KERKELIJKE RONDSCHOUW
De Radio.
Ons werd nog weer eens 't oordeel gevraagd over de Radio en het preeken door middel van de Radio. Wij zullen er niet veel van zeggen, 't Hoeft ook niet. Als ons gevraagd werd 't oordeel te geven over de uitvinding van de boekdrukkunst, over de drukpers, dan zouden we met Da Costa kunnen zeggen ('t is de laatste weken telkens geciteerd) : „een stap ten hemel en ter hel". Wat is er een onbeschrijflijke zegen verspreid door boeken en geschriften ! „Een stap ten hemel". Wat is er een vreeselijke vloek rondgegaan in 't midden der menschen door boeken en geschriften ! „Een stap ter hel".
Wij zouden de boeken en de geschriften niet gaarne missen. Onze Bijbel en zoovele andere gedrukte boeken -- wat een heerlijkheid ! Om te verspreiden over gansch de aarde zijn ze ons gegeven. „Een stap ten hemel".
Zoo zouden we ook van de Radio en van de preeken door middel van de Radio kunnen zeggen. Wat ligt er een zegen in, dat mee door de Radio „de aarde vervuld wordt" door de menschen, door de menschelijke stem, door de prediking, door het lied, door voordrachten enz. enz. God wil dat de mensch de aarde vervullen zal, dat des menschen woord zal doorklinken tot de uiterste einden der aarde. En de Radio is een pracht-middel, ons van God gegeven.
Maar natuurlijk is aan de Radio een schaduwzijde, een zéér groot gevaar verbonden. We moeten dat onomwonden erkennen, 't Is ook hier als bij de boekdrukkunst, als met de pers. „Een stap ten hemel en ter hel".
Moeten we dan de Radio niet veroordelen.Wij meenen van niet. Evenmin als we alle boeken buiten de deur houden. Evenmin als we tegen leesbibliotheken op school, op de vereeniging, in de maatschappij zijn. We mogen niet eenzijdig doordraven bij deze en dergelijke dingen. Dat lijkt dan wel erg principieel en zuiver. Maar in den grond van de zaak is het toch eenzijdig en verkeerd.
Maar zooals we met de lectuur, met de boeken en geschriften doen, moeten we voorzichtig wandelen en handelen, zoowel voor onszelf als voor onze kinderen. Waarom mogen wij dit en dat boek niet lezen ? Waarom moeten wij onze kinderen telkens waarschuwen ? Omdat we hebben te onderscheiden als redelijke, zedelijke menschen, wat goed en wat niet goed is. En we hebben dan een keus te doen. Dat is dikwijls niet makkelijk. Maar 't leven voor een mensch is nu eenmaal niet makkelijk. We hebben juist als plicht, toe te zien en te beoordeelen en te kiezen, voor onszelf en voor onze kinderen, voor de school, voor de vereeniging enz. Zonder moeilijkheden is het leven nu eenmaal niet. En zoo zeker als we het kwade en verkeerde en schadelijke moeten veroordeelen en verwerpen ten opzichte van boeken, platen, enz., zóó zeker moeten we ook het schadelijke en verkeerde in de Radio onderkennen en ons er tegen wapenen. Maar alle boeken en platen voor ons en voor onze gezinnen, voor onze scholen en voor onze vereenigingen, te veroordeelen en te verbieden, zou onverantwoordelijke eenzijdigheid en dwaasheid zijn. Gelijk het ook geheel verkeerd zou wezen; met bekrompen kortzichtigheid de Radio, zonder meer, te veroordeelen en te verwerpen.
We moeten het kind niet met het badwater uitwerpen.
En waar de Heere zegt : „predikt het Evangelie allen creaturen" en den mensch als taak is gegeven : „vervul de aarde", daar klinke onze stem ook door de Radio. En zieken en gezonden hebben door de Radio reeds vele malen mogen ervaren, dat de barmhartigheden des Heeren vele zijn en Zijn Woord wordt gepredikt aan alle plaatsen Zijner heerschappij.
Wat wil men eigenlijk?
