De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SCHRIFTVERLARING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SCHRIFTVERLARING

Romeinen 8 vers 28.

5 minuten leestijd

En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn.

Reeds vele bemoedigingen heeft de apostel aan de gemeente te Rome in dit hoofdstuk doen toekomen, opdat ook zij met hem zouden instemmen, dat al het lijden van dezen tegenwoordigen tijd niet te waardeeren is tegen de heerlijkheid, die aan Gods gemeente zal geopenbaard worden.
In dit vers voegt hij er weer een nieuwe bemoediging aan toe. In het vers dat voorafgaat, begon het nog met den somberen aanhef : „wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort", maar hier is sprake van een stellige wetenschap :„En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn".
Het schijnt er met de zaak van Gods Koninkrijk soms maar hachelijk voor te staan. En toch blijkt het telkens weer, dat de poorten der hel Gods gemeente niet kunnen overweldigen. Men heeft de Kerk Gods te vuur en te zwaard vervolgd, en gebleken is, dat het bloed der martelaren het zaad der Kerk was. Het moest altoos weer medewerken ten goede.
Maar zoo gaat het ook in het persoonlijk leven van Gods kinderen. Dat al de zegeningen in ons leven zullen medewerken ten goede, wil de mensch gaarne zonder tegenspreken gelooven. Maar de rampspoed dan en de tegenheden ! Denk eens aan het lijden van den grooten lijder uit Uz. Was het niet raadselachtig ?
En hoe stond Asaf er voor, toen hij het lijden van Gods kinderen verklaren wilde. Moest hij niet belijden, dat zijn hart tegen het lijden in opstand kwam ? De draden van het wereldgebeuren loopen vaak zoo kris en kras door elkander, dat ontwarren onmogelijk schijnt. En nu komt de apostel hier betuigen, dat toch al dat schijnbaar tegenstrijdige, dat kromme in het levenslot van Gods kinderen, moet medewerken ten goede.
Zoo heeft ook Job, zoo heeft ook Asaf het tenslotte leeren bezien.
Waren de wegen van druk, o kind des Heeren niet menigmaal een middel in des Heeren hand om u tot verootmoediging te brengen, om u dieper in te leiden in zonde en schuld, om u te leeren u vaster aan het kruis te doen vastklemmen ?
Bracht het u niet tot waken en bidden ? Hebt ge niet gevoeld, dat er menigmaal beproevingen noodig waren en dat de tegenheden moesten medehelpen dat ge de pinnen van uwe levenstent niet te vast zoudt slaan in de aarde ?
Met recht heeft de dichter gezongen, dat de Heere de moeite en het verdriet juist daartoe aanschouwt, opdat men het in Zijne hand zoude leggen.
Maar ik hoor iemand vragen, wat we dan van de zonde denken moeten. Moet dan zelfs de zonde van Gods kind medewerken ten goede ? Ik hoorde eens iemand zeggen, dat de ure, waarin Petrus viel, zijn gelukkigste ure was. Ik zou er van huiveren om het zoo uit te drukken. De zonde is nooit anders dan snood en Godonteerend. ; En de Heere Zelf is te heilig, dan dat Hij met de zonde gemeenschap zou kunnen hebben.
Neen, neen, zöó mogen we het niet zeg­ gen. Maar nochtans volvoert God Zijn raadsplan door de zonde heen. In het raadsplan Gods is ook met zonde gerekend, hoewel Hij de zonde niet heeft gewild. Zonder Adams val geen Golgotha. Zonder zonde, géén verzoening. Zonder ongerechtigheid geen kennis aan de drieëenheid Goda, aan de diepten van Zijn Wezen. In dit opzicht staan de niet gevallen engelen achter bij het menschenkind, hetwelk verlost werd van zonde en schuld.
Dit is toch het eeuwige leven, dat zij U kennen, den eenigen en waarachtigen God, en Jezus Christus, dien Gij gezonden hebt. Maar bovendien moet men toch wel bedenken dat degenen, die God niet liefhebben, er nimmer aan denken zullen om te zondigen, teneinde daarmee Gods Raad te vervullen.
Laat dus de weg van Gods kind gaan door de diepte, maar ze leidt naar de hoogte.
In den smeltkroes, maar niet om door 't vuur te worden verteerd, maar om te worden gelouterd.
In de wateren, maar niet om te worden verzwolgen, maar om te worden gereinigd. Wie zijn leven leert bezien in dat geloofslicht, dat. alle dingen moeten medewerken ten goede, kan ondanks de moeite en 't verdriet gerust zijn pelgrimstocht voortzetten.
Maar ziet, die gerustheid geldt maar niet iedereen. Let wel, dat er staat geschreven : Dengenen, die God liefhebben. Denk niet te gauw, dat ge wel kunt zingen : „God heb ik lief, want die getrouwe Heer". Men riep wel „hosanna" bij den intocht van Jezus in Jeruzalem, maar hoe kort daarop was het : „kruis Hem, kruis Hem".
Indien we het wèl bezien, was er eigenlijk maar één, die den Vader waarachtig heeft liefgehad. En dat was des Vaders eigen Zoon, Jezus - Christus. Van alle anderen geldt toch helaas, wat de belijder aldus heeft uitgedrukt : geneigd om God en mijn naaste te haten.
Maar dan zullen ook alleen diegenen God leeren liefhebben, die het van Jezus hebben geleerd ; die met de verdorvenheden van hun hart leerden komen aan Zijn kruis om bij Hem reiniging en verzoening te vinden.
Maar dan zal ook die liefde pas geboren worden, waar het smeeken en het klagen vanwege de verdorvenheid van ons hart naar Hem opklimt.
Neen, die liefde is geen vrucht van eigen akker, gelijk dit dan ook door Paulus zoo duidelijk is uitgesproken als hij er nog aan toevoegt : „namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn".
De discipelen hebben eens hetzelfde uitgesproken : Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

SCHRIFTVERLARING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's