De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

14 minuten leestijd

Bij den nieuwen jaargang.
Met dit nummer begint weer een nieuwe jaargang. Weer een nieuwe jaargang. Vijf en twintig jaar geleden — 't was in de dagen dat de kwestie dr. Louis Bahler aan de orde was — is onze Gereformeerde Bond opgericht. Eerst hebben we wat gescharreld. We moesten 't zonder eigen Orgaan doen. Maar toen is „De WaarheidsVriend" gekomen. Die heeft een band gelegd tusschen de leden van den Gereformeerden Bond en de vrienden der Waarheid in onze Hervormde Kerk. En nu mogen we weer een nieuwen jaargang beginnen met ons Bondsblad.
Onze Gereformeerde Bond, al ons werk, onze fondsen, ons optreden naar binnen en naar buiten — 't hangt alles ten nauwste samen met „De Waarheidsvriend".
Daarom ijveren we ook allen voor onze Courant, voor ons Weekblad, 't Is de zenuw van onzen arbeid, de kracht van onze actie ; daarom gaan we nu ook allen weer opnieuw aan 't werk om ons Bondsorgaan te helpen en te steunen.
Wat we niet 't minst kunnen doen, - door abonné's te werven. In alle provincies
hebben we lezers, soms vele lezers, trouwe lezers in menigte. Gelukkig ! Maar — er kunnen en moeten nog veel meer abonné's, nog veel meer lezers bij komen ! Wat gemakkelijk kan, wanneer ieder een handje helpen wil.
Mogen we op Uw steun rekenen, lezer of lezeres ?
Er hangt van Uw hulp zoovéél af.

De algemeene mobilisatie afgekondigd.
Een belangrijke actie.
De Herdenkings-Commissie is haar arbeid begonnen. Alles is in schema gebracht. Ontwerp voor al den arbeid is klaar. Ook is door heel het land het werk eigenlijk al begonnen. Ieder weet wat van hem of haar gevraagd wordt. En die het niet weet en toch zoo graag meewerken wil, vrage het even aan ds. G. van der Zee te Wapenveld. Dat adres moet ieder maar in z'n hoofd houden. Daar is alles te vragen, alles te verkrijgen : circulaires, bonboekjes, enz.
En dan moet men ook maar onthouden het adres van den penningmeester der Herdenkings-Commissie. Dat is de heer A. van Loo te Oldebroek, en zijn Giro-nummer is 168462. Alle geldzendingen worden daar verwacht en elke gift, groot of klein, is daar welkom.
De bedoeling is, dat plaatselijk gewerkt wordt in georganiseerd verband, in samenwerking dus met jongeren en ouderen, die voor onzen Gereformeerden Bond voelen. De dominees, de kerkeraadsleden, de onderwijzers, de vaders, de moeders, de zusters, de broers — de leden van de Jongelingsvereenigingen en van de Meisjesvereenigingen, allen moeten nu aan het werk. Om saam alle krachten in te spannen om ƒ 100.000.— bij elkaar te brengen.
Als het zoo gaat, als ds. Van der Zee uitgerekend heeft, houden we straks nog over. Dan komt er nog méér dan honderdduizend gulden. Maar laat het nu waar zijn dat er maar ƒ 100.000.; — zal binnenkomen op onze a.s. Bondsvergadering, in April te Utrecht te houden, dan moet ook nu ieder van ons aan het werk.
Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht Leiden, Amersfoort, Veenendaal, Boskoop, Barneveld, Soest, De Bildt, Zeist, Hoogeveen. Genemuiden, Vlissingen, Zaandam, Ameide, Delft, enz. enz. moeten nu zich gereed maken.
De algemeene mobilisatie voor mannen en vrouwen wordt nu afgekondigd.
Geve de Heere Zijn blijden en rijken zegen over ons werk en vinde Hij ons allen bereid om Zijn werk te doen !
Wie denkt aan de opleiding voor predikant, denkt aan ons Studiefonds.