Het ageeren tegen de. reorganisatie der Hervormde Kerk houdt aan, vooral in den kring der Ethischen. Ook bij mannen als prof. Slotemaker de Bruine in „De Nederlander". Een stichtelijke overdenking van een stoer Confessioneel man èn een waarschuwend artikel van den Ethischen professor staan daarbij broederlijk en zusterlijk naast elkaar. Prof. Slotemaker is zoo bevreesd blijkbaar, dat de Hervormde Kerk wel eens een grooter of kleiner aantal menschen zou kunnen verliezen ! Dan kwamen de cijfers van een statistiek — waarmee men zoo heerlijk goochelen kan — voor de Hervormde Kerk weer iets ongunstiger te staan. En dan was Nederland verloren !
Wat wil men nu toch eigenlijk met dat geschrijf ? Wil men nu betoogen, dat er bij de Kerk van een kerkelijk karakter, van een kerkelijke belijdenis, sprake moet zijn of niet ?
Wil men bij alle actie, bij allen arbeid van een positieve belijdenis, met eerlijk houden en gezamenlijk eerbiedigen van die belijdenis, weten of niet ?
Wil men dat de Kerk als Kerk een Christus-belijdende Kerk zal zijn, of komt er dat minder op aan ?
Och, dat men nu eens open kaart wilde spelen.
Onze Kerk, ons volk vraagt om een eerlijke belijdenis ten opzichte van deze fundamenteele aangelegenheid.Of is het Kerkbegrip heelemaal weg ? Kunnen we de Kerk als Kerk eigenlijk ook wel missen ?
Dat men het zegge ! Opdat we het weten over heel de linie.
De beteekenis der Kerk.
De Kerk wint weer aan beteekenis. De belangstelling voor de Kerk groeit weer, door heel onze samenleving, niet 't minst onder de jongeren, wordt dat openbaar. Want men kan eenerzijds zeggen : de belangstelling neemt af. De sleurgang is gebroken. Maar tegelijk moet gezegd : de belangstelling groeit. Het meeleven heeft een andere kleur gekregen.
We kunnen ook niet zonder de Kerk. Waar geestelijk leven is, heeft men de Kerk noodig. Natuurlijk zijn er buitengewone omstandigheden, waarbij soms de schijn er is dat geestelijke menschen de Kerk kunnen missen, en buitenkerkelijk gaan leven. Maar dat komt dan door bizondere omstandigheden. De Kerk en de gemeenschap der heiligen hooren bij elkaar. De vergeving der zonden en het leven uit de verlossing zijn niet los te maken van de Kerk, van de bediening des Woords, van de Sacramenten. Bizondere omstandigheden kunnen maken, dat het contact verbroken wordt of verbroken is — maar de natuur van het geestelijk leven brengt mee, dat men kerkelijk gaat leven. Men kan de samenkomsten der gemeente niet missen, men kan niet missen de prediking, het lied het gebed. de Sacramenten. Gelijk in van ouds onlosmakelijk het stuk van de Kerk met alle andere stukken van ons christelijk geloof en van ons geestelijk leven verbonden is, zoo is het ook nu nog en zoo zal het blijven. God heeft het zoo gewild.
De Heiland heeft het zoo gezegd. De Apostelen hebben het ons zoo geleerd. Het is de structuur van het Godsleven, dat onder de menschen tot openbaring komt.
Het wezen van het geloofsleven is Christus. Het wezen van de Kerk is Christus. Daarom zijn de geloovigen onlosmakelijk aan de Kerk verbonden. Christus is het. Die Zich een gemeente vergadert door het Woord, dat naar Hem wijst en dat Hem brengt als Sions Borg en Middelaar. Christus is het. Die Zich een gemeente vergadert door den Geest, Die uit Hem neemt en aan de Zijnen geeft. Die Hoofd en leden vereenigt.
De geloovigen worden niet maar ergens neergezet of worden niet maar her-en derwaarts gestrooid. Christus vergadert Zich een gemeente, Gemeenschap met Christus geeft gemeenschap der heiligen en brengt tot de gemeente, waarvan Christus het Hoofd is.
Daarom zal de Kerk ook altijd weer naar voren komen als er geestelijk leven is en de Kerk zal telkens weer om een centrale plaats in het leven vragen. Dat kan niet anders.
