De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

9 minuten leestijd

Verbazend ! Welk een som werd daar genoemd ! Ge hebt het wel gelezen in het vorige nummer op de eerste bladzijde ? Honderd duizend gulden. Zooveel stelt zich de Herdenkings-Commissie voor te zullen krijgen. Wilt ge wel gelooven dat ik een beetje beschaamd was toen ik dat las ? 'k Had m'n vrees uitgedrukt dat ik er, in den staart van ons blad, wat schraal zou afkomen als de Commissie zich in den komenden wintertijd met haar mooie plannen zal gaan roeren. Had ik dat nu toch maar niet geschreven. Een mensch maakt zich dikwijls zoo gauw bezorgd, 't Is waar ook ! Als ik die groote som, „plus .het overschot" — zoo lees ik —, zal zien vloeien in mijn laatje, wel dan zal het gat, dat er nog altijd in zit, zóó gestopt zijn dat het in jaren lang niet verslijt. Honderd duizend gulden, 't Is me nog al wat. O, wat zou dat prachtig zijn. Wat zouden wij daarmede veel kunnen doen dat op onzen steun wacht voor de verbreiding der Waarheid in onze in menig opzicht droevig gestelde Kerk. Laat ons bidden en hopen dat het de Commissie gelukken mag.
Laat niemand zeggen dat het onmogelijk is. Als ons Gereformeerde volk maar de handen ineen legt, dan kan er wat gebeuren onder den zegen Gods. Als zij, die de belijdenis onzer Kerk van harte liefhebben, nu eens zeggen en toonen : „laat ons samen optrekken voor het heil van Christus' Kerk in ons land, en daarin voor de eere van den Koning der Kerk Zelf", ge zoudt eens zien wat er dan geschiedde. Maar nu rijden wij maar al te vaak op onze eigene stokpaardjes. Ieder heeft ze. En dan meenen we misschien ook nog dat onze Hervormde Kerk nog eens zóó zal worden dat wij met onze eigene, aparte, bijzondere wenschen daarin volkomen voldoening zullen vinden. Met die wenschen blijven wij vooreerst dan maar in onze hoekjes zitten. Zoo blijft er een hopelooze verdeeldheid, die wij niet gelooven dat tot eer van Christus is. Ik kreeg deze week een brief van een jongen collega uit het Noorden, waarin : hij mij wel zeer belangrijke dingen voorhield, maar dien ik dan ook in dezen zelfden geest hoop te beantwoorden. We móéten van onze stokpaardjes af! Anders laten wij de Kerk verloren gaan, terwijl wij om ten slotte bijkomstige dingen van elkander op een afstand blijven staan of om die bijkomstige dingen elkander ook nog bevechten.
In zijn schoone, diepe en hooge rede, die dr. J. Severijn in de laatste Algemeene Vergadering te Utrecht gehouden heeft, zeide .hij o.m. : „Wij moeten offers weten te brengen". Zeker, onze Doctor theologiae had daarbij de Nationale Kerk op het oog. Hij bedoelde het offer van „ons eigen kerkje", van ons kerkisme, opdat alle Gereformeerden zich als één Kerk zouden openbaren. Hét ideaal, dat ons wonderlijk bekoort ! Met het oog waarop wij belijden dat de Heere Jezus Christus, onze verheerlijkte Koning, machtig is te doen al wat Hem behaagt Maar dan is ook ongetwijfeld een schrede naar dat ideaal dat wij, Gereformeerd-Hervormden, ons vereenigen en daarbij onze offers brengen. We behoeven toch niet in alle dingen precies gelijk te denken om samen op te trekken ? Als wij het in de groote, heerlijke hoofdzaak maar ééns zijn ! Offers brengen is altijd een zaak van zelfvernedering. Maar laat ons daarnaar dan ook biddend staan, zoodat wij eens durven zeggen : Ja, zoo precies als ik 't wensch, zal de Kerk wel nooit worden. Maar dat is ook niet noodig. Als de Waarheid, waarmede Paulus de wereld in trok, „Jezus Christus en Die gekruist", in haar midden maar heerschen en zegenen mag... Met dat Evangelie, waardoor de totale verdorvenheid van den mensch en de rijke algenoegzaamheid van den Zaligmaker gepredikt werd, heeft Christus in de dagen van Paulus Zijn Kerk vergaderd en bewaard. En ik geloof dat Hij het in onze dagen evengoed kan doen. Hij alleen ! Hij, de almachtige Koning der Kerk, door het Evangelie dat naar de Schriften is. Laat ons alles aan Hem overlaten, als w i j maar doen wat op onzen weg ligt, naar het woord, gericht tot de gemeente van Filadelphia : Houd wat gij .hebt, opdat niemand uwe kroon neme.
