INGEZONDEN.
DE BILT (Utr.), 24 October 1930.
Beleefd verzoek onderstaande in „De Waarheidsvriend" op te nemen, waarvoor bij voorbaat mijn dank.
In "De Waarheidsvriend" van 24 October heb ik met verwondering kennis genomen van het ingezonden stuk van den hr. Brinkman, te Bilthoven. Met verwondering, maar ook met verontwaardiging, want inderdaad, geachte Redactie, „er is oorzaak". Oorzaak n.l. om der waarheid getuigenis te geven, - inzake den toestand te De Bilt. Zeer zeker nemen de volgelingen van ds. Kersten te De Bilt een eigen kerkelijk standpunt in. De heer B. spreekt van een lijst van plm. 150 handteekeningen.lk weet met wat de beer B. onder „plm." verstaat, maar zooals ik van leden van den kerkeraad vernomen heb, kwamen er niet 150, maar 90 handteekeningen op voor. Hierin heeft de heer B. zich dus „vergist", 't Scheelt er ook maar 60, waren dat allen menschen, die een S. G. predikant begeerden ? Geenszins ! De wijze waarop men handteekeningen heeft verzameld, droeg hetzelfde karakter als die bij de actie tegen de Vlootwet, al ging het niet zoo ver. De menschen zijn, voor een gedeelte althans, misleid. Van meer dan één vernam ik, dat hun was gevraagd de lijst te willen teekenen, die het verzoek inhield om een Gereformeerd predikant. Menschen, die dat willen, wonen gelukkig nog heel wat te De Bilt. De handteekeningenverzamelaars hadden er echter bij moeten zeggen wat zij onder een Gereformeerd predikant verstonden, want daaronder verstaan zij wat anders dan velen van onze eenvoudige menschen. De lijst werd nauwelijks ter inzage gegeven ; natuurlijk, het ging vlugger als men den inhoud maar even vertelde. En het succes zou er niet minder om zijn.
Heel wat eenvoudige menschen zijn er zoo ingeloopen, menschen, die niets moeten hebben van de Staatkundig Gereformeerde Partij, noch op kerkelijk, noch op staatkundig gebied.
Verder hebben menschen geteekend, die zich niets van de zaak aantrekken : Ethisch, Gereformeerd, Staatkundig Gereformeerd, alles best.
Zoodoende, zal de lijst nog wel tot de helft moeten verminderd worden. Als men dus spreekt van activiteit, zoo is dit minderwaardige activiteit.Terecht waarschuwt schrijver van §§§ dan ook voor het gevaar van dien kant.
Als de kerkeraad Evenredige Vertegenwoordiging voorstaat, moet er dan ook een Staatkundig Gereformeerd predikant zijn ? Is de Staatkundig Gereformeerde Partij ook al een richting in de Hervormde Kerk ?
De heer B. schrijft: „er was een Gereformeerd predikant". Meent hij dit ? Waarom komt hij dan niet bij hem ter kerk, zooals vroeger, toen hij ouderling was, en zeer met dr. De L. van W. was ingenomen ?
Evenredige Vertegenwoordiging is volgens de Staatkundig Gereformeerden uit den booze. Goed, maar willen ze er dan toch gebruik van maken een predikant naar hun wenze te krijgen ? Een groot gedeelte der gemeente is den Gereformeerden Bond goed gezind. Dit bleek wel uit de belangstelling die vooral de Bondspredikanten hadden, bij de beroepen die op hen waren uitgebracht. Daarom is er in ieder geval te De Bilt ook een „Bondsgemeente".
De Staatkundig Gereformeerden helpen inderdaad „de erve onzer Vaderen" verbleken. De .heer B. beweert van niet. Verschillenden hebben echter voor het lidmaatschap der Kerk bedankt of zoeken hun heil in Utrecht of elders.
Wat het niet beantwoorden van brieven, tucht, enz., betreft, daarover wil ik niet spreken, daarover mag ik niet spreken, want daarvan weet ik niet.
Nogmaals : Waarom komt de heer B. niet ter kerk bij dr. De L. van W. ? Waarom ? Het is toch niet omdat dr. De L. van W., die een „leider" is, niet door den heer B. geleid wénscht te worden ? Zeer verstandig van dr. De L. van W., want dan zou .hij een „lijder" worden. Dat hij daar nooit de man naar is geweest, weten al onze Gereformeerde menschen al te goed.