Als er geloovigen zijn, kan dat niet anders tot opbouw der heiligen en tot volmaking der kinderen Gods gaan, dan langs den weg der Kerk. Abnormale omstandigheden kunnen hier de wonderlijkste dingen in 't leven roepen en wanverhoudingen scheppen, maar het normale, het gewone, het geestelijk natuurlijke is, dat de Godsgemeenschap, de Christusgemeenschap ook Kerkgemeenschap brengt, gemeenschap aan de Kerk, waarvan Christus het Hoofd is, het Woord des Heeren gepredikt wordt, de Sacramenten bediend worden en waar in goede en geestelijke orde het huisgezin des Heeren tot openbaring komt in het midden van een zondige wereld.
Het algemeen priesterschap, zooals de Hervorming dat weer geleerd heeft, is met het begrip Kerk en met de ambtsgedachte volstrekt niet in strijd. Geenszins ! Het is juist de zuiver protestantsche gedachte, dat het geestelijk leven kerkelijk moet georiënteerd zijn, dat de geloovigen, van wat stand en wat plaats ook, kerkelijke menschen moeten zijn, die kerkelijk samenleven. Ja, het is naar de overtuiging van goede Protestanten zonde te noemen, wanneer men zich aan de Kerk en het kerkelijk samenleven onttrekt. De nieuwe geboorte van de kinderen Gods en het kerkelijk leven bij Woord, Sacrament en ambt hooren bij elkaar.
Dan kunnen we ook weer krijgen de gemeenschap der Kerken, die den Christus Gods belijden en de geloovigen als huisgenooten omvatten. Aan het kerkelijk leven is onlosmakelijk verbonden, dat er gemeenschap gezocht wordt, omdat Christus het Hoofd en het leven is der Kerk in Nederland, maar ook van de Kerk in Duitschland, in Engeland, in Afnka, in Hongarije enz. enz. De Kerk in Nederland en de Kerk in Indië, zoowel in Oost-als , West-Indië, is in wezen één en de geloovigen zijn één rondom Woord en Sacrament, ook bij het ambt en bij de belijdenis.
Abnormale omstandigheden kunnen dat verstoren of verhinderen.
Maar het is onlosmakelijk aan het wezen der Kerk verbonden, dat er gemeenschap is, dat er gemeenschap gezocht wordt, dat de gemeenschap gesterkt wordt.
De Kerk van Christus heeft hierin oneindig veel vóór boven de wereld. De éénheid in Christus, de éénheid in geloof, de éénheid in belijden, de éénheid in leven bij de Kerk, bij de geloovigen, overtreft alles wat de wereld bezit en kan voortbrengen.
Daarom moet het kerkelijk vraagstuk ook weer in 't midden van de belangstelling komen, hier en overal.
Als 't daar mank gaat, is dat van de grootste beteekenis.
En daarom moet de Kerk, met Woord, Sacrament, belijdenis en ambt, weer in het midden komen staan van ons aller leven.
De Kerk en de Armenverzorging.
Van de 100 armen en behoeftigen verzorgt de Staat — de Overheid — er 75, en de overige 25 verzorgen de Kerken. Wat is de orde omgekeerd ! De Kerk behoort de armen te verzorgen en de Staat behoort aan te vullen, daar, waar de Kerk tekort schiet, maar het is nu juist andersom geworden. In Artikel 28 van de Armenwet staat het zoo mooi : dat steunverleening aan behoeftigen van Overheidswege slechts behoort te zijn als de noodzakelijke aanvulling, waar de kerkelijke bemoeiingen tekort schieten. Maar de practijk geeft tegenwoordig juist het omgekeerde te zien. De Overheid 3 tegen de Kerken 1.
Als er voor het oogenblik niets aan te veranderen valt, zouden wij er nog weer eens de aandacht op willen vestigen, dat onze Diaconieën er toch vooral naar moeten staan om alles te doen wat in haar vermogen is, om de minderbedeelden in liet midden der Gemeente zoo goed mogelijk te verzorgen en te helpen.
Ze moeten het doen als diakenen, in naam van en met de hulp van de Kerk van Christus. Het moet gaan om de huisgenooten des geloofs in naam van Christus en in naam van de Kerk te helpen en te verzorgen. Het moet maar niet zijn „om de menschen bij de Kerk te houden", maar om den Vader, die in de hemelen is, te verheerlijken ; om barmhartigheid te bewijzen in den naam van den medelijdenden Hoogepriester Jezus Christus.
