FINANCIEN
Als Penningmeester kan men toch in een moeilijk geval komen, zooals dit zich nu ook bij mij voordoet. Daar is eene vacante gemeente, die een leeraar beroepen heeft, dien zij natuurlijk zeer graag zou hebben. Alle krachten spant men in om tot aannemen van het uitgebrachte beroep aan te moedigen. Ook de Penningmeester wordt in den arm genomen. Hij moest er eens 'n woordje van schrijven in „De Waarheidsvriend" Ja maar, m'n goede vriend, dat lezen ze ook daar, waar men dien zelfden leeraar zoo graag wil houden ! En stel u voor dat deze leeraar het beroep aannam, waartoe hij .evenwel zou zijn overgegaan, ook al had ik niets ter aanmoediging geschreven, dan had ik het toch gedaan. Ik had het daar voorgoed bedorven en de Penningmeester mocht hun deur voorbijgaan. Neen hoor, ik houd mij in zulk een zaak geheel „op de vlakte". Zou ik immers gaan schrijven dat de beroepen leeraar maar blijven moest waar hij is, dan zou de roepenae gemeente mij allesbehalve vriendelijk aanzien. Zij zouden daar zeggen : Waar bemoeit de Penningmeester zich mee ? Zoo loop ik er óf aan den eenen kant óf aan den anderen kant tegen aan.
Zoo is daar — 'k zal maar „man en paard" noemen — de gemeente van Genernuiden. Een meelevende gemeente. Zeker, dat is zoo. Ze stuurden mij een mooie collecte. Hieronder staat zij vermeld En of ik nu wat wilde aanmoedigen dat ds. v. d. Graaf, van Nijkerk, het beroep naar Genemuiden aan zou nemen" „Maar Nijkerk dan ? " zoo vraag ik. „Moet die gemeente het dan maar weer zonder een Gereformeerden leeraar doen ? En zij hebben mij vandaar in den laatsten tijd gift op gift gezonden, uit dankbaarheid omdat hun leeraar voor een beroep bedankt had. Ik zou zelf de oorzaak zijn dat het zilveren stroompje ophoudt., 'k Zie wat graag dat dit stroompje nog maar een langen tijd blijft vloeien" Maar nu vragen zij daar in. Genemuiden weer : „Moeten wij dan maar teleurstelling op teleurstelling hebben ? " Neen, dat zou ik ook weer niet willen, 'k Zou u zoo gaarne ds. v. d. Graaf gunnen, ook al omdat er dan bij de intrede een prachtige collecte binnenkomt Men moet het mij maar niet kwalijk nemen dat ik altijd maar denk aan m'n laatje. Daarvoor ben ik nu eenmaal Penningmeester. Daarom is mij Genemuiden even lief als Nijkerk en Nijkerk mij even lief als Genemuiden.Ds. Van de Graaf moge wijsheid van God begeeren. Dan zal hem meer gezegd worden dan een Penningmeester kan doen. In beide gemeenten moge het maar een zaak des gebeds zijn. De Heere alleen weet wat goed voor haar is.
