Kleijne luijden
SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN
Wanneer ik maar één keer het publiek in extase gebracht had, zou ik zien hoe het mij beviel, en welk een heerlijk leven het kunstenaarsleven was. Zoo spoedig het dan kon, zouden wij samen het tooneel weer verlaten en bijvoorbeeld in Holland of Duitschland, of waar ik maar verkoos, een rustig, kalm leven zien te krijgen.
Doch mijn besluit stond vast. Ik zag aan hem, waar dit leven op uitliep, en al maar stond het lijdensbeeld van moeder voor mij. ,,Geloof mij" — zoo zei ik — ,,ik kan niet doen wat u vraagt, want het zou mij ten gronde brengen, gelijk het zoovelen ten gronde gebracht heeft".
Wellicht is het vooral dit laatste woord geweest, dat hij zich aantrok. Onbewust sprak ik over zijn leven het vonnis uit. 't Lag niet in mijn bedoeling, maar 't woord was er uit. Nog nimmer heb ik hem zóó gezien als toen. Zijn gelaat werd paars. Woest rolden zijn oogen in hun kassen. Het schuim stond hem op de lippen. In heftigen toorn balde hij de vuisten tegen mij en zwoer bij hemel en aarde, dat de gevolgen dan voor mijn rekening waren.
Toen stoof hij de slaapkamer uit.
In geen dagen zag ik hem. Alleen hoorde ik van den kellner, die mij zulks in vertrouwen vertelde, dat vader avond op avond beschonken in het logement kwam, soms met zeer verdacht gezelschap. Wat ik toen geleden heb, is met geen pen te beschrijven. Ik was geheel verlaten. Geen menscih die mij kende of zich om mij bekommerde. , , Bidden", had moeder gezegd, en in den Bijbel lezen, maar deze laatste lag in Utrecht en, wat dat eerste betrof, hoe moest ik bidden ?
Uren lang lag ik weenend op mijn bed, en wist anders niet te zeggen dan : ,,o God, als Gij er zijt, ontferm U dan over mij en redt mij van hier !"
't Was op een morgen. Ik zat gekleed in de warande en keek lusteloos over een plein, waar een bonte menschenmenigte dooreen krioelde, elk voor zijn eigen werk, met zijn eigen lust, — ook met zijn eigen last. Plotseling werd de deur geopend en kwam vader binnen. Hij was geheel nuchter en keek vroolijk. Na schijnbaar belangstellend naar mijn gezondheid te hebben gevraagd, veranderde hij opeens van onderwerp en zei : ,,ik kom je iets nieuws vertellen, mijn plan is om te hertrouwen".
Ik voelde mijn wangen verbleeken. Daar had ik nimmer aan gedacht. „Ook dat nog !" — zuchtte ik, doch aanstonds begrijpend dat ik te ver was gegaan, vroeg ik wie zij was, die mijn tweede moeder werd. Daarop werd mij een onbekende naam genoemd, maar van iemand, die volgens zijn zeggen, een eerste ster was. Velen benijdden hem, dat hij haar kreeg. Hij had met haar reeds over mij gesproken, en zij vond het heel goed, dat ik niet spelen ging. 't Was nu ook niet meer noodig. Samen konden zij genoeg in overvloed verdienen en ik kon dan mooi de huiselijke bezigheden waarnemen, zooals het in orde houden van de costuums en alles wat er verder tot het vak behoorde. Met ons drieën konden wij dan een prachtig leventje krijgen. Zoo spoedig mogelijk zou hij haar aan mij voorstellen en konden wij nader kennis maken.
Wat zou ik zeggen ? Mijn vader was op rijpen leeftijd ; ik was zijn kind en had niets te zeggen, en in zooverre leek mij deze verandering mooi toe, dat ik niet meer behoefde te vreezen door hem lastig te zullen worden gevallen om mij te geven aan het tooneel. Was dat misschien de verhooring op mijn gebed ?
„'k Hoop, dat u deze keuze nooit komt te berouwen, vader, en wij een gelukkig leven zullen krijgen" — zei ik.
Daarop vertrok hij onder belofte van spoedig met haar te zullen terugkomen tot nadere kennismaking. En dat deed hij, maar u zult misschien mijn tegenzin, om niet te zeggen mijn verachting, kunnen begrijpen, toen ik een meisje aan mij zag voorgesteld dat misschien hoogstens een vijftal jaren ouder dan ik was, en in al hare manieren en kleedij een speelster uit een tweede, zoo niet uit een derde rangs gelegenheid bleek te zijn. 't Was een pijnlijke ontmoeting, gevolgd door een niet minder pijnlijk gesprek, dat ons alle drie onaangenaam was. Blijkbaar maakte ik op haar niet minder een onaangenamen indruk, dan zij op mij, waarvan dan ook het gevolg is geweest, dat onze verhouding nooit goed werd.
De eerste dagen daarop gingen voorbij als in een roes. De eene fuif volgde op de andere, waarbij de champagne en 't geld stroomde. U weet zoo niet wat een geld in die zoogenaamde kunstenaarswereld stuk geslagen wordt. Mijn aanstaande moeder bleek ook een Duitsche te zijn, die evenals vader bij een gezelschap was aangesloten, dat in Weenen speelde. Weldra ging daarop de reis verder. In den eersten tijd leek werkelijk het leven ook voor mij dragelijker te zullen worden, tot de scherpe kanten van de uiteenloopende karakters meer en meer aan ihet licht kwamen. Weldra volgde de eene ruzie de andere. Mijn tweede moeder deed niet onder voor mijn vader, zoowel in drinken als in schelden, terwijl ik voor haar meer en meer een lastpost bleek te zijn, de de madam uithing en haar werken liet
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's