Natuurlijk kan de Diaconie niet heel de wereld, niet heel de maatschappij, niet de gansche stad, niet 't gansche dorp helpen. De Diaconie kan de armoede niet uit de wereld helpen. De Diaconie kan ook de wereld niet bekeeren tot God.
Noch het een, noch het ander is de roeping van de Diaconie.
Maar de huisgenooten des geloofs moeten in den naam van Christus geholpen worden. De minderbedeelde, gebreklijdende broeders en zusters der gemeente, moeten worden bijgestaan.
Ook in deze moet de Kerk weer Kerk worden.
De Kerk kan de armoede niet de wereld uithelpen. De Kerk kan niet alles doen. Dat behoeft ook niet. Dat is haar roeping niet. Maar levend uit het geloof, moet zij de huisgenooten des geloofs bedienen en verzorgen met de prediking des Woords en de bediening der Sacramenten, en dan ook — waar het noodig is — moet zij als Kerk van Christus de behoeftigen, de noodlijdenden, de minderbedeelden, de armen helpen en verzorgen, voor zooveel dat mogelijk is. En wanneer de Kerk leven mag uit Christus, heeft zij een Gever van alle goede gaven en volmaakte giften. Die nooit beschaamt degenen, die op Hem betrouwen.
De S.D.A.P. en de Herv. Kerk.
Tot de Hervormde Kerk behooren tal van menschen, die, nu ja, nog in de doopboeken voorkomen en ook op de lijst der lidmaten, maar die overigens niets van de Kerk moeten hebben. Door doop en familierelaties zijn ze aan de Kerk nog verbonden, maar eigenlijk behooren ze niet tot de Kerk, omdat ze absoluut van de Kerk vervreemd zijn. Dat zijn droeve toestanden, waarvan we ons zoo maar niet, zonder meer, kunnen afmaken. Dat ze nog tot de Kerk behooren is niet toevallig. Dat ze nog, zij 't slechts met een dunnen draad en een enkel vezeltje, aan de Kerk vastzitten, kan nog van beteekenis zijn ; misschien voor de vrouw of voor de kinderen ; misschien ook nog wel straks voor den man en voor den vader zelf. De Kerk moet zich —: de weg des Verbonds is een Goddelijke weg, waarin vele wonderen zijn — óp deze dingen beraden ; vooral de Hervormde Kerk, omdat haar geschiedenis van dien aard is, dat zij t meest midden onder 't volk staat. Dat is een stuk van de historie, waarin we Gods leidingen hebben op te merken.
't Heerlijkst zou zijn, wanneer door allerlei arbeid van de Kerk degenen, die nu los van de Kerk staan, dichterbij mochten komen en meer kerkelijk gingen meeleven. Daartoe moet de Kerk, vooral de Hervormde Kerk, alle pogingen, die mogelijk zijn, aanwenden. Met het Evangelie, met het Woord, moet de Hervormde Kerk naar alle kanten werken en soms zijn de resultaten, door Gods goedheid, verrassend. Wij zouden voorbeelden kunnen noemen, dat mannen die geheel van de Kerk vervreemd waren en onder de roode vaan van de S.D.A.P. optrokken, weer teruggekeerd zijn naar de Kerk en weer geregeld onder dé prediking neerzitten. Waarbij de sociale toestanden met de vele vragen rakende het sociale leven hen nog bezig houden, maar waarbij zij nu een anderen kijk op de dingen hebben gekregen. Hoewel ze niet zelden klagen nu, dat de Kerk helaas ! nog dikwijls zoo weinïg oog heeft voor het sociale leven, zooals het in 't gezin, in de maatschappij en in den staat toch elken dag, voor mannen, vrouwen en kinderen, aan de orde is. 't Is niet zelden alsof er niets anders te preeken valt dan : hoe een mensch bekeerd wordt. En 't lijkt soms, alsof de levensbestemming van den' hristen is : met een boekje in een hoekje. Dat is wel jammer. Want het leven vraagt inderdaad van Gods kinderen toch andere dingen. Ook in de prediking en in heel de ambtsbediening en in heel het kerkelijk leven daarop te letten, is onze dure roeping !
