De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Schriftverklaring

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schriftverklaring

Romeinen 8 vers 29.

5 minuten leestijd

Want, die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de eerstgeborene zij onder vele broeders.

In de vorige verzen was er sprake van, dat wij niet weten te bidden gelijk het behoort, maar in vers 28 getuigde de apostel van iets, wat hij toch wel wist, n.l. dat alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn. Vreugde en droefheid, voorspoed en tegenspoed, vruchtbare en onvruchtbare jaren, gezondheid en krankheid, zelfs de werken des duivels onder de toelating Gods, het zal straks blijken, dat alle deze dingen moeten medewerken ten goede.
In dit 29e vers van onze overdenking wil de apostel dit nader komen aantoonen. Het is zijne bedoeling om de lezers er de noodzakelijkheid van te laten gevoelen, dat het zoo moet zijn en dat het niet anders mogelijk is.
De Heere heeft te voren Zijn volk gekend. Nu mogen wij dit kennen Gods niet verkeerd verstaan. Als men toekomt aan het leerstuk van de eeuwige verkiezing, zijn er velen, die aan de klem van het machtig betoog van den apostel trachten te ontkomen.
Ze kunnen natuurlijk de verkiezing als zoodanig onmogelijk verwerpen. De Schrift spreekt er in dit en in het volgende vers veel te duidelijk van. Maar wat doen ze nu ? Met één handomdraai wordt het zwaartepunt eventjes verlegd. Men wil, dat God zou hebben uitverkoren, alleen diegenen, van wie Hij te voren wist, dat ze het heil in Christus zouden omhelzen. Dus met andere woorden : een uitverkiezing op vooruitgezien geloof. Ge gevoelt wel, dat het zwaartepunt bij deze opvatting bij den mensch ligt. De apostel heeft echter duidelijk geleerd, dat het niet is desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods.
Het woord „kennen" wil toch niet maar zeggen, dat men van iemand afweet, zonder meer. Trouwens zulk een kennen Gods zou toch niet alleen van de vóórverordineerden alleen, maar veeleer van alle menschen gelden.
Er is immers niemand voor God verborgen. Hij kent de harten van alle menschen en hij beproeft aller nieren. Men kan zich niet bedden in de hel, men kan niet opvaren ten hemel, men kan zich niet spoeden naar de uiterste stranden, om de doodeenvoudige reden, dat de Heere alomtegenwoordig is.
God is overal en Hij kent alle menschenkinderen.
Maar hier heeft het woord „kennen" dan ook een veel diepere beteekenis, gelijk het die trouwens in het geheele Oude Testament ook al bezat. Het beteekent veel meer zulk een kennen, hetwelk gepaard gaat met liefde, zoodat men het lot van hem, dien men kent, zich ook aantrekt.
En zulk een kennen geldt natuurlijk niet de wereld, maar alleen Zijn uitverkoren volk, hetwelk Hij van eeuwigheid heeft liet gehad.
Ik weet het wel, dat vleesch en bloed er zich altoos tegen zullen blijven verzetten. De Satan heeft vele woorden van den apostel, gegeven tot rijke vertroosting van de Kerk Gods, weten te verdraaien tot verderf der menschen.
Hoe velen zijn er niet, die schermen met het leerstuk der eeuwige verkiezing en zich achter hun onmacht verschuilen. Het leerstuk der eeuwige verkiezing is een verborgenheid, alleen gegeven tot troost van Gods kinderen. Als David tevergeefs een reden in zichzelf heeft gezocht, om verklaring te geven van de liefde Gods jegens hem, ondanks al zijne zonden, roept hij uit in den 27sten Psalm, dat hij vol begeerte is om te mogen zien op de vrije gunst, die den Heere bewogen heeft om zich over hem te ontfermen.
Dan zien wij duidelijk, dat het leerstuk der eeuwige verkiezing geen leerstuk is om den onbekeerde in de hand te geven, opdat hij het verdraaie tot zijn eigen verderf, maar dan gevoelen we dat dit leerstuk voor Gods Kerk is om er mee te eindigen.
Riep niet de dichter uit :
Wij steken 't hoofd omhoog En zullen d' eerkroon dragen. Door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen.
De mensch, die in de zonde leeft, luistere naar Gods geopenbaarden wil, als Hij eischt dat de goddelooze zijnen weg verlate en zich tot den Heere bekeere opdat Hij zich zijner ontferme.
Die eeuwige verkiezing staat niet los van den Christus Gods. Elders leze we : „uitverkoren in Hem van voor de grondlegging der wereld".  Hier lezen we van een voorverdineering om den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de eerstgeborene zij onder véle broederen.
Christus is de eerstgeborene des Vaders en daarmede de eerste uitverkorene, ook al moet er aan worden toegevoegd, dat Hij dit is in geheel eenigen zin. Hij is de natuurlijke Zoon des Vaders en de anderen zijn maar aangenomene kinderen.
Worden hier Gods kinderen herboren, opdat ze reeds hier navolgers Gods zouden wezen en in Christus' voetstappen zouden wandelen, in wegen, van ootmoed, liefde en zelfverloochening, straks zullen al Gods kinderen gelijkvormig worden aan Zijn heerlijk beeld, zooals Hij het thans draagt in de hoogste hemelen.
Gelijk men meestal aan broers en zusters in weinig of veel trekken kan zien, dat ze kinderen zijn van één vader of van ééne moeder, zoo zal straks niet maar een weinig, maar op geheel eenige wijze Gods kind de trekken vertoonen. van , het beeld van Christus' heerlijkheid.
Als de Kerk Gods dat voor oogen mag hebben, dan zal ze ook verstaan, dat alle dingen moeten medewerken ten goede voor al Gods gekenden, omdat het tenslotte moet uitloopen op eeuwige heerlijkheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Schriftverklaring

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 1931

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's