Wie denkt aan onze moderne gemeenten denkt aan onze Evangelisatie-Commissie.
Wie denkt aan onze Scholen met den Bijbel, denkt aan een Kweekschool tot opleiding van Hervormde onderwijzers en onderwijzeressen.
En zoo is ons werk veelomvattend, belangrijk, heerlijk.
Daarvoor  iets te doen moet ons een genot zijn !
Daarom allen, nu aan het werk ! zonder uitzondering,

Voortgaande splitsing.
Prof. Visscher heeft in de Tweede Kamer, toen „Onderwijs" aan de orde was, gevraagd, of de Regeering niet kan verhinderen dat de splitsing op onderwijsgebied, inzake het stichten van scholen, niet zou voortgaan in 't oneindige. Als illustratie zei hij : de eene Roomsche wil nog Roomscher zijn dan de andere, de eene Gereformeerde nog Gereformeerder dan de andere enz. Dat van die Roomsche zal wel illustratie geweest zijn. Maar van die Gereformeerde is waarheid. Misschien is er wel gedacht aan de Kersten—Zandt groep. Die willen overal eigen scholen hebben, Gereformeerder dan de Gereformeerden zijnde. Graag maken ze gebruik van de bepalingen van de Onderwijs-wet, die zij overigens zoo veroordeelen. Zooals ze ook theoretisch het vrouwenstemrecht veroordeelen, maar zij profiteeren gaarne van de stemmen van de vrouwen bij de stembus. Gelijk ze ook assurantie, verzekering tegen brandschade enz., veroordeelen, maar als een ouderling aangeklaagd wordt, dat hij z'n huis en veestal verzekerd heeft, wordt door de hooge heeren geadviseerd, geen gevolg aan die klacht te geven door tuchtoefening of uitbannen, want, — zoo luidde het — : „de zonde van assurantie is onder ons veel te algemeen geworden, dat men er nog tuchtoefening op na kan houden" ! Tegen luxueuse scholen ageerde ds. Zandt, maar hij is toch zeker wel eens bij ds. Kersten op den Boezemsingel te Rotterdam op bezoek geweest ? Wat weet men toch over allerlei te praten ! Maar praten is goedkoop. En de menschen willen bedrogen worden !
Maar we wilden het hebben over het advies van Prof. Visscher, dat hij aan de Regeering vroeg een weg te zoeken, dat niét een groep, die nóg Gereformeerder wil zijn dan de Gereformeerden, in staat zal zijn een eigen school te stichten. Wat natuurlijk ook voor de verwikkelingen geldt tusschen Hervormden, Gereformeerden Oud Verband, Gereformeerden Hersteld Verband, Christelijke Gereformeerden enz.
Wij vreezen, dat dit middel onvindbaar is. De handteekeningen van ouders en voogden beslissen. En de Overheid mag niet tot rechter gesteld worden over de beginselkwestie. De Overheid mag niet uitmaken, wat Roomsch, wat Luthersch, wat Ethisch, wat Gereformeerd, wat Hervormd, wat Chr. Gereformeerd, wat Oud-Verband en „Hersteld-Verband is, enz. enz.

,,Afblijven!" zeggen alle Antirevolutionairen. „Handen thuis!"
De Overheid mag en moet niet dogmatische, kerkelijke aangelegenheden , gaan beoordeelen, nog minder vérstrekkende beslissingen in deze gaan nemen.
Deze klacht van Prof. Visscher moet dan ook een ander adres krijgen. Deze klacht moet rechtstreeks, zoo noodig „per expresse", aan de Christenheid, aan de Kerken, aan onszelf gezonden worden.
Wij zijn de schuldigen. Wij — zonder onderscheid !
Wij, die altijd weer „Gereformeerder dan Gereformeerd" willen zijn ; uitnemender, principiëeler, zuiverder, getrouwer dan onze naaste.
Wij, die altijd weer dadelijk klaar staan met iets aparts, met iets afzonderlijks.
