De Godsdienst er buiten!
We weten dat nog wel, hoe het gewoonlijk ging bij onze verkiezingscampagnes. Dan kwam het telkens voor, dat liberalen, met de witte das voor, rondgingen en heel vroom wisten te praten op een verkiezings-avond. Men wist wel (b.v. in de Alblasserwaard en op de Veluwe hebben we het dikwijls meegemaakt) dat men het verst kwam als men "godsdienstig" wilde zijn. Maar de godsdienst en de vroomheid was voor de binnenkamer. We hooren nog een (toen) bekend propagandist van de liberalen, een hoofd van een Openbare School, in de dorpsherberg, waar de vergadering gehouden werd zeggen : „Gods verborgen omgang vinden zielen, waar Zijn vrees in woont". Een echt godsdienstig mensch gaat er mee in de binnenkamer ! Een „verborgen omgang" moest het zijn. Niet voor het oog van de menschen enz. enz. De toepassing was : bij de politiek hoort de godsdienst niet , , bijgesleept" te worden. Verknoei onze politiek niet met uw bijbelteksten enz. enz.
In de politiek (de kunst om den Staat te besturen en het volk te regeeren) moest niet de Bijbel, niet Gods Woord, niet Gods Waarheid, niet Gods wetten en rechten en inzettingen aan 't woord komen ! De godsdienst er buiten ! Dan kon de mensch alles doen zooals hij, de denkende mensch, het wilde. De mensch moest het uitzoeken en klaar maken, daar was hij mensch voor ! Daarvoor had de mensch zijn verstand gekregen enz. enz. Van een vragen : „Heere, maak mij Uwe wegen door Uw Woord en Geest bekend", geen sprake. Dat God spreekt : „Ken Mij in al uwe wegen" en dat Hij zegt : „zonder Mij kunt gij niets doen" — daar werd niet over gesproken. Bij de politiek hoort niet de godsdienst, hoort niet Gods Woord — zegt de liberaal. Het denkend deel der natie zal 't zelf wel klaarspelen ; in het gezin, in de School, in de Kerk, in de Maatschappij, in den Staat.
De socialist gaat nog een stapje verder.
Godsdienst is een persoonlijke liefhebberij — daar rekent de Partij niet mee. Wel willen ze christelijke arbeiders hebben in de Partij. Dan kan men samen strijden voor sociale aangelegenheden, voor verbetering van allerlei sociale misstanden, voor omkeering van dit en verandering van dat — en daar willen ze de christelijke arbeiders ook wel bij gebruiken. Maar dan moeten die christelijke arbeiders hun mond houden over God en goddelijke zaken. Dat hoort bij al die dingen, die er aan de orde zijn, niet thuis. Wie er liefhebberij in heeft voor zichzelf godsdienstig te willen zijn, die ga z'n gang. Maar bij de kwesties van het sociale leven als het gaat over gezag en vrijheid, over plichten en rechten, over contract en verbintenis, over kapitaal en arbeid, over volk en vaderland, over Vorstenhuis en eigen land en koloniën, over huwelijk en echtscheiding, over ouders en kinderen, over School en Kerk, over Maatschappij en Staat — bij al die dingen heben we — zoo zegt de S.D.A.P.er — niets met godsdienst te maken ! Dat zijn kwesties en aangelegenheden, die we buiten den godsdienst om moeten behandelen en regelen. Buiten den godsdienst om — terwijl de Heere onze Schepper en levensonderhouder is. Terwijl er staat : „zoekt eerst het Koninkrijk Gods en zijne gerechtigheid, en alle deze dingen zullen u worden toegeworpen".
Bij alle mooidoenerij van de socialisten tegenover de christelijke arbeiders, blijkt telkens, hoe men daar anti-godsdienstig, anti-christelijk, fel vijandig is, met sprekende daden zeggend : "Wijk, wijk van ons, want in de kennisse Uwer wegen hebben we geen lust !"
Ook in „De Socialist", linksch socialistisch weekblad, bleek het weer (naar 'n bericht in „De Standaard" voorkomend), dat men den godsdienst haat met een doodelijken haat en dat de christelijke arbeiders het liefste wat ze bezitten — hun godsdienst — moeten loslaten en verachtelijk op zij zetten, als ze met de socialisten saam willen optrekken. Als er zaken moeten gedaan worden, dan : „de godsdienst er buiten !"
Het bericht van „De Standaard", overgenomen uit „De Socialist", luidt als volgt : »Een religieus socialist, apart genomen, kan soms een uitnemend partijlid zijn, hij wordt een vervelend wezen, wanneer hij de krant opeischt voor z'n vrome begrippen. Laten onze religieuse socialisten nu toch eens begrijpen, dat ze wat meer de individueele geestelijke vrijheid behooren te respecteeren en dat ze hunne partijgenooten „buiten" den socialistischen strijd niet moeten lastig vallen met hun persoonlijke zieleroerselen«.
Is het niet typeerend, zulk geschrijf ?
Wel worden de christelijke arbeiders in de roode tent gelokt. Maar als ze er zijn en als „partijgenooten" meedoen, dan moeten ze niet zeuren over godsdienst en ze moeten hun' makkers niet vervelen met hun godsdienstig gemauw. Vrome begrippen zijn buitengewoon vervelend — weet u !
De partijzaak van de socialisten is het Marxisme — heeft mevr. Roland Holst eens gezegd ; en de godsdienst is private aangelegenheid — voegde zij er bij.
Voor die „partijzaak" zouden onze christelijke arbeiders zich geven?We kunnen het niet gelooven.
God verhoede het, dat we onzen godsdienst niet verkrachten. endat, we, niet zullen dulden dat God er buiten gezet wordt !
Alles wat we zonder God ondernemen, mislukt wis en zeker. Die God verlaat, heeft smart op smart te vreezen, óók wanneer wij misschien denken dat we het zoo mooi voor elkaar gebracht hebben !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's