De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SCHRIFTVERKLARING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SCHRIFTVERKLARING

De verzuchtingen des Geestes.

5 minuten leestijd

En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp ; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort ; maar de Geest zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen. En 'die de harten doorzoekt, weet, welke de meening des Geestes zij, dewijl Hij naar God voor de heiligen bidt. 'Romeinen 8 vers 26 en 27.

Den apostel is het er nog steeds om te doen, de Kerk Gods te midden van al het lijden te bemoedigen. Het zuchten van de onbezielde schepping moest den Christen reeds moed geven, dat er straks een heerlijke tijd zal aanbreken voor Gods gemeente.
Maar ook het feit, dat ook Gods kinderen zelf zuchten, is bemoedigend voor hem. In dat zuchten openbaart zich immers het hopen op de aanneming tot kinderen in den jongsten dag, als God Zijne gemeente openlijk rechtvaardigen zal.
De lijdzaamheid was er de heerlijke vrucht van. De hoop op de eeuwige heerlijkheid doet het lijden geduldiger en stiller dragen.
Maar hierbij laat de apostel het niet. Er is nog meer reden om niet te twijfelen aan de waarheid, dat het lijden van dezen tegenwoordigen tijd niet te waardeeren is tegen de heerlijkheid, die aan Gods kind zal geopenbaard worden. Immers ook de Heilige Geest komt mede onze zwakheden te hulp. O, welk een machtig Helper is die Heilige Geest. Wat is het Adamskind toch nietig en zwak. Tot hinken en tot zinken elk oogenblik gereed. En ziet — o, rijkdom van Gods genade — daar komt de Heilige Geest te hulp om Gods kind in zijne zwakheden te helpen dragen.
Wat heeft de Kerk Gods die hulp des Geestes van noode ! Wat roept ze om dien bijstand, als ze zingt : Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwen Geest.
De apostel teekent ons hier den Heiligen Geest als den grooten Voorbidder.
„Maar de Geest zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen".
In de vorige verzen was sprake van een zuchten van de kinderen Gods door den H. Geest. Hier echter spreekt Gods Woord van een zuchten des Geestes vóór de Kerk Gods.
Van de voorbede van den Heiligen Geest staat ons, behalve hier, in de H. Schrift niet veel opgeteekend. We lezen wel telkens, dat Christus een voorspraak bij den Vader is.
Er zijn dus eigenlijk twee voorbidders : Christus, en de Heilige Geest. Doch er is groot onderscheid in beider voorbede.
Christus is de pleitbezorger voor het aangezicht des Vaders voor een arm volk, hetwelk op duizend vragen niet één antwoord kan schenken. De Heilige Geest is meer de bidder in het hart van Gods kind. De apostel zegt elders, dat zelfs de lichamen van Gods kinderen tempelen des Heiligen Geestes zijn.
Onze vaderen schreven dan ook altijd aan den Heiligen Geest in het werk der verlossing de ,,toepassing" toe. Hij is het, die indaalt in het menschenhart, vol ellende en zwakheid, om daar de igebedskoorden te helpen vasthouden, ja nog meer, om daar in het hart zelf voor ons te bidden met onuitsprekelijke verzuchtingen.
„Met onuitsprekelijke verzuchtingen". Dus in zuchtingen, die niet in menschelijke taal zijn weer te geven, omdat de taal daarvoor te arm is.
Wie zal toch uitdrukking geven aan het mededoogen, aan de innerlijke barmhartigheden, aan het biddend medelijden van den Heiligen Geest met arme zondaren ?
En is er geen reden tot medelijden ? Wij weten immers niet eens te bidden, gelijk het behoort. De discipelen gingen naar Jezus en smeekten Hem: „Leer ons bidden''. En dan worstelde Hij voor hen aan 't strand der zee, of alleen in de nachtelijke ure op den berg. Dat deed de Heiland in Gethsémané voor Zijne slapende discipelen.
Maar dat doet nu ook de Heilige Geest, als Hij Zelf de gebedskoorden vasthoudt.
Wij zijn door de zonde zoó diep verdorven, dat de belijder het aldus heeft geformuleerd, dat we onbekwaam zijn tot eenig goed en geneigd tot alle kwaad.
Onbekwaam om te bidden 1 Is dat het ergste niet ? Onbekwaam om heilig te leven, onbekwaam om in woorden niet te struikelen, onbekwaam om nooit in onze gedachten iets kwaads of onbehoorlijks te voeden 1 Maar ook onbekwaam om te bidden, gelijk het behoort 1 Onbekwaam tot deze heiligste, allernoodzakelijkste handeling !
O, als God eens Zijn ontdekkend genadelicht op ons gebed laat vallen, o wat is het dan onvolmaakt ; ja, erger nog, met zonde bevlekt. Wat al gebrek aan waren ootmoed en zielsvernedering. Welke zondige gedachten kunnen zelfs bij het bidden de ziel doorkruisen. , . Maar, o rijkdom van Gods genade, de Heere hoort ook het gebed van den Heiligen Geest. Hij weet, welke de bedoeling van dien Heiligen Geest is. De zondaar bidt van nature niet naar Gods wil, maar naar eigen wil. Paulus wil den doorn uit zijn vleesch weg hebben. De moeder van Jacobus en Johannes vraag
Wat is het bidden, als het hart zoo koud en onaandoenlijk is ? Noemde niet Luther 't „Onze Vader" den grootsten martelaar. En denk dan eens aan tijden van biddeloosheid. Geen behoefte zelfs te gevoelen om het aangezicht van God te zoeken ! Maar ziet, met innerlijke ontferming ziet Gods Heiliige Geest den ellendigen, zelfs zondigen bidder gade. En nu daalt Hij af en wil Zelf voor Gods kind het gebed doen, opdat het toch voor God als een bidder zou kunnen gerekend worden.
En die de harten doorzoekt, weet, welke de meening des Geestes zij, dewijl Hij naar God voor de heiligen bidt". De Heere wordt in de Schrift de kenner der harten en de proever der nieren genoemd. Ook de gronden van ons bidden liggen voor den Heere naakt en geopend. Hij ziet tot in de binnenste schuilhoeken van ons hart. Maar o, als Hij dan ook het meetsnoer en het paslood aanlegt aan hét gebed, dan zal het goddelijk oordeel zelfs over het gebed van Gods kind vernietigend moeten wezen om vooraanzitting van hare zonen. O, waar blijft dat : „Uw wil geschiede" ?
Maar de Heilige Geest bidt alleen naar den wil Gods en smeekt een verhooring af, die misschien ingaat tegen vleesch en bloed, maar nochtans nuttig is voor Gods kind en ter eere des Vaders.
O, welk een rijke troost, als een bidder of bidster uit de diepte van zijne ellende en onbekwaamheid mag opzien naar dien troostvollen helper en voorbidder, den Heiligen Geest !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 december 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

SCHRIFTVERKLARING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 december 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's