Maar wat ons in deze zaak weer zoo opvalt is de schreiende behoefte die er bestaat aan Gereformeerde leeraren. Daar zijn gemeenten, die jaren achtereen steeds maar beroepen. Zij willen geen anderen leeraar dan die het Evangelie der genade, naar de Schriften, predikt. Zij gaan niet van de lijn der Gereformeerde Waarheid af. Bij elk bedankje dat zij krijgen zeggen ze : „Nu maar v/eer een ander, net zoo lang tot we klaar zijn" En als zij dan eenmaal klaar zijn, ja, dan hebben ze het een paar jaar rustig, tenminste meestal. Maar dan komen de beroepen alweer. Dat vindt de gemeente soms wet mooi, als. de dominee maar steeds bedankt. Maar men houdt dan toch z'n hart vast, denkende : 't duurt net zoo lang totdat onze dominee weer gaat.... Eigenlijk is dit toch bedroevend. Niet, dat een gemeente het om de Waarheid te doen is, maar dat men telkens maar weer komt te staan voor een vacature-tijd, waarin een kerkeraad soms „allerlei wind van leer" moet toelaten. Dat ligt vooral aan 't groote gebrek aan Gereformeerde Evangelie-dienaren, 't Is voor de gemeenten slecht, maar 'k geloof ook voor de dominee's. Als een leeraar in z'n eerste, tweede of derde gemeente staat, en hij krijgt zulk een stroom van beroepen — de kerkeraden zijn daarin meestal heel nuchter en zien ook al naar het tractement, waarmee zij wedijveren kunnen — dan gaat zoo'n dominee al spoedig denken dat hij heel wat is. Dat gevlei en dat gestreel dat er dan plaats vindt vanuit de roepende gemeente en vanuit de huidige gemeente, is o zoo gevaarlijk voor een mensch, die maar een aarden vat is, en die al die liefdoenerij niet op haar juiste waarde weet te schatten, 'k Hoop dat m'n collega's mij begrijpen en 't mij niet .kwalijk nemen dat ik dit schrijf. Iemand, die z'n zevende gemeente heeft, mag dit wel zeggen, zonder dat. hij het air aanneemt een boetprediker slechts voor anderen te zijn. 'k Heb ook wel een weinig mijn hart leeren kennen En hoogmoedige leeraren zijn geen gezegende en zegenende leeraren. Ik zie in onze Kerk een schreiend gebrek aan predikanten, die het Woord Gods recht snijden en die aan het leven van Gods volk niet vreemd zijn.
Nu ga ik iets overschrijven uit „Het Mystieke Element in de Bediening des Woords" van prof. dr. H. Visscher. Beter kan ik het niet zeggen.
„Wat in deze dagen voor alle andere dingen onze gemeenten noodig hebben, dat is die levende verkondiging des Woords, waarin de verborgenheden van het kindschap Gods niet ontbreken. De ziel kan alleen leven bij alle Woord, dat uit Gods mond uitgaat. Ook in dit opzicht stelt de werkelijkheid dezer dagen ons voor een zware schuld der Kerk, die in geestelooze verarming verwordt. Met de leeraren zakken de gemeenten af. Biddeloosheid en dorheid der gemeenten voert ze tot mysticisme, tot ziekelijke naargeestigheid en tenslotte tot ongeloof. Het intellectualisme en het mysticisme leiden tot, hetzelfde ongeloof, omdat zij er beide vormen van zijn, zooals zij beide door geestelijken hoogmoed zijn gekenmerkt. Wie zal zeggen hoeveel beschimmeld en bedorven en vergiftigd brood wordt gegeten. Men hoort van predikers en van gemeenten, die alleen maar willen spreken en hooren van verdoemenis, en voor wie de genade der rechtvaardigmaking en het geloof en het gebedsleven verachtelijk zijn, van verachting verwaarloozing der heilige Sacramenten, van buitengewone vormen van prediking en van een gebruik van woorden en termen, die eene ziekelijke onnatuur verraden. Zoo worden de heiligheden des Heeren tot eene bespotting en eene aanfluiting, terwijl het volk verwildert en de zielen wegdwalen.
Er is in de geschiedenis van onzen tijd zooveel, dat ontroeren kan, ook in de geschiedenis der Kerk. Reden is er om met den profeet te bidden : „Heere, waarom doet Gij ons van Uwe wegen dwalen ? Waarom verstokt Gij ons hart, dat wij U niet vreezen ? Keer weder om Uwer knechten wil, de stammen Uws erfdeels. Uw heilig volk heeft het maar een weinig tijds bezeten ; onze wederpartijders hebben Uw heiligdom vertreden".
Zal er voor de Kerk, voor onze Kerk, redding zijn ? Alleen in wederkeer tot den God der Vaderen, en tot Zijn Woord. En één der wapenen in die worsteling om redding is zuivere en daarom levende prediking van het Evangelie der vrijmakende genade Gods in Christus Jezus".