Wat zich echter nu óók voordoet in het midden van ons kerkelijk leven, is heel iets anders. Dat is niet, dat de Kerk de geestverwanten van de S.D.A.P., die in de boeken der Hervormde Kerk staan ingeschreven, niet loslaat, om aan zulke menschen te doen wat mogelijk is, om ze van hun dwaalweg terug te brengen tot den weg des Evangelies. Maar in Arnhem is het pas gebeurd — en dat doet ons dit artikel schrijven — dat de aanhangers van de S.D.A.P. worden opgeroepen, om tegen de Kerk, waar het Evangelie verkondigd wordt van de kansels en in de catechisatiekamers en in de scholen ertz., een aanval te doen bij gelegenheid van den jaarlijkschen verkiezingsstrijd, die in de Kerk gevoerd wordt bij de stemming voor Gemachtigden van het Kiescollege, om die Kerk te veroveren voor het modernisme. Dat is een teeken des tijds ! De machten gaan zich concentreren tegen Christus' kerk, tegen het Lam Gods, tegen het evangelie des Kruises. Alles wat vrijzinnig is en leeft uit de modernistische beginselen vereenigt zich en het gaat saam, met vereende krachten tegen de Kerk!
Arnhem heeft dat groote gevaar van onzen tijd een oogenblik doen zien en we zullen goed doen daar acht op te slaan. Alle Christusbelijders ontvangen er een ernstige waarschuwing door ! Zóó ver zijn we nu, dat de Socialisten als Socialisten openlijk zijn opgeroepen, om saam, met allen die kerkelijk vrijzinnig staan, schouder aan schouder op te trekken in den strijd, tegen de rechtzinnigen, bijbelsche, evangelische leer.
Gelukkig is de strijd Zaterdag j.l. gewonnen en het gevaar afgewend, maar de waarschuwing is nu tot ons gekomen ; en de Heere geve, dat allen die in de hoofdzaken der evangelische belijdenis één zijn, er door leeren mogen, om alle onnoodig kibbelen en twisten onderling na te laten en in deze gewichtige, ernstige tijden elkander meer te zoeken, in 't belang van Kerk en Volk. De vijand ligt voor de deur
We laten hier de circulaire, die te Arnhem aan 1500 Socialisten, en leden van het Ned. Vakverbond (N.V.V.), wier namen in de lidmatenboeken der Hervormde Kerk daar ter plaatse voorkomen, is toegezonden bij gelegenheid van den laatsten kerkelijken stembusstrijd, 't Merkwaardige stuk luidt aldus (uittreksel) :
„Tot heden hebben de arbeiders zich te eenzijdig gericht op de overheidsorganen, andere lichamen, mede van zeer veel belang zijn aan hunne aandacht ontsnapt. Eén dezer lichamen is de Ned. Herv. Kerk.
Daar de machthebbers in deze kerk zich niet vrijwillig wenschen te plaatsen op de basis der evenredige vertegenwoordiging, wordt alle macht in de kerkelijke bestuurscolleges uitgeoefend door 'n rechtzinnige groep, politiek georganiseerd in de arbeidersvijandige Anti-revolutionaire en Chr. Historische partij. In de praktijk doet de machtspositie dezer rechtzinnige groep zich sterk gelden.
De Groote Kerk op de Markt werd afgestaan aan het comité tot herdenking van het 100-jarig bestaan van het 11e Regiment Infanterie. Van den kansel werden dankbaar de heldendaden met het zwaard herdacht.
Elke vrijzinnige predikant wordt van den kansel, die voor bovenstaand militairistisch doel beschikbaar was, geweerd. Voor de socialistisch denkende voorgangers, die andere beschavingsmiddelen naar voren brengen dan de wapenen der barbaren, is geen plaats.
Door de kerkelijke armenzorg en vele andere middelen en onware beweringen, worden de rechtzinnigdenkende arbeiders van onze beweging afgehouden ; alsof de aanwezigheid van pl.m. 100 socialistische predikanten in Nederland niet voldoende aantoont, dat socialisme "en geloof kunnen samengaan.
Het is de plicht van onze arbeiders, die hun lidmaatschap der kerk niet hebben opgezegd en dat zijn er 1500, om de ontmoediging die de conservatieve en onverdraagzame daden der machthebbers in de Kerk hen hebben gebracht, van zich af te schudden.