Splitsing na splitsing krijgen we ; groep na groep ; partij na partij — en dat onder Christenen! Omdat we allemaal heerschen willen, en niemand wil meer dienen. Omdat we allemaal gelijk willen hebben ; en niemand wil meer de minste wezen.
De kerkelijk-Gereformeerden, de Gereformeerden van Oud-Verband, willen overal den baas spelen. Denk maar aan de kwestie op Texel. Assen wil heerschen. De Hervormden en de kerkelijk-Gereformeerden kunnen het in vele gevallen maar slecht vinden. De Christelijk Gereformeerden komen ; de Kersten-groep laat zich gelden. De Gereformeerde Gemeenten in Hersteld Verband zijn er. De Hervormden vechten onderling, Ethischen, Confessioneelen, Gereformeerden. En schoolsplitsing, schoolstichting is aan de orde van den dag.
We kunnen de klacht van Prof. Visscher zoo goed begrijpen. Ze is uit ons hart gegrepen,
Maar het adres was verkeerd. We moeten niet de Overheid te hulp roepen, als de pest van de scheurziekte onder ons rondgaat, als de giftige sappen van de splijtzwam overal doorsijpelen en ellende na ellende voortbrengen, waaronder Kerk en Volk, Kerk en School, Kerk en maatschappij. Kerk en Staat lijden.
't Verwoest alles, ook huwelijken, ook ons huiselijk leven, ons familieleven. Het verwoest ons werk in de stad en op het platteland. Het verwoest onze lagere-, onze middelbare scholen, ook het Hooger Onderwijs. Er is niets, niets dat niet is aangetast door de scheurziekte !
Maar nu niet den klachtbrief en het smeekschriftadresseeren aan de Overheid (dat is ook niet Antirevolutionair), maar we moeten zelf de schuldigen worden.
Dat heeft niets te maken met verloochening van de Waarheid, of verloochening van ons beginsel.
Dat heeft alleen te maken met verloochening van onszelf.
Daarom moeten we met dezen klachtbrief en met dit smeekschrift in onze binnenkamer, in ons bidvertrek gaan.
En de Heere geve, dat we zelf de schuldige worden !
Ons volk, onze maatschappij — ook onze Hervormde Kerk bloedt uit duizend worden. !
En hier is de genezing niet door de sappen van de giftplant, die we splijtzwam noemen.
Hier ligt geen hulp en hier is geen raad — tenzij we ons leeren verootmoedigen voor God.
Dan is er in 's Heeren Naam, in Christus' kracht, door 's Heeren Geest veel, heerlijk werk te doen op alle terreinen des levens.
Als we nu telkens gezocht hebben, hoe we ook maar eenigszins mogelijk afzonderlijk, gescheiden en tegenover elkaar konden optrekken, op kerkelijk terrein, wat de school betreft, maatschappelijk en politiek — met allerlei vereenigingen, groepjes en clubjes — dan zullen we voortaan moeten trachten te bereiken, dat we zoo dicht mogelijk bij elkaar komen en zoo lang mogelijk bij elkaar blijven en zoo veel mogelijk samen doen ; met verloochening van het vleesch.
Ons volk, onze Kerk, alles gaat anders verloren door de pest van de scheurziekte, die rondwandelt onder ons tot verderfenis.
De Heere zij ons genadig.

Concentratie op Schoolgebied.
Onze groote Schoolvereenigingen hebben óók schuld, dat er zooveel onnoodige splitsing en verdeeldheid is op het terrein van het Christelijk Ondervvijs.
We hebben de Vereenigingen van Christelijk-Nationaal Schoolónderwijs tot samenwerking, in den geest van Groen van Prinsterer, van de belijdende Christenen in Nederland, de Gereformeerde gezindheid van Nederland, de orthodoxe Lutherschen inbegrepen.
Dat is om concentratie op Schoolgebied te bereiken en te bevorderen; met plaatselijke, met kerkelijke vrijheid van orienteering.
Daar naast is gekomen Christelijk-Volksonderwijs, speciaal Hervormd.
