STAAT EN MAATSCHAPPIJ
De politieke neutraliteit.
In de algemeene vergadering van den Bond van Nederlandsche Onderwijizers, welke in de Kerstweek te Leiden werd gehouden, is er opnieuw aangedrongen o.m in het program, van den Bond het beginsel op te nemen van de verplichte absoluut neutrale Staatsschool, neutraal zoowel in godsdienstig als in politiek opzicht.
Aangezien echter voor de doorvoering van dit beginsel in de Lager Onderwijswet, waarbij dan de onderwijspacifiicatie zou ongedaan worden gemaakt en het bijzonder onderwijs zou komen te vervallen, grondwetsherziening noodig is, wilde men zich op den Bondsdag voorloopig bepalen tot het voeren van eene krachtige actie voor onderwijs, vrij van godsdienstige en politieke dogma's en voor eene krachtige ontwikkeling van het openbaar, neutraal onderwijs.
Eigenlijk is het invoeren van zulk een actie niet nieuw, omdat in het bestaande program van den „rooden Bond" onder reeds staat, dat het onderwijs aan de openbare school gegeven, vrij moet zijn van godsdienstige en politieke, dogma's.
Daarom rijst de vraag, wat de Bond van Nederlandsche Onderwijzers, die tot het voeren van eene krachtige actie voor het onderwijs in den geest van zijn programma besloot, met deze krachtige actie voor heeft.
Ligt het soms in de bedoeling om de godsdienstige en politieke neutraliteit op krachtiger wijze, dan tot nog toe het geval was, op de openbare school door te voeren ?
Dat de Bondsonderwijzers in die richting al lang werkzaam zijn, bleek opnieuw in het afgeloopen najaar bij de zanghulde, welke toen in de residentie aan de Koningin bij het bereiken van Haar 50ste levensjaar werd ingebracht.
Bij die gelegenheid toch weigerden de onderwijzers hunne medewerking te verleenen om de kinderen van de openbare school aan het huldebetoon te doen deelnemen.
De weigering geschiedde op grond van het feit, dat de leden van den Bond voorstanders zijn van de absolute neutraliteit der openbare school en uit dien hoofde de openbare school willen vrijhouden van alle godsdienstige en ook van alle politieke dogma's.
Eenzelfde standpunt werd ook op 6 September ingenomen in de motie van de afdeeling 's-Gravenhage van den Bond van Nederlandsche onderwijzers, waarin, o.m dit gezegd wordt : ,,dat de zanghulde mede door de keuze der liederen strijdig is met het karakter van het openbaar Onderwijs, zoals dit geformuleerd is in punt h van het Bondsprogramma (onderwijs vrij van politieke en godsdienstige dogma's) en dat dientengevolge de afdeeling ten sterkste protesteerde tegen de schending van het karakter van het openbaar onderwijs.
Nu staat men bij het lezen van deze motie, en zoo ook ten aanzien van het optreden van de Bondsonderwijzers verbaasd over de zeldzame vrijmoedigheid — om geen ander woord te gebruiken — waarmede deze opvoeders der jeugd te werk gaan.
Want in de geheele Lager Onderwijswet 1920 komt geen enkele bepaling voor, die het zingen van nationale en vaderlandsche liederen zou verbieden.
Integendeel, de Lager Onderwijswet legt den onderwiijzers van de openbare school de verplichting op, om de kinderen, die aan hun zorgen zijn toevertrouwd, te onderwijzen in alle christelijke- en maatschappelijlke deugden.
En tot deze deugden zal toch ongetwijfeld wel behooren, dat de kinderen worden gewezen op hetgeen het Oranjehuis voor Nederland heeft gedaan en wat het Nederlandsche volk aan het Oranjehuis te danken heeft. En zeker zal het ook wel in overeenstemming met deze deugden zijn, dat bij de jeugd liefde wordt gewekt voor het vaderland en eerbied wordt bijgebracht voor het Hoofd van den Staat. Onderwijizers die voor hun persoon republikein zijn, hebben zich, ook voor het geval zij het er niet mede eens zijn, naar de wet te gedragen of anders de school te verlaten.
Een andere weg is er niet open.
Zooals wij reeds hierboven zeiden, verbiedt de Lager Onderwijswet het aankweeken van liefde tot het Vorstenhuis niet. Er is in deze wet slechts één bepaling te vinden, die het onderwijs op de openbare school aan zekere voorwaarden bindt, en dat is de bepaling van artikel 42, luidende : „de onderwijzer onthoudt zich van iets te leeren, te doen, of toe te laten, wat strijdig is met den eerbied, verschuldigd aan de godsdienstige begrippen van andersdenkenden".
Dat is dus het in acht nemen van de godsdienstige neutraliteit.
Doch van de politieke neutraliteit rept de Lager Onderwijswet geen woord.
Dat de wet de politieke neutraliteit ook niet wenscht voorgeschreven te zien, is duidelijk gebleken ten tijde van de openbare behandeling van de Onderwijswet 1920 in de Tweede Kamer, toen de Sociaal Democraat Ossendorp een poging waagde om in de Lager Onderwijswet eene bepaling te krijgen, waardoor het aan de onderwijizers verboden moest zijn iets te doen of toe te laten wat in strijd was met de staatkundige gevoelenis van andersdenkenden. Dit amendement werd echter verworpen met 51 tegen 24 stemmen, Daarmede werd dus de politieke neutraliteit van de openbare school nadrukkelijk afgewezen.
Nu is intusschen dit het opmerkelijke, dat de Bond van Nederlandsche Onderwijzers precies doet alsof het amendement-Ossendorp in de Lager Onderwijswet wèl een plaats heeft gekregen.
Daarom handelen de onderwijizers, die zeggen de openbare school te willen vrijhouden van politieke inzichten, in strijd met de wet. Ten aanzien van deze onderwijzers valt 't te betreuren, dat noch de rijksoverheid noch de gemeentelijke overheid de openbare school weten te beschermen tegen die opvoeders der jeugd, die hun antimonarchale en anti-oranjegezinde gevoelens niet onder stoelen of banken steken, doch er rond voor uitkomen, dat zij bij hun onderwijs door republikeinsche inzichten worden gedreven.
Want als het de 1-Meindag is, dan zijn die zelfde onderwijzers niet zoo schroomvallig om de staatkundige gevoelens buiten de school te houden. Immers op dien dag trekken zij met de kinderen van de revolutionaire ouders op om met elkander het feest der arbeiders te vieren.
Zoo wordt de openbare school een gevaar voor ons volk. Daarom behoeft het niet te verwonderen, dat de openbare school, meer en meer terrein verliest.
De Bond van Nederlandsche Onderwijzers maakt, ondanks al zijn propaganda voor de openbare school, deze kapot.
De politieke neutraliteit is de moker, waarmede de school wordt uiteengeslagen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's