Hier volgt nu mijn verantwoording. Hoornaar. Door middel van W. van Beuzekom, diaken, ontving ik ƒ47.17, voor de fondsen, zijnde de collecte, die gehouden is bij een spreekbeurt, vervuld door ds. J. H. Gunning van Schoonhoven. Voorthuizen. Door ds. W. L. Mulder ƒ2.—, voor het Studiefonds, gevonden in collecte van Zondag 16 November 1.1. Dockum. M. Pekelsma zond mij ƒ 20.— voor het Studiefonds, zijnde ƒ10.— van hemzelf en ƒ 10.— van een „voorstander van den Bond". Het doet mij goed, telkens te bespeuren dat er ook in het hooge Noorden een hartelijk meeleven is met het werk van onzen Bond.
De Meern. fondsen. Van N.N. ƒ2.— voor de Delft. Van mej. N. N. Br. ƒ 2.50 voor Leerstoelfonds en Studiefonds. Terschuur. Mej. v. d. Pol zond mij den inhoud van haar busje no 18, zijnde ƒ6.-. Leiden. Van J. Serdijn ƒ 37.50, de contributies van de leden der afdeeling. Genemuiden. Ds. G. J. Koolhaas te Charlois heeft daar den 16 November tweemaal gepreekt. De collecte werd mij door den heer J. S. Brouwer gezonden, zijnde ƒ 153.75 voor het Studiefonds. Ik heb daar ook wel eens een week-avondbeurt vervuld. Vól dat die kerk was ! En dat in de week ! 'k Denk er nog altijd met genoegen aan terug. De heer B. schrijft, dat zij nu al het tiende beroep uitbrachten in deze vacature, 't Is waarlijk om haast moedeloos te worden. Zij zullen daar nu wel niet erg tevreê zijn over wat ik boven schreef. Maar ik mag niet anders ! Zij beroepen ds. v. d. Graaf nu al voor de tweede maal. Den eersten keer toen hij in Ameide stond Ja maar, daar in A stond hij ook nog maar kort. Daar hebben de Nijkerkers hem vandaan gehaald Ge moet iemand beroepen, die een jaar of zes in een gemeente gewerkt heeft Ge zult zeggen : die zijn er zoo weinig Zie, dat is het treurige. Dat is het gebrek. De Bond wil, onder den zegen Gods, in deze schreiende behoefte helpen voorzien.
Charlois. Door ds. G. J. Koolhaas ƒ 1.— voor het Studiefonds, hem ter hand gesteld door mej. B.
Dirksland. Door ds. C. v. d. Wal ƒ 8.25, een deel van den inhoud der catechisatiebus, voor de beide fondsen.
Renkum. Door ds. B. N. B. Bouthoorn ƒ 1.— van den heer B. voor het Studiefonds. „Het is de eersteling" — zoo schreef coll. B. mij — „tijdens mijn kort verblijf aldaar. Mogen er velen vo.lgen" Natuurlijk ! Dat ben ik hartelijk met hem eens. Uit zoo'n gemeente, waar men zoovele jaren lang den zegen van de, prediking van het Evangelie der genade genoten heeft, van geslacht tot geslacht, moet wel meer meeleven openbaar komen met onze moeilijke worsteling.
Zegveld. De penningmeester der afdeeling, A. Dekker, zond ƒ44.12, n.l. ƒ41.62 contributies der leden, met een gift van ƒ2.50 voor het Leerstoelfonds.
Zwolle, 'k Stapte 1.1. Vrijdagavond uit de auto voor de Bethlehemkerk aldaar, om een spreekbeurt te vervullen, en zie, daar stond al de heer Buter voor mij en verblijdde mij al dadelijk met een gift van ƒ5.— voor het Studiefonds, 't Weer was zeer ongunstig. Maar 't was er toch nog een aardige opkomst. De collega's moeten de vrienden daar in Zwolle wat helpen. Zij moeten daar heengaan met die prediking, die prof. Visscher bedoelt. Daardoor wordt de Kerk gebouwd.
Veenendaal. In m'n brievenbus vond ik ƒ 2.— van N.N., voor Leerstoelfonds en Studiefonds, met het bijschrift : „Ter gedachtenis aan onzen hooggeachten en onvergetelijken predikant. Ds. Jongebreur ontving dit van ons op zijn verjaardag, 20 November. Met weemoed denken wij daaraan. Nu brengen wij het maar aan onzen nieuwen penningmeester, die in zijn geest blijft voortgaan".
