De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

10 minuten leestijd

ngeteekende brieven doen nooit prettig aan, ook al is de inhoud ons sympathiek. Meestal gaan ze bij mij dan ook in de prullenmand.
Toch zijn er uitzonderingen. Zoo kreeg ik een langen brief uit K., dien ik niet geheel onbeantwoord wil laten, omdat daarin iets gezegd wordt, dat ook bij anderen leeft. Die brief heeft het over de bondsdominees, die in de Kerk zooveel bederven, die op den kansel zoo vroom en nederig zijn, maar die in de practijk van het kerkelijke leven die nederigheid niet toonen. Natuurlijk vind ik dit zeer af te keuren. Leer en leven moeten met elkaar kloppen, 'k Geloof eveneens, dat er in onze Kerk veel bedorven wordt door den hoogmoed harer leeraren.
Nu worden door dezen briefschrijver namen van predikanten genoemd. Laat ik hem antwoorden, dat die genoemden, op één uitzondering na, geen „bondsdominees" zijn, d.w.z. geen leden van den Gereformeerden Bond. Dat wil niet zeggen dat de predikant-leden van den Bond vrij zijn van het genoemde kwaad. Neen, 't is zoo noodig dat ieder de hand in eigen boezem steekt, bij de jammerlijke kerkelijke verwarring van onze dagen, 't Is méér dan tijd dat gemeente en leeraren zich gedurig voor den Heere der gemeente verootmoedigen.
De zonde der Kerk ligt ook bij ons.
Zij ligt vaak bij ons in onze zelfvoldaanheid en ons prat gaan op onze Gereformeerdheid, ons verheffende boven anderen, die in de groote, heerlijke hoofdzaak van het Evangelie niet van ons verschillen.
Daarover heeft het de briefschrijver. De Bondsdominees weten in hun hart wel, dat anderen daarin niet van hen verschillen, n.l. in de prediking van een rijken Christus voor een armen zondaar, maar zij .houden hen „om de menschen" op een afstand. Laat men toch eerlijk zijn ! Dan is daar zegen van God te verwachten.
Ja ! Dat geloof ik ook.
Nu vind ik het woord „Bondsdominee" een raar woord, net zoo als wanneer men zou spreken van een „Vereenigingsdominee". Evangelie-dienaar is de mooiste naam. Dat ben ik maar 't liefst, terwijl ik ook zeer gaarne lid ben van den Gereformeerden Bond, en nu ook bestuurslid van het Hervormd Verbond tot Kerkherstel, Maar de naam Evangelie-dienaar is de schoonste, prediker van .het Evangelie, met de overtuiging, dat er slechts één Evangelie is. 'k Hoop dat er door middel van het Leerstoelfonds maar velen onze Kerk ingaan, die gaarne Evangeliedienaars willen zijn, ook tot herstel van de Kerk die zij mogen dienen.
Met alles wat de onbekende briefschrijver mij voorhoudt, ben ik het niet eens. Hij is lezer van „De Waarheidsvriend" en leest ook van de „Financiën". Het aanprijzen der fondsen kan .hem niet erg behagen. Hij vindt het niet noodig dat er werk voor gedaan wordt tot vermeerdering van leeraren. Dié komen er vanzelf, zegt hij. Maar hij besluit to»h met den wensch, dat „onze Kerk zich nog eens vertoonen mag als Kerk van Christus, één in 't geloof" Nu, dit klopt niet met elkaar. Als men dat wenscht, moet men de .handen niet in den zak houden. Leer en leven moeten met elkaar in overeenstemming zijn, beste vrind, 't Was beter geweest dat ge mij een flinke gift gezonden hadt, als ge tenminste van harte dit laatste van uw brief wensoht. Verwijt den dominees niet, dat zij anders doen dan zij zeggen en dat zij het niet meenen wat zij leeren, als gijzelf in dezelfde fout valt. Wij moeten en mogen van den Heere der gemeente alles verwachten wai tot welzijn der Kerk noodig is. Zijn genade alleen moet het doen. Zijn Geest moet komen in de dorre doodsvallei. Dat gemeenten en leeraars zich daarvoor maar gedurig in het gebed vereenigen. Maar, o wee ! als wij dan meenen dat wij daarvan af zijn. Dan deugt dat gebed niet. Zoo hebben Luther en Calvijn er ook niet over gedacht, „'t Zal vanzelf wel komen !" Dat is de traagheid voeden. Dat is je beurs dichthouden 1 Dat is mooi preeken en verder lui zijn ! Dat zijn mooie woorden en verder laat men Gods water over Gods akker loopen Als „'t vanzelf komt", dan behoeven wij ook niet meer te preeken, dan behoeft men ook geen ongeteekende brieven meer te schrijven.