Met dit al wil ik maar zeggen, dat het heel goed mogelijk is dat de som, die de Herdenkings-Commissie noemt, er komt, en nog een overschot er bij. Maar zoo ben ik al weer op het terrein gekomen waarop ik mij niet begeven mag. 'k Kwam in het werk van de Commissie. Met moet het mij maar weer niet kwalijk nemen. Misschien begrijpt ge dat .het hart van een Penningmeester wat harder gaat kloppen als hij zoo'n som leest. Neen hoor 1 Daarom kon ik niet zwijgen. Daarover móést ik wat schrijven. Honderd duizend gulden ! Dat is meer dan een „proefje van de slacht". Maar nu is er een heel oud spreekwoord. Gij vergeeft het een Penningmeester wel dat hij óók daaraan dacht, toen die groote som daar voor z'n oogen stond, 'k Bedoel : 't Is beter één vogel in de hand, dan tien in de lucht. Zie, geachte Lezer, 'k zou nu zoo dolgraag willen dat gij mij zoo nu en dan zoo'n vogeltje in de hand gaaft.
'k Ga u nu vertellen van de vogeltjes die ik deze week in de hand gekregen heb. Maarssen. Daar woont een jonge vriend, die mij een verzoek doet. „Wilt u", zoo vraagt hij, , , in „Financiën" er op wijzen dat er op Julianaweg 13 een brievenbus is, zonder ruitje, 't Kan dus door de rijksdaalders en guldens, die er door milde gevers in geworpen worden, nooit stuk gaan. Er kunnen ook flinke papiertjes in, ja zelfs zeer veel halve centen. Capsules en zilverpapier wil men wel door de deur aannemen. Hiermede voldoe ik aan z'n verzoek. Laat men in Maarssen, welke gemeente in den tijd die achter haar ligt, zoo keer op keer geholpen is op vaak dringend verzoek van den Kerkeraad, door predikanten-leden van den Bond, dezen jongen verzamelaar, H. J. S., ook wat aanmoedigen. Hij gaat ook met een busje rond. Help hem wat en steun daardoor de goede zaak. Tot zijn blijdschap had hij al ƒ 1.— in zijn brievenbus gevonden, welken hij mij zond, met het bijschrift : „Aan H. J. Slagboom voor de fondsen".
Uit H. ontving ik van mej. K. ƒ 10.— voor , het Studiefonds. De preek, waarom tegelijkertijd gevraagd is, zal zoo spoedig mogelijk gezonden worden.
Utrecht. De penningmeester der afdeeling zond mij nog een restant der ingediende afrekening, zijnde ƒ9.99.
Sneek. Van mej. N. N. een brief en daarbij ingesloten ƒ 10.— voor het Studiefonds, 'k Kan begrijpen, dat zij zich daar in het kerkelijke leven niet al te best thuis gevoelt. Zij schrijft o.m. van een predikant, die van de S.D.A.P. is. 'k Zal haar brief wel eens beantwoorden, 'k Kan over die zaak hier niet uitweiden. De Penningmeester mag niet te veel ruimte nemen, 't Is de staart maar!
Uit een plaats, waarvan 'k den naam maar niet noemen moest, ontving ik van N.N. een schrijven met ƒ 10.— voor het Leerstoel-en Studiefonds. Monster. Daar stond nog een busje, met inhoud. J. N. zond mij de ƒ2.—, die er in zat. Nu vraagt zoo'n busje natuurlijk weer om gevuld te worden ! 'k Denk dat er in ons land nog veel meer zulke busjes zijn, die eens graag door de handen willen. Rijssen. 't Was daar Woensdag vóór een week Dankdag. Daar is ook een dankoffer afgezonderd voor het Studiefonds. Ja, dankdagen zijn geefdagen, ook voor den Gereformeerden Bond. T. Spanjer zond mij dit offer over, zijnde ƒ2.50. Kampereiland. Ds. Ottevanger van Kampen zond mij ƒ 5.— van den Kerkeraad.
Hoogeveen. Door ds. J. A. van Nie ƒ1.— voor het Studiefonds, gevonden in de collecte bij een spreekbeurt, gehouden door ds. Bartlema, van Zeist.
Kampen. Door ds. Ottevanger verschillende giften tot een bedrag van ƒ 7.—, uit dankbaarheid, dat ds. O. daar gekomen is.
Zie, daar hebt ge het al weer. De nienschen willen nu eenmaal iets geven voor de fondsen als zij een nieuwen dominee krijgen, die het Evangelie der genade predikt. Niet ieder kan een gulden geven. Laat toch de Kerkeraad een collecte doen houden, opdat alle kleinere giften ook verzameld worden.
Het busje van E. Roest, no. 125, is ook weer geledigd. De mooie inhoud, ƒ 10.50, werd mij weer toegezonden. Rotterdam. Door ds. Van Grieken ƒ25.—, zijnde twee giften, één uit Rotterdam, ƒ20.—, en één uit Hoek van Holland, ƒ5.—, voor het Studiefonds. Woudenberg. Daar is ook Dankdag geweest. Voor het Studiefonds werd er in de collecte gevonden ƒ2.50. 'k Dank ds. J. L. Klomp voor het overzenden. Hij gireerde deze gave op mijn eigen nummer. De Penningmeester .heeft een apart gironummer. Zoo kan ook collega K. lezen in „De Waarheidsvriend". Alles bij elkaar geeft de som van
f 96.49.

