KERKELIJKE RONDSCHOUW
De Financieele verhouding van Staat en Kerk.
Aan een artikel van ds. H. Janssen, emer. Chr. Geref. pred., nu Veldprediker in Alg. Dienst, te Den Haag, voorkomend in „De Wekker", orgaan der Chr. Gereformeerde Kerk in Nederland (7 Nov. 1930), ontleenen wij zakelijk het volgende :
„Er is niets zoo gevaarlijk voor een Kerkgenootschap als financieel afhankelijk te zijn van den Staat. De Kerk moet financieel onafhankelijk van den Staat zijn en de kosten van haar eigen eeredienst betalen". Aldus een predikant uit Saksen. Een van de eerste daden van het Socialistisch bewind aldaar was, dat het den financieelen band met de Kerk doorsneed en haar voor haar eigen eeredienst liet zorgen. En dat in zulk een bangen tijd. Gevolg was dan ook, dat de Kerk daartoe onmachtig bleek en haar dienaren bijkans van honger en ellende omkwamen. Vandaar de waarschuwing van den Saksischen dominé, dat de Kerk toch niet leune op den arm van den Staat !
Gelukkig dreigt in ons land niet aanstonds dat gevaar ; maar als er een zuiver revolutionair bewind kwam a la Louis de Visser zou onmiddellijk de financieele band met de Kerk doorgesneden worden en we zouden hier 't zelfde krijgen als in Rusland, dat de kerken gesloten en de predikanten en priesters vervolgd werden enz.
Stel eens, dat hier de financieele band tusschen Staat en Kerk verbroken werd en de Staat al zijn ondersteuningen aan de Kerk introk — gelooven wij niet, dat dit zulke geweldige gevolgen zou hebben als dat wel eens wordt voorgesteld. Om de eenvoudige reden, dat deze ondersteuningen hier niet zóó geweldig zijn, dat de betrokken Kerken deswegen niet zouden kunnen voortbestaan.
Hoeveel subsidie geeft de Staat bij ons aan de verschillende Kerkgenootschappen ?
De totale kosten der Eerediensten bedragen naar de begrooting voor het komende dienstjaar : twee miljoen, vier honderd veertig duizend, acht honderd vier en dertig gulden (ƒ2.440.834.—).
De Protestantsche Kerkgenootschappen saam ontvangen f1.704'.236 De Roomsch-Katholieke Kerk „f 704.698 De Oud-Bisschoppelijke Klerezy „ 15.500 De Isr. Kerkgenootschappen „ 16.400
De Protestantsche Kerkgenootschappen ontvangen dus verre, verre weg 't meeste.
De Roomschen ontvangen betrekkelijk maar heel weinig (704.698 gld.) ; de anderen ook niet veel.
Tot de Protestantsche Kerkgenootschappen worden gerekend : de Ned. Hervorm de Kerk (met de Waalsche Gemeenten), de Evangel. Luthersche Kerk, de Hersteld-Ev. Luthersche Kerk, de Remonstranten en de Doopsgezinden.
De Gereformeerde Kerken, de Chr. Gereformeerde Kerk enz. enz. ontvangen niets,
De Kerkgenootschappen, die na 1815 ontstaan zijn, bestaan financieel voor den Staat niet.
Een eerste post bij de uitkeeringen van den Staat aan de Protestantsche Kerkgenootschappen is ƒ46.100.— om in de onkosten van het Kerkbestuur tegemoet te komen.
Wat de Protestantsche Kerk besturen dus noodig hebben voor het bestuur van hun Kerk, wordt voor een gedeelte betaald door den Staat.
Dan krijgen we de volgende posten:
Tractementen van Herv. predikanten ƒ1.181.02 Ongeveer de helft van het totaal uitbetaalde bedrag aan alle Kerken (dat immers ƒ2.440.834 is) komt ten goede aan de tractementen der Hervormde dominees (de Waalsche predikanten inbegrepen). Tractementen Evang. Luth. predikanten ƒ 37.535. Tractementen Herst. Evang. Luthersche predikanten „ 4.325 Tractementen Doopsgezinde predikanten „ 11.850 Tractementen Remonstrantsche predikanten „ 20.000 Bij deze posten voor tractementen van predikanten komen nu nog bovendien de volgende bedragen : Voor nieuwe tractementen en verhoogingen werd uitgetrokken ƒ 4.533 Bezoldiging van candidaten enz. voor hulppredikdienst bij de Hervormden en Lutherschen ƒ 700 Kinder-, School-en Academiegelden bij de Hervormden, de Ev. Lutherschen, Herst. Ev. Lutherschen. Doopsgezinden en Remonstranten ƒ 94.000
Toelagen en gratificatien voor kerkelijke bedienden, ! gemeenten, leeraren, emeriti predikanten, Weduwen mitsgaders andere toelagen van verschillenden aard ƒ 14.801 Kerkelijke pensioenen betreffende den Protestantschen eeredienst f 270.554
Aan het Prov. Kerkbestuur in Friesland ƒ 6.735
Voor de verzending van dienststukken uitgetrokken ƒ 2.300
Alles bij elkaar geteld is dit bedrag ƒ 1.704.236
Men bemerkt, dat, waar andere Kerken voor hun Classicale Vergaderingen, Prov. Synoden, Algemeene Synode enz. enz. alles zelf moeten betalen — wat niet weinig is — daar wordt voor de Hervormde Kerk enz. door het Rijk belangrijk bijgepast.