Wat kunt gij doen om in deze uw rechten te doen gelden ? 13 December 1930 worden de kerkelijke verkiezingen gehouden. Het gaat tusschen twee groepen, de groep die de macht heeft en een groep, die het zuivere beginsel der evenredige vertegenwoordiging voorstaat. Komt deze groep aan de macht, dan komt in de kerk ook plaats voor de roode dominé's, dan zal aan het stelsel van gewetensdwang een einde komen. Thuis blijven bij een stemming is voor een ar beider steeds een laakbaar feit.
Hier wordt stemming geëischt als een demonstratie van geestelijk besef of(en) proletarische solidariteit.
Brengt uw stem uit op lijst A ! de lijst van evenredige vertegenwoordiging, waarop meerdere uwe medestrijders als candidaat voorkomen.
Stemt alleen het hokje voor lijst A, gij stemt dan de geheele lijst".
Door de Kerk willen de Socialisten hier •en daar hun macht doen gelden. Dan moet de Kerk er onder natuurlijk.
Gelukkig, dat de strijd Zaterdag te Arnhem een zeer gunstig resultaat heeft gehad.
De Kerk en de Waarheid.
't Wordt wel eens zóó voorgesteld, dat de één in de Kerk zegt : de Waarheid moet hier heerschen —-maar dat de ander, die heel, héél anders denkt, óók zegt : de Waar heid moet hier heerschen. En zoo krijgt men een gekibbel en gevecht als in de kinderkamer, waar de één zegt : „'t is van mij", terwijl de ander er doorheen schreeuwt : „'t is van mij". Waarbij men nu eens hoort : ,,niet", dan weer „wel", waaraan geen einde komt.
Zóó, zegt men — gaat het nu ook in de Kerk ; en er is geen oplossing van het kerkelijk vraagstuk te vinden.
Zou er door moeder of vader in de kinderkamer geen oplossing te vinden zijn ? Wij hebben het wel eens beleefd en meegemaakt, dat het „niet" en het „wel" was na te rekenen.
Natuurlijk wanneer men op kerkelijk terrein gaat zeggen, dat evengoed waarheid is, dat Jezus waarachtig God is, als dat Jezus slechts een voorbeeldig mensch is Dan kan men van de Kerk wel een allegaartje maken en zeggen, dat er geen oplossing te vinden is. Net als wanneer het een janboel in de kinderkamer is, waar absoluut geen orde en geen gezag heerscht, er ook geen orde is te scheppen. Dan is en blijft het een rommel met altijd blijvende ruzie. Heerlijk gezin, waar men zóó de dingen vindt ! Het huisgezin van Jan Steen is er nog een heilig huisje bij Waarbij het portret van Nathan der Weise natuurlijk op 'n mooi plaatsje hangt Wij zouden zeggen : wanneer onze Waarheid de bijbelsche, evangelische Waarheid is, Jezus Christus en die gekruisigd, schieten we al een heel eind in de richting. In de Kerk van Christus is Christus het Hoofd en Gods Woord het richtsnoer. Dan zal de prediking, het lied, het gebed, de Sacramentsbediening en héél het kerkelijk leven daarvan zeker de sporen dragen.
We hebben tal van huisgezinnen van Jan Steen.
We hebben gelukkig ook heel wat gezinnen — ook met kinderen — waar gezag is, waar orde heerscht, waar 't mijn en 't dijn niet wild door elkaar gesmeten wordt, en waar de vreugde en de blijdschap heusch niet minder is dan daar waar 't een echte Janboel is.
Natuurlijk zegt een moeder uit een huisgezin van Jan Steen, dat zij niet begrijpt hoe er orde is te houden, 't Kan niet, zegt ze.
Neen — zij kan het niet, helaas ! Maar daarom kan een ander het gelukkig nog wél !
En zoo moet het ook in Christus' Kerk. Daar moet gezag, daar moet orde zijn. God is een God van orde en niet van verwarring. En die naar Zijn Woord leven, zullen vrede en barmhartigheid ontvangen.
Moet men dit bespottelijk maken ? Of moet men dit als hoogste eisch stellen, als hoogste ideaal houden, ook als heilige bede voor Gods aangezicht neerleggen ?
Kerk en Vrede.