Zoo gebeurt het zoo vaak.
Den splinter wil men wel verwijderen uit het oog van een ander, maar den balk in eigen oog laat men zitten.
Gelukkig denken alle menschen er zoo niet over als deze vriend uit K.
Wij moeten nooit vergeten dat er heel wat wantoestanden en wanbegrippen zijn in het midden van onze Ned. Hervormde Kerk, omdat een ieder maar doet wat goed is in zijn oogen. Wij zouden dat gaarne anders hebben en betreuren dan misschien ook wel 't gedrag van verschillende Evangeliedienaren. Maar dit is mede het gevolg van den toestand onzer Kerk. Hierin ligt het euvel. De Kerk is niet wat zij zijn moet.
En vandaar allerlei vrijbuiterij en allerlei onaangename toestanden, die in een zuiver kerkelijk leven niet mogelijk zijn. Maar laat ons dan ook .het kwaad in zijn hartader aangrijpen en doen wat in onzen weg is en de middelen gebruiken die voor ons liggen, opdat onze Kerk weer als Kerk van Christus zich vertoone, één in het geloof.
Onzen weg moeten wij voortgaan, in ootmoedigheid, maar ook met vasten gang.
Hier volgt nu de verantwoording.
Kampen. Uit het busje no. 125 van E. Roest ƒ20.—, met ƒ2.50, gevonden in de collecte bij de intrede van ds. Ottevanger „uit dankbaarheid dat Zijn Eerw. tot onze gemeente is overgekomen".
Ja, ik hoop met den gever, dat er nog meer te K. zullen zijn die hun dankbaarheid toonen.
De gaven zijn voor het Studiefonds.
Nijkerk. Door ds. C. J. van der Graai ƒ 1.50 voor het Studiefonds, gevonden in de collecte „uit dankbaarheid voor het bedanken voor het beroep naar De Bilt"
Amsterdam. Door ds. J. H. F. Remme ƒ2.50 van den heer R. voor het Studiefonds.
Nieuwerkerk a. d. IJssel. N.N. ƒ 10.— voor het Studiefonds. Van Putten. Door ds. J. van Amstel ƒ 5.— voor het Studiefonds, „deel van een gift, bij mij aan huis bezorgd en naar mijn goedvinden te verdelen".
Dinteloord. Door ds. J. H. Th. Rappard ƒ5.— voor het Studiefonds van N.N., gevonden in de collecte van 12 Oct. 1930.
Rotterdam. Door ds. J. de Bruin ƒ2.50 van den heer V. voor het Studiefonds 's-Gravenhage. Van den heer H. S. de Geus ƒ120.—, zijnde ƒ112.50 contributies der leden van de afdeeling, een gift van ƒ 5.— voor het Studiefonds, van ƒ 2.50 voor .het Leerstoelfonds. Dank voor uw schrijven !
Hoogeveen. Van den penningmeester der afdeeling, J. J. Boer, ƒ84.—, contributies der leden.
Utrecht. Van mevr. Z. ƒ2.50, n.l. voor een preek van wijlen ds. Jongebreur ƒ0.40 en ƒ2.10 voor het Studiefonds.
Op de vergadering van het „Hervormd Verbond tot Kerkherstel" waren er, die mij nog iets in de hand duwden. N.N. van Utrecht gaf mij ƒ 10.— ; N.N. van Onstwedde ƒ 2.50 ; ds. Wolthers van Onstwedde gaf mij ƒ 10.— van N.N. ; N.N. uit Vlaardingen ƒ1.—, zoodat ik met ƒ22.50 naar huis ging.
Hasselt. Door ds. A. C. Enkelaar ƒ 2.— voor den Gereformeerden Bond.
Veenendaal. Door ds. S. C. van Wijngaarden ƒ5.—, deel van een gift van een dankbaar echtpaar" bij hun 121/2-jarig huwelijksfeest.
Hattem. Van mevr. V. ƒ 2.50 voor het Studiefonds.
Kruiningen. Van M. V. ƒ 1.— voor een preek van ds. Jongebreur. De rest is voor het Studiefonds.
's-Gravenhage. Door ds. S. van Dorp ƒ 10.—, giften : ƒ 7.50 van mej. N.N. voor het Studiefonds; ƒ2.50 van W. H., gecollecteerd in de Willémskerk voor het Studiefonds. De gift - van ƒ2.50 voor ds Lans zal ik doorzenden 's-Grevelduin-Capelle. Door ds. A. van Willigen ƒ 2.— „voor het bedanken voor verschillende beroepen", gevonden in de brievenbus.
Oudewater. Door ds. P. J. Steenbeek ƒ2.50, zijnde een gift van ƒ1.50 en ƒl. contributie van den .heer B.
Alphen a.d. Rijn. Door G. Verhagen ƒ51.41, zijnde ƒ46, 41, collecte gehouden bij een spreekbeurt van den Eerw. heer A.J. Dikker, en ƒ 5, — van N.N., jaarlijksche gift.
's-Grevelduin-Capelle. Door ds. A. van Willigen van N.N. ƒ 2.— met bijschrift : ,,Laat de linkerhand niet weten wat de rechter doet", uit dankbaarheid voor 's Heeren goedheid, dat u bedankt heeft voor beide beroepen.
Zeist. Door den heer E. Kronenburg ƒ45.—, zijnde ƒ40.— gecollecteerd bij een spreekbeurt vervuld door ds. Woelderink, met ƒ5.— voor de Bondskas.
Alles bij elkaar maakt de som van
f 401.41.
Hartelijk dank.

