het nummer van 3 October, was het mijn oorspronkelijk plan met genoemden heer in briefwisseling te treden. Het onderwerp waarover het gaat, vind ik echter van zoo'n belangrijken aard, dat het mij niet ondienstig lijkt in het openbaar van gedachten te wisselen.
Bij voorbaat dank ik U vriendelijk voor de verleende plaatsruimte.
OPEN BRIEF.
Den Wel Ed. Heer A. G. Buining
Ter Apel.
WelEdele Heer,
Inzake uw ongevraagd advies aan het Comité tot oprichting van een vereeniging tot Evangelisatie te Moordrecht, deel ik van harte uw meening, dat het gevaar niet denkbeeldig is dat door een Evangelisatie-Vereeniging de leden van een Kerk vervreemd worden. Voor diegenen, die zich niet genoeg kerkelijk bewust zijn, zal de noodtoestand van een Evangelisatie zoo vanzelfsprekend schijnen, dat men nagenoeg nooit aan de Hervormde Kerk en diens belangen denkt. Ik spreekt hier echter van niet-kerkelijk bewusten;
Uit uw schrijven aan bovengenoemd Comité maak ik op dat u, evenals ik, in hart en-nieren Hervormd ben en dat de gehechtheid aan de Kerk door niets kan worden afgetrokken. Uw advies echter, om toch op te gaan onder een moderne prediking, kan ik niet deelen ; voor mij js dat een onmogelijk advies. Nemen we nu Veendam, waar twee vrijzinnige predikanten staan en 's morgens én 's avonds dienst is ('s winters), . dan zouden we de Evangelisatie moéten sluiten ; den Evangelist dien dag op non-activiteit moeten stellen en de gemeente doorkneed worden in de moderne theorieën. Deze meening kan ik allerminst deelen. Gaat u dan lederen Zondag naar een modern predikant, mijnheer Buining ? Dan is u wellicht iemand, zooals mijn grootvader iemand kende in Zeeland ; die ging ook altijd ter kerk ondér een vrijzinnige prediking en zeide: „de psalmen zijn toch goed, die de dominé laat zingen". De man moest ook nog drie kwartier loopen. Ik voel met alle sympathie voor zulk een getrouwheid aan de Kerk. Maar nu het geval zooals het hier is, dan gaat de vergelijking van het zooeven genoemde niet op. Naast de Hervormde Kerk is er een Evangelisatie met een rechtzinnige prediking. Dit laatste zoudt u dus willen laten vervallen en de Evangelist zou ons moeten aansporen getrouw de vrijzinnige diensten te bezoeken. Weet u wat we dan zien gebeuren ? De orthodoxen zouden zich gaan verdelen over andere Kerkgenootschappen en het kerkelijk bewustzijn ging heelemaal teloor.
Welk heil ziet u er nu in om aan de verkiezingen deel te nemen, waar we vooruit weten het altijd te zullen verliezen ? Wanneer ik u goed begrijp, deed en doet u dat om uw goed recht in de Hervormde Kerk te toonen en UW( getrouwheid in het bezoeken van de Kerk als een gehoorzaamheid aan Gods wil.
Welke overwinning bedoelt gij met het deelnemen aan de verkiezingen, en dan niet te zien op de meerderheid, maar onszelven af te vragen of wij de Waarheid aat; onze zijde hebben ? Bedoelt u daarmede dat God de meerderheid toch een verlies laat lijden, indien ons gebed maar niet verflauwe of ophoude ? Of zouden wij de Waarheid niet aan onze zijde hebben, indien de minderheid het verliest ?
Kunnen wij niet getrouw zijn zónder de moderne prediking bij te wonen en met behulp van de Evangelisatie de Kerk blijven opeischen in naam der Waarheid ? U spreekt van het ongeloof de Kerk uit en haar deze niet over te laten. Doet een Evangelisatie dat dan wèl ? Beschouwt u het oprichten van een Evangelisatie of zooals die thans werken in moderne gemeenten „een wegloopen onder het oordeel Gods" of een „afscheiding" in een anderen vorm ? Uit uw schrijven moet ik dat wel opmaken, al is het niet met ronde woorden gezegd. U doet mij denken aan wat een predikant van de Gereformeerde Kerk eens tegen mij zeide : Jullie Evangelisatie is niets anders dan een afscheiding.
Uw schrijven zou niet hebben plaats gehad, wanneer droeve ervaringen niet uw deel geweest waren. Een nadere uiteenzetting was niet overbodig geweest. Ik heb echter de overtuiging, dat elk geval, wat het evangeliseeren betreft, afzonderlijk behandeld moet worden.
Wellicht hebt u op het oog wat ik aan het begin van dit schrijven zeide over niet-kerkelijk-bewusten. Wij weten echter, dat deze zich niet veel om de Kerk bekommeren, maar dezen vinden we overal, van licht-ethisch tot ultragereformeerd toe.
Hoe kunt u practisch een moderne gemeente met daarnaast een Evangelisatie steunen ? U geeft een voorbeeld van 's morgens naar de kerk, 's avonds naar de Evangelisatie. Geeft u dan in beide diensten evenveel in de collecte ? Doet u dat niet, dan is de volmaaktheid in het getrouwe er niet, of u is niet consequent, zooals men het noemen wil. Waar moet de Evangelisatie en de Evangelist van bestaan?Met behulp van de modernen toch zeker niet ?
Uw advies, geachte heer Buining, lijkt theoretisch heel schoon, practisch echter onmogelijk, afgezien nog van dé vele opkomende vragen, verbonden aan het opgaan onder vrijzinnige prediking Zondag aan Zondag.
Inmiddels verblijf ik met broederlijken groet.
Hoogachtend,
A. OVERBEÈKE.
Veendam, 4 October 1930.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's