FINANCIEN
Verleden week heb ik het over de Veenendaalsche klok gehad. Over haar luiden, wanneer daar een doode in het dorp is. Vanuit m'n studeerkamer zie ik altijd op die klok van onze Oude Kerk. Geen wonder, dat ik er wel eens over in gepeins kom. Vooral zooals ik haar nu al een paar maanden aanzie Ze staat n.l. al dien tijd stil. 't Is met haar in één woord een langdurige sukkelpartij. De geschiedenis daarvan zal ik u sparen. Maar 't eind van die geschiedenis is, dat zij nooit meer slaat, den tijd niet meer aanwijst. Als de menschen naar haar opzien, worden zij onmiddellijk teleurgesteld. Zij kijken er bijna niet meer naar. Ze weten het zoo langzamerhand wel, dat de klok toch immers stil staat 'k Vind het toch niet zooals het behoort. In een kerktoren moet een klok zijn. De toren wijst met zijn kruis naar boven, terwijl de klok den voortgaanden tijd aanwijst. Dat geheel roept ons toe : „Bedenk, o mensch, de dingen die boven zijn, opdat gij uw heil zoudt zoeken alleen bij het Kruis van Christus. Gebruik daartoe uw tijd. 't Kan zoo spoedig te laat zijn" Maar nu staat die klok stil. Zij doet haar werk niet.
Zoo'n stilstaande klok, die niet doet wat zij eigenlijk moet doen, zet ons aan het peinzen. Ook al, wanneer ik m'n stukje ga schrijven. En ik vraag mij af : Is in een zeker opzicht onze Nederlandsch Hervormde Kerk niet als die stilstaande klok ? Zoodat zij, de Kerk onzer Vaderen, de Kerk, die wij lief hebben, haar eigenlijke werk niet doet, haar taak, haar van den Heere der Gemeente opgelegd, niet verricht ?
Zij behoort toch een pilaar en vastigheid der Waarheid te zijn, zoodat zij als Christus' Kerk met een helder, door ieder verstaanbaar geluid, haar in de worsteling der eeuwen gegrondveste belijdenis doet hooren
Maar hoe is het nu ? De menschen verwachten van haar —de wereld: waarvan zij zich scherp te scheiden heeft, kan 't ook eigenlijk niet anders van haar verwachten — dat zij het klare, ware Woord van God doet hooren Maar zij hooren het niet De klok slaat niet. Men ziet naar haar. Maar zij laat niet zien wat zij moet zijn. Een klok, die den tijd niet aanwijst Dit is zeer droevig. Een klok nu ja, daar kunnen wij tenslotte nog buiten. Maar als de Kerk op haar gelijkt, dan is het om te weenen. Dan is het om uit te roepen : „Wij en onze Vaderen, wij hebben gezondigd" Niet slechts omdat de Kerk van Christus zoo tot eene aanfluiting is voor de wereld, maar veel meer wijl zij de eer van haren Koning niet verkondigt en daardoor mede tot lamheid geslagen is voor zooveel heerlijken arbeid, waartoe haar Koning haar roept en in staat wil stellen, door de werking van Zijn Geest.
Een gevolg, hiervan is ook, dat wij er ons hoe langer hoe meer aan gewennen dat onze Ned. Hervormde Kerk zich niet als Christus' Kerk openbaart, dat wij er ons in gaan schikken. M.a.w. dat het independentisme in ons midden gaat heerschen. Independent beteekent : onafhankelijk. Zoodat, wanneer men onze Kerk een genootschap noemt, wij ons dat gemakkelijk laten aanleunen. Wij laten haar den naam van Christus' Kerk ontrooven. We hebben — denkt u dit eens in — onze moeder, de Kerk, ontzettend veel ellende aangedaan door onze zonde en dan laten wij haar door anderen ook nog "dood" verklaren. Dat zij helaas is geworden als een klok die stil staat, ligt aan haar bestuursorganisatie, die met haar wezen in strijd is. Maar haar wezen is er nog. Zij is nog geen valsche Kerk geworden. We mogen haar nog maar niet dood laten verklaren Zoo komt het zelfs voor dat men spreekt van onze Kerk als van een genootschap, waarin de ware Kerk woont, zoodat deze en die locale Kerk, waar Gods Woord verkondigd wordt en de Sacramenten bediend worden naar Christus' instelling, hei lichaam van Christus zouden vormen. Dan gaat men natuurlijk nog verder. In zoo'n locale Kerk is weer een bepaalde grootere of kleinere kring, die dan, omdat zij uii ware belijders bestaat, de plaatselijke openbaring van Christus' Kerk vormt. Zoo meent men ; zoo leert men. Al het andere wordt geheel losgelaten. Zij zijn gelijk de heidenen, waarvoor alleen Zendingsarbeid noodig is Zeker, heeft men zijn voeten vastgezet in dit independentisme, dan heet men geen oog voor de universeele Kerk. Men let er niet meer met droefheid op, dat de klok stil staat. Men vindt het wel goed. Maar dat is niet Gereformeerd. Calvijn zou 't ons wel anders zeggen. Jean de Labadie was een geloovige man. Hij had veel, dat ons zeer bekoort. Maar ik wil liever niet in zijn schuitje zitten wat betreft zijn Kerkbegrip en zijn kerkelijke practijken. Dan heb ik liever te doen met wat onze Vaderen schreven aangaande de ware en de valsche Kerk.