De Penningmeester
Ds. N. VAN DER SNOEK.
Veenendaal, 21 Oct. 1930.

CORRESPONDENTIE. Den brief uit Zaamslag heb ik ontvangen.

POSTZ., CAPSULES EN ZJLVERPAPIER.
Toen ik eenige weken terug er over schreef hoe het met den toestand van mijn kas was en dat er nog wel wat aan ontbrak om tot een goed einde te komen, maar ik, evenals andere jaren, .hoopte op aller medewerking en mijn vaste helpers (sters) mij ook dit jaar niet in den steek zouden laten, is dit niet tevergeefs geweest. Want reeds zoo van lieverlede komen er al van die vaste, trouwe zendingen binnen. Inzonderheid heb ik deze week een mooien inzet, die wel waard is bovenaan te staan, want hierdoor hebben we een flinken stap in de goede richting gezet, n.l. van :
N. N. te Vlissingen 3 br. van ƒ 10.— met een partij zilverpapier en tevens een versnapering voor mij persoonlijk.
We zijn deze(n) onbekende(n) gever of geefster recht hartelijk dankbaar, die telkenjare mijn werk zoo mild en trouw gedenkt. Maar tevens nog mijn dank voor de goede wenschen voor mijn werk en voor hetgeen er bijgevoegd was voor mijzelf, wat erg in den smaak viel hoor. We hebben er dadelijk eens van geproefd.
Dit over de eerste zending van deze week. Nu volgt de tweede, welke ook een flinke aanwinst is, en wel afkomstig van den heer Jb. Bot, Rotterdam, drie groote doozen, verzameld door de Jongedochtersen Meisjesvereeniging ,, Hanna", pres. mej. H. M. van Willigen, een groot deel zilverpapier, capsules en ansichtkaarten.
Dit is een flinke partij van alles bij elkaar. Zij hebben daar in een keer de zaak goed aangepakt. Ik hoop, dat ze zoo voort zullen gaan. Dit komt mijn zaakje ten goede en het is ook aangenaam en moedgevend voor den heer B,  want die ontvangt graag veel.
Intusschen mijn hartelijken dank er voor, en maar weer opnieuw begonnen.
Voorts bevonden zich hierbij nog twee doozen capsules, een groote partij zilverpapier, stukjes en ringen oud koper van den heer Van Dijk, Rotterdam ; een groot pak postzegels van mej. T. Huizers ; verder postz., caps., zilverpapier en twee koperen theelichtjes van joh.a Klaassen, van Oosten, kinderen de Zeeuw, Hennie van Walsum, Maria Bot, Adri de Ruiter, kinderen A. N. V. d. Bos, kinderen J. van der Schoor, B. Prins, V. Keiler, fam. van Tuil, fam. Koppert, (fam. de Raadt, Margo en Cor de Groot te IJsselmonde).
Ja, 't is zeker een heele zending dezen keer. Ik hoop, dat het dikwijls zoo zal zijn.
Hartelijk dank aan allen die hieraan hebben meegewerkt, en inzonderheid komt een woord van dank toe aan den heer Bot, die weer voor alles heeft zorg gedragen, zoodat alles weer keurig gesorteerd werd en in goede orde aan mijn adres bezorgd.
Zoo is dan mijn opgave voor deze week weer in orde en hoop ik weer voor een volgende week op goede ontvangsten.
Met vriendelijke groeten en aanbeveling.

Mejuffr. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's