Daar naast is gekomen Gereformeerd Schoolverband, speciaal kerkelijk Gereformeerd, nu naar den geest en de uitlegging van Assen.
Is die splitsing en scheuring op schoolterrein niet uit den booze ?
Waarom kunnen we in Nederland niet een Schoolvereeniging hebben voor allen, die één zijn in beginsel, doel en streven, waarbij plaatselijke en kerkelijke vrijheid geoorloofd is ?
En Christelijk-Volksonderwijs èn Gereformeerd Schoolverband is een aanklacht tegen ons !
Zelfs met het z.g.n. Na-examen voor de geestelijke vakken (bijbelsche geschiedenis, kerkgeschiedenis, geloofsleer) gaat de splitsing door.
Christelijk-Volksonderwijs staat apart.
Christelijik Nationaal en Gereformeerd Schoolverband gaat ten minste samen in den Schoolraad.
Maar als geëxamineerd moet worden in geloofsleer gaat Christelijk-Nationaal ondervragen en behandelt de Ned. Geloofsbelijdenis, den Catechismus enz., — maar Gereformeerd Schoolverband doet 't met dezelfde candidaten aan een ander tafeltje nog eens afzonderlijk.
Waarom toch ? Werken we het wantrouwen niet in de hand ?
Bevorderen we niet splitsing en scheuring door onnoodige onderscheiding ?
De vrienden van het Christelijk Onderwijs zullen de hand in eigen boezem moeten steken.
En er is haast bij

De Overheid, de religie, de Kerk.
Vooral van de zijde van ds. Lingbeek wordt telkens beweerd, dat de Overheid als Gods dienaresse het Woord van God, den Bijbel, heeft ontvangen, om dan naar dat Woord zich op 't standpunt te plaatsen, dat hier in Nederland een Gereformeerde Kerk is, gezuiverd naar Gods Woord, en dat er hier een Roomsche Kerk is, de valsche geheeten.
Practisch komt het er dan op neer, dat de Overheid de Ned. Hervormde Kerk als de Kerk des Heeren in Nederland heeft te beschouwen en die Kerk heeft te eeren, te helpen en te steunen. De Roomsche Kerk, als de valsche Kerk, moet geweerd en uitgeroeid worden. De Protestantsche Kerkgenootschappen, die naast en tegenover de Ned. Hervormde Kerk bestaan, moet de Overheid links laten liggen.
De Overheid moet met haar Bijbel uitmaken wat de Kerk van Christus is en nadat zij dat gedaan heeft, steunt zij die Kerk en keert zij zich tegen de valsche Kerk, om de andere protestantsche Kerkgenootschappen te dulden, meer niet.
Wat ds. Lingbeek wil, is de leer van Van Oldenbarneveldt en zijn volgelingen, die in de Regentenpartij, met volkomen negatie van de leden der gemeente en met algeheele opzijzetting van de ambten, als Overheid in stad en provincie zelf alles wilden regelen voor en in en over de Kerk. Bij keuze van kerkelijke ambtsdragers moest de Overheid beslissen. Maar ook bij beslechting van kerkelijke geschillen ; gelijk eveneens indien er kwesties inzake de leer of de bediening der sacramenten of de oefening der tucht aanwezig waren. De Kerk vormde evengoed een tak van dienst van den Staat als het leger of de waterstaat. Daarbij wilde men, dat Lutherschen, Calvinisten, Dooperschen, ja ook Roomschen in één Kerk vereenigd zouden zijn. Oldenbarneveldt schreef dan ook in... 1623 , aan den Engelschen gezant, dat de "kerkelijke personen en zaken moeten staan onder de directie van de souvereine .Overheid. En Hugo de Groot (1583—1644) durfde in April 1616 als afgevaardigde van de Staten van Holland in de vergadering van de Vroedschap van Amsterdam de stelling voor te dragen „dat den Heeren Staten het hoogste opzicht, beleid en bestier toekwam over kerkelijke personen", nadat door .hem vooraf was verkondigd, dat „verscheidenheid van publieke religie ten hoogste schadelijk zijn in Koninkrijken en voor de Republiek bepaald ruïneerend."
