STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Te veel of te weinig.
Is er een te veel aan productie, dan wel een te weinig aan consumptie ? Over deze vraag geeft de Nieuwe Provinciale Groninger Courant, het bekende Antirevolutionaire dagblad in het Noorden des lands, belangwekkende beschouwingen in den crisistijd, dien wij doormaken, wordt zoo gemakkelijk gesproken van overproductie.
Er zijn — zegt men — te veel menschen, en er is te weinig werk, omdat er veel te veel is voortgebracht.
Men denke b.v. aan de suikerconferentie, die te Brussel, de hoofdstad van België, gehouden wordt.
Millioenen balen suiker liggen in de opslagplaatsen opgehoopt ; de suikerprijs is belangrijk gedaald, de industrie komt overal in moeilijkheden, de suikerplantages lijden schade en de bietencultuur kan geen geregelden voortgang hebben.
Dit is een kwaad, dat in vele landen groote zorg baart.
Hoe komt het nu, dat er zoo'n overvloed van suiker is ? Ook voor andere producten geldt dezelfde vraag.
Is er te veel voortgebracht, of bestaat er onderconsumptie ?
Die vraag hebben ook wij eenigen tijd geleden in ons blad onder de oogen gezien en kwamen toen, evenals thans het dagblad uit het Noorden, tot dezelfde conclusie.
De oorzaak ligt in het te weinige gebruik.
Luisteren wij naar wat de „Nieuwe Provinciale Groninger Crt." daarover schrijft : Eerst is het Russische volk in den ban der revolutie geslagen en wordt het veroordeeld tot een zoo sober leven, dat er van groote ondervoeding en zelfs van honger kan worden gesproken.
De communist kreeg dat volk in zijn greep. De socialistische theorie zou er worden toegepast. Men zou produceeren naar behoefte. En zie er is gebrek overal. Het Russische volk, uitgezogen door een in verhouding kleine groep communisten, die het volk van de wereld afsluiten, heeft geen koopkracht meer. En het gaat hier om honderd en vijftig millioen menschen. Dan komt China, verteerd door revolutie. Voor een deel gevolg ook van den ondermijnenden arbeid van het communisme, voor een deel gevolg van de verwildering der gedurige burgeroorlogen.
Hier gaat het om vierhonderd millioen menschen. Deze wereld is feitelijk door burgeroorlog en revolutie en misdaad ook afgesloten van het wereldverkeer.
China neemt niet meer op. Het is voor een deel van de wereldconsumptie uitgesloten. Wij zijn dan reeds gekomen tot een daarvan uitsluiten van vijfhonderdvijftig millioen menschen.
En als wij dan nog letten op het feil dat Voor-Indië met zijn tweehonderd millioen menschen ook al onttrokken wordt aan het gewone wereldverkeer tengevolge van een revolutionaire beweging, die men het „ontwaken" van de Oostersche wereld noemt, dan staan wij voor het niet te loochenen feit, dat zevenhonderd millioen menschen dus feitelijk gebrek lijden.
Dat is de helft der menschheid. Welnu — als de helft der menschheid wordt afgesloten van het gewone economische proces van productie en consumptie, behoeft het ons dan te verwonderen dat er in het andere deel van overproductie sprake is ?
Dat de kooplieden weenen, omdat er geen vraag is naar de goederen, die zij ter markt brengen ?
Het te veel is een gevolg van een te weinig.
En nu kan men in West-Europa, in Engeland en in Amerika over al deze dingen wel klagen, beter zou het zijn, zoo de hand eens in eigen boezem werd gestoken en nagegaan werd of men zelf niet de schuld draagt van dit wereldgebeuren.
De profeet Jeremia klaagt 't uit : „Want mijn volk heeft twee boosheden gedaan : Mij, den springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebrokene bakken, die geen water houden".
Zoo heeft de van God zoo rijk gezegende mensch den Heere verlaten en eigen gekozen wegen gevolgd.
De mensch wilde niet leven bij het Goddelijk licht, maar zette de rede, het verstand op den troon.
Men heeft zich voorgesteld in het Oosten de cultuur van het Westen te brengen, maar het was een ontwortelde cultuur, een doode vrucht, wel geplukt aan den christelijken stam, maar zonder eenig nut en met veel verderf.
Instede van de blijde boodschap van een eeuwige verlossing door den Christus der Schriften, bracht men den volkeren van het Oosten steenen voor brood.
Daardoor geraakte het Oosten in verwarring, wat natuurlijk ernstige gevolgen moest hebben voor handel en verkeer.
De wezenlijke oorzaak van de ontzettende crisis, die heel de wereld op dit oogenblik doormaakt, is niet van stoffelijken, maar van geestelijken aard.
Terecht besluit het Antirevolutionaire blad zijn artikel met deze opmerking : De oorzaak van het kwaad is waarlijk niet het te veel aan goederen. Wie zoo spreekt zou de zegeningen uit Gods hand de oorzaak noemen van het gebrek. Er is niet een te veel. Er is een te weinig aan economische kracht, aan koopkracht bij meer dan de helft der menschheid.
Maar dit hangt weer samen met het feit, dat deze helft kwam onder de macht van de revolutie. Onder de macht der beginselen, die het heil der menschheid zouden brengen, maar die in hun gedurige ondermijning niet anders dan leed en ellende kunnen veroorzaken.
Aan dit woord hebben wij niets meer toe te voegen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 december 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 december 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's