De Vereeniging „Kerk en Vrede", staande onder de leiding van tal van moderne predikanten en professoren, waarbij ook helaas ! nog rechtzinnige theologen zich scharen, vertrouwen we niet. Het Kerkbegrip van die menschen is het onze niet ; de opvatting van het Christendom van die menschen is de onze niet; en het vredes-ideaal van die menschen is het onze niet. Zij spreken over Kerk anders dan wij, en zij praten over vrede heel anders dan wij.
Wij zouden geen woord hierover schrijven op 't oogenblik, ware het niet, dat de Vereeniging „Kerk en Vrede", waarvan de ijverige secretaris, de moderne Hervormde predikant ds. Hugenholtz, wel een van de steunpilaren is en de moderne prof. Heering de woordvoerder, aan alle kerkeraden een circulaire had toegezonden, om er op te wijzen, dat zij den 21en December tot Vrede s-Zondag hebben geproclameerd. Dan moet er in onze Kerken over den vrede gesproken worden, zooals de Vereeniging ,,Ker'k en Vrede" dat wil ! En dan moet er ook een collecte gehouden worden, een vredes-collecte, ten bate van de propaganda van de Vereeniging „Kerk en Vrede". Ds. Hugenholtz zal gaarne straks de kerkcollecten in ontvangst nemen ! Waarbij er extra aan herinnerd wordt, dat de Vereeniging zoo'n duur jaar heeft gehad, door het werken met de lijsten enkele weken geleden , die lijsten, waarop handteekeningen van Jan Publiek zijn verzameld om te ageeren tegen de verdediging van onze Koloniën, tegen beveiliging b.v. van ons Nederlandsch bezit Curagao.
Op ergerlijke wijze is met de lijsten geleurd langs, de huizen en op de straten. Wanneer een Rotterdammer in Amsterdam kwam, b.v. bij het Centraal Station, duwden een, twee, drie jongens een lijst onder je neus, met schreeuwerig verzoek om te teekenen „tegen den oorlog". En dan moet je kinderen, vrienden, bekenden hebben in Curagao, waar de Nederlandsche regeering een behoorlijke beveiliging wil geven, waartegen roode propagandisten op zoo'n ergeriijke manier ageerden, met valsche leuzen „dood aan den ooriog", „oorlog tegen den oorlog" enz. enz.
En aan zoo'n allerdwaaste, onverantwoordelijke volksbeweging, vol misleiding en vol ophitsing tegen de regeering, waarop de S.D.A.P. zoo trotsch is, heeft „Kerk en Vrede" meegedaan en blijkbaar daarin nog al wat geld gestoken. Welk geld ze nu graag van de Kerkgangers, althans voor een deel, terug zou hebben 1
Wij gelooven niet, dat in rechtzinnige gemeenten de dominees, de kerkeraden, zich voor dat wagentje zullen laten spannen. Daar zullen ze wel verstandiger zijn. 't Zal wel beperkt blijven tot enkele moderne gemeenten. En daar zullen dan ook wel enkele reuzen-collecten vandaan gesleept worden. Men is daar nogal gewend veel in het kerkezakje te doen ! Maar al zullen de rechtzinnige kerkeraden wel zoo verstandig, zijn dat ze het kostelijke kerkgeld niet aan zoo'n lamlendige propaganda als ook de Vereeniging „Kerk en Vrede'" de laatste maanden gevoerd heeft, geven, we willen toch niet even er op wijzen, dat er aan onze kerkeraden een dergelijk verzoek gedaan is, opdat we zien zullen, ook door dit feit, waar we zoo langzamerhand op kerkelijk terrein heengevoerd worden.
De kansel moet overal goed voor zijn De Kerk kan altijd' nog wel gebruikt worden
Maar men moet niet vragen, wat er dan soms aan de orde is !
Men zij op z'n hoede ! Nuchterheid, waakzaamheid is gebiedende eisch !
P.S. Op de vergadering van Chr. Officieren sprak ds. Barbas, Ned. Herv. pred. te Schaarsbergen, over de collecte van „Kerk en Vrede" en deed een woord van waarschuwing hooren. Hij zei, dat de kerkgangers in de kerken, waar deze collecte wordt gehouden, er aan denken moeten, dat het geofferde geld niet dient voor den vrede, maar voor de dekking van het tekort op het petitionnement tegen de Vlootwet en tot steun van dienstweigeraars.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 december 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 december 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's