MEDITATIE
Het kenteeken van het kindschap Gods.
Zoovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.
Het kenteeken van het kindschap Gods.
Groot is de schakeering onder de menschen in deze wereld. Wat een verschil in stand en rang en aanleg. Wat een uiteenloopende richtingen treft men aan.
En toch, deze groote menschenmassa, die op de aarde woont, zoo verschillend van elkaar, valt voor den Heere in twee deelen uiteen, namelijk in bekeerden en onbekeerden, kinderen Gods of kinderen des duivels.
Maar wat is dan het onderscheid tusschen hen ? Waaraan kan iemand weten of hij is op den smallen weg, waar Gods kinderen op zijn, of op den breeden weg, die door de wereld wordt bewandeld ?
Paulus noemt in zijn brief aan de Gemeente van Rome dat onderscheid en schrijft : „Zoovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods".
Weten wij dus thans het verschil, een andere vraag is: „Wat is eigenlijk door den Geest, geleid worden? . En het is zoo noodig, dat wij deze vraag onder de oogen zien, want menigeen heeft voor leiding des Heiligen Geestes aangezien, wat het naar Gods Woord niet was.
Laten wij bedenken, dat Paulus hier niet bedoelt de leiding van Gods Voorzienigheid in ons leven.
Zie, God leidt ieder mensch in Zijn voorzienig bestel. Die leiding Gods gaat over alle dingen. Zijn de haren van ons hoofd niet geteld ? En zegt de Heere Jezus niet, dat er geen muschje valt op de aarde zonder Gods wil ?
Ja, alle menschen, zoowel bekeerden als onbekeerden, worden door den Heere geleid. Zelfs zijn het niet alleen Gods kinderen, die die leiding opmerken. Ook buiten het geloof in den Christus treft ge bij meer dan één de dankbare erkentenis van die goddelijke leiding. Hoe menigeen erkent niet door den Heere te zijn uitgeholpen ? Moesten de toovenaars, toen de Heere al het stof der aarde in het gansche Egypteland tot luizen deed worden, niet erkennen : Dit is Gods vinger? En riep Darius, de Meder, toen Daniël ongedeerd uit den leeuwenkuil was gekomen, niet uit : de Heere is de levende God en bestendig in eeuwigheden en Zijn Koninkrijk is niet verderfelijk en Zijne heerschappij is tot het einde toe. Hij verlost en redt en Hij doet teekenen en wonderen in den hemel en op de aarde : Die heeft Daniël uit het geweld der leeuwen verlost" ?
En toch zal niemand op grond van Gods Woord durven zeggen, dat deze toovenaar, of ook koning Darius, kinderen Gods waren, al merkten zij de leiding des Heeren in hun leven op. Dat daarom niemand dien grond make van uitreddingen in het natuurlijke leven, want dit maakt ons nog niet tot kinderen Gods.
Zeker is er wel geen kind des Heeren denkbaar, dat niet de leiding des Heeren in zijn levensloop zal zien. Maar zij maken er geen grond van voor de eeuwigheid. Bovendien brengt het bij Gods kinderen meer verteedering dan bij de kinderen der wereld en belijden zij, als hun oog er voor geopend is, dat zij geringer zijn dan al deze weldaden.
Dit geleid worden door den Heiligen Geest moet men evenmin verwarren met een andere bewerking door Gods Geest, waarvan ook in Gods Woord sprake is. In het boek Ezechiël namelijk lezen wij meer dan éénmaal, dat de Geest des Heeren den profeet opnam en hem her-en derwaarts leidde. Een voorbeeld daarvan, dat nog meer bekend is, is dat van Filippus. Zie, wanneer hij door een engel des Heeren geleid is op den weg, die van Jeruzalem afdaalt naar Gaza en de Kamerling van Candacé ook juist daar was, zeide de Geest tot Filippus : Ga toe en voeg u bij dezen wagen. En wanneer hij den Kamerling in Gods Woord onderwezen en hem gedoopt heeft, lezen wij dat de Geest des Heeren hem wegnam en de Kamerling zag hem niet meer, want hij reisde zijnen weg met blijdschap ; maar Filippus werd gevonden te Azote.
Is dit een leiding van Gods Geest, het is geen bewerking, die al Gods kinderen ten deel valt. Hoe menigeen, die door Gods genade heeft leeren wandelen op den smallen weg, moet belijden, dat hij nooit zooiets ondervonden heeft. Bovendien kan deze drijving des Geestes zelfs over de ongeloovigen komen. Denk maar aan wat van Saul en zijn boden in de Schrift verhaald staat. Lezen wij niet in Gods Woord, dat nadat Saul tot koning werd gezalfd, de Geest des Heeren vaardig werd over hem en hij profeteerde in het midden van hen, zoodat het volk zeide, een ieder tot zijn metgezel : is Saul ook onder de profeten ? En gij weet, hoe hij door den Heere verworpen is.
Neen, de leiding des Heiligen Geestes is iets gansch anders.