Inderdaad, geachte Redactie, het schrijven van den heer B. zit vol „vergissingen". Vandaar dat ik ook in geen geval verder met hem wil discussieeren. Daarvoor is uw blad te goed en zijn scheeve voorstelling van zaken te minderwaardig. Ditmaal echter kon ik niet nalaten om tegenover de waarheidslievende lezers van „De Waarheidsvriend" der waarheid getuigenis te geven. Mijn naam wil ik niet noemen, want het gaat hier om waarheid en klaarheid.
Dan toch zou de heer B. misschien meer naar mijn persoon zien, dan naar den inhoud van mijn stuk. Ik vraag dus, geachte Redactie, geen plaatsruimte meer. Mocht de heer B. toch op dit schrijven ingaan, zoo zal voor mij „spreken zilver, maar, zwijgen goud zijn".' Nogmaals dankend voor die plaatsruimte teeken ik
EEN LIDMAAT DER HERVORMDE KERK
TE DE BILT (Utr.).
Hooggeachte Redacteur,
Wilt u mij nogmaals eenige ruimte afstaan in „De Waarheidsvriend", om den heer Overbeeke te antwoorden ? Ik zal trachten dit zoo kort mogelijk te doen. Bij voorbaat mijn dank.
Geachte heer Overbeeke !
Met verheuging héb ik gelezen, dat u zich de oogen eens hebt uitgewreven. Dat moeten we allemaal op z'n tijd doen. Alleen spijt het mij, dat u dit nu niet goed gedaan hebt. Was u daar werkelijk in geslaagd, dan twijfel ik niet of daar waren andere woorden uit uw pen gevloeid. Want waar staat b.v. in mijn schrijven van 3 October : „de Modernen moeten de Kerk uit ? " Waar heb ik geschreven dat ik geen Evangelisatie en Leidsman noodig heb ? Om maar niet te spreken van die persoonlijke verdachtmakingen en meer van dergelijke dingen. U zuigt uit eigen duim verschillende argumenten, gaat daarover dan een boom opzetten en begint dan te becritiseeren wat u zelf hebt geponeerd, doch door mij niet is geschreven.
Mijnheer Overbeeke, ik wil aannemen „dat u niet helderziend is", anders zou ik een heel leelijk woord tegen u moeten gebruiken, en dat zou mij voor u spijten en het zou mij werkelijk leed doen. De spraak maakt een mensch echter openbaar. U schrijft: ik ga naar de Kerk, niet om de Kerk, maar om de preek, enz. Commentaar is hierbij dunkt mij overbodig. Denkt u alleen om uzelf en niet om de Kerk ? U schrijft „in hart en nieren Ned. Hervormd te zijn". Maar dan doet u mij toch denken aan dien braven jongeman, die altijd nog al hoog opgaf van zijn aanhankelijkheid en liefde tot zijn moeder. Doch, toen die moeder ziek werd, sprak de brave zoon : „Moeder, nu kan ik niet langer bij u thuis zijn, want nu moet ik zulk zwaar werk doen ; ook vind ik 't hier nu vreeselijk ongezellig, en daar komt bij, ik kan nu ook niet uitvoeren, wat ik anders wel kon, daarom : ik groet u, u moet maar zien, dat u weer beter wordt, en gebeurt dat inderdaad, dan kom ik nog wel eens aanloopen. Daaag !"
Zoo zijn er heel wat kinderen die hun moeder 'den rug hebben toegekeerd ('t is ook bij een zieke moeder niet „prettig" en niet „makkelijk", als men tenminste daar z'n goddelijke roeping niet voelt) en de gevolgen zijn zeer funest geweest voor de Hervormde Kerk. Ik heb een predikant eens hooren zeggen : „daar zijn tegenwoordig kinderen, die staan te lachen als ze hun moeder zien verdrinken".
Met mijn schrijven bedoelde ik niets anders dan een waarschuwend woord te richten tot hen, die een Evangelisatie-vereeniging wilden oprichten, 't Gemakkelijkst, en 't aangenaamst voor 't vleesch is dit, , dat wij, wanneer wij in een gemeente, waar een Moderne, Ethische (en soms gebeurt dat ook waar Confessioneele) prediking van den kansel gehoord wordt, onze neiging om ons af te scheiden, voeden en straks zeggen : wij gaan er uit, wie gaat er mee ? De Kerk wordt dan aan haar lot overgelaten en niet zelden wordt het vleesch gevoed.