Ook missen predikanten van andere Kerkgenootschappen, wat hun Hervormde collega's hebben, n.l. kinder-, school-en academiegelden, waarvoor een bedrag van ƒ84.000 is uitgetrokken.
Verder is de dienstcorrespondentie vrij — terwijl andere Kerken postzegels moeten gebruiken.
En dan de tractementen en pensioenen ! Men ziet, dat de gesubsidieerde Kerken in deze nog al voordeelen genieten.
Reken, dat de Hervormde Kerk, met haar 44 Classes, 138 ringen, 1432 gemeenten en 1660 predikantsplaatsen ƒ 1.181.805 ontvangt voqr tractementen en ƒ 270.554 voor pensioenen — dan is dat ongeveer ƒ 700 per gemeente. In doornsnee heeft dan elke gemeente ƒ 700 als vastie bijdrage van het Rijk per predikahtsplaats.
Wij zouden hier nog een beschouwing over de Waalsche Gemeenten kunnen bijvoegen. De Waalsche Gemeente van Amsterdam ontvangt ƒ4469 Rijkstractement, ƒ2800 Rijiksemeritaatspensioen, ƒ560 Rijksweduwenpensioen ; Arnhem (142 leden) ontvangt ƒ1050 Rijkstractement, ƒ 1470 Rijksemeritaatspensioen, ƒ 280 Rijksweduwenpensioen ; Breda (75 leden) ƒ 1000 Rijkstractement, ƒ 1400 Rijksemeritaatspensioen, ƒ280 Rijksweduwenpensioen ; Delft (102 leden) ƒ935 Rijkstractement, ƒ.1309 Rijksemeritaatspensioen, ƒ 280 Rijksweduwenpensioen ; Dordrecht (160 leden) ƒ988 Rijkstractement, ƒ 1383 Rijiksemeritaatspensioen, ƒ420 Rijksweduwenpensioen ; Maastricht (46 leden)„ ƒ 1600 Rijkstractement, ƒ2240 Rijksemeritaatspensioen, ƒ280 Rijksweduwenpensioen ; 's Hertogenbosch 51 leden) ƒ 1200 Rijkstractement, ƒ 1680 Rijksemeritaatspensioen, ƒ 80 Rijksweduwenpensioen ; Groningen (85 leden) ƒ 1300 Rijkstractement, ƒ 1820. Rijksemeritaatspensioen, ƒ420 Rijksweduwenpensioen; Zwolle (36 leden) ƒ 400 Rijkstractement, ƒ 600 van de burgerlijke gemeente, ƒ840 Rijksemeritaatspensioen, ƒ 280 Rijksweduwenpensioen ; Middelburg (90 leden) ƒ1200 Rijkstractement, ƒ 1680 Rijksemeritaatspensioen, ƒ420 Rijksweduwenpensioen. Merkwaardige cijfers, met wonderlijke verhoudingen !
Zoo zijn er ook bij de Remonstrantsche Broederschap van die eigenaardige toestanden. Nieuwkoop (150 zielen) heeft ƒ 600 Rijkstractement, ƒ 840 Rijksemeritaatspensioen en ƒ 140 Rijksweduwenpensioen. Zwammerdam (102 leden) ƒ850 Rijkstractement, ƒ 1190 Rijksemeritaatspensioen, ƒ 140 Rijksweduwenpensioen. Lochem met ƒ300 Rijkstractement ; Meppel met ƒ 550 Rijkstractement enz.
Wanneer we deze dingen hier schrijven, willen we niet met groote woorden spreken van „schandaal" en van „onrecht" enz. enz. We weten, dat er een gansch groote en lange geschiedenis achter zit en het is nooit verstandig, om dan te doen alsof er niets gebeurd is vroeger ; ook verdient het geen aanbeveling, om niet te rekenen met tijdsomstandigheden enz.
Maar — we willen toch wel voor de zooveelste maal zeggen, dat de tegenwoordige financieele verhouding van den Staat ten opzichte van de Kerk (Kerken) niet de ideale is, waarvan we kunnen getuigen : laat zitten wat zit, want betere regeling kunnen we nooit krijgen en verlangen we ook niet.
Ideaal is de toestand niet. Rechtvaardig en wijs is ze ook niet. Dat er een verrekening kwam tusschen den Staat en de Kerk (de Kerken) zouden wij beter achten.
En dat oude toestanden, die verouderd zijn, werden opgeruimd en nieuwe wegen werden gezocht en bewandeld, zou zijn te prijzen.
Want, nog eens, rechtvaardig en wijs is het niet zooals 't nu is.|
Ook moest de Kerk, per predikantsplaats, liever zelf beheeren wat billijkheidshalve haar toekomt, wat beter is dan dat de Staat het doet.
De Saksische predikant — zie boven — zou zeggen : „er is niets zoo gevaarlijk voor een Kerkgenootschap als financieel afhankelijk te zijn van den Staat".
Waarbij ds. Sikkel Sr. zou zeggen : de Staat mag heusch wel rekening houden met den godsdienst en met de Kerk, om mee te zorgen voor „het brood der Kerk" (Zie zijn desbetreffende brochure).
Maar — dan moet de Staat niet doen, alsof er na 1815 in Nederland op, kerkelijk terrein niets gebeurd is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's