Zoo werden 's Lands raadszalen veranderd in Synoden, waar over dogmatische, theologische,.kerkelijke aangelegenheden beraadslaagd en beslist werd en wee de Kerk, wee de kerkelijke ambtsdragers, die naar het oordeel van de heeren Regenten, die dikwijls niet eens lid waren van de Geref. Kerk en meestal de Geref. waarheid vijandig waren, — wee de personen en colleges die niet in de gunst stonden van de Heeren Staten.
Uytenbogaert wist dat geestelijk en vroom goed te praten. Want hij leerde, dat den Staten niet alleen toekomt hun onderdanen met lichamelijk, tijdelijk goed te verzorgen, maar ook met het geestelijke, eeuwige, 't Wetboek .— zoo zei hij — is den Overheden niet minder dan den predikanten gegeven, dezen om het te verkondigen, maar genen om toe te zien, dat het wèl en naar waarheid verkondigd wordt.
Het oordeel van de Libertijnen, van de Politieken, was, dat de Overheid, met volkomen negatie van de leden der gemeente (want de Calvinistische leer, dat de gemeente zelve invloed moet hebben op den loop der dingen en het bestuur bij de ambten, in casu bij den Kerkeraad en bij de kerkelijke vergaderingen moet zijn en blijven — wat in de presbyteriale wijze van Kerkregeering opgenomen en verwerkt is — was den Heeren Regenten een doorn in 't oog ! in stad en provincie alles zelf moest regelen, met algeheele negatie van den Kerkeraad enz.
Bij keuze van kerkelijke ambtsdragers moest de Overheid beslissen. Maar ook bij beslechting van kerkelijke geschillen ; gelijk eveneens, wanneer er kwesties waren in zake de leer of de bediening der sacramenten of de oefening der tucht. Niet de Kerk, door de ambten, den Kerkeraad en de kerkelijke vergaderingen, had dan te beslissen of te handelen, maar de Overheid, de Regenten moesten de leiding en de beslissing hebben ! Geen kerkelijke vergadering was er dan ook, of er moest toezicht — en streng toezicht — van wege de Overheid zijn.
In den „goeden ouden tijd" hebben we 't gehad, dat Heeren Regenten op 't stadhuis, dat de Staten, de Commissarissen politiek enz. de zaken der Kerk regelden. En daaruit is ook voortgekomen dat b.v. in 1637 de Bijbel „op last" van de Hoogmogende Heeren Staten-Generaal is vertaald, gedrukt en uitgegeven. Op zich zelf kan men het prijzen, dat de Staten-Generaal zich interesseerden voor een nieuwe vertaling van den Bijbel en dat de Staten de uitgave financieel mogelijk hebben gemaakt door alles te bekostigen — zóó royaal, dat de Republiek wel „in .goeden doen" moet zijn geweest — maar in den grond der zaak is het toch treurig, dat niet de Kerk den Bijbel mocht vertalen en uitgeven. De Staten stonden er op, dat de vertaling — waarvoor een Commissie van zes benoemd was door de Dordtsche Synode — niet zou doorgaan als een werk van de Kerk. De Kerk mocht niet uitgeven. De Staten zouden dat doen. Daarom staat er op het titelblad „op last" Hunner Hoogmogenden ! Hier was een band en een verhouding tusschen Staat en Kerk, die de Overheid op een plaats bracht, waarop zij geen recht heeft. En twintig jaar na de Dordtsche Synode was dan ook de Kerk overal geknecht ; niet alleen in de steden, maar ook op de dorpen. En de Gereformeerde Kerken mochten zelfs nooit meer in Nationale Synode bijeenkomen.
Deze dingen komen natuurlijk niet in ééns, maar groeien langzamerhand.
Heel het streven der Vroedschappen en der Gewestelijke Staten was, om de Kerk aan banden te leggen ; haar te gebruiken als instrument van de Overheid.

(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 december 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 december 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's