FINANCIËN
De eerste aanvragen om sprekers voor de beurten ten behoeve van onze fondsen, zijn al binnengekomen. Zoo hoorde ik gisteren op onze bestuursvergadering van onzen Secretaris. De heer Kruysbergen helpt hem in de regeling dezer zaken op een keurige wijze. De predikant, die door een Kerkeraad of door het Bestuur eener afdeeling is genoemd, ontvangt het desbetreffende verzoek, terwijl er een formulier-briefkaart is bijgevoegd, waarop slechts een paar woorden te schrijven zijn. Laat nu niemand zulk een verzoek langen tijd terzijde leggen, maar zoo spoedig mogelijk weer terug zenden, 't liefst met een gunstig antwoord, aan ons Bestuurslid, den heer J. G. Kruysbergen. O, er zijn onder de dominees zulke tragen in het geven van een antwoord. Ik heb ook een paar jaar het Secretariaat waargenomen, 'k Weet er van te praten. Dan zit een Kerkeraad of een afdeelingsbestuur maar te wachten. Zij verdenken er soms den Secretaris al reeds van, dat deze niet actief genoeg is, terwijl de briefkaart op des dominees studeerkamer is beland en onder een menigte paperassen begraven ligt. Zoo schiet ondertusschen de wintertijd al weer op, terwijl ook andere spreek beurten in die gemeente in 't gedrang komen.
Iemand zeide me : „Nu heeft u wel geschreven hoe de Kerkeraden zulk een spreek beurt moeten voorbereiden, maar niet hoe de dominees zichzelf voor zoo'n spreekbeurt hebben voor te bereiden" Hij sloeg eigenlijk den spijker wel op den kop. Daarvan hangt toch zeer veel af. „Hoor eens", antwoordde ik, , , daarvan mag ik niets zeggen. Dat kan ik m'n collega's moeilijk voorschrijven. Daarvoor zijn ze allen oud en wijs genoeg". Maar ondertusschen dacht ik : Eigenlijk heeft hij gelijk. Als toch een spreker, zooals ik de vorige week schreef, die voor den Bond uitgaat, wel een schoone prediking houdt over het geloofsleven, echter zonder één woord te zeggen van hetgeen waarvoor hij gevraagd was, terwijl de collecte dan op de allertreurigste wijze genoemd wordt — „aanbevolen" kan ik niet zeggen — dan valt heel de voorbereiding van den Kerkeraad in het water. Maar hierover kan ik toch moeilijk iets gaan voorschrijven. Ieder doe het op zijne wijze. Elk vogeltje zingt zooals 't gebekt is. Ik heb er zelf genoeg mee te stellen. Het prediken, met de daaraan noodzakelijk voorafgaande voorbereiding, vind ik wel het mooiste gedeelte van het werk van een Evangeliedienaar, maar ook het moeilijkste, het meest ge'wichtige, waarin wij zooveel tot zegen kunnen zijn, maar waarin dan ook de meest verantwoordelijke zijde van onzen arbeid bestaat.
Hoe men zich voor de bediening des Woords in zulk een Bondsbeurt heeft voor te bereiden, moet een ieder zelf weten. Ik wil wel zeggen hoe ik het doe. Zulk een tekst kies ik, waarbij ik zonder gewrongen te zijn, de uitwendige zijde der Kerk van Jezus Christus goed en breed ter sprake kan brengen, zoodat de gemeente, ook al worden de woorden „Geref. Bond, „Leerstoelfonds" en „Studiefonds" daarin geheel niet genoemd, daaruit beluistert dat 't gaat om de verbreiding der Waarheid in onze Ned. Hervormde Kerk En voorts, de Heere geve ons veel gebed en veel biddend onderzoek van hetgeen „geschreven staat". Het gebed van een Bedienaar des Woords is de kern van zijn bediening ! Een preek, waarvoor gebeden is, is op zichzelf reeds een gezegende.
Nogmaals, 'k hoop dat er veel zegen zal rusten op de spreekbeurten en op hen, die daarbij voorgaan.
Gij hebt natuurlijk in „De Waarheidsvriend" van verleden week de klacht van mejuffr. Den Hartog te Dordrecht gelezen. Zij had mij maar niet om hulp gevraagd, omdat zij dacht dat de Penningmeester het veel te druk heeft zich met haar zaakje van postzegels enz. in te laten, 'k Heb het wel druk. 'k Zit op dit oogenblik zóó hard te schrijven, dat ik hoop dat de drukker m'n schrift kan lezen. Maar voor de zaak van onze ijverige verzamelaarster van dingen, die anders weggegooid worden, wil ik tóch even iets schrijven Ze heeft nog maar ƒ80.—. En over I1/2 maand zou zij mij gaarne ƒ200.— afdragen. Daarvoor moet nu een ieder eens gaan rondzien in zijn huis. Alles is welkom, gebruikte postzegels, maar ook „ongebruikte", zou de heer Fliehe zeggen, die er ook wel eens bijvoegde : oud tin, maar ook wel nieuw zilver ! De kleine en de groote pakken stroomen nu naar Dordrecht, 't Zou me spijten, als ik nu de eerste was die als Penningmeester de gewone som niet kreeg.