Ik wilde zeggen : weet wat gij doet, en verbreekt het contact met de Ned. Herv. Kerk niet, waar gij gedoopt zijt en misschien belijdenis des geloofs hebt afgelegd. Dit mogen wij, die zeggen te staan op den grondslag van de belijdenis van onze Ned. Hervormde Kerk, naar mijn meening niet doen. Daarom zeg ik : 't geloof moet de Kerk niet uit, maar 't ongeloof.
Gevoelen zij, die het niet eens zijn met de belijdenis onzer Ned. Hervormde Kerk, dat ze niet in die Kerk thuis behooren, die Kerk moeten verlaten, dat is hun zaak. Wij, die echter wel instemmen met de belijdenis, behooren die Kerk niet te verlaten, al doen zich soms ook vele moeilijkheden voor, en al kan de strijd zeer zwaar zijn tegen het ongeloof. Wij die gelooven hebben daar een taak, om te protesteeren en te getuigen, 't Gemakkelijkst is het, zich met een boekje in een hoekje terug te trekken. Wiens hart echter vervuld is met liefde voor die Kerk en hare bewoners, en zijn roeping gevoelt, zal dit niet kunnen doen.
Aan hen die een Evangelisatie-Vereeniging hebben, misschien met een eigen voorganger, wil ik vriendelijk vragen : wilt u eens nadenken of uw Evangelisatie-Vereeniging eigenIijk wel Evangeliseert, inzonderheid onder de afgedwaalde leden onzer Ned. Hervormde Kerk? Of is zij misschien verloopen in een „kerkje", waarbij men het alleen maar jammer vindt, dat men daar niet mag doopen, enz. Dat men zich verder om zijn dwalende broeders bekommert, wordt soms niet al te veel openbaar ; omdat die van een andere Kerk zijn. Neem dit mij nu niet kwalijk, dat ik deze vraag zoo stel ; het is goed bedoeld. Een mensch heeft zich immers zoo vaak iets af te vragen en daar zijn menschen die denken, dat een Kerk en een Evangelisatie-vereeniging het zelfde is.
Aan „een leek" wil ik zeggen, dat ik hem zeer inconsequent vind als hij het heeft over Kerk — Evangelisatie — niet ambtelijke samenkomsten — A. Q. Buining.
Aan den heer Overbeeke wil ik nog mededeelen, dat ik mij niet gevleid heb, dat alle Bondsmenschen mijne meening zouden deelen ; dat behoeft ook niet ; maar dat ik heelemaal alléén sta, daarvan ben ik nog niet overtuigd. Onze geachte Hoofdredacteur acht ik echter wel in staat daarover te oordeelen, en ik verzeker u, als die dat óók zegt, dan wil ik openlijk verklaren, dat ik de kern van den Geref. Bond nooit begrepen heb. Jarenlang lees ik getrouw „De Waarheidsvriend", en ik verzeker u, met veel belangstehing. Zoo ook vandaag vind ik daar o.m. onder „Kerkelijke Rondschouw" een zeer sympathiek stuk, waar het ook gaat over de Vrijzinnigen.
't Moet ons om de verovering van de Hervormde Kerk gaan, haar winnende voor de aloude waarheid. Hier kan ik mij volkomen bij aansluiten. U ook ?
Buiten Gods Woord en „De Waarheidsvriend", lees ik ook nog andere lectuur, waarvan ik u gaarne op verzoek iets wil zenden, 't Kon misschien verhelderend werken, en daar gaat het toch maar om.
Intusschen teeken ik met broedergroeten,
A. G. BUINING.
Ter-Apel, October 1930.
Hooggeachte Redacteur,
Verzoeke beleefd opname van het volgende :
Jongeren in de Ned. Hervormde (Geref.) Kerk, vereenigt U !
Naar aanleiding van de oprichting van het Nederlandsch Hervormd Verbond tot Kerkherstel en de opwekking in het orgaan „Nieuw Kerkelijk Leven" van October 1930, van den heer Th. H. van Oost Jr., Kaapsche Plein 165, Den Haag, gericht tot de jongeren om als lid toe te treden, nemen wij de vrijheid ook een oproep in „De Waarheidsvriend" te plaatsen, opdat ook onze jongeren mede daardoor in grooten getale tot het Verbond zouden toetreden.
