INGEZONDEN
Beleefd verzoekt ondergeteekende opname in »De Waarheidsvriend«, waarvoor bij voorbaat dank.
Is er oorzaak?
In „De Waarheidsvriend" van 10 October komt een artikel voor onder motto : „Een bedenkelijk verschijnsel", dat nadere toelichting eischt, waarom ik vraag : „Is er oorzaak ? "
Op den derden regel van boven lees ik „dat de volgelingen van ds. Kersten ook op kerkelijk terrein een eigen standpunt innemen". Deze bewering is voor De Bilt, waar het toch vandaan komt, niet juist. De lijst is niet ingediend uitsluitend door S.G.-leden, maar was geteekend door plm. 150 handteekeningen, leden uit de Hervormde Kerk, die met de strekking van dit schrijven accoord gingen. Dit schrijven kwam daarop neer, dat de Kerkeraad en de predikant te De Bilt, dr. De Lind van Wijngaarden, die de Gereformeerde Waarheid zijn toegedaan, er hunne medewerking aan hebben verleend dat de Ethischen vasten voet in de Hervormde Kerk gekregen hebben, en de Kerkeraad met den predikant het standpunt innemen van Evenredige Vertegenwoordiging, waarmede bovenbedoelde leden zich niet konden vereenigen.
Dat de lijst is ingediend door den voorzitter der S. G. Partij, en ook handteekeningen er op voorkwamen van leden der S. G. Partij, bewijst niet dat dit daarom door de S. G. Partij, of volgelingen van ds. Kersten, is gedaan. De S. G. Partij te De Bilt telt nog geen 40 leden, welke niet allen Hervormd zijn, en gezien de 150 handteekeningen kan men toch niet zeggen, dat dit door volgelingen van ds. Kersten is gedaan.
En al ware het zoo, wat voor hun activiteit pleit, dan nóg vind ik het stuk ongemotiveerd en bewijst dat schrijver met de Biltsche toestanden niet op de hoogte is. Dan was het nog te verdedigen, aangezien zij willen „verbreiding en verdediging der Gereformeerde Waarheid in de Hervormde Kerk", waarvoor toch schrijver van §§§ zeker ook ijvert.
De ervaring heeft mij echter geleerd, dat men hierop niet altijd rekenen kan van de zijde van Gereformeerde predikanten. Zij zeggen wel : zoo moét het en geven je gelijk als er met hen over gesproken wordt, maar als het op daden aankomt, trekken zij zich terug. Dit voor wat de omgeving van De Bilt betreft. Ik zou daarvan droeve staaltjes kunnen noemen ; zelfs heb ik een schrijven dat dit bevestigt, wat ongelooflijk is voor dengene die het leest.
Waarom zegt schrijver : „daarom, de oogen open ook voor dit .gevaar", maar waarschuwt niet voor de Ethischen ? Treft het de S.G. dan : de oogen open, terwijl men de oogen sluit voor de Ethischen ; daarover geen woord.
Dat op de lijst vijf predikanten voorkwamen, die lid zijn van de S. G. Partij, acht ik niet meer dan billijk.
De Kerkeraad heeft het standpunt ingenomen van Evenredige Vertegenwoordiging, waarmede hij dus instemde dat er ook een Ethisch predikant kwam, die ook beroepen is en het beroep heeft aangenomen. Er was dus een Ethisch en een Gereformeerd predikant ; waarom de derde plaats is opgevraagd voor een dominee van S. G. richting, dus geheel in de lijn zooals de
Kerkeraad het wilde (Evenredige Vertegenwoordiging), waarmede de leden der Hervormde Kerk, die geteekend hebben op de lijst, het niet eens zijn.
Dat het voorgesteld wordt alsof De Bilt een „Bondsgemeente" is, is niet juist. Ik meen, dat dr. De Lind van Wijngaarden geen Bondsdominee is. Dat de S. G. juist een Bondsgemeente opzoeken als operatieterrein, gaat in deze dus niet op.
Zonder eenige moeite had De Bilt voor de Gereformeerde Waarheid bewaard kunnen blijven, indien er medewerking was geweest van de Gereformeerde predikanten uit den omtrek.
Van verscheuren is dan ook geen sprake ; maar de oorzaak ligt bij den Kerkeraad en bij den predikant, die dezen toestand gewild hebben. Dat diegenen, die achter ds. Kersten aanloopen, „de erve onzer Vaderen helpen afbreken" is in De Bilt niet waar, daar zij zeer gemakkelijk zouden kunnen uittreden en naar Utrecht gaan, waar een predikant van de Gereformeerde Gemeente staat. Maar waar toestanden zijn als te De Bilt, waar de tucht zoek is, brieven onbeantwoord blijven, het Avondmaal bediend wordt waar tweedracht is in den Kerkeraad, kerkelijke visitatie ook niets geeft (zie verslag), waar m.i. geen zegen op rusten kan, daar behoeven we niet te vragen : Is er oorzaak ? en kunnen we zeer goed begrijpen dat er gevraagd is om een predikant, die de Staatkundig Gereformeerde beginselen is toegedaan.