Hartelijk dank. De Penningmeester Ds. N. VAN DER SNOEK. Veenendaal, 11 Nov. 1930.

POSTZEGELS, CAPSULES EN ZILVERPAPIER.
Was het begin der verschenen week niet veelbelovend, omdat de post in de eerste dagen mijn deur maar voorbij ging (en dat mag eigenlijk niet, vooral in deze weken niet), de laatste dagen hebben het echter nog goed gemaakt.
De eerste zending gaf al een flinken inzet en wel van :
Ie. J. Nieuwenhuizen, Monster, een bedrag groot ƒ 6.—, benevens postz., capsules en zilverpapier ;
2e. Femmigje Boer, Hollandscheveld, zilverpapier en 70 halve centen ;
3e. mej. Van Welzenis, Rotterdam, een groote partij capsules ;
4e. de kinderen J. van 't Verlaat, Hardingsveld, een bedrag groot ƒ 4.25. De opbrengst eener huiselijke collecte. Dit is een goed idee. Wel iets ter navolging. Verder hierbij zilverpapier, postzegels, theelood en capsules, benevens 14 halve centen. Dat deze uit den tijd raken, geloof ik niet, want ik ontmoet ze nog dikwijls. Ook hoop ik het niet, want dit zou mogelijk schade voor mij zijn, want van die kleintjes worden nog al eens licht afgezonderd voor mijn werk en ik zie ze graag.
5e. de kinderen W. Fredrikse, Meerkerk, postzegels, lood, caps, en zilverpapier ; 6e. mej. Van Beijen, ƒ 1.50 door .het lezen van de W. V. ; van mej. B. ƒ1.— voor het zelfde doel, en van mej. de wed. B. ƒ2.50, allen te Bodegraven. Een dergelijke zending is mij zeker aangenaam, daar mij dit. geen werk geeft. Ook s'tel ik het zeer op prijs dat u bij al het andere, 't welk uw belangstelling vraagt, mijn werk toch ook niet vergeet. Er wordt veel gevraagd en dan komt men er zoo licht toe het een door het andere te verdrijven. Het is echter allemaal goed en noodig. Intusschen dank ik allen hartelijk voor hetgeen ze mij in de afgeloopen week toezonden en hopen we weer op de volgende week.
Met vriendelijke groeten en aanbeveling.

Krommedijk 60, Dordrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's