Het is dat goddelijke opvoedingswerk, dat noodig is om het nieuwe leven, door den Heere gewrocht, tot volle ontplooiïng te brengen. Als God wederbarend in het hart van den zondaar werkt en hij van dood levend wordt, is hij niet ineens volmaakt. O neen, hij wordt een beginneling, die dikwijls twijfelt of hij wel ooit het eindpunt halen zal. Wat een strijd moet er gestreden worden met de bewegingen des vleesches. Hoe machtig is de werking van den vorst der duisternis en hoe geweldig de verleiding der wereld. En nu zou het leven nooit tot ontplooiing komen, indien de Heere de hand niet aan de Zijnen hield. De Heilige Geest laat nooit varen de werken Zijner handen. Die Hij overtuigd heeft van zonde, gerechtigheid en oordeel, die Hij waarlijk tot zondaren voor God gemaakt heeft, neemt Hij op Zijn leerschool. Hij maakt ze hoe langer hoe armer in zichzelf en doet hen meer en meer de zaligheid buiten zichzelf in Christus zoeken. Met een eindeloos geduld werkt Hij aan hen, opdat zij eenmaal zonder vlek en rimpel voor den Heere gesteld zullen worden.
Die leiding des Heiligen Geestes is verschillend, naar gelang der behoeften van Gods kinderen. Nu eens is zij vermanend, dan weer bestraffend of vertroostend. Hij onderwijst de Zijnen door Zijn Woord. Hij maant hen om de zonden niet te doen. En wat zou er niet veel meer gezondigd worden, indien de Heilige Geest door Zijn vermaningen Gods kind niet terughield van 't pad der zonde.
Maar ook als de zonde, niettegenstaande de waarschuwingen, toch bedreven is, laat Hij zulk een ziel niet over aan zichzelf. Hij bestraft hen, Hij opent de oogen voor de grootheid van het bedreven kwaad, zoodat ze moeten belijden tegen den Heere gezondigd te hebben.
Maar ook dan laat Hij ze niet los. Neen, Hij wijst de treurenden vanwege de zonde op den Zondevernieler, Jezus Christus. Hij geeft hun een oog voor Zijn groote barmhartigheid en goedertierenheid voor arme zondaren, zoodat hoop het hart weer begint te vervullen. En welk een zaligheid wordt er door de ziel gesmaakt, wanneer Gods Geest met zijn geest getuigt dat hij een kind van God is !
Blijdschap vervult de ziel voor de weldaad aan zulk een zondaar, die alles verbeurd had, bewezen.
Nu zegt Gods Woord, van allen die door den Geest worden geleid en die op Zijn leerschool worden opgevoed, dat zij kinderen Gods zijn.
Welk een rijke naam !
Tal van andere namen worden in de Heilige Schrift aan Gods kinderen gegeven. Worden zij niet heiligen, uitverkorenen, beminden, geroepenen, dienstknechten en dienstmaagden genoemd ?
Hoeveel er ook in die namen ligt opgesloten, hoe rijk het ook is om met een dier namen door den Heere te worden genoemd, er is echter toch geen naam, zóó dierbaar dan die van „kind van God".
Velen zullen Mozes benijd hebben, toen hij de zoon van Farao's dochter genaamd werd. Mozes, door Gods Geest geleid, schatte het echter veel hooger om een kind van God genaamd te worden. Liever wilde 'hij dien naam dragen, al werd hij dan kwalijk behandeld, dan dat hij de zoon van Farao's dochter genaamd werd en een tijd lang de genieting der zonde had.
O welk een liefde ligt er in dien naam kind van God opgesloten. Johannes zegt in een zijner brieven : Ziet, hoe groote liefde ons de Vader gegeven heeft, dat wij kinderen 'Gods genaamd zouden worden. Van nature kinderen des toorns, en alzoo de verdoemenis in Adam deelachtig.
Maar om Christus' wille uit genade tot kinderen Gods aangenomen.
Nu zijn zij Zijn oogappel.
Hij beschermt en bewaart hen en zal alle dingen doen medewerken ten goede.
Ja, zoovelen als door den Geest Gods geleid worden, die Zijn kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat zij zijn zullen.
Het kindschap Gods is veel heerlijker dan de wereld weet, maar het is ook veel rijker dan Gods kinderen zelf denken. Zooals de koningin van Scheba eenmaal moest getuigen dat de helft haar niet was aangezegd, zoo zullen Gods kinderen, als alles wat ten deele is, te niet gedaan is, met Paulus ondervinden, dat het lijden van dezen tegenwoordigen tijd niet te waardeeren is tegen over de heerlijkheid, die dan geopenbaard zal worden.
Welk een zaligheid zal het wezen, zonder vlek en zonder rimpel, zonder vrees en strijd eeuwig en altoos in het Vaderhuis te mogen verkeeren met Zijn vele woningen, om daar God groot te maken en Hem den dank te brengen voor de leiding Zijns Geestes.
Zoovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.
Worden wij door den Geest Gods geleid ? Geleid worden wij allen.
Niemand leeft zich zelven en niemand sterft zich zelven, zoo schreef Paulus eenmaal aan de Gemeente van Rome. De waarheid dier woorden ondervinden wij ook dagelijks.
Neen, wij zijn geen heer en meester over onszelf. Wij worden geleid. .
De groote vraag is : door wien ? Van nature worden wij, zonder dat wij het weten, geleid door den Booze. Hij leidt van God af. Zijn doel is om den mensch te leiden naar de plaats, waar weening en knersing der tanden is.
Gelukkig, dat wij het hebben mogen beluisteren op het Kerstfeest, dat hiertoe de Zoon des menschen geopenbaard is, om de werken des duivels te verbreken.
Hij heeft den hemel verlaten, opdat de H. Geest zou uitgestort kunnen worden. Dat wij allen om dien Geest, om Zijn leiding mochten bidden.
Heeft Jezus Christus niet gezegd : Indien gij, die boos zijt, weet uwen kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelsche Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die er om bidden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 1931
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's