T. BRINKMAN.
Bilthoven, 15 Oct. 1930.
Julianalaan 39.
Schrijver §§§ zal op het ingezonden stuk van den heer Brinkman niet veel antwoorden. Hij is met de Biltsche toestanden natuurlijk niet zoo goed op de hoogte als de heer Brinkman. Het doet er echter voor schrijver dezes niets toe of al die menschen, die teekenden op de lijst, Staatkundig Gereformeerd waren.
Schrijver behoeft ook niet te betuigen, dat hij ook gevaar ducht van Ethische en Moderne zijde. Het gaat er mij slechts om, om hier een feit vast te stellen. En dat feit is dit, dat er een groep menschen is in De Bilt, die een zestal predikanten voorstelt, die allen sympathiseeren met de Staatkundig Gereformeerde Partij.
Nu mag men redeneeren, zooveel men wil, maar ik houd vol, dat daar de politiek duimen dik op ligt. Die groep van menschen verwacht blijkbaar alleen hulp van predikanten, die Staatkundig Gereformeerd zijn. Alleen zoo één wil men er hebben. En een ander niet. Als men niet Staatkundig Gereformeerd is, deugt men niet.
Ik twijfel niet, of de lezers van „De Waarheidsvriend" zullen door het schrijven van den heer Brinkman nog meer overtuigd zijn geworden van de waarheid van mijn bewering in mijn vorig schrijven, dat het droevig is als in De Bilt en in de Evangelisatie te Zwolle de politiek zich in het beroepingswerk mengt.
Hooggeachte Heer Redacteur van „De Waarheidsvriend"
Mag ik nog eenmaal uwe welwillende gastvrijheid inroepen voor een plaatsruimte in uw blad ? Ik sluit hiermede de discussie en dank u vriendelijk voor uwe bereidwilligheid.
Den WelEdelen Heer A. G. Buining,
Ter Apel.
WelEdele Heer,
Ik heb mijn oogen eens een paar malen uitgewreven na het lezen van uw antwoord aan mijn adres in het nummer van 17 dezer. Ik had even moeite, nuchter te blijven.
In het no. van 3 October spreekt u over de modernen als het „ongeloof" dat de Kerk uit moet, en nu komt u mij vertellen dat ze familie van u is en zeer na verwant.
Hiermede erkent u dus het recht van de modernen in de Hervormde Kerk, omdat ze daar geboren en gedoopt zijn, enz. Nu wilt u daar wat brengen, omdat ze arm zijn en gij rijk.
Hoe doet u dat ?
Wanneer u de diensten bezoekt, zingt u dan de verzen van deugd en onsterfelijkheid mede, die de vrijzinnigen zoo gaarne laten zingen? Of moet uw zwijgen een prediking zijn van uw rijkdom ? Als dat het eenigste is wat u daar brengt, dan heeft het niets te beteekenen. O ja, u zegt van protesteeren en getuigen tegen predikant en kerkeraad. U wilt mij toch zeker niet vertellen, dat u den dominee lederen Zondag aan zijn jas trekt, om te zeggen dat hij den Christus niet naar de Schrift gepredikt heeft, want dat moet u dan ook doen volgens uw roeping, lederen keer, wanneer u gekerkt hebt. En ook tegen den kerkeraad protesteeren dat er niet gepredikt is naar de Schriften en hij de verantwoording draagt van die valsche Christus-prediking. Ik maak mij sterk, dat dit maar woorden zijn.
Maar nu wat anders.
Keeren we de zaak nu eens om en blijven bij uw betoog van 3 October. De minderheid heeft door Gods wondere macht en daden de Kerk veroverd.
Wat gebeurt er nu ?
De vrijzinnigen gaan op de vlucht, want die wenschen niet te huizen in een Kerk onder een zaligmakende prediking. Uw familie verlaat de Kerk en sticht een Vereeniging van Vrijzinnig-Hervormden of een Protestantenbond.
Wat blieft u ?
En nu uw bewering van uw roepende voeling tegenover uw familie in het nummer van 17 October. Wat moet u nu doen ? Zeker getuigen.dat ze blijven moeten ? Theorie en nog eens theorie, " mijnheer Buining, de practijk leert ons andere dingen. Onze geachte Hoofdredacteur heeft nog nooit zulk een geluid laten hooren, en me dunkt dat u in uw theorieën als Bondsman alleen staat. Ik ben het van harte eens met wat EEN LEEK zegt aan uw adres in hetzelfde nummer en behoef daar niets aan toe te voegen.
