De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kleine Luijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kleine Luijden

SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN

5 minuten leestijd

En in die ongelijke worsteling zou ik het verloren hebben, als u niet als een wonder tusschenbeiden gekomen waart.
De dolksteek, voor mij bestemd, trof u. Nog zie ik, hoe u neerstortte op de straat, maar ook hoorde ik, hoe in de nabijheid stemmen en voetstappen vernomen werden. Als in een oogenblik ontnuchterd, nam mijn vader in tegenovergestelde richting de vlucht, en ook wist ik de deur onzer woning nog juist te sluiten vóór iemand mij ontdekt had. Sinds dien nacht heb ik mijn vader niet weer gezien, doch toen een paar weken later in de bladen vermeld werd dat uit de Vecht het lijk was opgehaald van een manspersoon met vermelding van signalement en kleeding, wist ik genoeg. Mijn vader had zelfmoord gepleegd. Ziedaar : het einde van een man, eens toegerust met groote gaven, maar die het slachtoffer werd van de zonde".
Weer zweeg tante Sien, en staarde in diep gepeins voor zich heen, als doorleefde zij nog eens wat voorbij was. Daarop, als uit een droom ontwakend, vervolgde zij : „U begrijpt, dat ik toen in Utrecht niet meer blijven kon. Hoe het verder met dien onbekenden redder van mij was afgeloopen, wist ik niet, en kon ook door mij niet onderzocht worden om geen argwaan te wekken. Reeds meende ik, maar dat kan ook wel verbeelding geweest zijn, dat de politie op mij bizonder acht gaf, wanneer ik over straat liep. Vandaar, dat ik alleen 's avonds boodschappen deed en voor de rest met niemand omgang had. Ik moest weg ; ver weg. Waarheen, dat wist ik niet, maar uit de bekende omgeving in een richting, waar alles mij vreemd was. Van het hooge Noorden had ik altijd gehoord als van een zeer geïsoleerde streek, waar de menschen, gesloten van karakter, zeer op zichzelf woonden, zonder zich te bekommeren wat buiten hun eigen wereld gebeurde. Later is mij wel gebleken, dat dit sterk overdreven is, maar toentertijd leek mij dat. Zoo verkocht ik aan een houder van een pandjes­ huis al wat ik missen wilde en kocht daarvoor o.a. een kinderwagen, waarin ik Henkie vervoeren kon, en zoo ben ik na een ontzaglijke reis en jaren lang zwerven, waarbij mij soms alle moed en levenslust begaf, hier in Zorgvliet aangekomen.
En de rest weet u. Als ik alles samenvat, dan zeg ik : „hulpe van God ontvangen hebbende, sta ik tot op dezen dag". Wat ik hier aan de menschen verschuldigd ben, is niet onder woorden te brengen. Hier heb ik de kracht ervaren, die er uitgaat van het Woord en van de prediking des Woords. Hier zijn er, die trachten te leven naar hetgeen de Schrift eischt, en waardoor het geloof in de liefde werkzaam is.
Zorgvliet is voor mij een rustoord geworden, en voor de rest heb ik slechts één begeerte : hier voor elk die dit verlangt, nuttig werkzaam te zijn en daardoor mijn dank te bewijzen voor alles, wat men aan mij en mijn broertje gedaan heeft".
„Welk een lijdensweg !" — aldus dominé Randwijk.|
„Ja, maar die mij ten eeuwigen zegen werd". „En heb je na dien tijd ook nooit weer in relatie gestaan met de familie van moeders zijde ? "
„Neen. De naaste betrekkingen zijn overleden, en die er nog zijn, wil ik geen overlast aandoen, nog minder den indruk geven dat het mij om hun geld te doen is. Ik heb in mijn leven zooveel van den vloek gezien die op veler bezit rust, dat mijn eenige begeerte is hier in rust en vrede mijn verdere levensdagen in eenvoud door te brengen, doende den arbeid die mij voor de voeten wordt gelegd. Mijn leven en dat van Henkie is veilig in Gods hand, en Hij zal het ook verder wél maken".
„En heb je dan niets meer te wenschen ? " „Anders niet, dan dat ik, ook na deze mededeelingen, die onwillekeurig uitvoeriger werden dan oorspronkelijk mijn bedoeling was, omdat er zooveel in mijn leven is gebeurd, ook voor U heel gewoon „tante Sien" blijf, over wie U gaat beschikken waar en wanneer dat noodig is".
„En mag geen mensch weten van wat je mij hebt toevertrouwd ? "
Hier aarzelde zij. Daarop : „acht u het noodig ? "
„'t Kan voor U en Henkie zijn nut hebben".
„Welnu, U handelt hier, zooals U meent dat goed is". Toen volgde een hartelijk afscheid. In diepe gedachten keerde dominé huiswaarts. „Wonderlijk zijn de wegen des Heeren".

Hoofdstuk XII.
ALS EEN VELDBLOEM.

Het was een koude wintermorgen. Een grijs-grauwe lucht hing zwaar over 't landschap, 't welk in alles het beeld der verlatenheid toonde. Reeds lang was het vee uit de velden gehaald, om in de warme stallen een beter onderdak te vinden ; slechts eenige schaapjes, die nog in de weiden rond doolden om van tusschen de sneeuw de magere grassprietjes weg te scheren, die het rundvee nog overgelaten had. Hier en daar op een hekpaal een hongerige raaf, die met haar droevig gekras de somberheid van 't tafereel ging verhoogen. Op de kerkhoflaan ritselden de verstorven bladen, wachtend op het windzuchtje, dat ook hen, met de vele duizenden die reeds gingen en door Jasper zorgvuldig waren bijeengeharkt, zoo wegnemen om plaats te ruimen voor het nieuwe groen als de lentezon de natuur weer wakker kuste.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Kleine Luijden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's