Kampen. De Penningmeester der afdeeling, E. Roest, zond mij ƒ 17, 50, ontvangen van de „Zondagsschool op Gereform. Grondslag" te K., voor het Studiefonds. Schoonhoven. Door ds. W. Deur de opbrengst van de collecte die daar den leden November gehouden is, tijdens een spreekbeurt, vervuld door ds. K. J. van den .Berg te Amersfoort. De collecte bedraagt ƒ93.86 voor het Studiefonds.
Amersfoort. Door ds. Van den Berg ƒ 10.—, gecollecteerd bij eene huwelijksbevestiging, voor het Studiefonds. Dat vind ik prachtig, n.l. dat er op zulk een feestelijken dag ook aan onze fondsen gedacht wordt. Dat moest meer gebeuren.
Poffert (bij Hoogkerk, Gr.). Nog eens het hooge Noorden. H. Klaver zond mij ƒ10.— „gift voor het Studiefonds". Met elkaar is het de som van
f 463.65.
Hartelijk dank. De Penningmeester
Veenendaal, 25 Nov. 1930. Ds. N. VAN DER SNOEK,
Correspondentie. Als er nog afdeelingen zijn die hun contributies nog niet hebben overgedragen, laten zij dit dan spoedig, vóór het einde van deze maand, doen. Men weet, dat het boekjaar van den Bond eindigt met den laatsten dag van November.
De Penningmeester.
POSTZ., CAPSULES EN ZJLVERPAPIER.
Ontvangen van :
Ie. Mej. Parel, Rotterdam, caps., zilverpapier, 88 halve centen en ƒ1.56.
2e. Brief, postst. Abcoude, inh. : 7 zegels van 60 en 4 van 6 cent.
3e. Fam. van Rees, Genemuiden, postz„ capsules en zilverpapier.
4e. Tennis, Aartje en Joh. Schilt, Langerak, ƒ1.55, benevens wat capsules.
5e. G. Verweij, Reeuwijk, postz„ caps, en zilverpapier.
6e. de leden der Herv. M. V. „Tryfosa" te Dirksland een groote partij zilverpapier, caps., postz., benevens ƒ 1.—.
7e. Mej. A. van Ruiven, Hoogeveen, postzegels en zilverpapier. 8e. Jo en Mina de Haas, Leerdam, theelood, zilverp., en 140 halve centen. 9e. de kinderen Bruinsma, Middelburg, zilverpapier en postzegels. Zoo ben ik dan voor deze week weer aan het einde van mijn ontvangsten, en hoewel 't er in 't begin der week niet veelbelovend uitzag, zoo is het toch nog weer meegevallen.
Mag ik echter hen, die mij hun verzameling nog niet zonden, er aan herinneren dat het al heel kort naar 't eind loopt ? Er zullen hier en daar nog wel enkele partijtjes liggen wachten op verzending denk ik, want ik mis tot nog toe nog verscheidene bekenden, die ik heusch nog erg noodig heb. Misschien zullen ze denken : ge hebt toch al zooveel ontvangen. Maar ik heb ook veel noodig om tot een goed eindcijfer te komen. Daarbij komt nog, dat de prijzen, welke ik voor mijn artikelen krijg, zoo laag staan buiten andere jaren. Toen ik de vorige week reeds 't een en ander van de hand deed, schrok ik er van, zoo laag de prijzen waren. Zoodoende zo uik nu nog meer moeten ontvangen dan andere jaren, anders zouden ze te veel achteruit gaan. En dat mag toch niet.
Ik hoop dus, dat velen mij deze laatste week nog hun zendingen zullen sturen, en al is het een daagje over tijd, zoo neem ik ze ook nog wel aan. De Penningmeester zal 't ook wel zoo nauw niet nemen, denk ik.'' Als het er maar komt, al is het dan wat laat.
Intusschen hartelijk dank aan allen, die mij deze week nog weer met hunne inzendingen gedachten.
Met vriendelijke groeten en aanbevelend.
Mejuffr. J. DEN HARTOG
Krommedijk 60, Dordrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's