U vraagt, waar de Heere ons gevonden heeft en ons nog vaak vindt. Mijn persoonlijke ervaring is, dat Hij ons gevonden heeft op den troon van ons eigen IK ; en wanneer we daarvan door Hem zijn afgestooten, dan nog vindt Hij ons vaak bij die puinhoopen van eigen gerechtigheid, bezig dat voetstuk weer te herstellen om er plaats op te nemen : in plaats van die bede met een biddend hart op te zenden : „Doorgrond mij, o God ! en ken mijn hart ; beproef mij, en ken mijne gedachten. En zie, of bij mij een schadelijke weg zij ; leid mij op den eeuwigen weg".
Een arme zondaar en een rijke Christus-prediking versmaadt u door de vrijzinnige diensten te bezoeken en uw Evangelisatie voorbij te loopen.
Ik ga naar de kerk, niet om de kerk, maar om de preek, die de Kerk moet opbouwen en de gemeente van Christus.
De vrijzinnige prediking heeft op u al een verkeerden invloed gehad. Dat bewijst uw betoog van „familie". Ik lees tusschen uw regels door, dat het bij u ergens anders aan hapert, waarom u de Evangelisatie links laat liggen. Dan is dat, omdat Evangelist en leden niet met uw zienswijze accoord gaan en daarom stelt u een valsche Christus-prediking boven een zaligmakende. En wanneer u dit laatste niet meer gaat hooren, wilt u van de moderne voeding nog blijven putten uit uw rijkdom aan die armen.
Wonderijke theorie.
U wilt de modernen overtuigen, mijnheer Buining, en dat kunnen wij nooit. Jezus zegt: gij zult Mijne getuigen zijn.
U houdt er een eigenaardige exegese op na en daarom geloof ik allerminst Haggaï 1 te lezen, zooals u dat doet.
Een Evangelisatie heeft alle reden Gode lof toe te brengen als deze 50 jaar bestaan heeft. Dan mogen zij zeggen : „Wat zullen wij den Heere vergelden voor die weldaden, aan ons bewezen ? " Een Gode welgevallig hart zal dan treuren over de Kerk, maar tevens zingen dat Christus „Zijne Kerk" in stand houdt.
Die afgescheiden dominee had geen gelijk met zijn opmerking. Hier bewandelen wij in onze Evangelisatie altijd den kerkelijken weg, met onzen Evangelist als leidsman, die hoog kerkelijk voelt. Verschillende Evangelisaties in den omtrek heb ik al bezocht en nog geen enkelen Evangelist gehoord, die niet kerkelijk voelde.
U hebt geen Evangelisatie en leidsman noodig om iederen Zondag gesticht te worden onder de blijmare van het Woord Gods. Zoo zegt u dat wel niet, maar het ligt in uw schrijven opgesloten. En toch 'kunt gij blijven geven, geven en nog eens geven, zonder ooit armer te worden. Alleen de modernen hebben uw prediking noodig. Laten we toch nuchter blijven, mijnheer Buining. Voelt u niet, dat uw theorie kant noch wal raakt, als het in de practijk wordt toegepast ? 'Hebt ge uw theorieën wel zoo in daden omgezet als u in uw schrijven laat uitkomen ? Ik heb reden daaraan te twijfelen.
Zeker, mijnheer Buining, wij hebben met een verrassend God te doen, Wiens arm niet verkort is. Mijn persoonlijke ervaring heeft geleerd, dat het altijd in den weg der middelen geschiedt. Geloof nu niet, dat uw middel Gode welgevallig kan zijn, indien u om uw zienswijze, welke de gemeente van Christus met u niet kan deelen, vaarwel zegt, en dan als een eenling hulp en heil van den Heere te verwachten.
Hebt u werkelijk uzelven eens afgevraagd, of nog liever aan den Heere, of gij uw eigen vleesch niet tot uw arm stelt met zulke pogingen ? Er wordt helaas te weinig gebeden voor de Kerk, maar dat is een andere familie als ik bedoel.
Van ganscher harte ben ik met u eens, dat gemeenten die opgaan naar de kerk, waar de volle raad Gods verkondigd wordt, geen besef hebben, wat het zeggen wil, in een vrijzinnige gemeente te wonen. Ware dat het geval, de Kaïnsgeest zou verdwijnen en de gaven en giften zouden stroomen naar den Penningmeester, ds. Lans, voor het heerlijke Evangelisatiewerk in moderne gemeenten.
Geachte heer Buining, ik durf werkelijk niet meer plaatsruimte van de Redactie te vragen. Een half blad zou ik noodig hebben op alles in te gaan, wat u schrijft.
U en de lezers zullen voldoende onze verschillende gevoelens kunnen meten.
Met vriendelijke groeten verblijf ik steeds
Hoogachtend,
A. OVERBEEKE.
Veendam, 18 October 1930.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's