En nu nog iets over de laatste preek van ds. Jongebreur. Een ieder, die er nog een wenscht, zal zich moeten haasten. Anders zullen zij zijn uitverkocht.
Verleden Zaterdag is het groote verlies dat ons getroffen heeft, ons weer krachtig voor den geest gekomen. De grafsteen, waarvan hij zelf, in de kracht van zijn leven zijnde, had bepaald hoe deze er moest uitzien, is door de gemeente aan de familie overgedragen. Ds. Van Wijngaarden droeg uit naam van den Kerkeraad het monument over. Daarna sprak ik een woord. Ja, i k mocht dat doen. Er hadden twee grafsteenen kunnen liggen naast elkaar Daarna voerde de heer P. A. van Schuppen, van Delft, het woord namens den engen vriendenkring. Tenslotte aanvaardde ds. Deur, van Schoonhoven, den grafsteen namens mevr. en de familie Jongebreur.
De gedachtenis van den hooggeachten overledene wordt echter niet slechts door een steen geëerd, maar veel meer doordat wij in zijn geest mogen voortgaan. Hij hield — zooals iemand van hem schreef — het Kruis vast en het volk.
Daartoe geve de Heere ons Zijn genade. Nu mijn verantwoording.
Oude Tonge. Van L. A. M. ƒ 1.— contributie van P. K. Az., met bijschrift : „vermoedelijk door het droevig ongeval van ds. Jongebreur achterwege gebleven".
Leiden. Door W. H. B. ƒ 2.50 van mw. S. voor het lezen van de meditatie van wijlen ds. O. H. Beekenkamp. Amersfoort. Door ds. K. j. van den Berg ƒ2.— voor het Studiefonds, van de fam. M.
Dirksland. Door ds. C. v. d. Wal ƒ2.—, gevonden in de collecte „voor den Gereformeerden Bond".
Kampen. Voor het Studiefonds ƒ 2.50, gevonden in de collecte, Broederkerk, v.m., uit dankbaarheid voor de komst van ds. Ottevanger".
Hoornaar. Van E. Slob ƒ 28.04 contributies der leden.
Wilnis. Van ds. L. Vroegindeweij ƒ26.—, opbrengst van de collecte, gehouden bij zijn intrede, voor het Studiefonds. Het verheugt mij zeer, dat ik deze collecte mocht ontvangen. Zoo behoort het. Als er een nieuwe dominee komt, moet de gemeente haar blijdschap kunnen toonen.
Waddingsveen. W. B. zond ƒ 5.— den 27 Aug. 1.1. Op het girobiljet was niets geschreven, zoodat de Administrateur, wien het geld was toegezonden, dacht dat hij abonnementsgeld kreeg, 't Is nu in orde. Het was bestemd voor het Studiefonds, zooals mij door W. B. geschreven werd.
Rotterdam. Door ds. Van Grieken giften van ƒ2.50; ƒ2.50 voor het Studiefonds van K. de R. ; ƒ5.— van W. S. Verder ƒ7.50 uit het busje „Bijbelcursus" voor het Studiefonds.
Zeist. Door ds. Bartlema ƒ 15.—, zijnde een gift van ƒ2.50 dankoffer van d. H. d. G. (? ) ; ƒ2.50, deel gift ; ƒ10.— deel van (Coll. B., ik kan je schrift niet lezen !), alles voor het Studiefonds.
Veenendaal. Verleden Zondagavond is in de collecte van de Julianakerk een gift gevonden van ƒ2.50 voor den Geref. Bond „uit dankbaarheid". Op onze bestuursvergadering verkocht ik een preek (laatste preek van ds. J.) voor ƒ2.50.
Alles bij elkaar is :
f 106.54.
Hartelijk dank.
De Penningmeester
Ds. N. VAN DER SNOEK.
Veenendaal, 14 Oct. 1930.
P0STz., CAPSULES EN ZILVERPAPIER.
Aan mijn bekendmaking, dat mijn kas nog wel een versterking noodig heeft, hebben sommigen al gehoor gegeven. De eerste zending kwam al, vóór het nummer van de vorige week verschenen was, en werd nog wel bezorgd onder het hevige stormweer van verleden Woensdagavond. Dit geeft moed voor de toekomst.
Deze eerste prachtzending mocht ik dan ontvangen van den heer H. van Leeden, H. d. Chr. School te Dubbeldam, n.I. een groote partij zilverpapier en capsules, verzameld door de kinderen der school, aldaar ;
2e. Ali van Griethuizen, Staphorst, zilverpapier, postzegels, capsules, munten en 40 halve stuivers ;
3de mej. A. de Meer, Leerdam, een groote partij zilverpapier ;
4e ? Oudshoorn (de naam was mij niet duidelijk) postzegels, capsules, zilverpapier, benevens ƒ1.—.
Hartelijk dank aan hen, die door hun inzendingen reeds een goeden inzet gaven.
Mejuffr. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's