Reeds heeft „De Waarheidsvriend" een en ander omtrent het doel van het .Nederlandsch Hervormd Verbond tot Kerkherstel duidelijk uiteengezet en onze geachte Hoofdredacteur toetreding warm aanbevolen, hetgeen al voldoende moet zijn om lid te worden. Verder heeft men mede in de dagbladpers over het Nederlandsch Hervormd Verbond tot Kerkherstel, en de zoo schitterend geslaagde vergadering in Utrecht kunnen lezen. Wie verder even een briefkaart schrijft aan den 2den secretaris van het Nederlandsch Hervormd Verbond tot Kerkherstel, Zaayerplein 3, Oosterbeek, ontvangt binnen een paar dagen een of meer exemplaren van „Nieuw Kerkelijk Leven", die men na lezing aan anderen kan uitreiken en waarin alle gewenschte inlichtingen opgenomen zijn. Voor slechts ƒ 1.50 per jaar kan men lid worden, terwijl men dan bovendien elke maand gratis het orgaan ontvangt. De kosten behoeven dus geen beletsel te zijn.
En nu, jonge mede-broeders en - zusters, is 't woord en de daad mede aan ons. Het is niet voldoende dat we de oprichting van het Nederlandsch Hervormd Verbond tot Kerkherstel toejuichen, neen, we moeten onze schouders mede onder het werk zetten; Vooral wij, jongeren, ondervinden de ellende van den richtingsstrijd en de bandeloosheid in onze Kerk.
Hier hebben we nu een heerlijke taak, waaraan niemand onzer zich mag onttrekken. Gode zij dank is er thans een mogelijkheid geschapen, waardoor alle jongeren, zij het dan met eerbiediging van ieders beginsel, elkander de hand kunnen reiken en gezamenlijk optrekken om het goede voor onze, wel diep gezonken, dodh nog altijd geliefde Kerk, te zoeken.
Hoevele jongeren keeren onze Kerk den rug niet toe, vooral onder de studenten, omdat het onderling gekrakeel en tegen elkaar inpreeken tegen de borst stuit I Al hebben ze altijd geen gelijk, toch zit er waarheid in hun verwijten. Smarten moet dit ons, vooral in dezen verwarden tijd.
Anderzijds komt er nieuwe belangstelling ook onder hen, mede voor onze Kerk. Dezen zomer werd zelfs een heele conferentie aan het kerkelijk vraagstuk gewijd. Veel zal verder ook van onze houding afhangen. Meer waardeeren, elkaar willen .begrijpen en onderlinge liefde dient er te komen. Dit kunnen we in het Nederlandsch Hervormd Verbond tot Kerkherstel in toepassing brengen.
Daarom jongeren : thans onder Gods zegen elkaar gezocht. Niet de vraag, of wij van Paulus of van Apollos zijn, is de hoofdzaak, doch of we de eenheid, waarvoor onze gezegende Heiland gebeden en gestreden heeft, najagen.
Vooral onze verscheurde en rustelooze tijd legt ons, zoowel ouderen als jongeren, eene groote verantwoordelijkheid op. Hand aan hand en zij aan zij dienen we tegen het steeds driester wordend ongeloof en bijgeloof op te trekken.
Dat we toch open oogen voor onzen geestelijken crisistijd mogen hebben !
Waar ons, jongeren, alzoo mede de placht opgelegd wordt, laten we dan, onder biddend opzien tot onzen God, in dezen doen wat onze hand vindt om te doen, doch dat dan ook met alle macht, en moge het onze geliefde Kerk tot zegen zijn !
De Redactie van „Nieuw Kerkelijk Leven" heeft toegezegd, dat de jongeren een eigen organisatie in het Nederlandsch Hervormd Verbond tot Kerkherstel kunnen verwerven. Dit hangt natuurlijk ervan af of er voldoende jongeren toetreden. Laat dit dan ook nog een aansporing mogen zijn om in grooten getale toe te treden. Om het jongerenplan te verwezenlijken, komt het ons mede het beste voor, dat wij ons - allen opgeven aan het adres van bovengenoemden heer Van Oost, daar we dan alle jongeren apart krijgen en dezen tegelijk aan het Hoofdbestuur kunnen aanbieden.
Ook is ondergeteekende genegen inlichtingen te verschaffen.
Dus, jongeren in onze Kerk, we gaan ons allen vereenigen en geven ons direct als lid op, nietwaar ?
Met broedergroet
J. C. JONGENEEL Jr.
Oud-Alblas, no. 293.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's