Zoo ben ik aan 't peinzen gegaan naar aanleiding van die stilstaande klok. We moeten zien dat wij de klok weer aan het loopen krijgen. D.w.z. : laat ons met alle kracht voortgaan de Waarheid te verbreiden, de Waarheid van het Evangelie, zooals zij uitgedrukt is in de drie formulieren van Eenigheid, opdat de belijdenis van onze Kerk maar uit vele monden, uit vele vereeniginigen spreekt, ook uit onze geheele Bondsactie, en door al dat spreken en getuigen onder den zegen des Heeren ook de Kerk weer aan 't spreken komt.
Hóé dat komen zal, weten wij niet.
Maar laat ons in geloof voortgaan en elken stap, dien wij in dien weg bereikten, met blijdschap begroeten, maar nooit het doel uit het oog verliezen : Christus' Kerk die in het midden van ons volk haar reformatorisch beginsel niet verloochent en ziel. haar heerlijke belijdenis, uitgedrukt in onze drie belijdenisschriften, niet schaamt.
Maar laat ik nu eens zien wat er in mijn laatje ligt. 'k Mocht ontvangen uit:
Goudriaan. Van E. de Graaff ƒ 22.50. contributie der leden over het jaar 1931 Wel wat laat, maar nog niet te laat. Ik kan het er altijd nog bijschrijven onder den laatsten datum van verleden jaar November. Zoo valt het batig saldo, dat wel niet groot zal zijn, nog een beetje mee.
Vlaardingen. Daar was de pastor loci, ds. H. A. Heijer, jarig. Men bracht hen. o.a. ook ƒ35.— om te verdeelen. De Gereformeerde Bond kreeg er ƒ 20.— van, voor elk der fondsen de helft.
Abcoude. Van H. v. d. S. ƒ6.50 en van mej. v. Kr. ƒ2.50.
Kampen. Er wonen daar wel menschen, die als 't mistig en koud is, thuis blijven, maar er wonen ook wel anderen die zich zelfs veel moeiten willen laten ge troosten om iets voor de fondsen te doen Daar kreeg ik weer ƒ46.50 mij toegezonden Daarvan was ƒ35.— contributie over ht jaar 1930 van de afdeeling, maar ook ƒ 11.5 uit busje no. 125. Dit busje heeft dit jaar (1930) totaal opgebracht ƒ 137.—. Vanaf 1 Januari 1931 heeft het in Kampen 17 jaar gewerkt en in die jaren bracht het voor den Bond op ƒ2295.07. Zie eens, wat hier de macht van het kleine is !
'k Wil een volgenden keer eens over de busjes schrijven, 'k Dank den heer E. Roes, te Kampen zeer voor zijn moeite. Hij weet er wel een weg op om van menschen dit bij de kachel blijven, iets voor den Bond te ontvangen.
Kralingen. Van ds. O. A. Pott ƒ 1.—, van C. S. voor het Studiefonds, en ƒ 10.— uit de catechisatiebus.
Vlaardingen. Van mej. N.N. ƒ 2.50. Gorinchem. Van E. V. ƒ 3.21, busje no. 6 voor het Leerstoelfonds.
Feijenoord. Door onzen vriend Jb. Bot werd mij gezonden ƒ50.—, ontvangen van K., zijnde ƒ25.— voor het Studiefonds en ƒ25.— voor de Kweekschool. Ook deze laatste gift getuigt van hartelijk meeleven met onze Bondsactie. Mogen er nog velen volgen. Ook gireerde de heer Bot nog ƒ 1.20 voor het Studiefonds, overschot van verkochte preeken, beide van ƒ0.60, van R. te IJsselmonde en van S. te Rotterdam. Kampen. Door ds. M. Ottevanger ƒ 1.25, zijnde 25 stuivers van Willy van der Sluis en ƒ 1.— van N.N.
Barneveld. Door diaken L. van den Bielerd ƒ 81.—, de opbrengst van de collecte, gehouden bij een spreekbeurt die door ds. Remme van Amsterdam vervuld werd. Ja, een mooie collecte. Zóó verwacht ik er meer. Wat zal Veenendaal a.s. Zondag brengen ? Barneveld heeft twee predikantsplaatsen en één kerk. Veenendaal drie predikantsplaatsen en twee kerken. Ik ga eens uitrekenen hoeveel er dan uit Veenendaal moet komen.
Eibergen. Van ds. P. A. Binsbergen, predikant te Makassar (N.O.I.) ƒ 1.— contributie over 1931. Een predikant-lid in Indië I Neen, hij vergeet ons niet. Hij worde voor zijn belangrijk werk in onze gebeden óok niet door óns vergeten.
Gortel. Van M. Kommees ƒ7.20, collecte gehouden bij een spreekbeurt door ds. G. van der Zee, van Wapenvelde, daar gehouden.
Bosch en Duin. Van A. P. ƒ2.50 jaarlijksche bijdrage, bedoeld voor het jaar 1930.
Met elkaar is het
f 259.86.
Hartelijk dank. De Penningmeester
Veenendaal, 13 Januari 1931.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's